In de commentaren op de langverwachte speech van Mark Rutte in het Europarlement eerder deze week, tuimelden de superlatieven over elkaar heen: de premier zou ‘zijn meest pro-Europese toespraak ooit’ hebben gehouden, hij zou zich eindelijk ‘bekeerd’ hebben tot de Europese gedachte, of zich juist hebben laten kennen als de ‘eurofiel’ die hij stiekem altijd al was. Zelf voedde Rutte de speculaties over zijn ‘bekering’ door te bekennen dat zijn persoonlijke opvattingen over het belang van Europa zich de laatste jaren hebben geëvolueerd: van het idee dat lidstaten vooral profiteren van de interne markt en de monetaire unie naar het besef hoe belangrijk Europa is voor het garanderen van de veiligheid, de stabiliteit en ‘the rule of law’.

Lees ookMeer macht op vrijdag: Donald Trump versus Kim Jong-un: de eindstand in Singapore15 juni 2018

Dat alles vanwege de verschuivende machtsverhoudingen in de wereld: door de migratiecrisis, de moeizame relatie met Rusland en de ongewisse koers van de VS is Europa meer dan voorheen op zichzelf aangewezen. ‘Europe must stand united, now more than ever’.

Een bekentenis van belang

Het is misschien verleidelijk het nieuw verworven inzicht van de premier weg te lachen als een open deur. Europa gaat al decennia over meer dan alleen de vrije markt- of zou op zijn minst over meer dan dat móeten gaan. Maar uit de mond van de VVD-leider was het wel degelijk een bekentenis van belang. Het maakt nogal een verschil of er namens Nederland een premier in Brussel zit die bereid is waar nodig om het voortouw te nemen in de Europese samenwerking, of een man die alles buiten de interne markt maar onzin vindt en dus de instinctieve neiging heeft om voortdurend aan de rem te hangen als het om meer gaat dan het kleine, zakelijke eigenbelang.

Tekenend was ook een zinnetje dat Rutte in Europa bij mijn weten nooit eerder in de mond heeft genomen: dat de Europese Unie niet alleen op wetten gebouwd is, maar ook op waarden. Terwijl juist Mark Rutte de man is die het politieke pragmatisme de afgelopen jaren tot kunst heeft verheven. Tijdens zijn eerste schreden als VVD-leider had hij nog wel eens de neiging over waarden te beginnen, maar onder druk van zijn spindoctors was het daar snel mee afgelopen. Met gelul over waarden, was de gedachte, win je geen verkiezingen. Het nieuwe beginselprogramma voor de VVD dat hij in 2008 eigenhandig schreef belandde al snel in de onderste la. Ook van zijn inzet voor de vrijheid van meningsuiting – een belangrijke liberale waarde – werd al spoedig niks meer vernomen.

Gevraagd naar zijn visie begon Rutte de afgelopen jaren steevast over een ‘olifant in de kamer’ of de oogarts – tot wrevel van critici.

In plaats daarvan waren het de electorale slogans van de VVD waar Rutte onvermoeibaar op hamerde: minder overheid, minder immigratie, minder Europa. Gevraagd naar zijn visie begon Rutte de afgelopen jaren steevast over een ‘olifant in de kamer’ of de oogarts – tot wrevel van zijn critici, want politiek zou over meer moeten gaan dan handig compromissen sluiten en zo nodig de boze burgers naar de mond praten. Ook de laconieke omgang van Rutte met de aanhoudende reeks schandalen en schandaaltjes in zijn partij – van de schimmige zaken van Jos van Rey tot de volstrekt overbodige leugens van Halbe Zijlstra – versterkt het beeld dat toch al van hem bestaat: de principeloze pragmaticus.

Sheila Sitalsing stelde het ook al vast in haar voortreffelijke boekje ‘Mark’: Rutte heeft de ideeënstrijd uit de politiek gehaald, en daarmee de moraal en het grote verhaal. Wat achterblijft is groeiend cynisme onder de kiezers over het politieke bedrijf.

Des te groter dus de verrassing dat uitgerekend deze liberale premier opeens in Europa over waarden is begonnen. Nu nog zien of hij die boodschap ook in de nationale politiek durft uit te dragen.