Tegen het einde van de twintigste eeuw kwam in Europa en de Verenigde Staten een nieuwe voedselbeweging op gang als reactie op de toenemende industrialisering en globalisering van de voedselproductie. Voedselschandalen zoals ziektes, dierenwelzijn, fraude droegen bij aan een groeiende bezorgdheid over het industriële voedselsysteem en de gevolgen ervan.
Vertegenwoordigers van die nieuwe voedselbeweging, zoals de Slow Food-beweging, publicist Michael Pollan en chef-kok Jamie Oliver, hebben het publieke debat over voedsel de afgelopen jaren sterk beïnvloed. Ze willen het publiek opvoeden tot verantwoordelijke en kritische burgers.
‘Goed eten’ en ‘het goede leven’ worden volgens de foodactivisten bepaald door zowel ethische als esthetische criteria.
Daarbij verbinden ze kennis, moraal en esthetiek tot een vorm van ‘politiek hedonisme’: kennis over de herkomst van ons voedsel, verantwoorde keuzes gebaseerd op die kennis en plezier als gevolg van die keuzes. ‘Goed eten’ en ‘het goede leven’ worden volgens de foodactivisten bepaald door zowel ethische als esthetische criteria. In deze vorm van politiek hedonisme verenigen consumenten plezier en eigenbelang met politieke en ethische kwesties, zoals duurzaamheid, dierenwelzijn en eerlijke handel.
In mijn proefschrift Governing Food. Media, Politics and Pleasure (2019) heb ik onderzocht hoe voedsel de afgelopen twintig jaar een instrument is geworden voor politieke en maatschappelijke verandering.
Uit protest tegen McDonald’s
De Slow Food-beweging werd in 1989 in Italië opgericht uit protest tegen de opkomende fastfoodcultuur, die werd gesymboliseerd door de eerste vestiging van McDonald’s in Rome. Smaak is voor Slow Food een politiek en ethisch principe: een vorm van verzet tegen smaakvervlakking, industrialisering en globalisering. De beweging wil daarmee authentieke, traditionele smaken en lokale producten beschermen tegen standaardisering door Europese wetgeving.
Met plezier en kritisch proeven kun je de industriële visie op voedsel als louter gebruiksartikel ondermijnen. Daarom legt Slow Food ook zoveel nadruk op smaakeducatie en het belang van samen proeven en eten, wat naadloos past in de Italiaanse en mediterrane eetcultuur.
Pollan ziet koken en tuinieren als een vorm van micro-politiek waarmee wij als ‘coproducenten’ de controle kunnen overnemen van de voedingsindustrie.
In Amerika is de situatie meer gepolariseerd door de macht van de voedingsindustrie. Activist en publicist Michael Pollan wordt wel beschouwd als de ‘stem’ van de Amerikaanse foodbeweging, die sterk is geworteld in de tegencultuur van de jaren zestig en zeventig. Pollans publicaties hebben consumptiekeuzes op een vergelijkbare manier gepolitiseerd en gaan over eating right, met slogans als vote with your fork en eat food, not too much, mostly plants.
Pollan ziet koken en tuinieren als een vorm van micro-politiek waarmee wij als ‘coproducenten’ de controle kunnen overnemen van de voedingsindustrie. Geïnspireerd door mediterrane eetculturen wil Pollan in de VS een nieuwe eetcultuur laten herleven door sociale activiteiten als boerenmarkten en samen koken en eten.
In Groot-Brittannië heeft vooral celebrity chef en maatschappelijk ondernemer Jamie Oliver veel invloed (gehad) op het publieke debat en de politiek door mediacampagnes als Jamie’s School Dinners en Jamie’s Ministry of Food. Hij heeft er onder andere voor gezorgd dat de overheid meer geld investeerde in gezonde schoolkantines en dat er in 2018 een suikertaks werd ingevoerd in Groot-Brittannië. Zijn rol wordt nog versterkt door zijn media presence en zijn professionele crossmediaplatform met alleen al zeven miljoen volgers op Instagram.
Ook andere chef-koks hebben zich binnen de nieuwe voedselbeweging als activist geprofileerd, zoals Alice Waters en Dan Barber in de VS en René Redzepi en Claus Meyer, oprichters van restaurant Noma in Kopenhagen en auteurs van het New Nordic Food Manifesto (2004). Allemaal zetten ze zich in voor een hoogwaardige keuken gebaseerd op duurzame, lokale voedselproductie.

‘Micropolitieke’ praktijken
Het opvallende van de nieuwe foodactivisten is dat ze de maatschappij niet willen veranderen via de conventionele politiek, maar door ‘micropolitieke’ praktijken en persoonlijke transformatie: het idee dat je de wereld kunt veranderen via je bord en boodschappenmand door eating right en voting with your fork. Met onze vork kiezen we immers driemaal per dag voor het voedselsysteem van morgen.
Dat idee is een erfenis van de tegencultuurbeweging die eind jaren zestig ontstond in Noord-Amerika en West-Europa. Voor die beweging was voedsel een ideaal middel voor maatschappelijke verandering. Het kon het persoonlijke met het politieke verbinden, en het bord met de planeet. De tegencultuur gebruikte slogans als the personal is political en think globally, act locally.
Hét cultboek van de tegencultuur was Frances Moore Lappé’s Diet for a Small Planet (1971). Het was het eerste invloedrijke boek dat een plantaardig dieet voorschreef als beste keuze voor mens en planeet.
Hét cultboek van de tegencultuur – en een bestseller – was Frances Moore Lappé’s manifest voor vegetarisme Diet for a Small Planet (1971). Het was het eerste invloedrijke boek dat de grootschalige veehouderij bekritiseerde en een plantaardig dieet voorschreef als beste keuze voor mens en planeet. In haar manifest betoogde Lappé dat persoonlijke keuzes het industriële voedselsysteem en de maatschappij wel degelijk kunnen veranderen. Michael Pollan benadrukt dat Lappé’s visie nog steeds relevant is, omdat ze ons heeft leren nadenken over de ecologische gevolgen van alledaagse voedselkeuzes.
Individuele keuzes
De activisten van nu willen de maatschappij veranderen door keuzes in levensstijl en politiek gemotiveerde consumptie. Zoals Jonathan Safran Foer het samenvat in de titel van zijn boek: Het klimaat zijn wij. De wereld redden begint bij het ontbijt. Die vorm van ‘micropolitiek’ is mede ontstaan onder invloed van het neoliberalisme, dat burgers aanspoort om verantwoordelijkheid te nemen voor hun persoonlijke en maatschappelijke welzijn.
In de neoliberale visie wordt een (on)gezonde leefstijl gezien als een keuze en als een persoonlijke verantwoordelijkheid.
In de neoliberale regeringen van onder anderen Bill Clinton, Tony Blair, David Cameron en ook Mark Rutte wordt een (on)gezonde leefstijl gezien als een keuze en als een persoonlijke verantwoordelijkheid.
Het neoliberale klimaat stimuleert zelfregulering en individuele verantwoordelijkheid, actief burgerschap en initiatieven van onderaf. Het geeft burgers het gevoel dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen via hun individuele keuzes en gedrag (stemmen met je vork). De andere kant daarvan is dat de overheid de verantwoordelijkheid daarmee overdraagt aan de markt en aan de civil society, uit angst voor ‘betutteling’.
Gezondheids- en voedselexperts als Jaap Seidell en Marion Nestle pleiten intussen al jaren voor meer interventie en wetgeving, gezien de ongezonde voedselomgeving en stijgende obesitascijfers. Wetgeving, zoals een accijns op tabak, alcohol en de verplichte autogordel, is immers bewezen effectiever dan alleen voorlichting.

De mythe van de vrije burger-consument
De mythe van de vrije burger-consument en de neoliberale doctrine van persoonlijke verantwoordelijkheid zijn veelvuldig bekritiseerd. Onder anderen Slavoj Žižek noemt het een vorm van ‘cultureel kapitalisme’: het misleidende idee dat je een betere wereld kunt ‘kopen’ vanaf je tablet.
Consumenten hebben vaak niet de tijd, informatie en kennis om de juiste keuzes te maken en zijn ze niet consistent en rationeel in hun gedrag.
Stemmen met je vork wordt dan een gemakkelijk substituut voor écht stemmen. Bovendien hebben consumenten vaak niet de tijd, informatie en kennis om de juiste keuzes te maken en zijn ze niet consistent en rationeel in hun gedrag. Dat is niet omdat ze dom of lui zijn, maar omdat ze continu worden beïnvloed en gemanipuleerd door de media, door marketing en door de (voedsel)omgeving.
Gereduceerd tot marketing
Onder invloed van het neoliberalisme en de opkomst van digitale media is het verhaal van de voedselbeweging inmiddels onderdeel geworden van de mainstream media- en consumptiecultuur. Media- en lifestyle-experts of influencers nemen daarbij de rol van traditionele autoriteiten over, ook op het gebied van voorlichting over voeding. Zo heeft celebrity-chef Jamie Oliver meer invloed dan het Britse voedingscentrum en vervult hij een cruciale rol in de voorlichting over en democratisering van voedselvaardigheden.
De nieuwe elite onderscheidt zich niet meer met luxe, maar met yoga, kimchi en havermelk.
Food is een lifestyle geworden, zoals muziek of mode, waarmee foodies zich identificeren en onderscheiden, onder andere door hippe diëten en foodfestivals. Had veganisme nog niet zo lang geleden een hardcore geitenwollensokkenimago, tegenwoordig is vegan hip en ‘instagrammable’. Sterker nog: bewust met eten bezig zijn (‘Ik kies bewust’) is een nieuwe vorm van culinair cultureel kapitaal geworden, een statussymbool. De nieuwe elite onderscheidt zich niet meer met luxe en materieel bezit, maar met yoga, kimchi en havermelk.
De zogeheten mainstreaming blijkt ook uit de overname van producten en slogans van de ‘alternatieve’ voedselbeweging door de voedingsindustrie, zoals de recente overname van De Vegetarische Slager door Unilever en (een deel van) de Oedipus-brouwerij door Heineken. Termen als ‘echt’, ‘puur’, ‘eerlijk’, ‘authentiek’ en ‘ambachtelijk’ zijn holle frasen geworden.
Het proces van mainstreaming zorgt voor een vermenging van commerciële belangen en politieke of ethische waarden. Als maatschappelijk ondernemer heeft Jamie Oliver veel invloed op het publieke debat en de Britse politiek, en zijn mediaplatform draagt ook sterk bij aan de marketing van food als lifestyle. Jamie’s brand en imago profiteren van zijn non-profit-campagnes en leveren hem aanzien en prestige op.
Aan de andere kant biedt mainstreaming de voedselbeweging de kans om publiek bewustzijn te genereren en een groter publiek te bereiken, bijvoorbeeld met de boodschap dat voedselkeuzes wel degelijk invloed hebben op het klimaat. Maar de exploitatie door de commerciële voedingsindustrie en de commercialisering van lifestyle-georiënteerde media kan dat weer ondermijnen. Het risico is dat maatschappelijke betrokkenheid wordt gereduceerd tot marketingmiddel (een goed ‘verhaal’ voor greenwashing) en statussymbool.
‘Gastro-racisme’
Als de nieuwe foodactivisten echt inclusief willen zijn, dan moeten ze een aantal blinde vlekken onder ogen zien. Ze vertegenwoordigen veelal de westerse hogere middenklasse, die voor eigen parochie preekt en zichzelf in haar zelfgenoegzaamheid bevestigt: het zogeheten echo chamber-effect. Ze idealiseren waarden als authenticiteit, traditie, familie, gemeenschap, zelf koken en voedsel verbouwen. Daarachter kan de impliciete aanname liggen dat de traditionele eetcultuur is verdwenen sinds vrouwen zijn gaan werken.
Die blinde vlek voor gender- en arbeidsdeling wordt behalve door Michael Pollan zelden ter discussie gesteld. Sterker nog: foodactivisten romantiseren vaak niet-westerse en mediterrane eetculturen, zoals Jamie Oliver met zijn Italiaanse nonna’s en de cucina povera (armeluiskeuken), of Michael Pollan, die het ‘authentieke’ India idealiseert tegenover het ‘industriële’ Amerika. Maar ook deze traditionele eetculturen veranderen.
Herwaardering van culinair erfgoed en trots op eigen eetcultuur moeten niet omslaan in een ‘eigen eten eerst’-mentaliteit.
Een andere blinde vlek is de overdreven aandacht voor lokaal geproduceerd voedsel, waardoor het globale perspectief en de diversiteit uit beeld verdwijnen.
Wat is authentiek en lokaal voedsel überhaupt? Nadat Christoffel Columbus in 1492 de Nieuwe Wereld had ontdekt, ontstond er in korte tijd een internationaal netwerk van handel tussen de Oude en de Nieuwe Wereld waardoor honderden soorten gewassen, dieren en goederen (en ziekten) werden getransporteerd. In het licht van die uitwisseling komt de huidige hang naar lokaal, puur en authentiek eten nogal provinciaals over.
Herwaardering van culinair erfgoed en trots op eigen eetcultuur zijn belangrijk, maar moeten niet omslaan in een ‘eigen eten eerst’-mentaliteit of een vorm van ‘gastro-racisme’. Zo hebben enkele Italiaanse steden de afgelopen jaren fastfood en ‘etnisch’ eten verbannen ten gunste van eigen regionaal voedsel. En de New Nordic Cuisine legt zich strikte beperkingen op door alleen nog met ‘oorspronkelijke’ lokale seizoensproducten te koken. Noodgedwongen gebruiken ze zure mieren in plaats van citroen.
Het geloof in een ‘oorspronkelijke’ keuken is een nostalgisch en vals idee.
Conservatisme en eenkennigheid zijn logische reacties op de negatieve effecten van globalisering en standaardisering, maar sinds de menselijke beschaving is eetcultuur altijd een resultaat geweest van handel, migratie en mondialisering. Het geloof in een ‘oorspronkelijke’ keuken is dan ook een nostalgisch en vals idee.
De meest karakteristieke ingrediënten van een eetcultuur zijn vaak zelf het product van handel en mondialisering, denk aan de heilige drie-eenheid van pasta, tomaat en basilicum in de Italiaanse keuken, aan de Indonesische rijsttafel in Nederland, varkensvlees in de Spaanse keuken, curry in Engeland en Peruaanse ceviche. En hoe authentiek Hollands zijn aardappelen, pindakaas en speculaaskruiden nou helemaal? John Dickie stelt dan ook terecht in zijn geschiedenis van de Italiaanse keuken Delizia!: ‘All food is fusion food.’
De sociale functie van eten
De stad is bij uitstek de plek waar diversiteit, handel en globalisering bij elkaar komen. Als de nieuwe voedselbeweging echt inclusief en toekomstgericht wil zijn, zal ze moeten aansluiten bij grootstedelijke ontwikkelingen. Verstedelijking blijft immers wereldwijd toenemen. Bovendien leven in een metropoolregio als Amsterdam inmiddels meer jongeren en migranten.
De grootste groep inwoners van Amsterdam is tussen de 25 en 45 jaar en ongehuwd, en in verhouding wonen er nu al meer migranten dan autochtonen. De generatie millennials (geboren tussen 1980 en 2000) blijft voorlopig de grootste bevolkingsgroep in Amsterdam. Millennials hebben een sterke belangstelling voor voedsel, zowel voor de lifestyle kant en de diverse eetculturen als voor herkomst en duurzaamheid. Tegelijkertijd koken ze steeds minder (want zijn ze vaak alleenstaand) en eten ze vaker buitenshuis of laten eten thuisbezorgen.
In plaats van de nadruk te leggen op traditie, authenticiteit en zelf koken, zou de nieuwe voedselbeweging zich meer op diversiteit en de sociale functie van eten kunnen richten, bijvoorbeeld door concepten te ontwikkelen waarbij diverse functies van voedselproductie en -consumptie gecombineerd worden: markt, eten, koken, voedsel verbouwen en delen.
Markthalle Neun in Berlijn (gekocht door buurtbewoners) is een mooi voorbeeld van zo’n markthal met diverse functies: weekmarkt van lokale boeren, streetfood-avonden, eettentjes, kookworkshops en educatieve programma’s. Een ander innovatief concept is Boeren & Buren, een korte-ketennetwerk en webplatform waar buurtbewoners direct inkopen bij boeren uit de regio en elkaar ontmoeten in ‘buurderijen’. Denk ook aan laagdrempelige, betaalbare eetgelegenheden, zoals foodcourts en community kitchens (in plaats van gelikte foodhallen), die juist de culturele diversiteit representeren, zoals foodcourt The World of Food in Amsterdam-Zuidoost, die startende multiculinaire ondernemers een kans biedt.
Foodblogger Mooncake zet juist dit soort ‘onbekende’ eetculturen op de kaart, die bij de mainstream bloggers en influencers vaak buiten beeld blijven. Ook Nadia Zerouali geeft met haar kookboeken en projecten een stem en een kans aan vrouwen en thuiskoks die anders onzichtbaar blijven.
Maatschappelijke en culinaire ondernemers hebben laten zien hoe je voedsel en koken kunt gebruiken als empowerment voor kansarme groepen en als middel om mensen van diverse achtergronden bij elkaar te brengen.
Ten slotte biedt de nieuwe stad ook kansen voor chef-koks en culinair ondernemers die een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor gasten, klanten en andere chefs. Ze treden bijvoorbeeld op als ambassadeurs van producenten en boeren door de herkomst en de duurzaamheid van producten te belichten. Of ze koken volgens het 80/20-principe (80 procent groente, 20 procent dierlijk eiwit) en laten zien en proeven hoe je groente lekker kunt klaarmaken.
Maatschappelijke en culinaire ondernemers zoals Claus Meyer van de New Nordic Cuisine hebben overtuigend aangetoond hoe je voedsel en koken kunt gebruiken als empowerment voor kansarme groepen en als middel om mensen van diverse achtergronden bij elkaar te brengen. De nieuwe voedselbeweging kan zo duurzaam en inclusief van onderaf worden vormgegeven.
We moeten ook onze politieke stem inzetten om meer regulering en wetgeving af te dwingen voor een duurzamer, inclusiever en gezonder voedselsysteem.
Tegelijkertijd is stemmen met je vork niet voldoende, we moeten ook onze politieke stem inzetten om meer regulering en wetgeving af te dwingen voor een duurzamer, inclusiever en gezonder voedselsysteem. Of, in de onbevangen woorden van Jamie Oliver: ‘If we all start doing something, then the government will do just what they’re told. They don’t run us, we run the government!’
Dit artikel is een bewerkte versie van een essay dat Antonia Mazel schreef voor de bundel Boze boeren, LED-lampen en kipdino’s. De bundel werd samengesteld in opdracht van Flevo Campus, een opleiding- en onderzoekinstituut dat zich richt op stedelijke voedselsystemen in de 21ste eeuw. De bundel wordt op 6 december in Almere gepresenteerd tijdens het gratis toegankelijke Flevo Campus Live publieksevenement.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.