Liever luisteren dan lezen? Blendle heeft dit verhaal ingesproken.
Heb je hbo- of wo-denkniveau, goede sociale vaardigheden, en ben je niet bang om verantwoordelijkheid te nemen? Ben je vijf dagen per week beschikbaar met onregelmatige werktijden? Kom stage lopen! We kunnen je niet meer betalen dan 1,60 euro per uur. Maar daar krijg je wel een inspirerende werkomgeving, een breed netwerk en een unieke ervaring voor terug.
Dat doe je dan maar, als je net je diploma als antropoloog, historicus of kunstenaar gehaald hebt, dolgraag aan het werk wil en niet weet waar je moet beginnen. Een ‘vrijwillige’ stage, dus niet in het kader van een studie, zoals het bovenstaande voorbeeld uit een vacature van kunstcentrum Mediamatic, kan de oplossing zijn om een gat tussen opleiding en arbeidsmarkt te dichten.
Bijna 27.000 jongeren liepen in het studiejaar 2016-2017 stage na hun opleiding. Dat is flink meer dan in 2013, toen er 22.500 afgestudeerden een stage deden. En dat terwijl de jeugdwerkloosheid sindsdien sterk is gedaald. Vooral in de kunst, architectuur en zorg komen stages na een opleiding, in plaats van tijdens, steeds vaker voor.
Leren, niet werken
Lodewijk Asscher, tot vorig jaar minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), besloot dat stage lopen na het afronden van een opleiding in principe toegestaan is. ‘Maar juist in deze gevallen,’ tekende hij daarbij aan, ‘is al gauw sprake van een diffuse situatie waarin niet helder is of het daadwerkelijk om “leren” gaat of dat het accent ligt op het verrichten van productieve werkzaamheden. Dan komt de vraag naar voren of sprake is van misbruik van de stage-/werkervaringsplek en men feitelijk zonder of tegen te lage beloning arbeid laat verrichten.’ Oftewel, is er sprake van uitbuiting?
Als dat zo is, kan de Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid boetes van duizenden euro’s opleggen aan bedrijven die afgestudeerde stagiairs misbruiken als goedkope arbeidskracht en dus de wet overtreden. Ook kan de Inspectie met terugwerkende kracht betaling eisen voor stagiairs die feitelijk arbeid verrichtten.
WEINIG ‘ECHTE’ STAGES
Wat vinden stagiairs er zelf van? Uit onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van afgelopen jaar blijkt dat slechts twee op de tien stagiairs vindt dat hun stage een echte stageplek is, waarbij het gaat om leren en niet om werken. Daar staat tegenover dat ruim dertig procent van de stagiairs hun taken meer vond lijken op regulier werk dan een stage. De rest van de ondervraagden stond er tussenin: de stage was deels gericht op leren en deels op werken.
Als de ondervraagde stagiairs gelijk hebben over hun stageplek, krijgt de Inspectie het een stuk drukker: zo’n negenduizend stagiairs per jaar hebben dan een legitieme reden om de Inspectie SZW in te schakelen. Maar die kreeg de afgelopen vijf jaar gemiddeld minder dan twaalf meldingen per jaar binnen. Vierentwintig onderzoeken zijn er gedaan sinds 2014. Het aantal boetes ligt nog lager, dat zijn er welgeteld vijf.
Dat is nogal weinig, zeker vergeleken met de resultaten van het onderzoek. Veel studenten weten niet eens dat er een meldpunt bestaat, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Ook lijken veel jongeren bereid om een onderbetaalde arbeidsplaats gewoon te accepteren in de hoop op een toekomst mét uitbetaling. Als je dan een punt maakt van betaald worden, zet je je carrièrekansen bij je stagebedrijf op het spel – althans, zo luidt de redenering.
‘Het grootste verschil met een reguliere werkplek was inderdaad dat er geen vergoeding was.’
FAIR DEAL
Pakhuis de Zwijger, een ‘platform voor creatie en innovatie’ in Amsterdam, is een typisch voorbeeld van een stage-aanbieder waar sprake is van een ‘diffuse situatie’: de grens tussen ‘gratis leren’ en ‘onbetaald werken’ is niet helemaal helder. Het platform heeft op het moment zeventien onbetaalde stagiairs in dienst. Daarmee is ruim een kwart van het team stagiair. Het bedrijf kwam in juni 2017 in opspraak na een tweet van Esther Crabbendam, toen nog werkzaam bij FNV Jong, waarin ze kritiek gaf op het stagebeleid. In een reactie liet Pakhuis de Zwijger toen weten dat stage lopen bij het platform een ‘fair deal’ is, want ‘de student hoeft ons voor het leren en de werkervaringsplek niet te betalen.’
Zelf liep ik ook ooit stage bij Pakhuis de Zwijger. Ik besloot mijn oud-collega’s te vragen hoe zij de stageperiode hadden ervaren. Van de negen oud-stagiairs geeft het merendeel aan dat de stage inderdaad aspecten van een dienstbetrekking vertoonde. Zo ervoeren de stagiairs de taken als dezelfde als die van betaalde medewerkers en hadden ze het gevoel volledig ‘mee te draaien’ in de organisatie. ‘Het grootste verschil met een reguliere werkplek was inderdaad dat er geen vergoeding was,’ laat een van hen weten.
Maar waarom gingen ze dan niet naar de Inspectie? Niemand die ik sprak bij Pakhuis de Zwijger wist van het bestaan van het meldpunt van de Inspectie SZW af. Sommige geven wel aan dat, als ze ervan af hadden geweten, ze wel actie hadden ondernomen. Maar er wordt ook gedacht dat dit normaal is en hoe een stage hoort te zijn. Oud-stagiair Eva Kassaye (27) bijvoorbeeld, zag hetzelfde gebeuren bij mensen in haar omgeving die ook onbetaald stage liepen.
Dat is de paradox van stagemisbruik: stagiairs vinden het vaak juist leerzaam om als volwaardig medewerker gezien te worden, terwijl ze taken uitvoeren waar je betaald voor hoort te worden. ‘Je werd volledig meegenomen in de werkzaamheden,’ zegt een andere voormalig stagiair bij Pakhuis de Zwijger. Hij voegt er direct aan toe: ‘Maar dat was ook het mooie van de stage.’
EEN ONBETAALDE MAAR ‘ZEER NUTTIGE’ STAGE
Het is vreemd dat onbetaalde stagiairs een structureel onderdeel van de organisatie zijn geworden, dat erkennen stagiairs ook. Maar een andere oud-stagiair die ik sprak is tegelijkertijd van mening dat zijn stage zeer nuttig was, en dat die hem uiteindelijk indirect een betaalde reguliere werkplek heeft bezorgd. Hij uit kritiek op het verschijnsel an sich, maar erkent ook zijn individuele profijt.
Jongeren zien dus wel in dat ze eigenlijk onbetaald werken. Toch is de stap naar de Inspectie SZW er een te ver, als ze al weten dat die bestaat. Uit het rapport Stages na afstuderen in opdracht van het ministerie van SZW blijkt ook dat stagiairs er meestal voor kiezen om niet met hun baas in gesprek te gaan over arbeidsvoorwaarden – ook als ze vinden dat hun stage eigenlijk regulier werk betreft. De belangrijkste reden: ze zien het zelf niet als een probleem. Of ze willen hun imago en baankans bij het bedrijf niet op het spel zetten.
Dat stagiairs niet zelf aan de bel trekken, is dan vrij logisch. Maar moet er dan van werkgevers verwacht worden dat ze de verantwoordelijkheid nemen om eerlijke stageplekken en kwalitatieve startersfuncties aan te bieden?
Jongeren zien dus wel in dat ze eigenlijk onbetaald werken. Toch is de stap naar de Inspectie SZW er een te ver, als ze al weten dat die bestaat.
Neem kunstcentrum Mediamatic. Die instelling werkt met vijf reguliere medewerkers en een groep van minstens tien stagiairs, van wie ongeveer de helft al is afgestudeerd. Oud-stagiair Rutger de Jong (24) vertelt dat hij in zijn eentje verantwoordelijk was voor de sociale-mediapagina’s van het bedrijf. Daarnaast werd van hem verwacht dat hij twee dagen per maand in de horeca van de onderneming werkte. Voor vier dagen per week stagelopen kreeg hij een vergoeding van 200 euro per maand.
‘Venue manager’ Sjoerd Houben beaamt dat de stageplekken op startersfuncties lijken. De organisatie is volgens hem ook voor een deel afhankelijk van stagiairs. Echte startersfuncties zijn financieel gezien niet mogelijk. ‘We zijn geen commercieel bedrijf. Maar daarom bieden we wel een omgeving aan waar stagiairs best wel wat verantwoordelijkheid krijgen, en niet alleen maar koffie halen.’
WIN-WIN SITUATIE
Stijn (achternaam bekend bij redactie) liep tegen een vergoeding van 350 euro per maand stage bij ontwerpbureau SLIMDESIGN. Voor zijn gevoel verrichte hij dezelfde werkzaamheden als zijn betaalde collega’s. Op de website werd hij aangeduid als Junior Industrial Designer, dat vond directeur Wouter Konings beter klinken dan ‘stagiair’.
Hij vindt niet dat Stijn dezelfde verantwoordelijkheden kreeg als reguliere werknemers. Volgens hem werkte Stijn ‘onder begeleiding’ mee aan projecten, maar was zijn input wel ‘waardevol’. Het feit dat Stijn de kans kreeg uitdagend werk te doen, vindt Konings juist goed voor zijn opleiding en ervaring. Een win-win situatie: ‘als je het enthousiasme en de toewijding kan opbrengen om een stage te doen, dan vergroot je je kansen gewoon.’
Als stagiairs er zelf voor kiezen om onderbetaald te werken, moeten we dat dan toch als een probleem zien?
Binnen een vakgebied als industrieel ontwerp zijn er veel opleidingen en weinig werkplekken. Als je je stageplek meldt bij de overheid, dan snijd je jezelf in de voet, vindt directeur Konings. Wanneer er geen stagiairs zijn, kan het bedrijf ook voor korte tijd freelancers kan inhuren. Die kosten volgens hem uiteindelijk evenveel, omdat ze in minder tijd hetzelfde werk doen.
ONGELIJKE KANSEN
Als stagiairs er zelf voor kiezen om onderbetaald te werken, moeten we dat dan toch als een probleem zien? Ja, zegt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: ‘Het accepteren van onderbetaling is ook schadelijk voor collega’s die wel netjes betaald willen worden. Door het arbeidsrecht toch dwingend toe te passen, voorkomen we een race naar de bodem.’
Frederique Zebeda, bestuurder bij FNV Jong, is het daarmee eens. Stagemisbruik leidt namelijk niet alleen tot uitbuiting, maar ook tot ongelijke kansen. Alleen starters die het zich kunnen veroorloven om een tijdje zonder leefbaar inkomen (genoeg loon om van te leven) te zitten, kunnen zo’n stage afronden. En daarmee wordt voor minder bevoordeelde groepen de afstand tot de arbeidsmarkt nóg groter gemaakt.
Zebeda vindt bovendien het geldgebrek-argument dat veel werkgevers opvoeren onzin: ‘als je misbruik maakt van mensen omdat je geen geld hebt, klopt je businessmodel niet.’ Maar ze snapt ook dat stagiairs vaak huiverig zijn om hun stageplek te melden. Hun carrière hangt er immers vanaf. Ze zou liever zien dat de Inspectie SZW actiever onderzoek doet, door stagevacatures door te spitten bijvoorbeeld.
Maar de Inspectie blijft grotendeels afhankelijk van meldingen van stagiairs zelf. ‘Je kan niet bij elk bedrijf in Nederland binnenlopen,’ laat een woordvoerder weten. Er is eind 2018 campagne gevoerd om werkgevers beter op de hoogte te stellen van de regels.
Om jongeren bekend te maken met het meldpunt start de Inspectie de komende weken een socialemedia-campagne. Maar of dat het beoogde effect gaat hebben, is de vraag. Gebrek aan kennis van de regels lijkt eerder een symptoom van de onwil bij stagiairs om melding te doen. De achterliggende oorzaak is het feit dat stagiairs vaak geen alternatief hebben om aan werk te komen, en daarom een stage met beide handen aangrijpen. Zo ligt het lage aantal meldingen meer aan onmacht dan aan onwetendheid. En zolang stagiairs zich stil houden over stagemisbruik om hun individuele carrièrekansen te vergroten, komt er voorlopig geen einde aan dit soort schijnconstructies.
Heb je zelf iets soortgelijks meegemaakt als stagiair? Adriaan de Jonge is benieuwd naar jouw ervaringen. Mail hem.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.