In The Group, de roman uit 1963 van de Amerikaanse schrijfsters Mary McCarthy, wordt aan de hand van acht intelligente vrouwen zo ongeveer alles aangesneden waar vrouwen mee te maken krijgen wanneer ze onafhankelijk en tegelijkertijd vrouw, minnares, moeder, directeur, leraar, professor of anderszins willen zijn.

Aan de vooravond van de tweede feministische golf was dit een spraakmakende opmaat, afkomstig van een schrijfster die zelf al een persoonlijke en literaire geschiedenis had. Ze was al drie keer getrouwd geweest en had een reputatie als toneelcriticus en als schrijfster van de verhalenbundel The Company she Keeps, met de recalcitrante heldin Meg Sargent in de hoofdrol. McCarthy was een schrijfster met een ‘contratrian streak’, iemand die je beter niet zonder handschoenen aan kon pakken.

McCarthy was een schrijfster met een ‘contratrian streak’, iemand die je beter niet zonder handschoenen aan kon pakken.

Dat bleek al vroeg. Als drieëntwintigjarige redacteur van het weekblad The Nation stelde ze in 1935 voor een onderzoek te doen naar de staat van de literaire kritiek in Amerika, ‘the state of the union of book reviewing’. Het resultaat verscheen onder de titel Our Critics, Right or Wrong in vijf afleveringen. De ene na de andere criticus moest het ontgelden. Het niveau kwam niet boven braaf amateurisme uit, was haar conclusie. Aan de vooravond van het ontstaan van het New Criticism, de kritische school die aandachtig lezen (‘close reading’) zou introduceren, signaleerde ze alle zwakheden van de oude kritiek: bovenal het in mistige bewoordingen oplepelen van de vage gevoelsassociaties die bij dromerige lezers opkomen. Dat stuitte McCarthy, iemand die hechtte aan zo concreet en scherp mogelijk schrijven, tegen de borst.

Aan dit soort artikelen ontleende Mary McCarthy haar reputatie als iemand met een tong zo scherp als een scheermes. In het begin van de jaren zestig zou ze tijdens een partijtje tegen de jonge en ook nogal scherpe Susan Sontag gezegd hebben: ‘I hear you’re the new me.’ Voor Michelle Dean reden om ze allebei op te nemen in Sharp, haar boek over vrouwen ‘die er een kunst van maakten over van alles een mening te hebben.’ Het gaat dan om Dorothy Parker, Rebecca West, Hannah Arendt, Susan Sontag, Pauline Kael, Joan Didion, Renate Adler, Janet Malcolm en Nora Ephron. Dit zijn stuk voor stuk schrijfsters op zichzelf die niet veel meer gemeen hebben dan de scherpte van hun tong.

Michelle Dean kan dan ook niet veel anders doen dan ze portretteren zodat hun persoonlijke ontwikkeling en gezicht tevoorschijn komt. Omdat het voor een groot deel Amerikaanse tijdgenoten zijn die elkaar bovendien nog wel eens tegenkwamen in New York, stuit ze op onderlinge vriendschappen, maar ook op conflicten en polemieken waarin ze elkaar afbranden.

Beeld: Hans Poel. Bronbeeld: De Bezige Bij, Lynn Gilbert CC4.0, Yvonde Middleton CC3.0, Wikimedia Commons.
Verdrongen portretten

Het kan niet de bedoeling zijn om deze essayistische portretten zo maar achter elkaar te lezen. Dan zou het ene leven en werk door het andere worden verdrongen. Het kan niet de bedoeling zijn het turbulente leven van de scherpzinnige schrijfster Dorothy Parker na dertig pagina’s al weer in te ruilen voor het niet minder turbulente leven van Rebecca West. Dan zou je makkelijk vergeten dat Parker degene was die het ‘flapperdom’ belachelijk maakte toen Scott Fitzgerald dat met zijn roman This Side of Paradise in het begin van de jaren twintig tot de nieuwe frivole cultuur van rijke jongeren wilde promoveren. De flappers waren meteen van hun glamour ontdaan.

De Engelse schrijfster Rebecca West op haar beurt begon haar carrière met een dodelijke recensie in het tijdschrift Freewoman van H.G. Wells’ roman Marriage. Daarin noemde ze hem ‘the Old Maid among novelists.’ Wells, die er prat op ging in seksueel gebied voorop te lopen, werd verweten dat zijn obsessie met seks ‘met klodders’ op zijn romans lag. Wells nam deze aanval sportief op. Het duurde niet lang of West en Wells lagen in elkaars armen. West was al snel ook in Amerika bekend. In het eerste nummer van The New Republic publiceerde ze in 1914 meteen een strategisch essay: ‘The Duty of Harsh Criticism.’ Dan wist men waaraan men toe was.

Wells, die er prat op ging in seksueel gebied voorop te lopen, werd verweten dat zijn obsessie met seks ‘met klodders’ op zijn romans lag.

Voor levens die vooral uit schrijven bestaan komt in deze portretten erg veel leven voor. We komen alles te weten over de de ouders, de jeugd, de liefdes, de huwelijken van Arendt, McCarthy, Didion, West en Ephron. Leven en werk liepen op den duur bij Didion in elkaar over toen ze haar eigen leven als onderwerp ging nemen, zoals in The Year of Magical Thinking. In dat leven gebeurde dan ook dramatisch veel aan dood en ziekte. In het begin van haar schrijverschap draaide Didion er al niet omheen. Zoals in haar recensie over Franny and Zooey van J.D. Salinger. Ze vond het boek ‘finally spurious’ (onecht, vals), omdat Salinger zijn lezers de indruk geeft dat ze tot een elite behoren die weten hoe je beter moet leven dan andere mensen, terwijl Salinger vooral blijft hangen in trivialiteiten.

Ze wil ook weten waarom Seymour Glass zelfmoord heeft gepleegd. Of wist Salinger dat zelf niet? Op dezelfde onverschrokken manier wees Didion films als Manhattan, Sound of Music en The Pink Panther af.

Met Nora Ephron komt Michelle Dean bij iemand die in dit gezelschap met dezelfde soort humor misschien niet vreemd staat in de buurt van Dorothy Parker, maar naast Hannah Arendt wel. Met al haar scherpte behoort Ephron toch vooral tot de mensen waarover op den duur alleen gepraat werd in de roddelrubrieken. Ze was een journaliste en columniste voor wie ‘alles kopij’ was. Vanaf het moment dat ze met Carl Bernstein trouwde, de journalist die met Bob Woodward het Watergateschandaal ontrafelde, was ze publiek bezit. Dean schrijft dan ook de roddelpers-zin (waarin altijd het woord ‘top’ voorkomt): ‘They were both on top of the world.’

Dat werd nog erger toen het huwelijk stuk liep en Ephron er de roman Heartburn over schreef. Waar weer een toneelstuk en daarna een film van gemaakt werd. Epron werd ook berucht om haar afstandelijkheid: ‘ze hield meer van taal dan van mensen’, zei iemand. Dat leidde ertoe dat haar antennes in ongerede raakten en ze hoofdredacteuren, vrienden en kennissen ging aanvallen.

In discussie met Adrienne Rich zei Susan Sontag: ‘Like all capital moral truths, feminism is a
bit simple minded.’

Omdat het om vrouwen gaat komt van tijd tot tijd de vraag op of ze feministen waren. Het zal geen verbazing wekken dat het antwoord daarop gemengd is. Je zou ze het beste eenvrouws-feministen kunnen noemen die zich niet graag openlijk met een collectief identificeerden, ook al stonden ze er sympathiek tegenover. In discussie met Adrienne Rich zei Susan Sontag: ‘Like all capital moral truths, feminism is a bit simple minded.’ Ze ging er aan voorbij dat het simpele ook kon goed zijn: in wet en theorie is het simpel. Man en vrouw zijn gelijk, maar in de praktijk blijkt het wat ingewikkelder te zijn. Dat is de paradox.

Ze past niet in dit gezelschap, maar de toneelschrijfster Lilian Hellmann krijgt een half hoofdstuk in het verlengde van Mary McCarthy, met wie ze lang een vete uitvocht. In haar memoires Pentimento stapelde Hellmann leugen op leugen volgens McCarthy. Ook in haar getuigenis voor het House Un-American Activities. Daar ze zei nooit lid te zijn geweest van de Communistische Partij, zelf niet van ‘any political group’, terwijl ze in haar jeugd een linkse activiste was geweest. Mary McCarthy zei daarom messcherp over haar leugens in de Dick Cavett Show: ‘Alles wat ze schrijft is een leugen, inclusief “en” en “de”.’ Hellmann spande een rechtszaak aan die McCarthy financieel de nek om had kunnen draaien als Hellmann niet was overleden voor het proces goed en wel was begonnen.

Sharp is goed om je er aan te herinneren – als je het al niet wist – dat er genoeg scherpzinnige vrouwen bestaan. Het boek is vooral goed omdat het de autonomie en individualiteit van deze vrouwen laat zien. En dan te bedenken dat op 3 oktober 1001 vrouwen in de 20ste eeuw uitkomt, het tweede deel van 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis waarin nog eens honderden beduidende vrouwen aan de orde komen.

Sharp. The women who made an art of having an opinion door Michelle Dean is uitgegeven door Fleet UK.