Tegenwoordig schamen we ons er niet meer voor ons te schamen. Schaamte is sympathiek. En comfortabel. Want wie toegeeft aan vleesschaamte te lijden, laat zien dat zij of hij de impact van de vleesindustrie op het milieu onderkent – zonder het eten van vlees per se af te zweren. Vliegschaamte werkt op een vergelijkbare manier: je erkent dat vliegen schadelijk is, maar blijft voor bestemmingen die verder weg liggen dan pakweg Berlijn toch het vliegtuig gebruiken. Uit de cijfers van Schiphol blijkt althans niet dat de opkomst van vliegschaamte tot minder Nederlandse luchtreizigers heeft geleid.

Schrijfster Susan Smit introduceerde dit voorjaar de ‘meer dan twee kinderen-schaamte’. ‘Een taboe, ik weet het,’ schreef ze. ‘Maar de aarde gaat kapot aan te veel mensen. Dat is het kale, naakte feit dat niemand durft te benoemen.’

Lees ookMinderen met kinderen: zo doe je pas echt iets aan klimaatverandering8 mei 2019

De reacties varieerden van hysterisch tot onderkoeld afwijzend. ‘Zo’n vrouw als Smit bewijst maar weer eens dat de linkse ideologie in de kern ontzettend menshatend is,’ aldus de boreale site De Dagelijkse Standaard. ‘Er zijn helemaal niet veel vrouwen die meer dan twee kinderen krijgen,’ aldus hoogleraar sociale demografie Jan Latten van de UvA. ‘Onze bevolking stijgt, maar dat komt door de immigratie.’ Volgens Latten hoeven mensen zich dus niet te schamen voor het krijgen van kin­deren.

Maar de discussie rond Smits uitspraak vormt een rookgordijn dat het ware probleem verhult: iedere nieuwe Nederlander – hier geboren of naartoe geïmmigreerd – vormt een aanslag op de mensheid en de planeet. Nederland is namelijk nog altijd een roofstaat. De rijkdom van iedere Nederlander – tot aan een ontvanger van een uitkering aan toe – is voor een belangrijk deel gebaseerd op uitbuiting en ver­nietiging van ecosystemen. Een ‘kaal, naakt feit’ dat een nieuwe loot aan de schaamteboom kan doen ontspruiten: roofschaamte.

Ver-van-mijn-bed-show

Dat Nederland zijn welvaart in het verleden veelal met bedenkelijke methoden bij elkaar harkte, is bekend. Ewald Vanvugt publiceerde er drie jaar geleden onder de titel Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten een schurend boek over. Daarin behandelt hij niet alleen de vele moordpartijen in voormalig Nederlands-Indië, maar bijvoorbeeld ook de Nederlandse bijdrage aan de lucratieve opiumhandel en – dieper in de geschiedenis – ‘ons’ aandeel in de kruistochten, die in feite een dekmantel vormden voor grootschalige plunderingen in Zuidoost-Europa en Klein-Azië.

Lees ookEen interview Ewald Vanvugt, Typhoon, Fresku, Akwasi en Jiggy Dje14 maart 2016

Nederland was natuurlijk niet het enige Europese land dat de wereld afschuimde op zoek naar buit. De Spaanse misdaden in Amerika zijn legendarisch, evenals de Britse in India en de Belgische in Congo. Maar dat maakt onze misdaden niet minder zwaar. Zeker, er bestaat discussie over het slavernijverleden en de twijfelachtige inborst van sommige Nederlandse helden van weleer. Maar voor het gros van de Nederlanders is dit een ver-van-mijn-bed-show. Voor hen begint de geschiedenis met de Tweede Wereldoorlog. En in die oorlog waren wij de onderliggende partij, slachtoffers van een wreed regime, kortom: de goeden.

Wellicht ligt hier de oorsprong van de gedachte dat wij Nederlanders in principe het beste voor hebben met de mensheid. Wij huisvesten het Vredespaleis, koesteren de rechtsstaat en staan vooraan in ontwikkelingssamenwerking. Wij danken onze welvaart niet langer aan slavenhandel en plundering, maar aan een goed ontwikkelde dienstensector en innovatieve industrie.

Tweede landbouwexporteur

De werkelijkheid is – in letterlijke zin – aardser. Nederland drijft nog altijd op de ontginning van grondstoffen. En die grondstoffen halen we nog altijd voor het allergrootste deel uit verre buitenlanden.

Waar hebben we al die grondstoffen voor nodig? Nou, het nietige Nederland is de tweede landbouwexporteur ter wereld, na de 236 keer zo grote VS. Volgens het meest recente jaarrapport over de landbouw van Wageningen University & Research en het CBS exporteerden we in 2018 voor 90,3 miljard euro aan landbouwproducten. Dat is meer dan 5200 euro per Nederlander (voorlichters en consultants meegerekend). Nog opmer­kelijker is het dat we tevens voor 61,4 miljard euro aan landbouwproducten importeerden. Een deel daarvan aten we zelf op, zoals de bananen en de pangasiusfilets. Maar het gros ervan diende als grondstof voor, jawel, onze te exporteren landbouwproducten.

Gelukkig halen varkens – net als Nederlanders – hun neus niet op voor een exotische maaltijd: tapioca, palmpitschilfers en sojaschroot uit verre buitenlanden gaan er ook prima in.

Is het u wel eens opgevallen dat in traditionele bierlanden ook veel varkensvlees wordt gegeten? Dat heeft een historische oorzaak: na het bierbrouwen blijft er een dikke, grijze massa over, de zogeheten bostel. Dit eiwit- en vezelrijke spul vormt ideaal varkensvoer. We drinken echter bij lange na niet genoeg bier om de 25 miljoen varkens te voeden die hier tegenwoordig jaarlijks verwekt worden (volgens Varkens in Nood zijn het er 27,3 miljoen). Maar gelukkig halen varkens – net als Nederlanders – hun neus niet op voor een exotische maaltijd: tapioca, palmpitschilfers en sojaschroot uit verre buitenlanden gaan er ook prima in.

Met een omzet van 8,5 miljard euro is de export van melkproducten en eieren nog iets groter dan de vleesexport (8,1 miljard). Ook al deze koeien en kippen krijgen geïmporteerde lekkernijen te eten.

Een graafmachine verplaatst oliepalmvruchten naar een fabriek. Foto: Pascal Maitre, Panos Pictures.
De ‘beoogde doelstelling’

De contouren van het beeld dat hieruit oprijst, zijn helder: om onze vlees-, kaas- en eierenhandel te laten floreren, worden in Borneo, Sumatra en Brazilië tropische oerbossen omgehakt. Vervolgens worden er monoculturen aangeplant. In Brazilië wordt massaal gebruik gemaakt van de synthetische herbicide glyfosaat – een volgens het Agentschap voor Kankeronderzoek IARC ‘waarschijnlijk kankerverwekkende’ stof die beter bekend is onder de commerciële naam Roundup. Het gif doodt een groot aantal verschillende planten, maar niet de genetisch gemanipuleerde soja waarvoor biotechgigant Monsanto het zaad levert. Kleine boeren in de omgeving zijn hiervan op tragische wijze de dupe.

Vanzelfsprekend wordt de kwestie door de sector gebagatelliseerd. Volgens de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) bestaat ‘maar’ 8 procent van het varkensvoer uit soja. Voor kippenvoer bedraagt dat percentage 26 procent.

Het rapport van Wageningen UR bevat een staatje waaruit zou blijken dat de soja die in de diervoederindustrie verbruikt wordt voor iets meer dan 50 procent voldoet aan de ‘beoogde doelstelling’ van de verduurzaming van agrogrondstoffen. Over wat dat inhoudt, is het rapport uiterst vaag. Die doelstelling is namelijk vastgesteld in ‘convenanten’. Hoe dan ook werd voor soja de doelstelling voor 2015 niet gehaald vanwege ‘de beperkte marktvraag naar duurzame soja’. De doelstelling om duurzame soja te importeren werd dus niet gehaald omdat bedrijven geen zin hadden om duurzame soja te importeren. Maar dat maakte blijkbaar niet uit, want ‘de diervoederindustrie is vanaf 1 januari 2015 doorgegaan met een nieuwe doelstelling’.

landroof en ontbossing

Ook ‘de doelstelling voor duurzame palmolie is niet gehaald, maar de betrokken partijen zijn na 2015 verder gegaan met de verduurzaming van de palmolieketen. De doelstelling werd hierbij aangescherpt en de monitoring van het verbruik van duurzame palmolie is op dezelfde voet voortgezet.’

Juist.

Een jaar geleden bracht Vereniging Milieudefensie een zogenoemd zwartboek uit over de werkelijke gang van zaken in de ‘palmolieketen’. ‘Dit zwartboek brengt aan het licht dat geld van ABN-AMRO, ING en Rabobank de afgelopen acht jaar rechtstreeks is gebruikt om bedrijven te financieren die de lokale bevolking onderdrukken en kostbare bossen vernietigen. In de periode 2010-2018 verstrekken de drie banken op zijn minst 4,9 miljard euro aan krediet aan de veertien bedrijven in deze publicatie. Waarschijnlijk liggen de bedragen nog veel hoger.’

Uiteraard zien de genoemde banken dit helemaal anders, zo vermeldt het zwartboek. ‘ING zegt geen financiering te verstrekken aan bedrijven die zich bezighouden met ontbossing en verbranding van tropisch regenwoud. ABN-AMRO zegt geen financiering te verstrekken aan bedrijven die zich inlaten met houtkap of handel in illegaal geoogst of niet-gecertificeerd hardhout en houtkap in primair bos. De Rabobank zegt geen financiering te verstrekken aan bedrijven die houtkap-materiaal kopen om in primair tropisch vochtig bos te gebruiken. Daarnaast zijn zowel ABN-AMRO, ING en de Rabobank lid van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Deze banken hebben in meer of mindere mate de verwachting van hun klanten dat zij (een deel van hun) activiteiten certificeren.’

Convenanten. Certificaties. Doelstellingen. Monitoring. Ronde tafels. Het zijn de papieren werkelijkheden van bevoordeelde Nederlanders die ontwikkelingslanden alleen ervaren tijdens rugzakvakanties en neokoloniale expat-aanstellingen. In de echte wereld constateerde Milieudefensie een lange lijst van misdaden waarin landroof en ontbossing te boventoon voeren. Criminaliteit tegen mens en milieu dus, ten behoeve van – onder meer – een Nederlandse industrie die de palmolie gebruikt in zulke uiteenlopende producten als zeep, babyvoeding, margarine, nepkaas (voor in kaassoufflés en pizza’s), lippenstift en biobrandstof.

Omdat het vol zit met verzadigde vetzuren is het waarschijnlijk niet gezond, maar gelukkig bevindt dat probleem zich in de bekwame handen van de Stuurgroep Kies Gezond Vet van het Productschap Margarine, Vetten en Oliën.

Restproducten van de palmolieteelt vinden, zoals gezegd, gretig aftrek als voer voor de omvangrijke Nederlandse veestapel. ‘Bij elkaar opgeteld maakt dit van palmolie een zeer aantrekkelijke en goedkope grondstof voor verschillende industrieën, waar kansen liggen voor investeerders,’ aldus Milieudefensie. ‘De keerzijde is dat de gigantische vraag naar deze grondstof een enorme druk zet op het tropisch regenwoud en haar inwoners.’

Convenanten. Certificaties. Doelstellingen. Monitoring. Ronde tafels. Het zijn de papieren werkelijkheden van bevoordeelde Nederlanders.

de grootste exporteur van palmolie

Eenmaal geoogst gaat de ruwe palmolie op weg naar de haven van Rotterdam. Volgens het CBS is ‘Nederland met afstand de grootste palmolie-importeur van de Europese Unie. Na Nederland (ruim 2 miljard euro) volgen Spanje, Duitsland, Italië en België.’

Nederland is ook de grootste exporteur van palmolie. De olie wordt hier geraffineerd in fracties die gebruikt kunnen worden door industrieën elders. Deze handel was in 2017 goed voor 1,3 miljard euro. Ter vergelijking: de tweede exporteur binnen de EU, Duitsland, bracht het niet verder dan een schamele 300 miljoen euro. Het CBS merkt daarbij op dat we steeds meer palmolie uit Latijns-Amerika importeren, en dan met name uit Colombia, Honduras en Guatemala.

Het transport van deze enorme hoeveelheid grondstoffen over zulke enorme afstanden is een kwestie op zich. Grote vrachtschepen stoken hun motoren op de smerigste oliefractie die er bestaat: stookolie. Dat resulteert in ontstellende zwavel- en stikstofemissies. Qua uitstoot van broeikasgassen staan de schepen ook hun mannetje: volgens een studie van de EU uit 2015 veroorzaken ze 3 procent van de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide. Ter vergelijking: de internationale luchtvaart is goed voor 5 procent. Naar verwachting zal dit in 2050 voor beide sectoren tweeënhalf keer zoveel zijn.

Saillant detail: deze emissies tellen niet mee in internationale verdragen over CO2-uitstoot, waaronder het akkoord van Parijs. Zou je dat wel doen, dan vallen de Nederlandse klimaatdoelen in het water. ‘Het aandeel van de mobiliteitssector in de totale CO2-uitstoot in Nederland bedraagt dan 27% in plaats van 18% in 2015 en dit loopt op naar 36% in 2030 en 46% in 2050,’ aldus het rapport Klimaatbeleid voor mobiliteit op de kaart van CE Delft (Hoen en Meerwaldt, 2017).

35.000 braadkuikens in een van de stallen van pluimveehouder Ronny Graat, Nederland. Foto: Bart Eijgenhuijsen, Hollandse Hoogte.
post-apocalyptisch

Het aandeel van fossiele brandstoffen in de landbouw is een ander, sterk onderbelicht aspect van de moderne voedselproductie waar Nederland zo goed in is. Zonder dieselslurpende machines is zulke landbouw niet denkbaar. Minder bekend is dat kunstmest voor een belangrijk deel uit aardgas wordt gemaakt. Hoewel je zou denken dat Nederland niet bepaald met een mesttekort kampt, wordt kunstmest hier toch massaal toegepast omdat het een meer optimale mix van voedingsstoffen biedt dan dierlijke mest. Het spul wordt gemaakt via het zogenoemde Haber-Bosch-proces: waterstof en stikstof worden onder hoge druk omgezet in ammoniak. De benodigde waterstof wordt gewonnen uit aardgas.

Nederland heeft dat gas de afgelopen halve eeuw uit eigen bronnen kunnen tappen. Dat laat onverlet dat Nederland voor zijn energievoorziening altijd gretig over de grenzen heen heeft gekeken.

De economische waarde van aardolie werd voor het eerst onderkend in de VS, waar het eerst ingang vond als grondstof voor lampolie en daarna ook voor benzine.

De ontdekking van aardolie op Sumatra leidde in 1890 tot de oprichting van de N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij. In 1907 vormde deze met Shell Co., een Brits bedrijf dat oorspronkelijk in zeeschelpen handelde, een oliemaatschappij waarvan de Nederlanders 60 procent van de aandelen in handen kregen.

Anno 2019 gaat het nog altijd uitstekend met Royal Dutch Shell. Vorig jaar draaide het bedrijf een omzet van 322 miljard dollar, waarmee het tot de allergrootste jongens behoort. En hoewel Shell dit voorjaar toegaf geen winstbelasting te betalen in Nederland, is het bedrijf vitaal voor de Nederlandse welvaart. Net als andere mega-ondernemingen vormt het een ideale gastheer voor talloze kleinere bedrijven en zzp’ers die er hand- en spandiensten voor verrichten. Accountants, consultants, reclamemakers, public-relations-specialisten en lobbyisten profiteren allemaal van zulke ondernemingen waar het geld tegen de spreekwoordelijke plinten klotst.

Dat maakt ze echter wel medeplichtig aan Shells zakelijke praktijken. De winning van fossiele brandstof is per definitie niet schoon – niet voor het milieu, niet voor het klimaat, en in veel gevallen ook niet voor de mensenrechten. Een van de landen die daar de meest schrijnende voorbeelden van bieden, is Nigeria. De oliewinning komt daar bepaald niet ten goede aan de inwoners van het land. Zij zien de rijkdommen onder hun voeten vandaan gepompt worden terwijl ze zelf in armoede leven. Als gevolg daarvan is er een schaduweconomie ontstaan rondom de diefstal van ruwe olie uit de pijpleidingen van de grote bedrijven.

De oliewinning in Nigeria komt niet bepaald ten goede aan de inwoners van het land. Ze zien de rijkdommen onder hun voeten vandaan gepompt worden terwijl ze in armoede leven

Deze olie wordt op verborgen plekken in de natuur met zeer primitieve middelen geraffineerd om vervolgens op de zwarte markt verhandeld te worden. De milieu­schade van dit alles in onbeschrijfelijk. Verslaggeefster Gianna Toboni, die voor een Vice-documentaire een illegale raffinaderij bezocht, beschrijft het landschap als ‘post-apocalyptisch’. De arbeiders verzekeren haar dat ze zeker ander werk willen doen, maar dat dat er simpelweg niet is. De reportage brengt de dagelijkse werkelijkheid van het neokolonialisme in pijnlijk hoge resolutie in beeld.

Lees ookOok in Nigeria betaalt Shell amper belasting (maar dat lijkt niemand iets te kunnen schelen)8 juli 2019

Het lijkt erop dat Shell zelf alle negatieve publiciteit inmiddels ook zat is. Royal Dutch richt zich steeds meer op de winning van aardgas. In 2017 ging tweehonderd kilometer ten noorden van Australië de Prelude FLNG voor anker. Dit 488 meter lange gevaarte is in staat een gasveld leeg te zuigen om daarna naar een volgende bestemming te worden versleept. Het gas wordt aan boord vloeibaar gemaakt om vervolgens in gastankers te worden overgepompt.

Aardgas is de schoonste van de fossiele brandstoffen en produceert verreweg de minste CO2. Helaas is methaan (de hoofdcomponent van aardgas) op zichzelf een uiterst krachtig broeikasgas, en komt er bij gaswinning onvermijdelijk methaan in de atmosfeer terecht. Shell is van plan nog veel meer van dit soort schepen te laten bouwen – een voornemen waar milieubeschermers niet gelukkig van worden. Vooral ook omdat ze erg geschikt lijken om naar gas te boren in de steeds schaarser door ijs bedekte Noordelijke IJszee.

complexe economische keten

Moet je je daadwerkelijk voor al deze zaken schamen, alleen maar omdat je een Nederlands paspoort hebt? Dat weet ik niet. Maar het is wél nuttig te beseffen dat onze individuele welvaart niet alleen het gevolg is van onze hoogsteigen kwaliteiten en vaardigheden, maar ook van de economische omstandigheden in de omgeving waarin we zijn grootgebracht.

Een Nederlander die vier dagen per week over beleid vergadert, vergeet al snel dat er een complexe economische keten aan het werk is die het mogelijk maakt dat hij elke week zijn boodschappenkar kan volgooien met eersteklas voedingsproducten. Een keten die veel minder klinisch en abstract is dan de broodwinning van een zogenaamde kenniswerker. Een keten die in Indonesië, Brazilië en Nigeria – waar zulke verwende pseudobanen nauwelijks bestaan – schrijnt, knelt en verwurgt. Beschouw roofschaamte niet als plicht of boete, maar als een andere manier van denken over onze Nederlandse welvaart en eigendunk.