Een hittegolf is een serie van minstens vijf zomerse dagen, waarvan er zeker drie tropisch zijn. Aldus het KNMI. Drie dagen waarbij de temperatuur boven de dertig graden uitkomt.
Ook in Cuba, waar de meeste dagen tropisch zijn, komen hittegolven voor. Hitte waartegen je machteloos bent. Het was een goed idee, een maand backpacken op het eiland. Dichter bij het paradijs kun je niet komen, dat bleef ik volhouden.
Mijn vriend en ik zouden caipirinha’s drinken aan het strand en kijken naar de ondergaande zon. We zouden het huis van Ernest Hemingway bezoeken.
We kenden elkaar net een half jaar en waren verliefd. We bleven elkaar aankijken en bevestigend knikken. Ja, we hadden het leuk. Iedereen moet in zijn of haar leven eens bevangen worden door de hitte. Opgelicht worden hoorde erbij. Net als voedselvergiftiging. Dat Cuba niet is ingesteld op backpackers was een avontuur. Dat we op elke locatie gebeld werden door een man die voor ons bepaalde waar we zouden verblijven, dat hoorde er natuurlijk bij in een communistisch land. En een vlucht vol dronken Cubanen die in paniek raakten door turbulentie was misschien een beetje beangstigend, maar we gingen in elk geval niet dood.
Ik deed een halfslachtige poging, omdat dat is wat je doet als je verliefd bent, je wilt de ander niet teleurstellen.
Na twee weken kreeg ik de hik. Zoals het altijd begint. Ik had waarschijnlijk te snel gedronken of niet goed gekauwd of misschien lag het aan die sigaretten die we toen al niet meer ‘alleen bij een drankje’ rookten. Het was de eerste keer dat ik de hik had in zijn bijzijn. Als je verliefd bent, zie je alles als mijlpaal. Hij vond het vertederend en lachte naar me. Ik lachte terug en hikte.
Gooi je benen omhoog
‘Je moet op je kop staan en dan water drinken,’ zei hij.
‘Ik kan niet op mijn kop staan,’ zei ik.
‘Natuurlijk wel.’
Ik deed een halfslachtige poging, omdat dat is wat je doet als je verliefd bent, je wilt de ander niet teleurstellen. Zoals ik al van tevoren wist, lukte het me niet. Hij maakte het erger door te helpen.
‘Gooi je benen omhoog,’ zei hij en probeerde een been vast te grijpen.
Het lukte niet.
‘Kom op!’ zei hij. ‘Daar gaan we!’
‘Bijna!’
Het lukte niet, ook niet bijna. Het was niet charmant. Hij zei: ‘Oh, jezus.’ Mijn ego was gekrenkt, de vertedering was verdwenen en ik had nog steeds de hik.
‘Ik wil een mojito,’ zei ik.
De irritatie begon nog geen uur later. De hik is alleen maar grappig omdat het er opeens is en dan, net zo plotseling, weer verdwijnt. Er was een spanning in de lucht ontstaan, alsof er een onweersbui aan zat te komen. Bij elke hik zag ik zijn ogen mijn kant op schieten. Hij snoof onrustig. Stilletjes probeerde ik van alles. Ik hield mijn adem zo lang mogelijk in en dronk kleine slokjes water van de ‘verkeerde kant’ van het glas. Ik at een eetlepel suiker, zo uit de pot. Ik hield een ijsklontje tegen mijn neus. Maar niets hielp. Die avond ging ik met de hik naar bed en de volgende dag werd ik ermee wakker. De dag erna hetzelfde verhaal.
Op de derde ochtend had ik nog steeds de hik.
ganzenvlees aan de donsveren
Die middag herinnerde ik me opeens dat ene verhaal over de hik. Waar ik het precies had gehoord of gelezen, wist ik niet meer. De herinnering behoorde toe aan het domein van al die andere legendes en broodje-aapverhalen, waarvan je niet meer weet waar je ze van kent, maar waarvan je ook weet dat er een kern van waarheid in moet zitten. Zoals de vrouw die haar hondje in de magnetron doet om het dier te drogen na een wasbeurt. Of het bewegende dekbed dat wriemelde van de maden die zich tegoed deden aan het ganzenvlees dat nog aan de donsveren zat.
Ook ik zou doodgaan. Langzaam drong het besef die derde dag tot me door.
Het verhaal dat me nu glashelder voor ogen stond, was dat over die man, of vrouw, die drie jaar lang de hik had. Het was begonnen en wat hij, of zij, ook probeerde: niets hielp. Tot deze persoon op een ochtend wakker werd. ‘De hik is weg!’ zei de man of vrouw tegen zijn of haar man of vrouw. De partner voelt een schok door het bed trekken en kijkt naast zich. De man of vrouw ligt dood in bed. Conclusie: als je langdurig de hik hebt, ga je dood op het moment dat het ophoudt.
Ook ik zou doodgaan. Langzaam drong het besef die derde dag tot me door.
Ik besloot niets tegen mijn vriend te zeggen en de hik te omarmen. Zolang ik hikte, bleef ik in leven.
Inmiddels leek hij er ook wel een beetje aan gewend te zijn, dus deden we alsof er niets aan de hand was. We spraken er niet meer over, maar de hik was overal. Het onderbrak elke zin en wist iedere stilte te onderbreken.
Luide hikken, die een heel terras lieten opkijken. Dan keek ik trots terug en dacht: ‘Luister maar goed, die hik gaat nergens heen.
Zo verstreek er nog een week. Op Cuba steeg de temperatuur en langzaam nam ook mijn ongerustheid toe. Hoe zou mijn dood eruit zien? Wat als de hik ophield? Zou ik gewoon dood neervallen, terwijl mijn vriend in paniek om hulp riep? Of zou het in mijn slaap gebeuren en zou ik langzaam de dood in glijden zonder dat iemand iets doorhad? Elke hik kon de laatste zijn en ik wist heel zeker: ik wilde niet dood.
de hik moest blijven
De tijd tussen de vorige en de volgende leek steeds langer te duren. Ik sliep amper en leefde van hik naar hik. Elke schok van mijn middenrif was een overwinning op de dood. Ik gaf me niet gewonnen. Er is een hele verscheidenheid aan hikken. Subtiele, zachte hikjes die me geruststelden. Luide hikken, die een heel terras lieten opkijken. Dan keek ik trots terug en dacht: ‘Luister maar goed, die hik gaat nergens heen.’ Hik. Hik. Hik. Hik. Hik. Hik
‘Ik word gek van die hik,’ zei mijn vriend in onze hotelkamer. Inmiddels hikte ik bijna twee weken en we hadden nog een week vakantie voor ons. ‘Ik maak me zorgen,’ zei mijn vriend, ‘we moeten naar een dokter.’ Verschrikt keek ik hem aan. Ik schudde mijn hoofd. Nee, ik wilde niet naar de dokter. De hik moest blijven.
Ik rukte me los, greep de deurklink en stormde naar buiten. Ze zouden de hik niet van me afpakken.
‘Dit kan toch niet zo,’ zei hij.
Ik haalde mijn schouders op en hikte.
‘Ik ga nu een dokter regelen, dit moet afgelopen zijn.’
‘Nee!’ riep ik en voelde hoe mijn buik zich vulde met paniek. Mijn benen zetten zich schrap om weg te rennen.
Mijn vriend pakte me vast bij mijn arm. Niet hard, maar liefdevol. Hij wilde me helpen, maar wist niet dat hij me met die dokter de dood injoeg.
Ik rukte me los, greep de deurklink en stormde naar buiten. Ze zouden de hik niet van me afpakken. Het strand, daar moest ik heen.
Het zand was heet en ik verbrandde mijn voetzolen. Ik offerde mijn voeten graag op. Achter een stapel strandstoelen verstopte ik me. Een paar andere toeristen keek naar me. Ik deed alsof ik iets interessants zag in het zand. Ze liepen voorbij. In de schaduw van de stoelen bleef ik zitten tot de lucht rood kleurde en de zon voorzichtig onderging.
‘Ik ben niet gek,’ zei ik tegen hem. ‘Ik ga dood.’
Toen zag ik in de verte mijn vriend aankomen. Ik probeerde me klein te maken, maar hij had me gezien. Met mijn slippers in zijn hand liep hij op me af. Hij gooide mijn slippers in het zand en keek naar mijn voeten.
‘Laten we daar wat aloë vera op smeren,’ zei hij.
Ik knikte en volgde hem beschaamd terug naar de hotelkamer. Mijn voeten legde ik omhoog op een kussen. Ze zagen wit van de aftersun.
‘Ik ben niet gek,’ zei ik tegen hem. ‘Ik ga dood.’
Hij keek me aan en ik keek terug. Er hing een thermometer aan de muur die aangaf dat het 42 graden was. Mijn shirt plakte tegen mijn rug. Op het nachtkastje stond een asbak. Je mocht hier roken in bed. Dat hadden we ook gedaan. Het voelde als ongekende luxe. Er blies een bries de kamer in en we keken allebei op. Ik keek terug. Met een schok realiseerde ik me dat ik me niet kon herinneren wanneer ik voor het laatst had gehikt.
Sterke verhalen
Dit is een van de twaalf sterke verhalen uit een speciale VN-uitgave, getiteld (geloof het of niet) ‘Sterke verhalen’. Meer sterke verhalen van onder anderen Minka Nijhuis, Arnon Grunberg en Daan Heerma van Voss lees je hier.
Anne Moraal
Anne Moraal (1987) is eindredacteur van het VPRO-radioprogramma Nooit meer slapen. Tijdens haar studie wetenschapsfilosofie woonde zij een half jaar in Zuid-Korea. In april van dit jaar verscheen haar debuutroman Honden huilen niet.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.