Wat hebben de Arnhemse Syriëganger Shaam, het Maastrichtse jihadbruidje Aïcha en de Amsterdamse zelfmoordterrorist Lotfi gemeen? Ze hebben allemaal banden met Haagse terrorismeverdachten.
Het filmpje is kort en sober. ‘Ondanks dat wij alleen het goede willen, zit de AIVD ons op de hielen, waarom weten we niet,’ zegt de man in beeld, gezeten in een non-descripte kamer. Hij is van middelbare leeftijd, draagt een wit T-shirt, een korte grijze baard en heeft een zwarte shawl om het hoofd. In het Berbers en Nederlands biedt hij zijn excuses aan: ‘Sorry dat ik geen afscheid heb genomen. Ik moest stiekem ervandoor. We zijn bij de grens van Syrië.’
De videoboodschap van Mohammed T. (44), alias Abu Bashir, is in oktober 2013 ge-upload en nog steeds te zien op het YouTube-kanaal van Ghuraba Media. Hij vermoedt dat de Nederlandse geheime dienst belangstelling voor hem heeft; zeker is dat de opsporingsinstanties de radicale imam in de gaten houden. Abu Bashir, die voorheen was verbonden aan de Al Qibla-moskee in Zoetermeer, zou jongeren hebben geronseld om deel te nemen aan de gewapende strijd in het Kalifaat.
Volgens het Openbaar Ministerie zijn verscheidene volgelingen van Abu Bashir naar Syrië gereisd. Dat althans zeggen ouders die aangifte van ronselen hebben gedaan. Abu Bashir zou hun zonen hebben gehersenspoeld en laten radicaliseren. Eerder al was de prediker in conflict gekomen met het moskeebestuur. Dat had zelfs geleid tot een vechtpartij in het Zoetermeerse gebedshuis. Samen met een clubje uit Rotterdam en Delft afkomstige moslimjongeren pleitte Abu Bashir voor een strenge salafistische koers en uitte hij zijn afkeer van de democratie die hij ‘shirk’ (afgoderij) noemde. Toen dat tot controverses leidde met andere moskeebezoekers, vertrok het clubje uit de Al Qibla.

Huiskamerlezingen
Voor zijn vertrek naar Syrië had Abu Bashir nog contact gehad met een wijkagent, aan wie hij vertelde ‘dat de moskee in Zoetermeer voor hem en zijn achterban geen optie meer is. Voor de lezingen zijn zij uitgeweken naar onder meer huiskamers’. Vanaf dat moment gaf hij elke maandagavond om half zeven voor ‘gemiddeld tien tot twaalf personen’ huiskamerlezingen in een flat van twee uit voormalig Joegoslavië afkomstige moslims. Een deel van de groep koos uiteindelijk net als hun leidsman Abu Bashir voor de reis naar Syrië, onder hen vier jongeren uit de Koerdische moslimgemeenschap van Delft. ‘Je weet toch, onze vader, onze broeder, hij is ouder, wijzer, hij heeft ons geholpen met alles; hij heeft ons altijd ontvangen. Iedereen weet dat,’ omschrijft een van zijn volgelingen hem in een afgeluisterd telefoongesprek. Sommigen van hen zijn inmiddels gesneuveld in het strijdgebied.
De informatie is afkomstig uit het zogenoemde Context-onderzoek naar de groep jihadi’s uit de regio Den Haag. De Zoetermeerse imam speelt een prominente bijrol in het vertrouwelijke strafdossier, waar Vrij Nederland inzage in had. Niet vreemd, daar Abu Bashir een bekende is van een aantal hoofdrolspelers. Uit afgetapt telefoonverkeer blijkt dat hij in de zomer van 2013 veelvuldig contact heeft met andere verdachten, zoals de later eveneens vertrokken Soufiane Z. (436 keer) en de Haagse Azzedine C., alias Abu Moussa (121 keer). Op 11 augustus 2013 sms’te Soufiane naar Abu Bashir: ‘Vrede zij met jullie, lieve broeder. Allah zal je zegenen! Onze ontmoeting is op de dag des oordeels met godswil, als je me ooit nodig hebt dan weet je me te vinden.’ Diezelfde zomer concluderen de luistervinken van de politie dat het tweetal van plan is om samen naar Syrië te vertrekken.
In de streng beveiligde rechtbank in Osdorp begint volgende week het proces tegen negen vermeende leden van deze groep radicale moslims, die opereerden vanuit de Haagse Schilderswijk. Ze worden ervan verdacht een terroristische organisatie te vormen. Leden daarvan zouden zich schuldig hebben gemaakt aan opruiing, strijders voor Syrië hebben geronseld en zelf ook de wapens hebben opgepakt.
Terroristisch oogmerk
Mohammed T. alias Abu Bashir staat daar niet terecht. Opmerkelijk, gezien zijn belangrijke rol als inspirator van radicale moslims in het westen van Nederland. Het Openbaar Ministerie heeft hem aanvankelijk wel als verdachte op de korrel gehad, maar vervolgt hem in deze zaak niet. Waarom niet, dat wil het OM niet zeggen.
Zo wemelt het in het dossier van de namen van radicale moslims die justitie en geheime diensten in het vizier hebben. Ze zitten door het hele land, maar wat hen bindt, is dat ze banden hadden met de Haagse extremisten. De keuze voor ‘slechts’ negen verdachten heeft daarmee iets willekeurigs. De hoofdverdachte Abu Moussa en zijn rossige vriend Rudolph H. waren inderdaad zeer actief in de Schilderswijk en op internet, ze vormden een soort propagandistische tandem. Maar de rest van de groep lijkt er door justitie een beetje bij gezocht. In alle rollen lijkt voorzien: een jonge prediker (Oussama C.), twee helpers (Moussa L. en Iman B.), twee ‘terugkeerders’ (Jordi de J. en Hicham el O.) en drie strijders ter plekke (Hatim R., Anis Z. en Soufiane Z.) van wie de laatste zelfs omgekomen lijkt te zijn.
Er is het Openbaar Ministerie veel aan gelegen aan te tonen dat we hier te maken hebben met een heuse terroristische organisatie, zoals dat na een jarenlange rechtsgang eerder ook lukte met de Hofstadgroep rond Mohammed B. en in de Piranha-zaak van Samir A. Het voordeel daarvan is dat niet alle aantijgingen voor iedere verdachte individueel bewezen hoeven te worden, deelname aan de organisatie is voldoende. Bovendien levert het terroristische ‘oogmerk’ van die organisatie een zwaardere straf op.
Of zo’n organisatie ook in werkelijkheid heeft bestaan, daarover zal de komende weken voor de rechtbank urenlang worden gedebatteerd. Dan gaat het niet alleen over banden in de ‘echte’ wereld, maar ook over contacten via social media. Naast taps en observaties staat het onderzoek bol van de Facebook-, Twitter- en WhatsApp-berichten. De verdediging zal zeggen dat er ‘groepjes losse mensen’ waren met ‘veel meningsverschillen en ruzies’, zoals Abu Moussa in een verhoor vertelde. Justitie zal volhouden dat er sprake was van een club mensen met een duidelijke structuur en taakverdeling die de bedoeling had moslims in Nederland rijp te maken voor de jihadistische strijd in Syrië.
Landelijke ambities
Het bewijs voor dat terroristische motief ligt gecompliceerd. Maar wat betreft de structuur heeft justitie sterke troeven in handen. Bij Soufiane Z. in Den Haag is na zijn vertrek naar Syrië begin 2014 een volgeschreven notitieblok gevonden met plannen voor een ‘monotheïstisch platform’ rond de website Dewaarheid.nl. Die website riep moslims bijvoorbeeld op om niet te gaan stemmen bij verkiezingen omdat democratie afgoderij is. Stem je toch dan wacht je ‘het hellevuur’, zo werd beloofd.

Uit de Soufianes aantekeningen blijkt dat het geheel onder leiding moet komen van een shura (islamitische adviesraad) met daaronder verschillende gespecialiseerde teams (Finance, Activiteiten, Media). Opvallend aan de stukken is ook dat er sprake lijkt van afdelingen door het land, met ‘gouverneurs’ en ‘plaatselijke leiders’. Zo staat de echte naam van Abu Bashir bij ‘Zoetermeer’ en onder het kopje ‘Delft’ de voornamen van jongens die later als strijder naar Syrië zijn vertrokken. In de meeste gevallen kunnen die dat niet meer navertellen. Soufiane schrijft in zijn keurige, haast schoolse handschrift: ‘Het is onze taak als shura om de broeders van de verschillende steden bij elkaar te houden en dat we niet losse organisaties zijn die samenwerken maar een officieel team, dus we zijn allemaal verantwoordelijk voor de beeldvorming.’ Justitie komt tot de conclusie dat het hier gaat om ‘oprichtingsstukken’ voor een organisatie ter verspreiding van hun ‘(jihadistische) geloofsleer’. Ook bij Abu Moussa vond de politie later dat jaar in de tv-kast een notitieblok (‘formaat A5’) met de aanduidingen ‘A’dam’, ‘Arnhem’, ‘Utrecht’ en ‘Zuid’ met daaronder telkens een reeks namen.
Het lijkt duidelijk: de jongens uit de Schilderswijk probeerden een organisatie op poten te zetten en hadden bovendien landelijke ambities. Daarvoor legden ze contacten met gelijkgestemde broeders uit andere steden. Uit het dossier valt met een beetje goede wil een netwerk door het hele land te reconstrueren. Met verbanden vanuit de Haagse Schilderswijk naar de belangrijkste andere ‘jihadistische brandhaarden’, zoals justitie ze omschrijft. Plaatsen waarvandaan ook relatief veel strijders naar Syrië en Irak vertrokken.
Het ligt voor de hand dat de nauwste relaties zich in de nabijheid bevonden. En zo is het ook. De beste banden hebben de Hagenaars met broeders uit andere Zuid-Hollandse steden. ‘We zullen er dan ook als eerste voor moeten kiezen om te beginnen met de hoofdsteden waar de broeders van de shura vandaan komen,’ schrijft Soufiane. ‘Dus Den Haag, Delft, Schiedam, Zoetermeer en Gouda.’
Als het lekker weer was, gingen de radicale broeders in een parkje voetballen. Of barbecuen.
Dat Soufiane bij het oprichten van zijn ‘monotheïstisch platform’ nogal wat jongens uit Delft over de vloer kreeg, was evenmin verrassend. In de oude prinsenstad woonde een aanzienlijke groep activistische salafisten, onder wie de Nederlandse bekeerling en Context-verdachte Jordi de J. Die vertelt in een verhoor uitgebreid over de radicale vrienden – jonge Turken en Marokkanen – die hij ontmoette in de Delftse Sultan Achmet-moskee. ‘Als het lekker weer was’ ging Jordi met hen ‘buiten ergens in een parkje’ voetballen. Ook gingen ze naar het Haagse Zuiderpark waar ze met broeders uit de andere Zuid-Hollandse steden barbecueden. ‘Soms waren we wel met zestig broeders ofzo (…) ja, allemaal baarden ook.’
Islamitische jehova’s
Delft en Den Haag zochten elkaar op voor lezingen, vergaderingen en ontspanning, maar het was niet allemaal koek en ei. De jongens uit de Schilderswijk waren onder de naam ‘BehindBars’ druk in de weer met protesten tegen regimes die moslimradicalen gevangen houden. Daarnaast gingen ze op diverse plaatsen in Nederland de straat op om als islamitische jehova’s zieltjes te winnen, Straat-Dawah noemden ze dat. De jongens uit Delft, die een meer geïsoleerde koers voorstonden, bezagen die bekeringsdrang met grote scepsis: ‘Wij hadden dan een punt van: waarom protesteren?’ zegt Jordi. ‘Hun gingen altijd heel ver daarin: op pleintjes staan, spandoeken, weet je wel. Wij hielden ons daar totaal niet mee bezig.’ Getuige-deskundige Martijn de Koning die als antropoloog onderzoek deed naar de Haagse groep spreekt van spanningen met de groepen uit Zoetermeer en Delft. Deels was dat persoonlijk, ‘mensen die gewoon niet met elkaar overweg konden’, maar ook strategisch: de Delftenaren vonden de Hagenaars ‘zoals zij dat zelf formuleerden, te zacht (…) voor de ongelovigen’.
Vlak nadat de meeste plooien gladgestreken waren, vertrokken veel jongens uit Delft plotseling naar het strijdgebied in Syrië. Zijn vrienden, onder wie Mourad Massali, waren eind 2012 ineens weg, zegt Jordi. Kort daarna gevolgd door de meeste andere jongens. Jordi besloot ook te gaan. Hij raakte al snel gedesillusioneerd in Syrië. In het strijdgebied woonde hij nog de begrafenis bij van zijn vriend Mourad, vermoedelijk de eerste Nederlandse ‘martelaar’. Na een paar weken keerde Jordi doodongelukkig weer terug naar Nederland.
Dat naast Delft ook Zoetermeer een pleisterplaats vormde, zagen we al. Abu Bashir predikte er in de Al Qibla Moskee en later tijdens huiskamerbijeenkomsten, diverse Context-verdachten werden met hem gesignaleerd, Zoetermeerse jongeren deden mee met voetbal, barbeque en lezingen. Maar oorspronkelijk kwam Abu Bashir uit Gouda, waar zijn familie nog steeds woont. Dat stadje in het hart van Zuid-Holland vormt alleen al een opmerkelijke ‘brandhaard’ omdat daarvandaan zoveel jonge vrouwen, soms minderjarig, naar Syrië vertrokken. Volgens het Openbaar Ministerie is een van de Haagse hoofdverdachten, de jonge Oussama C., daar als een soort jihadistische loverboy bij betrokken geweest.
Maar het zijn niet alleen vrouwen die in die plaats zouden zijn geronseld. In de Haagse organisatieschema’s wordt ook steevast gerefereerd aan broeders uit Gouda. Toen Abu Bashir eind 2013 naar het strijdgebied vertrok, nam een ander diens rekruteringsrol over. Althans, dat vermoedt de recherche. De politie luisterde telefoongesprekken af die de prediker vanuit Syrië voerde met Iliass A. uit Gouda. Bij Iliass dringt Abu Bashir erop aan dat ‘broeders hier naartoe (naar Syrië) moeten komen om te helpen’. Blijkbaar gaat dat niet zo vlot, want Iliass beklaagt zich dat ene Abdallah niet mag vertrekken van zijn moeder. Daarop zegt Abu Bashir dat Abdallah tegen zijn moeder moet zeggen: ‘Niemand beslist over mij. Ik ga hoe dan ook vertrekken.’ Het gaat hier om de dan achttienjarige Abdallah al S. die volgens de politie inderdaad een hoogoplopend conflict met zijn ouders heeft. Abu Bashir geeft zijn ‘opvolger’ Iliass nog een wijze raad om door te geven aan de jongen: ‘Doe niet te opvallend, hij moet met niemand omgaan. Hij neemt afstand van iedereen.’ Abdallah bleef uiteindelijk in Nederland, maar tot schrik van familie en omgeving verdween zijn drie jaar jongere broertje Abdelrahman ineens wel naar het strijdgebied.
Partner in crime
Het zwaartepunt van de contacten van de jongens uit de Schilderswijk ligt onmiskenbaar in Zuid-Holland. Maar de ambities reikten verder. Volgens justitie was Abu Moussa onder de titel ‘ProjectDawa’ bezig met plaatselijke teams buiten de eigen regio. In afgeluisterde gesprekken met zijn vrouw en medeverdachte Iman B., die in Arnhem woont, zegt Abu Moussa dat het ‘op latere termijn’ nodig is om ‘daar in Arnhem ook wat te gaan doen’. Hun vermeende partner in crime Oussama C. had in Limburg al contacten gelegd met twee ‘lokale’ moslims uit Geleen en Heerlen. Net als overigens – uiterst flirterig – met de Maastrichtse Sterlina P., alias Aïcha. Die jonge vrouw kwam in het nieuws als ‘het jihadbruidje’ toen ze begin 2014 haar toenmalige geliefde achterna reisde naar Syrië.
Manifester zijn de contacten met broeders in de hoofdstad. In het ‘verlanglijstje’ van Abu Moussa’s beoogde organisatie staan maar liefst veertien namen onder het kopje ‘Amsterdam’. Onder meer die van ‘West’, vermoedelijk verwijzend naar ‘Abdullah West’, de kunya (islamitische naam) van bekeerling Keith R. In april 2013 zei West in een interview met weekblad De Groene Amsterdammer dat moslimjongeren in Den Haag ‘een cruciale rol spelen in de propaganda voor de jihad in Syrië. Zij wezen anderen de weg, letterlijk en ideologisch’. Een andere prominent in het dossier aanwezige Amsterdammer is Al Hassan A., alias Abu Musab, die deelnam aan demonstraties van Straat-Dawah/Behind Bars en in 2013 in Marokko werd veroordeeld voor het ronselen van jongeren voor de gewelddadige jihad. En last but not least is er de Amsterdamse zelfmoordterrorist Lotfi Sefioui, alias Abu Hanief. Hij blies zichzelf begin 2015 op in het Iraakse Fallujah. Een jaar eerder stond hij nog zij aan zij met Abu Moussa tijdens een pro-Gaza-demonstratie in Den Haag, waarbij Sefioui zou hebben gescandeerd: ‘Joden. Het leger van Mohammed zal terugkeren.’
Het zijn anekdotes die het OM ongetwijfeld wil gebruiken om de gezamenlijke missie – het nastreven van de jihad, hier én daar – te benadrukken. Connecting the dots, heet dat in opsporingskringen. Sommige lijntjes worden dan heel interessant. Bijvoorbeeld die van Shukri F., een uiterst huwbare Somalische dame. Ze trouwde met een Turkse minderjarige jongen uit Utrecht, die later in Syrië bleek te zitten; ze was huwelijkskandidate voor de eerder genoemde Abdallah uit Gouda en gaf daarna het jawoord aan de Amsterdammer Maher H. met wie ze een tijdje in het Kalifaat verbleef. Daarnaast duikt ze op in het gevolg van de Zoetermeerse voorganger Abu Bashir en kende ze meerdere – minderjarige – meisjes uit Gouda die naar Syrië afreisden.
Het echtpaar Shukri en Maher maakte in eerste instantie deel uit van het grote Context-onderzoek naar de Haagse extremisten, maar het Openbaar Ministerie vervolgde hen vorig jaar toch afzonderlijk. Maher werd veroordeeld tot drie jaar cel voor zijn deelname aan de strijd in Syrië, Shukri werd vrijgesproken van ronselen.
Vijandelijke tank
Belastend of niet, de dwarsverbanden zijn legio. Misschien is dat ook niet zo gek, waar de jihadi’s gezamenlijk vechten op het Syrische slagveld. Dat zie je bij strijders uit Den Haag en Arnhem. In Aleppo streed Context-verdachte Anis Z. in 2013 zij aan zij met de Arnhemmer Khalid B. (Abu Suleyman). Aan zijn broer Soufiane vertelt een opgewonden Anis door de telefoon hoe Khalid en hij op het nippertje ontsnappen aan een vijandelijke tank. ‘Wij zien die tank gewoon kapot dichtbij. Ik heb het nog nooit zo dichtbij gezien.’ Anis en Khalid kunnen wegkruipen en schieten hun magazijnen erop leeg.
Wij zien die tank gewoon kapot dichtbij, ik heb het nog nooit zo dichtbij gezien.
Anis vecht ook samen met Abdelkarim el A. uit Arnhem, beter bekend als Muhajiri Sháám, die op een internetfilmpje Nederland bedreigde en twee weken geleden vermoedelijk sneuvelde. Abdelkarim wil zijn broertje Mohamed naar Syrië halen, maar eerst moet die volgens jihadistisch gebruik trouwen. Of Anis niet iemand weet, de imams in Arnhem durven niet. Anis vraagt zijn broer Soufiane die dan nog in Nederland is. En op een goede dag rijdt de Arnhemse bruidstoet naar Den Haag voor de huwelijksplechtigheid. Mohamed el A. zou Syrië echter niet bereiken. In Duitsland wordt hij van de weg gehaald, maar later vrijgesproken omdat justitie niet kan bewijzen dat hij van plan was aan de strijd te gaan deelnemen. De contacten in Syrië lijken de banden in Nederland te versterken. Jongens uit Delft, Zoetermeer, Den Haag en Arnhem vechten naast elkaar in de jihadistische brigades, hoewel er ook fricties zijn. Hoofdverdachte Abu Moussa richt daarom de ‘Werkgroep Shaam’ op, een gesloten Facebookpagina waarop de 49 uitgenodigde leden kunnen discussiëren over de hete hangijzers van de burgeroorlog. Abu Moussa deelt de lakens uit, maar de Arnhemmer Abdelkarim is administrator en onder de leden vinden we ook broeders uit Amsterdam, Utrecht en Limburg. Een echte landelijke organisatie mocht dan nog niet van de grond zijn gekomen, virtueel waren ze al een heel eind.
Abu Moussa: dit is een politiek proces
Hoofdverdachte Azzedine C., beter bekend als Abu Moussa, beet flink van zich af toen hij werd ondervraagd bij de rechter-commissaris. ‘Mijn strafzaak is een slechte en zwakke zaak. We worden tegengewerkt omdat wij een scherpe tong hebben.’
Hij wordt gezien als de spil in de groep Haagse jihadi’s. Bij hem thuis vond de politie plannen voor een landelijk netwerk van geloofsgenoten en hij was de beheerder van Werkgroep Shaam, een besloten Faceboekpagina waarop radicale moslims in Syrië en Nederland discussieerden. ‘Ik ben de persoon die de werkgroep Shaam heeft opgezet,’ beaamde hij tijdens het verhoor. ‘Omdat ik mij zorgen maakte. Ik wilde met zijn allen debatteren. Iedereen was welkom […] Het OM gaat er vanuit dat wij een geheim clubje waren. Maar dat is niet zo. Weinig mensen kenden elkaar. Er was ook een topic “Stel jezelf voor”. Iedereen begon zich dan voor te stellen.’ Hij zegt van het debat te houden. En van nieuws. ‘Ik had wel het idee dat het misschien naar mijn hoofd is gestegen en dat ik een amateurjournalist was. […] Ik vond dat de media de gebeurtenissen in Syrië niet goed belichten.’
Ook met zijn andere activiteiten, zoals StraatDawah en ProjectDawah, had Abu Moussa naar eigen zeggen geen kwade bedoelingen. ‘Er is geen organisatie geweest. Het zijn groepjes losse mensen.’ En: ‘We wilden onze mening laten horen en hebben protesten georganiseerd. Wij zijn op een legale manier het debat aangegaan. We hebben dat vreedzaam gedaan. [..] Dat mensen besluiten om naar Syrië te gaan, is hun keus. Ik heb nooit iemand geronseld. Ik heb nooit gehoord dat iemand is geronseld om naar Syrië te gaan. Je ziet dat ook terug in het dossier. Het is niet duidelijk wat het OM wil. Ze hebben gewoon een visnet uitgegooid.’ Voor Abu Moussa is het duidelijk: ‘Het is een stuiptrekking van het OM, een failliete onderneming [..] Ik denk dat hier een politiek proces gaande is.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.