‘Afgelopen vrijdag was ik bij een hardcore punkbandje in Dordrecht,’ zegt Peter Kwint (33), Kamerlid voor de SP. ‘Ik dacht: toch maar even stagediven. Sprong ik van het podium bovenop het publiek, kwam ik na een rondje crowdsurfen precies bij de bar terecht. Perfect!’ Lisa Westerveld (36), parlementariër voor GroenLinks: ‘Ben je nog nooit een keer keihard op je hoofd gevallen bij het stagediven?’ Kwint: ‘Nou, ik heb wel een keer mijn arm uit de kom gehad.’ Gijs van Dijk (37), Kamerlid voor de PvdA: ‘Dat doet onwijs veel pijn toch?’ Kwint: ‘Dat valt op dat moment wel mee, in de adrenalinerush. Toen zag ik m’n bot raar omhoog staan. Ik dacht: die moet naar beneden. Vuist gemaakt: klank! Zat-ie weer. Achteraf, toen de röntgenfoto’s werden gemaakt, bleek m’n gewricht dat toch niet zo op prijs te hebben gesteld.’
Westerveld: ‘Ik was een keer bij Graspop, het metalfestival in België. Stond ik ’s nachts bij een afterparty, kreeg ik een kliko tegen m’n achterhoofd. Had iemand zo’n grote afvalbak in het publiek gegooid. De hele brancard was knalrood van het bloed. Ik had ook een hersenschudding, dus ik mocht niet in slaap vallen. Toen ben ik maar de hele nacht gaan doorpartyen.’ Kwint, grinnikend: ‘Dat is doorgaans de instructie die je krijgt van de dokter na een hersenschudding: gewoon lekker doorgaan.’ Ook Gijs van Dijk gaat graag naar popfestivals. ‘Maar een kliko op m’n achterhoofd? Voor zover ik het me nu kan herinneren, is dat nog nooit gebeurd.’ Kwint, lachend: ‘De avond is nog jong!’
In de Tweede Kamer hebben de liefhebbers van keiharde muziek een eigen appgroepje. Metallica-fan Halbe Zijlstra zit er niet bij. ‘Al sluit ik niet uit dat hij ooit zal beweren van wél.’
In de Tweede Kamer hebben de liefhebbers van keiharde muziek een eigen appgroepje waarin ze elkaar op de hoogte houden van concerten en festivals, zoals Zwarte Cross in de Achterhoek, waar Kwint en Westerveld al jaren plaatjes draaien in het Metalcafé. Voormalig SP-leider Emile Roemer trad daar eerder op als thrashmetal-dj. Ook Van Dijk zette het festival dit jaar in zijn agenda. Westerveld: ‘We staan zelfs in het blokkenschema als De Gitarencoalitie!’ In het appgroepje zit ook Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren. Oud-VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra staat ook bekend als fan van Metallica, maar wist nooit tot het appende gezelschap door te dringen. Kwint: ‘Al sluit ik niet uit dat hij in de toekomst ooit beweert wél in ons appgroepje te hebben gezeten.’
Video: Ruben Leter
De toekomst van links
Het is een ongebruikelijk fenomeen: parlementariërs die net zo graag staan te springen op punk en metal als moties en amendementen indienen in de Tweede Kamer. Vooral Peter Kwint, naast diehard-fan van hardcore punk ook enthousiast beoefenaar van mixed martial arts, is een onverwachte verschijning in het parlement met zijn kale hoofd, tatoeages en strakke T-shirts.
Kamervoorzitter Khadija Arib: ‘Waar is uw jasje?’ Kwint antwoordde: ‘Dat vraag ik mij al jaren af, voorzitter.’
Kamervoorzitter Khadija Arib sprak hem er tijdens een van zijn eerste Kameroptredens berispend op aan: ‘Waar is uw jasje?’ Even keek Kwint verbaasd, toen antwoordde hij: ‘Dat vraag ik mij al jaren af, voorzitter.’ Er werd nog weken over geschreven in de kranten: de rebelse volksvertegenwoordiger die weigert zich passend te kleden in de Kamerzaal. Sindsdien trekt Kwint nét iets vaker een jasje aan – over zijn punk-T-shirts. Gijs van Dijk houdt evenmin als Kwint van nette pakken. ‘Maar toen ik Kamerlid werd, ben ik toch maar even langs de Suit Supply gegaan.’
Ook Lisa Westerveld heeft haar garderobe aangepast: de spijkerbroeken en zwarte metal-shirts werden ingeruild voor kekke jurkjes. Vanwege een voetbalblessure rende ze in die eerste weken op blote voeten met haar pumps in de hand door de gangen van het Kamergebouw, op weg naar de stemmingen in de plenaire zaal. ‘Tegenwoordig trek ik vaak sneakers aan. Dat is toch makkelijker.’

Een nieuwe generatie
Peter Kwint, Lisa Westerveld en Gijs van Dijk, alle drie sinds maart 2017 lid van de Tweede Kamer, zijn kopstukken van een nieuwe generatie progressieve politici. Ze zijn tegendraads, uitgesproken links en werken ondanks de verschillen tussen SP, GroenLinks en PvdA intensief met elkaar samen. Dat is onder hun voorgangers wel eens anders geweest. Op een avond aan het einde van het parlementaire seizoen zijn ze op uitnodiging van Vrij Nederland bij elkaar gekomen in restaurant Noorderlicht op het ruige terrein van de oude NDSM-werf in Amsterdam-Noord om te praten over hun eerste jaar in de politiek, de linkse samenwerking in de oppositie en de toekomst van de progressieve beweging.
Waarom zijn jullie de politiek in gegaan? Als politicus kan je het nooit goed doen. Je krijgt alleen maar verwensingen via sociale media over je heen, en voor je het weet word je weer van de lijst geknikkerd. En het grote publiek heeft bijna net zo weinig vertrouwen in politici als in de pers.
Kwint: ‘We zitten hier met het afvoerputje van de samenleving!’
Westerveld: ‘In het bestuur van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en in de gemeenteraad van Nijmegen liep ik er regelmatig tegenop dat ik dingen niet kon veranderen door politieke barrières in Den Haag. Daarom dacht ik: dan ga ik het zelf doen. Toen heb ik gesolliciteerd naar een plek op de lijst van GroenLinks voor de Tweede Kamer. Het was heel spannend. Ik stond de hele verkiezingsavond op mijn nagels te bijten. Uiteindelijk had ik nét genoeg voorkeurstemmen om in de Kamer te komen.’
Kwint: ‘Toen ik als scholier in de gehandicaptenzorg werkte, ben ik een keer naar Feyenoord geweest met Adrie. Hij was licht verstandelijk gehandicapt. Alles wat hij zijn leven lang als metselaar had verdiend, had hij opgezopen, hij had zware Korsakov. Adrie vond het práchtig om nog een keer naar voetbal te gaan, we zaten helemaal vooraan. Maar dat was meteen de laatste keer: door de bezuinigingen onder het eerste kabinet-Balkenende moesten we met z’n tweeën een hele woongroep van twaalf man verzorgen en waren zulke uitjes eigenlijk onmogelijk. Toen ben ik me gaan inzetten in de politiek en heb ik de lokale SP-afdeling opgericht. Wel vreemd om mensen ervan te overtuigen dat ze voor ons moesten kiezen terwijl ik zelf nog niet eens mocht stemmen. Daarna ben ik doorgerold in de SP, en voor ik het wist zat ik in de Kamer. ’
Van Dijk: ‘Als FNV-bestuurder liep ik ook de hele tijd tegen politieke barrières op. Daarom dacht ik er al een tijdje over na zelf de politiek in te gaan. Ik wist alleen nog niet voor welke partij. In 2011 had ik mijn lidmaatschap van de PvdA opgezegd. Ik had al lang daarvoor grote moeite met de steun aan de oorlog in Irak, en de neoliberale koers begon me steeds meer tegen te staan. Mijn goede vriend Rutger Groot Wassink, nu de grote man van GroenLinks in Amsterdam, haalde me toen over om lid van GroenLinks te worden. Maar de PvdA begon weer te trekken toen in de partij het Van Waarde-project werd gestart, om terug te keren naar de oorspronkelijke idealen. En in september 2016 belde Lodewijk Asscher: of ik de Tweede Kamer in wilde. Toen dacht ik: als er een moment is, is het nu. Met negen zetels in de Kamer heeft de PvdA de ondergrens wel bereikt. De partij moet weer herkenbaar worden en de strijd voor bestaanszekerheid voeren: precies waar ik me voor heb ingezet bij de vakbond. Toen ben ik weer lid geworden van de PvdA.’
Tegen het neoliberalisme, tegen de oorlog in Irak: ooit overwogen lid te worden van de SP?
Van Dijk aarzelt even. ‘Nee.’
Kwint: ‘Je mag het zeggen, hoor. Ik heb spierpijn van het trainen, dus mijn linker is nu vrij ongevaarlijk.’
Westerveld: ‘Leuk, dan gaan we nu vertellen wat we allemaal zo ellendig aan elkaar vinden.’
Van Dijk, grinnikend: ‘Het ligt niet aan de mensen, hoor. Toen ik bij de FNV zat, heb ik heel goed samengewerkt met Ron Meyer, nu voorzitter van de SP. Samen hebben we Young & United opgezet, het jongerenplatform tegen het jeugdloon. Lilian Marijnissen ken ik ook heel goed uit die tijd, die deed toen de campagnes in de thuiszorg. Ook qua ideologie zijn we heel vergelijkbaar. Het had vooral te maken met het beeld: ik wilde niet bij een partij horen die alleen maar nee aan het roepen was, al is dat de afgelopen jaren wel veranderd bij de SP.’
Kwint: ‘Voor mij was de PvdA geen optie, want Wim Kok, Ad Melkert en Wouter Bos waren juist onderdeel van het probleem. En Rosenmöller en Halsema waren mij te elitair. Dus ik dacht: dan gaan we bij de SP.’
Westerveld: ‘Ik heb weleens gedacht over de SP, maar jullie doen te weinig met het milieu.’
Kwint: ‘Ja, jullie willen een vleestaks invoeren waar de gewone mensen voor betalen, wij vinden dat je beter de bazen van al die vieze varkensbedrijven kan aanpakken. Het doel is hetzelfde, alleen de aanpak is anders.’

Flink doordrammen
Als beginnende Kamerleden hebben ze alle drie moeten wennen aan het procedurele gedoe en de traagheid van de besluitvorming. Westerveld: ‘Het lastigste is keuzes maken. Je hebt telkens heel veel onderwerpen die je wilt aankaarten, maar heel weinig spreektijd. En áls je ergens een punt van maakt, is er telkens vertraging. In zulke gevallen heb ik de neiging flink door te drammen. Dan zegt de minister: dat heeft u vorige keer ook gezegd. Maar dan denk ik: dóé er dan wat aan!’
Kwint: ‘Dat is ook een achterlijk argument van zo’n minister. Ik denk dan: zolang jij niet doet wat ik zeg, blijf ik zeggen wat ik vind. In het najaar bijvoorbeeld steunde de hele Kamer een motie van mij over de woekerhandel in concertkaartjes. Zelfs Forum voor Democratie deed mee – al zal Baudet dat eerder hebben gedaan voor het Concertgebouw dan voor Slayer. Maar wat zegt de minister? Dat er in september een keer een voorstel komt. Dat schiet niet op. Laatst kwam de Onderwijsraad ook met een brandbrief over het lerarentekort. Dat is een groot maatschappelijk probleem dat nú moet worden opgelost. Wat zeiden de coalitiepartijen? Dat kan ook na het zomerreces. Daar erger ik me mateloos aan. Je moet knokken voor elke millimeter.’
De democratie is van Shell
Zo gaat het ook met de afschaffing van de dividendbelasting, waar de oppositie al maanden tegen te hoop loopt. Een van de dieptepunten tot nu toe was het eerste debat waarin premier Rutte aan de tand werd gevoeld over de memo’s die al dan niet aan de omstreden maatregel ten grondslag zouden liggen. Waar menig toeschouwer had gehoopt op een fundamenteel ideologisch debat over de macht van grote bedrijven in de politiek werd het urenlang gekissebis over ‘vergeten’ memo’s die geen memo’s mochten heten. ‘Voor de toeschouwer lijkt het nergens over te gaan,’ zegt Kwint. ‘Dat begrijp ik heel goed. Ik vind dat zelf ook frustrerend. Maar het antwoord op de vraag: “Wist u van het memootje” leidt naar het antwoord op de fundamentele vraag: van wie is de democratie, als een paar grote bedrijven gewoon kunnen dicteren wat er in het regeerakkoord komt? Dan is het antwoord op die vraag: de democratie is van Shell en Unilever.’
Van Dijk: ‘Wat nu wordt blootgelegd, zijn de directe lijnen vanuit de grote bedrijven en de Malietoren, het hoofdkwartier van de grote werkgevers, naar het Torentje. Het ziet ernaar uit dat het echt zo erg is als we vreesden dat het was. Dat moeten we hard zien te maken.’
Westerveld: ‘De coalitie houdt wezenlijke vragen buiten de deur. Zo verliezen mensen hun vertrouwen in de politiek.’
Westerveld: ‘Iedereen wéét dat het niet deugt, maar de coalitie doet er alles aan om die wezenlijke vragen buiten de deur te houden. Door die houding raken mensen hun vertrouwen in de politiek kwijt. Daarom probeert de oppositie met kleine stapjes antwoorden op de grote vragen te krijgen, hoe taai dat proces ook is.’
Kwint: ‘Als je een tafelkleed niet in één keer doormidden kan scheuren, kan je wel bij één draadje beginnen. Het duurt een stuk langer, maar als je lang genoeg aan het draadje blijft trekken, gaat het kleed uiteindelijk naar de kloten. Het is een beetje een rare metafoor, maar het zou best eens kunnen dat we over een half jaar denken: dit was het begin van het einde van het tafelkleed.’

Mark Rutte geeft links al jaren het nakijken. Jullie partijen hebben samen maar 37 zetels in de Kamer. En dat terwijl we een langdurige crisis achter de rug hebben en de ongelijkheid toeneemt. Hoe komt het dat links de laatste tijd geen deuk in een pakje boter slaat?
Kwint: ‘Als daar een kant en klaar antwoord op was geweest, hadden we met z’n drieën wel meer zetels gehad. Ik denk: in tijden van crisis hebben mensen eerder de neiging voor zekerheid op de korte baan te kiezen dan voor radicale linkse verandering. Die zekerheid vinden ze sneller bij rechts.’
Van Dijk: ‘Dat is het niet alleen. Alle onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien dat het aan de ene kant heel goed gaat met Nederland, maar dat we intussen ook steeds onzekerder worden. Dan is identiteitspolitiek het makkelijke antwoord: het teruggrijpen op de eigen groep, op de nationale cultuur. Als je onzeker bent over je huis, je baan, je pensioen of de zorg, en er zegt iemand: het ligt niet aan jou maar aan iemand anders…’
Westerveld: ‘De immigranten.’
Westerveld: ‘Ik snap oprecht niet dat zoveel mensen nog op de VVD stemmen. Als er iets is waar mensen op afknappen, zijn het wel politieke schandalen. En welke partij heeft die het vaakst? De VVD.’
Van Dijk: ‘… dan is het verleidelijk daarin mee te gaan. Terwijl de politiek wel degelijk iets kan doen aan de bestaanszekerheid. Dat is waar links voor moet staan.’
Westerveld: ‘Ik snap oprecht niet dat zoveel mensen nog op de VVD stemmen. Als er iets is waar mensen op afknappen, zijn het wel politieke schandalen. En welke partij heeft die het vaakst? De VVD. Zoals Jos van Rey en Henry Keizer met hun gesjoemel. Maar kennelijk komt de VVD overal mee weg. Terwijl zulke dingen bij linkse partijen nog járen aan je zouden blijven kleven.’
Kwint: ‘Rutte is in 2006 begonnen met marketingslogans die makkelijk aanspreken, over minder regels, lekker geld verdienen, hard autorijden, criminelen en immigranten aanpakken. Ons is het niet gelukt daar een aansprekend verhaal tegenover te stellen. Het is ook niet zo gek dat mensen vallen voor de identiteitspolitiek van de rechtse partijen. Als je op allerlei manieren klappen hebt gekregen – het verwaarlozen van je huurhuis, het verhogen van je zorgkosten, ontslagen worden, de vernedering van de bijstand – dan ga je steeds meer waarde hechten aan de zekerheden die je nog wél hebt, zoals je etnische of nationale identiteit. Die kunnen politici je niet afnemen. Wat dat betreft zijn Rutte en Wilders een iconisch duo: Rutte brak de boel af, en Wilders zei dat het door buurman Achmed kwam.’
Peter Kwint: ‘Ik denk weleens dat linkse mensen het veel te ingewikkeld maken. Je kan ook heel simpel zeggen: het is niet de schuld van de buurman maar van de bazen, met hun topinkomens.’
Westerveld: ‘De discussie over het overeind houden van de verzorgingsstaat is ook veel ingewikkelder dan de immigranten de schuld geven.’
Kwint: ‘Nou, ik denk ook weleens dat linkse mensen het veel te ingewikkeld maken. Je kan ook heel simpel zeggen: het is niet de schuld van de buurman maar van de bazen, met hun topinkomens.’

Van Dijk: ‘We hebben de identiteitspolitiek door rechts laten kapen. Wat mij betreft is onze identiteit de Nederlandse verzorgingsstaat en de waarden die daaraan ten grondslag liggen, zoals solidariteit. Dát is wat we als linkse partijen veel meer naar voren moeten brengen. Dat is wat ons allen bindt.’
Gijs van Dijk: ‘De PvdA was een machtspartij geworden, en machtspartijen vergeten vaak voor wie ze het doen.’
Van de linkse partijen heeft de PvdA verreweg de grootste klappen gekregen. Hoe is dat te verklaren?
Van Dijk: ‘De PvdA was een machtspartij geworden, en machtspartijen vergeten vaak waar ze voor staan, waar ze vandaan komen en voor wie ze het doen. Toen de mensen in 2012 massaal op Diederik Samsom stemden, deden ze dat om géén rechtse regering te krijgen. Wat gebeurde er? De PvdA ging met de VVD in een kabinet. En toen kwamen ze ook nog met plannen als de sluiting van de sociale werkplaatsen, waar ik toen ook al fel tegen was. Dat is de genadeklap geweest.’
De SP heeft een aantal grote problemen die speelden tijdens dat kabinet al heel vroeg gesignaleerd, zoals de groeiende ongelijkheid, het uitkleden van de verzorgingsstaat en de zelfverrijking aan de top. Bij de verkiezingen in 2017 verloor de PvdA 29 zetels. Waarom heeft de SP daar totaal niet van geprofiteerd?
Kwint: ‘In 2012 waren we op een gegeven moment de grootste in de peilingen, maar de laatste paar weken voor de verkiezingen gingen veel mensen twijfelen, en hebben ze uiteindelijk toch niet op de SP gestemd. Die win je vier jaar later niet zomaar terug. Er zijn ook mensen die zeggen dat we ons bij de laatste verkiezingscampagne te eenzijdig op de zorg hebben gericht. Daar ben ik het niet mee eens: campagne voeren is altijd kiezen. Het raakt ook aan een dieper probleem. Toen ik in de Amsterdamse gemeenteraad zat, merkt ik dat veel mensen in de arme wijken het besef totaal zijn kwijtgeraakt dat de politiek iets goeds kan betekenen in hun leven. Door die ontwikkeling worden de linkse partijen extra hard geraakt, en dus ook de SP.’
Lag het niet gewoon aan de persoon van Emile Roemer? Bij de verkiezingen van 2012 bleken veel mensen hem een aardige man te vinden, maar dwong hij uiteindelijk te weinig respect af.
‘Het heeft ook met personen te maken, ja. Als je in 2012 hebt besloten niet op iemand te stemmen, ga je dat vier jaar later niet zomaar wel doen.’
Hadden jullie dan niet veel eerder van leider moeten wisselen, in plaats van Roemer nog een keer voor de leeuwen te gooien?
‘Nee, dat vind ik niet. Emile is in december vertrokken, maar van mij had dat eerlijk gezegd nog niet gehoeven. Zijn betrouwbaarheid is een unieke factor in Den Haag. Als we dat beter hadden uitgevent, hadden we in 2017 een veel grotere overwinning kunnen halen. Dat kunnen we onszelf aanrekenen. Overigens vind ik het geen goede ontwikkeling dat er de laatste jaren in Den Haag een soort leiderschapscultus is ontstaan. Je kan niet aan een bestendige beweging bouwen als je die ophangt aan een persoon.’
Westerveld: ‘Er wordt soms net gedaan alsof het wisselen van partijleider betekent dat een partij meteen een kwartslag draait. Dat is niet zo.’

GroenLinks is daar zelf een goed voorbeeld van: als er om iemand een leiderschapscultus hangt, is het wel om Jesse Klaver, de Jessias. Daar doet de partij zelf ook aan mee, met al die meet-ups in het land.
‘Het gezicht van de partij is natuurlijk Jesse. Zo werkt het gewoon. Hij ís ook de belangrijkste persoon in de partij. Maar dat betekent niet dat we als partij meteen heel erg van koers zijn gewisseld.’
Als partijen met een nieuwe leider opeens veel stemmen halen, kan het ook snel weer verdampen. Dat wordt van Jesse Klaver en GroenLinks ook gezegd.
‘Dat wordt gezegd, maar ik denk dat we best wel duidelijk laten zien dat we ons hebben ontwikkeld tot een van de grotere partijen. Dat zag je ook bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. We zitten nu in bijna honderd gemeenten in het college, en in negen van de tien grote steden. We worden langzamerhand een brede beweging. Ik ga zelf iedere
vrijdag op werkbezoek in het land waar ik heel veel verschillende mensen
ontmoet. En we organiseren nu ook een kantinetour, om te praten met de leraar en de buschauffeur, en ook met de PVV-stemmer.’
Voor GroenLinks is het nieuw dat Jesse Klaver er een brede beweging van wil maken. Maar Lodewijk Asscher zegt hetzelfde over de PvdA. En de SP wil er zijn voor de postbode, de verpleegkundige én de hoogleraar. Zitten jullie elkaar niet een beetje in de weg?
Kwint: ‘In dat opzicht zijn we ook elkaars electorale concurrenten. Het is niet zo dat we ezeltje prik gaan doen en zeggen: jullie de hoger opgeleiden en wij de lager opgeleiden. Dat we alle drie de ambitie hebben om binnen het linkse blok de grootste te zijn, vind ik niet zo raar. Ik heb me alleen wel verbaasd over de bombastische manier waarop GroenLinks die kantinetour aankondigde. Voor ons is dat business as usual. Wij zullen geen bakfietstour gaan organiseren, maar als de bakfietsmoeders op ons willen stemmen, zijn ze van harte welkom.’
Van Dijk: ‘Wij willen natuurlijk óók de grootste worden op links. Maar de vraag is: hoe zorgen we ervoor dat links als geheel weer groeit? Dat kan alleen als je elkaar geen messen in de rug steekt.’
Kwint: ‘Ik mag graag en langdurig en veel kritiek leveren op de PvdA, maar het zou bizar zijn als de linkse partijen elkaar de tent uit zouden vechten, nu we samen in de oppositie zitten.’
Waarom is er tot op heden dan zo weinig van de linkse samenwerking terechtgekomen? Er wordt al decennia over gepraat, maar telkens leidt het tot niets. Nu ook weer: Klaver en Asscher zeggen dat ze willen samenwerken, maar toen ze half juni op dezelfde dag hun eisen aankondigden voor mogelijke steun aan het kabinet, bleken ze het niet eens met elkaar te hebben afgestemd.
Van Dijk: ‘Klopt. Over de timing is wel contact geweest, maar niet over wat ze gingen zeggen.’
Kwint: ‘Volgens mij is er ook niet zoveel te winnen met gemeenschappelijke manifesten, gepraat over fusies, gezamenlijke kieslijsten en tienpuntenplannen. Het kost eindeloos veel tijd en als je het over de details hebt, komt er altijd een punt waarop je elkaar niet kunt vinden. Dan klapt het uit elkaar en staat er weer in de krant: linkse samenwerking is mislukt.’
Van Dijk: ‘Eens.’
Hoe moet het dan wel?
Kwint: ‘Gewoon: doen. De samenwerking moet groeien in de praktijk.’
Westerveld: ‘Wij drieën hebben het afgelopen jaar al heel veel samengewerkt in de Kamer. Met Peter en Gijs heb ik bijvoorbeeld laatst verschillende moties ingediend over uitbreiding van de kinderopvang. Peter en ik werken heel intensief samen als het gaat over het onderwijs, dat we allebei in onze portefeuille hebben. Dan bouw je onderling vertrouwen op. Zo werkt dat.’
Van Dijk: ‘Ik heb ook goede contacten met de SP, onder andere omdat ik Ron Meyer en Lilian Marijnissen nog zo goed ken uit de vakbond. Onze generatie heeft ook niet zoveel last van de verhalen uit de tijd dat het moeilijk lag met de samenwerking. Ik ben voor een links pact. Niet in de vorm van tienpuntenplannen of fusies, maar wél door zo intensief mogelijk samen te werken en elkaar níet bij de volgende verkiezingen weer te laten vallen.’

Samen zestig zetels
Tussen de drie linkse partijen zijn grote verschillen. De SP is een stuk kritischer over de Europese samenwerking dan de PvdA en GroenLinks. De partij van Jesse Klaver op haar beurt is voor een ruimer migratiebeleid dan de SP en de PvdA, zeker sinds Lodewijk Asscher onlangs pleitte voor selectie van vluchtelingen in opvangcentra buiten Europa. En nu de PvdA de AOW-leeftijd minder snel wil laten stijgen, beweegt de partij in de richting van de SP die de pensioenleeftijd altijd al op 65 wilde houden, maar daar is GroenLinks weer geen voorstander van.
Over welke grote kwesties kunnen jullie het als linkse politici wél eens worden?
Van Dijk: ‘Rondom werk zijn we het helemaal eens. We zijn tegen de flexibilisering. We hebben bijvoorbeeld samen al een initiatiefwet ingediend om mensen die via Payroll-constructies worden ingehuurd hetzelfde loon en dezelfde arbeidsrechten te geven als vaste krachten.’
Westerveld: ‘We vormen ook één front tegen het kabinetsplan waardoor arbeidsgehandicapten minder dan het minimumloon dreigen te gaan verdienen.’
Is dat de core business van links: het tegengaan van de tweedeling?
Van Dijk: ‘Ja, het is hoog tijd voor een nieuwe klassenstrijd.’
Kwint: ‘De strijd van de arbeid tegen het kapitaal.’
Van Dijk: ‘Die zich in een geheel nieuwe vorm aandient. De platformeconomie, met nieuwe internetbedrijven als Uber, Airbnb, Amazon en Deliveroo, biedt mooie diensten, maar heeft ook een hele grote schaduwkant: door de regels te ontwijken en hun personeel uit te knijpen, zorgen ze voor een negentiende-eeuwse arbeidsmarkt. Dat mogen we niet laten gebeuren.’
Van Dijk: ‘De grote bedrijven zeggen fuck you tegen de politiek. Dan zeggen wij fuck you terug.’
Kwint: ‘Als wij niet pushen, krijg je alleen maar het happy D66-verhaal van: iedereen profiteert mee, en het is toch superfijn als je voor heel weinig geld een maaltijd kan laten bezorgen en geld bij kunt verdienen omdat je je loft kunt onderverhuren als je een weekendje in Barcelona zit.’
Van Dijk: ‘Precies.’
Westerveld: ‘We moeten ons keren tegen de macht van de grote bedrijven.’
Van Dijk: ‘Die zeggen fuck you tegen de politiek. Dan zeggen wij fuck you terug. Kom dan maar.’
Kwint: ‘De macht is knetterrechts. Daar moeten we tegen polariseren. Dát is de tegenstander.’
Van Dijk: ‘Daar ligt een enorm potentieel voor de linkse partijen. Ik ben ervan overtuigd dat we dan samen zestig zetels kunnen halen. Het is de strijd tegen de VVD, de Malietoren en Shell.’
Kwint: ‘En Unilever.’
Van Dijk: ‘En de zorgverzekeraars.’
Westerveld: ‘En de banken.’
Kwint: ‘Zijn we het toch nog eens.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.