Een half jaar geleden verruilde ik de pittoreske Amsterdamse grachten voor de brede straten van Slotervaart in stadsdeel Nieuw-West. De planmatige, modernistische wederopbouwarchitectuur herinnert me soms aan waar ik woonde als student: het stukje Berlijn dat door intimi Kreuzkölln of liefkozend Kotzkölln wordt genoemd, de grens tussen Kreuzberg en Neukölln, en − zum kotzen − het mekka van de internationale gentrifying hipster. Tientallen broedplaatsen, jongerenwoningen en hippe koffietentjes: er wordt gefluisterd dat het groene Nieuw-West het Amsterdamse Kreuzberg aan het worden is. Althans, dat schrijft Iamsterdam, de city marketing-website van Amsterdam.
Bestuurders en planologen van de gemeente benadrukken de overeenkomsten tussen de twee wijken maar al te graag. Ronald Mauer, dagelijks bestuurder van Nieuw-West en portefeuillehouder ruimtelijke ordening, is de bedenker en misschien wel meest actieve promotor van de Kreuzberg-vergelijking. Tijdens een tripje naar Berlijn deed hij de inspiratie op. Het was rond de economische crisis en Nieuw-West stond aan de vooravond van grondige renovatie. In Kreuzberg zag Mauer een visie voor Slotervaart: ‘Een ontspannen mix van jonge, hippe bewoners en bewoners met een migratieachtergrond. De Turkse groenteboer naast de nieuwe koffiebar en winkeltjes.’ De kreet was ook gericht aan de stad: ‘Amsterdam bestaat niet alleen uit het centrum. Investeer in zo’n wijk, dan krijg je misschien een soort Kreuzberg.’
Parijse toestanden
In Kreuzberg werden sinds de jaren zestig kunstenaars, migranten en studenten aangetrokken door de relatief lage huren. Nog steeds is er een sterk antikapitalistische subcultuur. Maar juist de ‘rauwheid’ bleek ook aantrekkelijk voor expats en internationale investeerders. Samen met Londen en New York is Kreuzberg nu bovenal een boegbeeld van extreme gentrificatie.
De Kreuzberg-vergelijking staat in schril contrast met hoe Slotervaart lang bekend stond: als Nederlandse banlieue. In oktober 2007 sprak toenmalig hoofdcommissaris van het Amsterdamse politiekorps Bernard Welten zijn vrees uit voor ‘Parijse toestanden’ in Amsterdam-Slotervaart. Een politieagent had de 22-jarige Bilal B. doodgeschoten nadat deze in verwarde staat twee agenten neerstak. De dagen erop vlogen er stenen door de ramen van het politiebureau aan het August Allebéplein, een handvol auto’s werd in brand gestoken.
‘Kreuzberg staat voor the place to be: werelds, creatief, cool en overwegend wit.’
De brandende auto’s van de Parijse rellen twee jaar eerder stonden nog op ieders netvlies. Nadat twee jongens in de voorstad Clichy-sous-Bois waren geëlektrocuteerd in een elektriciteitshokje waarin ze zich verstopten voor politie, was toen overal in de banlieues oproer ontstaan.
‘Niemand kan Parijse toestanden uitsluiten,’ zei de toenmalige voorzitter van Amsterdam-Slotervaart (toen nog een apart stadsdeel) Ahmed Marcouch als reactie op Weltens uitspraken, ‘maar wie ze wil voorkomen, doet er verstandig aan speculaties achterwege te laten.’ Marcouch begreep toen al dat beeldvorming vergaande invloed heeft op wat er in de wijk zelf gebeurt.
Amsterdam-Slotervaart vergelijken met de Parijse banlieues of Kreuzberg is eigenlijk vrij onrealistisch, zegt Wouter van Gent, stadsgeograaf aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Kreuzberg heeft een compleet andere geschiedenis, ligt dichter bij het centrum en is in een verder gevorderd stadium van gentrificatie. En “de banlieues” zijn net zoals Nieuw-West het gevolg van wederopbouwarchitectuur, maar te grootschalig en divers om ze te vergelijken met Slotervaart.’
Volgens van Gent gebruiken planologen en bestuurders deze vergelijkingen om beelden en associaties op te roepen. ‘Ze vergelijken het hier met Kreuzberg om tot de verbeelding te spreken, vernieuwingen te “verkopen” en het imago te creëren van een wijk in opkomst. “Kreuzberg” staat voor the place to be: werelds, creatief, cool en overwegend wit. En “banlieues” voor arme, vieze en onveilige flatbuurten met veel minderheden.’
De banlieues als schrikbeeld, Kreuzberg als ambitie. Maar welk effect hebben deze verbeeldingen op de dynamiek in het gebied?
(tekst gaat door onder de foto)
Groot draagvlak
Of de situatie in Amsterdam-Slotervaart vergelijkbaar is met die in de Parijse banlieues? ‘Flauwekul,’ zeggen wijkagenten Abderrahman Tonouh en Mohsin Ben el Faquih Akalay als ik het ze vraag. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat deze vriendelijke, grote mannen met iedereen in de buurt een gemoedelijk praatje maken, maar ook moeiteloos een situatie onder controle houden.
We treffen elkaar op het Mondriaanplein, een dag na de antiracismedemonstratie op de Dam vanwege de dood van George Floyd tijdens een arrestatie. Het Mondriaanplein heeft zijn eigen geschiedenis met politiegeweld. De spanningen tussen politie en buurtbewoners bereikten hier in april 1998 een hoogtepunt toen een Marokkaanse tiener hardhandig werd gearresteerd en buurtbewoners de betreffende agenten aanvielen. De menigte die zich had verzameld, besloot vervolgens spontaan de rotonde om te hoek te bezetten. Het waren de roemruchte ‘August Allebé-rellen’ − later zou vaak naar dit incident verwezen worden als de start van het zogenoemde ‘Marokkanenprobleem’.
Tijdens de demonstratie gisteren was het zo kalm in de wijk dat Tonouh en Akalay werden opgeroepen om te assisteren in het centrum. Die rust is typerend. Akalay: ‘Ik schrik van filmpjes van collega’s in Frankrijk of België. Alleen in colonne naar binnen, no-go area’s. Daar is hier totaal geen sprake van.’ Tonouh voegt toe: ‘Een paar jaar geleden stond het hier nog bekend als probleemwijk. Maar wij kunnen makkelijk met zijn tweeën alleen de wijk in, ook zonder wapenstok, bij wijze van spreken. Het belangrijkst is dat we een groot draagvlak hebben onder bewoners.’
De crisis als kantelpunt
‘Vroeger klopte die vergelijking met de banlieues beter,’ zegt historicus en publicist Tayfun Balçik, ‘maar de rellen hebben Slotervaart wel op de kaart gezet.’ Op zijn achtste kwam Balçik in de wijk wonen, ten tijde van de rellen was hij veertien. Hij herinnert zich nog goed hoe hij met de menigte naar het Mondriaanplein rende. ‘Het was een eng beeld. Zes witte politieagenten zaten op de borst van die jongen, ik zag zijn gezicht roodblauw aanlopen. Ik geloof nog steeds dat hij was gestikt als er niemand had ingegrepen.’
Sinds de rellen kleefde er een stigma aan het gebied als ‘Marokkaanse probleemwijk’. Maar, vertelt Balçik, er kwam ook meer aandacht en geld. De politie kreeg een andere rol, er kwamen buurtcentra. Er werd een 24-uursprogramma voor jongeren met meervoudige problemen in het leven geroepen. ‘Met de crisis in 2008 en de bezuinigingen van 2011 is veel daarvan weer afgebroken,’ zegt Balçik. ‘En sindsdien kwam de gentrificatie in de wijk op gang.’
Mohamed verft elk jaar het gehele appartement opnieuw om de schimmel tegen te gaan.
Het was rond diezelfde periode dat Mauer voor het eerst sprak over Slotervaart als het nieuwe Kreuzberg. ‘De financiële crisis was inderdaad een kantelpunt,’ bevestigt stadsgeograaf Wouter van Gent. Het directe eigen vermogen van de gemeente en woningcorporaties bereikte een gevaarlijk dieptepunt, waardoor er op korte termijn winst moest worden behaald op alle investeringen. ‘De transformatie van Slotervaart stond al langer op de planning, maar nu moest er optimaal rendement worden behaald op grondexploitatie en ontwikkeling. Vooral in de wijk Overtoomse Veld is in de periode erna flink ingezet op verdichten. Er zaten geen sociale motieven meer achter de vernieuwing. Er werd ingezet op duurdere woningen, maar ook op het faciliteren van winkels, horeca en cultuurvoorzieningen die sterk aansluiten op de smaak van de nieuwe middenklasse.’
Ook na de crisis zette deze trend door, zegt van Gent. ‘In de afgelopen tien jaar werden nieuwe projecten in Amsterdam gekenmerkt door hoge woontorens met dure particuliere huurwoningen en luxe penthouses voor de superrijken en speculanten.’
Luxe
‘Neem je wel je paspoort mee?’ grapte Joris Kijzer aanvankelijk vaak als vrienden uit ‘de stad’ op bezoek kwamen. Zijn toenmalige vriendin moest hij wel overtuigen om een woning buiten de ring te kopen, vertelt hij, ‘maar het waren euro’s of vierkante meters.’ Het werd het laatste: in 2017 kocht hij voor iets meer dan twee ton een appartement van 83 vierkante meter in zelfbouwgroep ‘De Samenwerkers’ in Slotervaart.
Een open keuken met strak, zwart keramisch blad loopt over in een ruime, lichte woonkamer. De zuidwand is vrijwel volledig van glas. Langs de grote ramen zwieren hangplantjes naar beneden: een verwijzing naar het groene karakter van het gebied, met de Sloterplas en het Rembrandtpark om de hoek. Buiten steekt het groen stijlvol af tegen de roze betonblokken waarvan het gebouw, ontworpen door Olaf Gipser Architects, gemaakt is. Iets verderop ligt het nieuwste project van dezelfde architecten: de Overtoomse Loft ‘New West’. Een imponerend gebouw, volledig opgebouwd uit grijs beton. Het ademt luxe. Door een glazen hart in het geraamte heen zijn meterslange hangplanten te zien. ‘Alsof ik naar een hotel ben gegaan en een upgrade heb gekregen, zo voelt het. Dit is echt mijn droomhuis.’
Viola Welling zocht met haar gezin al jaren een huis in Amsterdam. Ze wilden bijna opgeven, toen ze werden ingeloot op een loft van ruim vier ton. Na voor nog ongeveer een ton te hebben verbouwd, wonen ze sinds begin dit jaar op de zevende en achtste verdieping van de New West, schuin tegenover het ouderlijk huis van Tayfun Balçik. Ook hier is één wand volledig van glas: het licht stroomt het huis binnen. Uit een witmarmeren keukenblad verrijst een kraan met koud en kokend water. Een wenteltrap naar boven geeft toegang tot een vide met uitzicht over Nieuw-West.
Licht, lucht en ruimte. Deze drie kernbegrippen inspireerden de stedenbouwkundige Van Eesteren in zijn ontwerp van de Westelijke Tuinsteden, waarvan Slotervaart deel uitmaakt. In deze twee projecten voel je de allure die deze visie toentertijd moet hebben gehad. Al voor de Tweede Wereldoorlog lag Van Eesterens Amsterdams Uitbreidingsplan (AUP) klaar. Na de oorlog waren er woningen nodig, en snel. Het plan werd uit de la getrokken als blauwdruk voor de wederopbouw. Binnen korte tijd werden er, met de gebrekkige materialen die vlak na de oorlog voorhanden waren, hele stadswijken uit de grond gestampt volgens de functionalistische leer. Er moest gescheiden worden gewoond, gewerkt en ontspannen − exact zoals Van Eesteren had gepland.
Een interessant experiment, maar niet altijd even passend bij de menselijke maat. Zo schrijft Jos Gadet, hoofdplanoloog van de gemeente Amsterdam, in zijn boek Terug naar de stad (2011) dat functionalistische wijken overal ter wereld ‘stortplaatsen’ zijn geworden voor ‘kansloze migranten’. Niet de wijken zelf veroorzaken de kansarme positie van de bewoners: ‘maar ze zijn wel zo onaantrekkelijk dat mensen die de kans hebben er niet gaan wonen.’
Schimmel
Ingesloten door New West en De Samenwerkers ligt de Johan Greivestraat. Aan de vier blokken portiekflats van elk vijf verdiepingen, in totaal 112 sociale huurwoningen gebouwd ten tijde van de wederopbouw, is sinds lang geen grootschalig onderhoud meer verricht. En dat is te zien. De gebrekkige woonomstandigheden waren vorig jaar reden voor de huurcommissie om de huren van ongeveer de helft van de bewoners te bevriezen.
Recht tegenover Balçik wonen Mohamed en Fatima Sadiki met hun vier dochters. Sinds 2007 wonen ze in een woning van 68m2. ‘Wij zouden nergens anders willen wonen,’ zegt Mohamed. Fatima is opgegroeid in de wijk, haar ouders wonen om de hoek. Ze waarderen de centrale locatie, binnen twintig minuten zijn ze op Schiphol of op de Dam. ‘Maar eigenlijk is er sinds het begin al gedoe.’
Hij laat de schimmelplekken zien in de woonkamer, slaapkamers, badkamer. Een van hun dochters heeft last van astma. Mohamed is bang dat dat door de schimmel in de woning komt. Elk jaar verft hij het gehele appartement opnieuw om de schimmel tegen te gaan. Onlangs plaatste hij zelf ook een nieuwe keuken: ‘Het is eigenlijk de verantwoordelijkheid van de corporatie, maar daar wilde ik niet meer op wachten.’
‘Telkens veranderen de plannen, de bewoners zijn moedeloos. We zijn er klaar mee.’
Samen met twee buren zit Sadiki in de bewonerscommissie. Daarin overlegt hij met woningcorporatie De Key. ‘Met de vorige corporatie bereikten we in 2007 een afspraak voor sloop en nieuwbouw, maar toen kwam de crisis en werd het afgeblazen.’ Na de overname door De Key in 2012 begonnen de onderhandelingen opnieuw. Momenteel ligt er een concept voor sloop/nieuwbouw. Volgens dit concept zal het ontwikkelrecht van de grond waar drie van de vier flats op staan, worden verkocht aan een marktpartij om daar particuliere huurwoningen te kunnen bouwen. Met deze opbrengsten, licht De Key-bestuurder Leon Bobbe toe, ‘zou De Key voor een deel de sloop en nieuwbouw financieren van de sociale huurwoningen op de resterende grond.’
Op die resterende grond zouden er rond de vijftig sociale huurwoningen komen, waarnaar ongeveer de helft van de 112 zittende bewoners kunnen terugkeren. Op de andere helft van de grond waarvan De Key dan nog het ontwikkelrecht heeft, komen woningen voor jongeren en starters: rond de tachtig woningen van elk 40 m2. Sinds een statutenwijziging in 2016 richt De Key zich expliciet op deze jonge doelgroep. Arcade, de huurderskoepel van De Key, verzet zich met rechtszaken en onderzoek sterk tegen deze verjongingsplannen. Ze vinden dat ze niet voldoende zijn geraadpleegd over de veranderingen, en vrezen nadelige gevolgen voor zittende huurders.
Strategische voordelen
Volgens Edwin de Jong, die de bewonerscommissie namens de stichting Woon! ondersteunt, heeft de nieuwe strategie inderdaad een nadelig effect op de bewoners van de Greivestraat: ‘Tijdens onderhandelingen heeft De Key tegen hen gezegd: “Jullie zijn niet meer onze doelgroep, dus een grootschalige renovatie past niet meer binnen onze strategie.”’
De Key ziet het anders. ‘Dat De Key zich ook inzet voor zittende bewoners blijkt op diverse andere plekken in de stad waar we wel grootschalige renovaties doen.’
De Jong denkt dat er bij de keuze voor de nieuwe doelgroep ook bedrijfskundige en strategische voordelen zijn meegewogen. ‘Jongerenwoningen zijn klein, waardoor ze relatief meer huuropbrengsten genereren. Daarnaast hebben jongerenwoningen tijdelijke contracten: om de maximaal vijf jaar zijn alle huurders gewisseld.’ Dat is financieel voordelig omdat de woningbouwvereniging deze woningen dan in principe na die vijf jaar − zonder inspraak van zittende huurders − beschikbaar kan maken om te slopen, renoveren of verkopen. ‘De Key kan sturen op hun woningbezit op een manier waar andere corporaties alleen van kunnen dromen − wat hen ook aantrekkelijk maakt voor investeerders.’
‘Overal in Amsterdam zie je dat corporaties en ontwikkelaars vooral kleinere woningen opleveren,’ zegt Harm Hermant, vanuit de gemeente Amsterdam als projectmanager verantwoordelijk voor de stedelijke transformatie van Overtoomse Veld. ‘Daar waar de bouw- en grondkosten hoog zijn, krijg je vanzelf kleinere woningen.’
Over de ontwikkeling op de afgestoten grond zegt Hermant: ‘De corporatie ziet die woningen graag als vrije sectorhuur’ – met een maandelijkse vrije huur vanaf 1000 euro – ‘en de gemeente ziet ze als middenhuur’ – een maandelijkse vastgestelde huur van 750 tot 1000 euro. ‘Die gesprekken lopen nog, alleen formeel heeft de gemeente daar weinig over in te brengen.’ De laatste geluiden zijn dat er inderdaad geen middensegment huurwoningen zullen komen.
‘We zijn al minstens vijftien jaar bezig,’ zegt Mohamed Sadiki. ‘Telkens veranderen de plannen, de bewoners zijn moedeloos. We zijn er klaar mee.’
(tekst gaat door onder de foto)
Voor de Sadiki’s voelt het alsof De Key een bewuste uitputtingsstrategie hanteert, waardoor ze op termijn elk voorstel zullen accepteren. Voor hen is duidelijk dat De Key hen liever kwijt dan rijk is: ‘De financiële missie is belangrijker dan de zittende bewoners.’ De corporatie herkent zich niet in dat beeld. ‘Het is nou eenmaal een ingewikkelde, gevoelige procedure waar emoties hoog kunnen oplopen en dingen tijd kosten,’ zegt bestuurder Leon Bobbe. Recent schorste de bewonerscommissie het overleg, omdat ze zich onvoldoende gehoord voelde. Met de gemeente als bemiddelaar overhandigde ze haar eisen over minimale woninggroottes en middenhuur.
‘Er heerst een minderwaardigheidscomplex over de buurt, dus nieuwkomers worden warm onthaald’ – Abdelkader Benali
Voor de Sadiki’s is de komst van middenhuur cruciaal. Ze verdienen net boven de sociale inkomensgrens, dus zouden in het liggende sloop/nieuwbouwplan niet mogen terugkeren of doorverhuizen met stadsurgentie. Maar vrijesectorhuurprijzen, laat staan koopwoningen, zijn voor hen onhaalbaar. En als ze weg moeten uit de buurt, dan is hun hele sociale vangnet weg. Fatima: ‘Maar je hoopt ook niet een getto te worden tussen allemaal mooie woningen. Soms vraag ik me af hoe het is voor onze nieuwe buren om uit te kijken op onze lelijke gebouwen. Dat zal ook niet leuk zijn voor hen.’
Paard van Troje
‘Ik heb mezelf wel eens omschreven als een paard van Troje,’ vertelt Abdelkader Benali, ‘Soms geef ik lezingen als rolmodel voor jongeren in de buurt. Die jongens kijken dan naar mij op, naar wat ik heb bereikt. Terwijl ik ook de reden ben dat die jongens straks geen huis meer kunnen vinden in hun eigen wijk.’ Toen een jongerenwerker in de buurt hoorde dat Benali een huis had gekocht in New West, riep hij tegen hem: ‘Ik hoorde dat je naar de getto komt!’ ‘Er heerst een minderwaardigheidscomplex over de buurt, dus nieuwkomers worden warm onthaald,’ verklaart Benali.
De schrijver en programmamaker woont op de bovenste verdieping van de Overtoomse Loft. ‘Afgaand op de flyer leek het alsof je in Upper East Side New York ging wonen, met talloze voorzieningen. Terwijl die er natuurlijk niet echt zijn.’
Sinds de stedelijke vernieuwing stromen hoogopgeleide, kosmopolitische tweeverdieners de wijk in. Veel van deze ‘nieuwkomers’ zijn wit, maar ook mensen met een migratieachtergrond die sociaal-economisch hoog op de ladder staan, maken deel uit van deze beweging. Ze komen te wonen naast gezinnen, vaak met een Turkse of Marokkaanse achtergrond, die weinig te besteden hebben en daardoor al jarenlang vastzitten in krappe sociale huurwoningen. De kinderen van deze ‘oude bewoners’ kunnen geen betaalbaar huis meer vinden in de buurt. Door het gebrek aan een middensegment kan de Turkse en Marokkaanse middenklasse uit de wijk zelf − zoals de Sadiki’s − nauwelijks meer doorstromen naar andere woningen.
De stedelijke vernieuwing van Overtoomse Veld heeft de onderlinge tegenstelling in de wijk uitvergroot. Er is een klassenverschil ontstaan, met weinig tot geen bewegingsruimte voor sociale mobiliteit. De kloof die de banlieues van de rest van Frankrijk scheidt, lijkt in Amsterdam-Slotervaart door de brede straten van de wijk heen te lopen.
(tekst gaat door onder de foto)
Twee werelden
Aan de ene kant zijn de vernieuwingen een positieve impuls. Sommige oude bewoners verhuizen naar gerenoveerde, mooie woningen. En de nieuwkomers brengen een frisse energie met zich mee, zien wijkagenten Tonouh en Akalay. ‘Eerst waren de gordijnen dicht, werden tuinen verwaarloosd. Nieuwe bewoners willen dingen aanpakken, daarmee verandert de buurtcultuur.’ In plaats van de heersende zwijgcultuur is er nieuw leven ontstaan. Ook Fatima Sadiki is blij met de vernieuwingen: ‘Het is nu levendiger. En de rattenplaag van een paar jaar geleden is verdwenen.’ Het valt haar wel op dat haar nieuwe buren vrijwel nooit gedag zeggen op straat: ‘Soms voelt het alsof iemand ze heeft verteld dat wij van dit blok allemaal criminelen zijn.’
‘Er zijn nieuwe bewoners die zich nauwelijks verdiepen in de buurt waarin ze gaan wonen’
Er is namelijk ook een negatieve kant. ‘Door de nieuwe stenen zijn er twee werelden ontstaan,’ ziet Mohamed Azahaf, gebiedsmakelaar Slotervaart Zuid, ‘en die twee werelden en leefwijzen botsten.’ Zo spreken oude bewoners nieuwe bewoners soms aan dat ze bepaalde dingen – zoals afval prikken – beter niet kunnen doen. Ze zijn bang dat de gemeente daar anders niet meer voor langskomt. Andersom zijn voor veel nieuwe bewoners de groepjes jongens op straat een teken van overlast, vertelt Azahaf, terwijl oude bewoners dat niet noodzakelijk zo ervaren. Doordat er grote gezinnen in kleine woningen zitten, zoeken deze jongeren vaak hun toevlucht op straat.
Azahaf: ‘Het is hier relatief goedkoop in vergelijking met de rest van de stad, maar er zijn nieuwe bewoners die zich nauwelijks verdiepen in de buurt waarin ze gaan wonen. Pas later komen ze dan achter de problemen die spelen in de wijk. Problemen die horen bij een grote stad, zoals armoede en criminaliteit. Sommigen schrikken daar zo van dat ze na een half jaar weer vertrekken.’
Ook Abdelkader Benali denkt dat sommige van zijn buren, aangetrokken door de relatief lage prijzen, vrij naïef het gebied introkken. ‘Maar als je hiernaartoe verhuist, krijg je the whole package. Je kunt niet bepalen wat jou daarvan uitkomt. Dat brengt een bepaalde culturele sensitiviteit met zich mee. En mensen hebben het idee dat ze hier in een veilig fort wonen, terwijl je juist enorm kwetsbaar bent.’
In de eerste week dat er mensen woonden in de New West, werd er meteen een motor gestolen uit de garage. Iemand was vergeten de garagedeur dicht te doen. Ook bij De Samenwerkers waren problemen op het parkeerterrein: hangjongens, wat krassen op een paar auto’s. Ze hebben er later een zwaar, ijzeren hek omheen geplaatst. ‘Het voelt daardoor toch een beetje alsof je op een compound woont,’ zegt Kijzer schoorvoetend.
‘Soms is het al heel wat als mensen vreedzaam naast elkaar kunnen leven’
‘Ik zou het nu niet echt een dynamiek in de wijk noemen,’ zegt Tayfun Balçik, ‘eerder gescheiden, gesegregeerde levens. Ieder met een eigen portaal, op straat leven we langs elkaar heen.’ Zelf woont Balçik noodgedwongen nog in zijn ouderlijk huis, met een werkplek op zolder. Maar nu hij 35 is, zou hij toch graag een eigen appartement vinden in Nieuw-West.
Mensen vergelijken zich met hun nieuwe buren, vertelt Balçik. ‘Jarenlang was hun situatie slecht: armoedige en verpauperde huizen, een onveilige buurt, renovaties die jarenlang duren. En dan staat daar ineens een prachtig woonblok, nota bene roze, met bloemetjes. Natuurlijk brengt dat afgunst, jaloezie.’
(tekst gaat door onder de foto)
Vreedzaam naast elkaar
‘We zijn gaan inzien dat een eenzijdige wijk met alleen sociale huur tot meer problematiek leidt,’ zegt Nieuw-West-bestuurder Ronald Mauer. ‘Met de huidige vernieuwingen in Slotervaart proberen we de wijk aantrekkelijker en daarmee gemengder te maken.’ Hij benadrukt dat het geen bewust beleid is om onderlinge verschillen te vergroten of mensen te verjagen. ‘Soms is het al heel wat als mensen vreedzaam naast elkaar kunnen leven.’
Gebiedsmanager Slotervaart Annemiek Hoogland beaamt dat. ‘Maar bij voorkeur ook mét elkaar,’ vindt ze. Ze kan de voorbeelden overal in het gebied aanwijzen. Nieuwbouw naast panden waar mensen ontevreden zijn over de staat van hun woningen, of in conflict liggen met de corporatie. ‘Uiteraard krijg je dan mensen die zeggen: waarom zij wel, en wij niet?’
Benali denkt niet dat je geforceerd moet willen mengen
Om de tweedeling in het gebied tegen te gaan, vindt ze het belangrijk dat er voldoende grotere, kwalitatief goede en betaalbare woningen voor de oude bewoners komen. Ook pleit ze voor ontmoetingsruimtes in de buurt, en ‘het zou schelen als de kinderen elkaar tegenkomen op school.’ Op het Mondriaanplein liggen namelijk sinds kort twee basisscholen: El Kadisia voor oude bewoners, een open islamitische school, en DENISE (De Nieuwe Internationale School Esprit), met tweetalig onderwijs − Engels en Nederlands − en een jaarlijkse ouderbijdrage van negenhonderd euro.
‘Er is een duidelijk klassenverschil,’ zegt Abdelkader Benali, ‘maar van een tweestrijd is zeker nog geen sprake.’ Hij denkt niet dat je geforceerd moet willen mengen. ‘Eigen scholen zijn niet per se slecht, iedereen wil zich thuis voelen bij andere ouders van zo’n school. Alleen zou het voor iedereen mogelijk moeten zijn om hun kinderen naar DENISE te sturen − mochten ze dat willen’.
De eerste dag dat DENISE open was in 2019 zijn er stenen door de ruiten gegooid, vertelt gebiedsmakelaar Overtoomse Veld Fatima El Houfi. Op dezelfde plek zat eerder het Mondriaancollege, waar de radicale Hofstadgroep ontstond. ‘Nog altijd broeit er iets in Slotervaart,’ zegt El Houfi. ‘Er is een wereld waar wij van de gemeente of politie ook geen grip op krijgen.’
El Houfi vindt dat er mede daarom blijvend geïnvesteerd moet worden in sociale problematiek. ‘Alleen nieuwe stenen lossen dat niet op. Achter die iets mooiere voordeur blijven de problemen exact hetzelfde: armoede, werkloosheid, huiselijk geweld en de dagelijkse strijd om te overleven.’
‘De omgeving wordt kansrijker,’ zegt Tayfun Balçik, en daarmee zijn de vernieuwingen ook een positieve prikkel. ‘Alleen weten veel mensen nog niet hoe die nieuwe kansen te benutten, welke wegen daarvoor te bewandelen. Zo stompen ze af, raken uitgeput. Vroeger moest je je alleen invechten. Nu moet je al vechten om te blijven waar je bent, om hier te kunnen blijven wonen.’
Eén grote snoepwinkel
En zo bestaan de verbeelde polderversies van Kreuzberg en de banlieues naast elkaar, met mensen die hun eigen buurt ‘de getto’ noemen naast panden die worden opgekocht als investering. Hip en rauw verkoopt beter dan achterstand.
De financiële crisis van 2008 was het kantelpunt om te investeren in het gebied om er vervolgens ook aan te verdienen. Het is de vraag wat straks het effect van de coronacrisis gaat zijn.
Borrelen met vrienden doet nieuwe bewoner Joris Kijzer vooralsnog binnen de ring. ‘Hopelijk is het hier over tien jaar inderdaad Kreuzberg, met leuke barretjes en winkeltjes. Het heeft alleen nog even tijd nodig.’
Tayfun Balçik vermoedt dat over tien jaar veel van zijn buurtgenoten verhuisd zijn naar Zaandam of Nieuw-Vennep. Toch ziet ook hij heil in het ideaal van Kreuzberg. ‘Duitsland is verder in het integratieproces, mede omdat veel Turkse Duitsers daar al een generatie langer wonen. Er is daardoor meer vermenging. Dat is een stap die wij in Amsterdam nog wel mogen maken. Gemengd wonen is een mooi ideaal, maar waarom bouwen we dan niet wat meer sociale huurwoningen in Amsterdam-Zuid?’
Nieuwe bewoonster Viola Welling heeft allerlei ideeën om verbinding in de wijk op gang te brengen: een plantenbibliotheek om stekjes te delen, fotoprojecten met verhalen uit de buurt, een food festival. Ze is aangedaan wanneer ze hoort dat haar buurvrouw Fatima Sadiki hoopt dat de nieuwe buren zich niet al te zeer storen aan de lelijke flat waarin zij woont. ‘Ik hoop dat we samen een keer thee kunnen drinken,’ zegt Welling.
Bij de opening van een gebouw in de buurt, vertelt Abdelkader Benali, ontmoette hij laatst een investeringsbankier: ‘Vanaf de bovenste verdieping keken we samen uit over Nieuw-West. Die man wees en zei: “Daar ga ik kopen, en daar, en daar.” Voor hem was het gebied één grote snoepwinkel.’ Om de vergelijking met de banlieues moet Benali vooral lachen. ‘Ik woonde hiervoor in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid, daar heb ik wel wat meer meegemaakt dan hier. Maar de vergelijking met Kreuzberg zou ik ook niet zo snel maken. Dat speelt vooral vastgoedmakelaren in de kaart die de grond hier zien als investering.’
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.