Je zou zeggen: er is genoeg voorbeschouwd en nagepraat over Singapore, nu maar even niet meer. De top was geen top maar een wedstrijd, want alle experts hebben moeite gedaan om een winnaar of een verliezer aan te wijzen en ook de hoofdrolspelers deden daar aan mee. Met propagandafilmpjes en schouderklopjes, tweets en gebaartjes probeerden beiden een mediamoment te stelen. Daar kunnen we kort over zijn, want over oorlog en vrede wordt langdurig onderhandeld, het is een serieus ambacht waar het achterste van de tong en het handwerk van de achterkamertjes beslissend zijn, en gelukkig de camera’s of de talkshows nog nimmer beslissend zijn geweest. Maar het eerste stof is neergedaald. Een nabeschouwing na de nabeschouwingen.
De wereld is door de top veranderd, schreef Garrie van Pinxteren in NRC, Trump heeft de machtspositie van autocratieën als Noord-Korea, China en Rusland versterkt en die van zijn bondgenoten, Zuid-Korea en Japan, verzwakt. Dat is maar al te waar: Kim heeft wat toezeggingen gedaan zonder deadline, maar Trump heeft zonder enig overleg (zelfs tot verrassing van zijn minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo) ‘war games’ (een ongebruikelijke term voor live ‘militaire oefeningen’) aan de onderhandelingstafel weggegeven. Hij heeft ze zelfs ‘provocatief’ genoemd en daarmee het taalgebruik van Kim overgenomen. Een schoffering van zijn eigen militairen overigens, die van niks wisten en zich gewoon voorbereidden op zo’n komende oefening in augustus.
Mensenrechten
De bekende Koreanologen wezen het Noord-Koreaanse volk aan als de grote verliezer. Maar hun mensenrechten, hoe beroerd ook, stonden nooit op de agenda. Wegens de op scherp staande kernwapens, waarmee openlijk gedreigd wordt, is voor die prioritering nog wat te zeggen ook. Het moralistische argument dat je überhaupt niet met een afschuwelijke dictator moet onderhandelen, is vermoeiend en niet to the point. In de wereldpolitiek gelden nu eenmaal andere regels. Het gaat daar iets ruiger aan toe dan in een nette rechtsstaat. Noem mij één verdrag uit de geschiedenis waarin over nucleaire wapenbeheersing werd gesproken én over mensenrechten, en ik zal door het stof gaan. Zo’n precedent is er niet.
Noem mij een verdrag uit de geschiedenis waarin over nucleaire wapenbeheersing werd gesproken én over mensenrechten, en ik zal door het stof gaan.
De Helsinki-akkoorden van 1975, die niet eens over atoomwapens gingen, kwamen nog een beetje in de buurt, maar daar werden de mensenrechten veilig weggestopt in ‘de derde mand’. Dat was een ingenieus verzinsel van (ere wie ere toekomt) Max van der Stoel, waar Henry Kissinger en Andrej Gromyko cynisch om lachten. In 1987 namen Ronald Reagan en Michael Gorbatsjov met het INF-verdrag de onmiddellijke dreiging van kruis- en andere raketten in Europa weg, en ik prijs me gelukkig dat ze dat succes niet afhankelijk maakten van de verbetering der mensenrechten in Rusland. Anders waren we er misschien überhaupt niet meer geweest. Erg vervelend en onrechtvaardig, maar eigen veiligheid eerst in de jungle van de internationale politiek (zeker tussen vijanden, maar sinds Trump trouwens ook onder bondgenoten).

Denuclearisatie
Het meest gebruikte woord onder de drukte-, opinie- en spraakmakers in alle babbelrubrieken was dat van d-e-n-u-c-l-e-a-r-i-s-a-t-i-e. De meesten konden het woord niet eens uitspreken, en ze verbonden daaraan meteen maar de conclusie dat het volkomen onduidelijk was wat het precies betekent. Dat is nu juist niet het geval.
Wie het akkoord van Panmunjeom van 27 april, gesloten tussen beide Koreaanse leiders, er nog eens bijneemt ziet dat daarin wordt verwezen naar (de geldigheid van) alle voorgaande afspraken die ooit door beide landen gemaakt zijn. De interessantste daarvan is nog altijd de Joint Statement van 2005 waarin Noord-Korea en andere landen zich al eerder verbonden tot denuclearisatie. Daarin werd op zijn beurt weer verwezen naar het Gemeenschappelijke Plan van Aanpak van Denuclearisatie dat twee jaar later werd overeengekomen, en waarin denuclearisering nauwkeurig is beschreven.
Te veel moeite misschien ook voor iemand als Donald Trump. En kennelijk ook voor alle duiders die hun niet-weten meestal afsluiten met de vreselijke dooddoener: ‘we gaan het zien’.
Leuk om de joint statement van 2005 nog even naast het ‘fantastic’ akkoord van Trump en Kim te leggen. De twee heren krasten deze week hun handtekening onder punt 3, waarin ze stipuleren dat ze de verklaring van Panmunjeom van 27 april onderschrijven, namelijk dat Noord-Korea zal ‘work toward complete denuclearization of the Korean Peninsula’. Nu dus ‘work toward’ en ‘complete’, maar dat was in 2005 nog ‘verifiable’. Er daarin werd weer naar een eerdere joint statement uit 1992 verwezen, die ook duidelijk was geweest (maar achteraf niet nageleefd): geen kernwapens op Noord-en Zuid-Koreaanse grond en bovendien inspecties door een commissie die binnen een maand na entry into force aan de slag zou gaan.
Eerst een stip op de horizon, verder zien we wel. Dat is een beproefd recept voor misverstanden en ruzie.
Ook in 2005 al afgesproken: de ‘vroegtijdige’ terugkeer van Noord-Korea in het Non-Proliferatieverdrag, waar het land zich in 2003 pardoes uit terugtrok. Om kort te gaan: nu staat er niets over dergelijke afspraken of termijnen in het Singapore-akkoord, geweldige stappen terug met als enige excuus dat het destijds niet werkte en dat het proces nu maar eens voor de verandering op zijn kop wordt gezet. Eerst een stip op de horizon, verder zien we wel.
Dat is een beproefd recept voor misverstanden en ruzie. De eerste moeilijkheden zijn er al.
De eindstand
– Onbegrip (lees: diep wantrouwen) bij de bondgenoten Japan en Zuid-Korea, omdat Trump de halfjaarlijkse militaire oefeningen met beide landen heeft afgeblazen, zie boven. Trump heeft die oefeningen ook nog eens heel duur genoemd, een zoveelste steek onder water. Onder een bondgenootschap verstaat hij dan ook uitsluitend het betalen van beschermingsgeld.
– Onenigheid met China, dat nu van de sancties tegen Noord-Korea af wil, terwijl Amerika het daar nog te vroeg voor vindt.
– Onenigheid in de eigen gelederen: ook de militairen zijn overvallen door het afblazen van de militaire oefeningen, en met de havik John Bolton (Trumps nationale veiligheidsadviseur) die helemaal niets ziet in het Singapore-proces maar Noord-Korea het liefst zou willen bombarderen. Voorspelling: Bolton zal alles doen om ‘Singapore’ te saboteren.
– Onenigheid met kritische journalisten (maar wie is daar nog verbaasd over?), die terecht vingers op de zere plekken leggen. Omdat nu iedere verwijzing naar controle ontbreekt (de afspraak die de regering-Clinton in 1992 maakte was veel sterker: toen zelfs inspectie van ‘objecten’ die door de andere partij aanhangig gemaakt zouden worden!) kreeg minister Mike Pompeo woensdag direct de vraag voorgelegd of dat geen omissie was. Natuurlijk niet, brieste hij tegen de vragensteller, hoe durft u zoiets te vragen? Een schuldige reactie.
– Zo ook Pompeo’s reparatie achteraf van het feit dat er in Singapore niet over een tijdschema is gesproken. 2020, improviseerde Pompeo in Washington, maar die deadline blijkt weer niet in beton gegoten. Dat was in beide gevallen overduidelijk een poging tot schadebeperking door een minister die door zijn eigen president was verrast, en nu alle moeite zal hebben om de reactie van Noord-Korea (‘daar hebben we onze handtekening niet onder gezet’) te pareren. Verliezer: Pompeo, die de gaten van zijn president moet zien te vullen.
Eindstand: even geen oorlog, maar verder 4-0 voor Noord-Korea.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.