‘Wie hard werkt, moet daarvan de vruchten plukken.’ Het was een magische zin uit de mond van minister van Financiën Wopke Hoekstra, tijdens zijn H.J. Schoo-lezing van begin deze maand. Een zittend politicus die, zonder omwegen, zijn vinger recht in het etterende pijnpunt van zijn tijd stopt – ik zat onmiddellijk rechtop, de oren gespitst.

De erosie van het wederkerigheidsbeginsel raakt aan de kern van de frustratie bij veel gezinnen in Nederland. Men werkt zich het schompes, maar ziet daar steeds minder voor terug; een gegeven dat iedere boerenlogica tart.

Ik hoorde Hoekstra en dacht: eindelijk iemand die de feiten op een rijtje heeft gezet en aan de grote schoonmaak begint, symboolpolitiek en zondebokretoriek incluis. Die feiten zijn, bijvoorbeeld, dat we de afgelopen decennia harder zijn gaan werken, maar de beloning daarvoor alleen maar is gedaald. Dat de economie wel is gegroeid, maar het deel van al het verdiende geld dat naar gezinnen gaat, alleen maar is gekrompen.

De maatschappij, dat zijn wij

Ja, zal de welwillende burger dan tegenwerpen, maar dat zijn de naweeën van die verdomde financiële crisis; die heeft ons allemáál op tien stappen achterstand gezet. Een crisis die misschien wel werd veroorzaakt door de roekeloze hebzucht van investeerders, vastgoedbedrijven, politici en financiële instellingen, maar hé: de maatschappij, dat zijn wij, dus we moeten allemaal een beetje bloeden.

Daarom begrepen we dat een straf pakket aan maatregelen moest worden vastgesteld, met lastenverzwaringen en bezuinigingen, waardoor we met vele miljarden de financiële instellingen hebben gered – daar zijn we nu, een decennium later, nog van aan het bijkomen.

Terwijl het besteedbare inkomen van gezinnen tijdens de crisis daalde, verdubbelde het beschikbare inkomen van bedrijven, met name door belastingverlaging.

In die periode daalde het besteedbare inkomen van gezinnen, waardoor dit weer op het niveau van 2001 zit, en nam het aantal werkende armen met vijftig procent toe. Leuk is anders, maar tot zover snappen we het wel. Een feit dat bij minister Hoekstra ook bekend is, maar bij veel burgers niet, is dat in diezelfde periode het beschikbare inkomen van bedrijven in ons land juist verdubbelde, met name door belastingverlaging.

Terugvloeien naar beneden

Deze trend borduurt nog voort op het Reagan-geloof uit de jaren tachtig van de vorige eeuw: iedereen heeft baat bij groeiende winsten. Die zorgen namelijk voor meer investeringen, en daarvan fleurt het hele land op. Maar dit idee is achterhaald. Talloze onderzoeken hebben later uitgewezen dat die winsten amper terugvloeien naar beneden, naar die werkende gezinnen die nog steeds in de tegelwijsheid ‘arbeid loont’ geloven. Nee, ze worden opgepot of naar het buitenland gesluisd, waardoor de woestijnvlakte tussen vermogenden en werkenden alleen maar groter wordt.

Hoe wil Hoekstra de uitwassen van dit systeem corrigeren? Dan volgt een verhaal over een moslim.

Gelukkig is daar nu onze minister van Financiën, die dit vast allemaal heeft geleerd aan de prestigieuze managementopleiding INSEAD, waar hij een tijdje in de schoolbanken zat. Zijn diagnose over die fnuikende economische onzekerheid deed mijn feitenlievende hart sneller kloppen.

Hoe stelt hij voor de uitwassen van dit systeem voor gezinnen te corrigeren? Dan volgt een verhaal over een strikt praktiserende moslim die namens zijn vrouw het woord neemt tijdens een doktersbezoek, in slecht Nederlands nog wel. Als voorbeeld van het ‘voor wat, hoort wat’-principe dat weer in ere hersteld moet worden, opdat het bezorgde gezin aan tafel weer vrolijk gaat kijken.

De frisse wind leek even door mijn keuken te waaien, maar ik stond snel op om de ramen weer te sluiten. Wennen aan de spruitjeslucht? Dat zal ik nooit.