De 41-jarige Egyptische papyroloog Usama Gad kent de tekst van de Steen van Rosetta uit zijn hoofd. De steen, waarop dezelfde tekst in het Demotische schrift, hiërogliefen en het Griekse alfabet geschreven staat, bleek de sleutel tot het ontcijferen van hiërogliefen. Met zijn studenten aan de Ain Shams Universiteit in Caïro bestudeerde Gad een kopie, omdat het origineel in het British Museum in Londen staat. Maar het zien van het origineel, zegt Gad, is voor hem als papyroloog van grote waarde.
Dit artikel is opnieuw relevant, want: de Raad voor Cultuur bracht in oktober 2020 het advies uit om onrechtmatig meegenomen cultuurgoederen in musea terug te geven aan landen waar ze vandaan komen.
Hij kreeg die kans toen hij vorig jaar de prestigieuze British Academy-beurs kreeg. Maar hoewel zijn papieren naar zijn weten in orde waren, liet de Britse douane hem de eerste keer niet door. Een jaar later lukte het wel. Nu werkt hij in de Senate House-bibliotheek tegenover het British Museum.
Een paar weken geleden zag hij de Steen van Rosetta voor het eerst.
‘Het was overweldigend. Het maakte veel gevoelens in me los om als Egyptenaar het British Museum, dat een kolonialistisch en imperialistisch verleden heeft, binnen te gaan,’ zegt Gad over de telefoon.
‘Net als de Steen van Rosetta voelde ik me gevangen. Als Egyptenaar kom ik niet zomaar Engeland binnen. In theorie kan iedereen het British Museum bezoeken en de Steen van Rosetta bekijken. De toegang is gratis. Maar niet iedereen kan de reis ernaartoe betalen en voor Egyptenaren is het moeilijk een visum te krijgen. We moeten ons afvragen of het imperialistische tijdperk echt over is.’
Jasper Veenstra en Emma van der Zalm gingen verder in gesprek over het moeizame verloop van teruggave van museumstukken. Waarom is dat toch zo ingewikkeld? En wat vindt Emma er zelf eigenlijk van?
Ethisch besef
Europese musea beseffen steeds meer dat ze objecten in hun collectie hebben die ‘stinken’, zegt Jos van Beurden (73) over de telefoon. Hij is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en schreef het boek Treasures in Trusted Hands, waarin hij beschrijft wat er moet gebeuren met objecten die tijdens de koloniale tijd naar Europa zijn gehaald. In verschillende media riep hij musea op hun koloniale kunst terug te geven aan de landen van herkomst.
Van Beurden merkt dat het ethisch besef over dit vraagstuk groeit. In Nederland zeggen het Rijksmuseum en de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen, waar het Tropenmuseum, het Afrika Museum en het Museum Volkenkunde deel van uitmaken, dat ze roofkunst willen teruggeven.
Het Africa Museum in het Belgische Tervuren veranderde met de heropening in december 2018 de inrichting van het museum en erkende de wandaden gepleegd in Congo door oprichter koning Leopold II. De Franse president Macron kondigde in november 2018 aan roofkunst terug te geven aan Afrika. Het Humboldt Forum in Berlijn stelde zijn opening, die gepland stond voor dit jaar, uit na kritiek op het gebrek aan inspanningen van het museum om de herkomst van koloniale objecten te achterhalen en presenteren.
‘Wij hebben toch ook geen Duitse antiquiteiten in Caïro? Diplomatie moet altijd worden beantwoord, anders is het kolonialisme.’
Maar wat komt er daadwerkelijk terecht van die goede intenties? En hoe zit het met de meesterwerken, zijn musea bereid die terug te geven?
Als journalist in Egypte besloot ik op zoek te gaan naar antwoorden door me te richten op de twee bekendste oud-Egyptische artefacten in Europa: de Steen van Rosetta in het British Museum in Londen en de buste van Nefertiti in het Neues Museum in Berlijn.
Beide objecten werden meegenomen naar Europa in het koloniale tijdperk. De Steen van Rosetta werd in juli 1799 gevonden door soldaten van Napoleons leger tijdens het bouwen van een fort vlakbij de plaats El-Rashid (vroeger Rosetta). Maar Napoleon werd verslagen door de Britse en Ottomaanse troepen.
Zijn nederlaag werd officieel met de overgave van Alexandrië in 1801. Een van de voorwaarden van de overgave was dat een aantal Egyptische antiquiteiten werd overgedragen aan de Britten, waaronder de Steen van Rosetta. Een jaar later werd de steen tentoongesteld in het British Museum. Neal Spencer van de afdeling oud-Egypte en Sudan van het British Museum vindt dat het British Museum gezien die geschiedenis wettelijk recht heeft op de steen.

Hitler ging niet akkoord
Met de buste van Nefertiti ging het anders. In zijn kantoor in Caïro vertelt de Egyptische archeoloog Zahi Hawass zijn versie van het verhaal.
Hawass werd bekend door zijn onderzoek naar Toetanchamon. Hij was van 2002 tot 2011 secretaris-generaal van de hoge raad van antiquiteiten en korte tijd minister van Oudheden. De hoed die hij altijd draagt is inmiddels net zo bekend als die van Indiana Jones.
Net als de meeste Egyptische archeologen gelooft Hawass dat de buste van Nefertiti op een illegale manier uit Egypte is meegenomen.
De buste werd in december 1912 gevonden in Tell el-Amarna door professor Ludwig Borchardt van het toenmalig Duits Imperialistisch Instituut voor Egyptische Archeologie. De missie werd gesponsord door de rijke Berlijnse handelaar James Simon. De Egyptische wet van die tijd stelde dat buitenlandse archeologische missies hun vondsten moesten registreren. De Egyptische autoriteiten konden dan beslissen of buitenlandse missies bepaalde objecten konden houden. Het mocht nooit meer zijn dan tien procent van de gehele vondst. Unieke objecten of objecten van goud, zilver, waardevol steen, papyrus, manuscripten of delen van een object moesten in Egypte blijven.
Professor Borchardt hield zich niet aan die wet, zegt Hawass. Hij vervalste de registratie van de buste door aan te geven dat die gemaakt was van gips in plaats van kalksteen. De gehele vondst werd in dozen gestopt en tijdens de inventarisatie zagen de Egyptische autoriteiten Nefertiti over het hoofd. Borchardt zou de buste hebben meegenomen naar Berlijn en die daar tien jaar verborgen hebben gehouden, waarna Nefertiti opdook in een Berlijns museum.
Sindsdien heeft Egypte verschillende keren geprobeerd de buste terug te krijgen, onder andere door voor te stellen die te ruilen voor andere antiquiteiten of door te dreigen met het stopzetten van Duitse opgravingen. In 1933 waren er onderhandelingen tussen Duitsland en Egypte over de teruggave, maar Hitler ging niet akkoord.
De buste van Nefertiti staat nu in het Neues Museum in Berlijn, dat onderdeel is van een groep staatsmusea die vallen onder de Pruisische Stichting voor Cultureel Erfgoed. De officiële positie van de stichting is dat de buste van Nefertiti op een legale manier is verkregen en dat Egypte geen wettelijke claim kan leggen op de buste, schrijft persvoorlichter Birgit Jöbstl in een e-mail.
De Duitse missie had met de Egyptische hoge raad van antiquiteiten afgesproken dat ze een deel van de vondsten mocht meenemen, ter compensatie van de financiering van het project. Dat staat in een schriftelijk protocol dat is ondertekend door beide partijen. De Pruisische Stichting voor Cultureel Erfgoed publiceerde dat protocol in hun jaarboek van 2010. De inspectie van de vondst zou volledig transparant zijn geweest. Een medewerkster van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken die anoniem wil blijven, zegt dat ‘Duitse diplomatieke bronnen’ dezelfde versie van het verhaal aanhouden.
‘Ambassadeurs voor Egypte’
Egyptische archeologen zijn verdeeld over de vraag of de Steen van Rosetta en de buste van Nefertiti gerepatrieerd moeten worden. Zahi Hawass is een fanatiek voorstander. Als hoofd van de hoge raad van antiquiteiten schreef hij in 2010 een brief aan professor Parzinger, hoofd van de Pruisische Stichting voor Cultureel Erfgoed, met het verzoek Nefertiti terug te geven. Het bleek een vergeefse poging.
‘De Steen van Rosetta en de buste van Nefertiti staan symbool voor de kolonisatie van Egypte.’
Een jaar later was de Egyptische Revolutie. Hawass werd beschuldigd van corruptie en kreeg een gevangenisstraf van een jaar opgelegd, maar de uitspraak werd later nietig verklaard. Nu is het zijn persoonlijke missie om zoveel mogelijk gestolen Egyptische artefacten terug te halen.
Andere egyptologen zien de artefacten ook graag terug, maar vinden tegelijkertijd dat de buste van Nefertiti en de Steen van Rosetta goede ‘ambassadeurs voor Egypte’ zijn. ‘Ze trekken toeristen aan en maken mensen nieuwsgierig naar onze cultuur,’ redeneert Fayza Haikal, egyptoloog en professor aan de American University in Caïro, waar ze in 2015 werd uitgeroepen tot ‘toonaangevende vrouwelijke egyptoloog’.
Maar egyptoloog Monica Hanna vindt het idee van antiquiteiten als ambassadeurs ‘een illusie’. Hanna brengt veel tijd door in Luxor, waar ze meewerkt aan archeologische opgravingen. Ze zou de plundering van opgravingen en de illegale handel in antiquiteiten graag tegengaan, en is erg uitgesproken over koloniale invloeden in de archeologie. ‘Wij hebben toch ook geen Duitse antiquiteiten in Caïro? Hebben we een stuk van de Berlijnse muur hier? Diplomatie moet altijd worden beantwoord, anders is het kolonialisme,’ zegt Hanna in een koffietent in Caïro.

Culturele toe-eigening
De Steen van Rosetta en de buste van Nefertiti staan symbool voor de kolonisatie van Egypte, zeggen zowel Monica Hanna als Usama Gad. ‘Ze representeren niet alleen het kolonialisme van vroeger, maar ook de huidige culturele hegemonie. Ik zou graag willen dat ze terugkomen naar Egypte. Dat zouden symbolische gebaren zijn,’ zegt Gad over de telefoon.
Maar gewoonweg een object teruggeven is niet per definitie dekoloniseren, vindt Hanna. ‘Dat is eerder het afkopen van een schuldgevoel.’
Een ander probleem is de culturele toe-eigening van objecten, merken Hanna en Gad op. Het is wrang dat Nefertiti op de Duitse postzegels staat, vindt Monica Hanna. Ze vertelt dat Nefertiti tot op de dag van vandaag Egyptische vrouwelijkheid en feminisme symboliseert. Tijdens de Egyptische Revolutie droegen vrouwen bijvoorbeeld een masker van Nefertiti als tegenreactie op seksuele intimidatie.
‘De objecten representeren niet alleen het kolonialisme van vroeger, maar ook de huidige culturele hegemonie.’
In zijn boek Treasures in Trusted Hands schrijft Jos van Beurden over het recht van de mens op culturele ontwikkeling. Hij legt uit dat er steeds meer juristen zijn die zeggen dat iemand zich alleen cultureel kan ontwikkelen als hij ook de objecten heeft die daarbij horen. Dat betekent dus dat Egyptenaren recht hebben op teruggave van bijvoorbeeld de buste van Nefertiti, omdat haar aanwezigheid in Berlijn hun culturele ontwikkeling tegenhoudt.
Erkennen van het verleden
Hoe staan het British Museum en het Neues Museum tegenover dekolonisatie en repatriëring?
In een gesprek met Neal Spencer herkauwt hij vooral het officiële standpunt van het British Museum. Dekoloniseren betekent niet automatisch het teruggeven van objecten, het gaat om het erkennen van het verleden en de context waarin het museum en de collectie tot stand kwamen, de raad van toezicht hecht veel waarde aan de collectie in haar geheel. Uitlenen kan, maar teruggave is niet echt een optie. Spencer benadrukt dat Egypte nog nooit een officiële aanvraag voor de Steen van Rosetta heeft ingediend. Ook de persvoorlichter van het museum wijst hierop.
Spencer noemt ook het Circulating Artefacts-project van het British Museum, een online databank voor Egyptische en Nubische antiquiteiten die rondgaan op de internationale kunstmarkt en in privécollecties. Zo kan de illegale handel worden tegengegaan. Maar alleen objecten die recentelijk op de markt zijn gekomen, worden opgenomen in de databank. Dat betekent dus dat antiquiteiten die in koloniale tijden zijn meegenomen en nu in musea staan, daarbuiten vallen.
Onder vuur
De houding van de Britse regering en het British Museum laat zien dat zij eigenlijk tegen restitutie zijn, zegt Jos van Beurden. Ze zullen hoogstens een object teruggegeven om de relaties te verbeteren, niet omdat ze beseffen dat het oneerlijk is hoe ze objecten hebben verzameld en daarvoor hun excuses willen aanbieden.
Ook de Egyptische commentator Ahdaf Soueif is kritisch over de houding van het British Museum. Haar opinieartikelen verschijnen in The Guardian en haar roman The Map of Love werd in 1999 genomineerd voor de Man Booker Prize.
Tot een paar maanden geleden zat ze in de raad van bestuur van het British Museum. In juli trad ze af omdat ze gefrustreerd is over de manier waarop het museum zich verhoudt tot ethische en politieke kwesties. In het tijdschrift London Review of Books schreef ze hierover een kritisch stuk. Het British Museum, dat zonder koloniale praktijken niet zou bestaan, ligt onder vuur, schrijft ze. En toch spreekt het zich nauwelijks uit. Terwijl het museum juist een leidende rol zou moeten nemen in het debat over repatriëring en restitutie, vindt Soueif.
Gevoeligheden rond objecten
Het Neues Museum doet zelf geen uitspraken over dekolonisatie of repatriëring, maar verwijst daarvoor naar de overkoepelende Pruisische Stichting voor Cultureel Erfgoed. De stichting neemt actief deel aan het huidige debat rondom museumcollecties die in koloniale tijd tot stand kwamen, laat persvoorlichter Birgit Jöbstl weten. De stichting gaf zichzelf richtlijnen voor ‘het omgaan met niet-Europese collecties’ en was ook betrokken bij het samenstellen van richtlijnen door de Duitse Museumbond.
Die richtlijnen hameren erop dat Duitse musea zich bewust moeten zijn van de gevoeligheden rond objecten die in koloniale tijd zijn meegenomen en nu onderdeel zijn van hun collecties. Idealiter voeren ze dat bewustzijn door in het verzamelen, bewaren, onderzoeken, tentoonstellen en teruggeven van objecten. Jöbstl wijst ook op ‘enkele gevallen’ van repatriëring door de stichting; in de afgelopen twintig jaar is dat drie keer gebeurd.

Op de drempel
Niet alleen het British Museum en het Neues Museum, ook de rest van Europa ‘blijft een beetje voor de drempel staan’, zegt Jos van Beurden.
Men beseft wel dat het een serieus probleem is, maar verder zijn het meer woorden dan daden. Als een van de weinigen zette de Franse president Macron in november 2018 een belangrijke stap. Hij had opdracht gegeven voor een onderzoek naar het teruggeven van artefacten aan Afrika. De Senegalese onderzoeker Felwine Sarr en de Franse onderzoeker Bénédicte Savoy schreven een kritisch rapport en adviseerden om alle objecten die zonder toestemming waren meegenomen uit Afrika te restitueren. Kort daarna beloofde Macron dat het Musée du Quai Branly in Parijs 26 beelden zal teruggeven aan de Republiek Benin.
Ook Nederlandse musea komen maar langzaam op stoom, vindt Van Beurden. De Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen bracht in maart 2019 een rapport uit waarin staat dat transparantie en integriteit belangrijk zijn in de manier waarop ze omgaat met de betwiste objecten in haar collectie. Een vaste adviescommissie moet daarbij helpen.
Het Rijksmuseum in Amsterdam is na een onderzoekspilot naar tien objecten een vervolgonderzoek begonnen naar de herkomst van koloniale objecten in de collectie, zegt woordvoerder Jacobien Schneider. Dat doet het museum samen met andere instituten, onderzoekers en landen van herkomst. Maar het Rijksmuseum heeft niet het laatste woord over het teruggeven van objecten: net als bij andere publieke collecties beslist de Nederlandse staat daarover.
‘We leven niet in een postkoloniale wereld als het aankomt op archeologie. Anders zouden deze twee objecten in Egypte zijn.’
Een van de vaste tentoonstellingen van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden gaat over het Oude Egypte. Daniel Soliman is conservator van de collectie en laat weten dat de meeste objecten niet problematisch zijn omdat ze zijn aangekocht in een tijd dat het normaal en legaal was om in Egypte oudheden te kopen. ‘Bovendien heeft Nederland geen koloniaal verleden in Egypte, dus dat probleem speelt bij ons ook minder.’ De Egyptische overheid heeft ook nooit een restitutie-aanvraag gedaan. Toch kijken de conservatoren wel kritisch naar de eigen collectie en zullen ze restitutie-aanvragen van buitenaf altijd serieus nemen, zegt Soliman. In een aantal gevallen heeft het RMO proactief en als intermediair opgetreden om oudheden aan het land van oorsprong terug te geven.
Lege woorden
De beloftes van musea zijn vaak lege woorden, zegt Shaaban Abdel Gawad. Hij is de algemeen toezichthouder van de afdeling Repatriëring en Antiquiteiten van het Egyptische ministerie van Oudheden. Binnen het ministerie houdt hij zich bezig met het terughalen van roofkunst. Musea in Frankrijk, Engeland en Duitsland doen niet genoeg om artefacten terug te geven aan Egypte en andere landen in Afrika. Meer tijd en inzet is nodig, vindt hij.
De afgelopen vier jaar zijn 1500 objecten teruggegeven aan Egypte. Het ministerie van Oudheden wil uiteindelijk alle gestolen objecten terugkrijgen, zegt Abdel Gawad. Hoeveel dat er precies zijn, kan hij niet zeggen. Per object moeten de Egyptische autoriteiten een officiële aanvraag indienen bij de eigenaar. Daarvoor moeten ze kunnen bewijzen dat het object op een illegale manier uit Egypte is verdwenen. Om die claim hard te maken, moeten ze ook alle documentatie van het object delen. Interpol, UNESCO en de Egyptische antiquiteitenpolitie en officier van justitie worden betrokken bij dat proces.
Illegale handel
Het juridische pad volgen om koloniale roofkunst terug te krijgen, levert echter vaak problemen op. Veel internationale wetten werden gemaakt in een koloniale context en houden daardoor de koloniale ongelijkheid in stand, zoals de Duitse Museumbond in zijn rapport schrijft.
In 1970 werd de UNESCO-conventie ondertekend. De in 1995 ondertekende UNIDROIT-conventie is een aanvulling daarop. Beide zijn bedoeld om illegale handel in culturele objecten tegen te gaan. Maar omdat de conventies geen terugwerkende kracht hebben, kunnen voormalige kolonies deze niet gebruiken om objecten uit koloniale contexten te claimen.
De VN-verklaring voor de rechten van inheemse volkeren uit 2007 spoort overheden aan om hun inheemse volkeren te steunen in hun verzoek om repatriëring van culturele objecten. Maar deze verklaring kan niet gebruikt worden om een claim af te dwingen in de rechtbank omdat een VN-verklaring niet wettelijk bindend is. Verder bestaan er wel nationale, maar geen internationale wetten voor illegale handel in antiquiteiten en het repatriëren van gestolen kunst.
Dat op de overeenkomsten en verklaringen geen juridisch beroep gedaan kan worden, werd in juli van dit jaar duidelijk toen veilinghuis Christie’s in Londen een beeld van het hoofd van Toetanchamon verkocht voor 4,7 miljoen pond. Het veilinghuis beschrijft het beeld als een opmerkelijke representatie van de jonge farao. In 1985 bemachtigde Christie’s het beeld van handelaar Heinz Herzer uit München. De Egyptische autoriteiten protesteerden tegen de verkoop omdat ze vermoedden dat het beeld gestolen was. Ze deden een beroep op UNESCO om het beeld te repatriëren, maar konden de verkoop niet tegenhouden.
Diplomatieke weg
Net als met nazi-roofkunst wordt bij koloniale roofkunst de rechtbank ook vaak vermeden omdat de meeste juridische claims verjaard zijn, legt Jos van Beurden uit. Er is vaak onvoldoende bewijs dat een object illegaal verkregen is, en dus gaat men op zoek naar alternatieve manieren om objecten terug te krijgen. Bijvoorbeeld langs diplomatieke weg.
Tot nu toe heeft Egypte nooit een officiële aanvraag ingediend voor de restitutie van de Steen van Rosetta of de buste van Nefertiti. Waarom niet? Om tal van politieke redenen, zeggen verschillende egyptologen, onder wie Salima Ikram. Nationalisme, archeologie, politiek en economie zijn nauw met elkaar verbonden in Egypte. Restitutie van antiquiteiten wordt gebruikt voor politieke en financiële onderhandelingen, zegt ze op haar dakterras in het centrum van Caïro.
Abdel Gawad van het ministerie van Oudheden kan hierover weinig zeggen, behalve dat ‘Egypte de relaties met zijn vrienden goed wil houden’.
Ook Jos van Beurden zegt dat politieke overwegingen heel vaak een rol hebben gespeeld in het debat over het dekoloniseren van musea en het teruggeven van objecten. Teruggave kan gebruikt worden als een soort olie om de relaties te verbeteren. Hij denkt dat dat ook een van de motieven van Macron was om de vooral houten beelden uit de Republiek Benin terug te geven. Egyptoloog Monica Hanna ziet dit ook meer als politiek gebaar om te laten zien dat Frankrijk niet langer een kolonialistisch land is. En ook Usama Gad zegt: het is een politieke beslissing. Gad is ervan overtuigd dat de politiek alleen iets onderneemt als ze erbij gebaat is.
Nieuwe vondsten
Zoals het teruggeven van artefacten kan worden gebruikt om relaties tussen landen te verbeteren, zo kan het terugvragen van objecten relaties verslechteren, en Egypte heeft goede relaties met Europese landen nodig omwille van de archeologie, zeggen verschillende Egyptische archeologen.
‘Europeanen begonnen eerder met egyptologie dan Egyptenaren, en dat gaf hen de kans de kennis te monopoliseren.’
Opgravingen kosten veel geld en een groot deel daarvan komt uit Europa.
Engeland en Duitsland hebben veel archeologische projecten lopen in Egypte. De Britse Egypt Exploration Society telt er zo’n tien, waarvan de meeste in samenwerking met Britse universiteiten. De Britse krant The Telegraph schreef dat er in juni in totaal achttien Britse archeologische missies liepen.
Duitse opgravingen gaan meestal via het Duits Archeologisch Instituut (DAI) in Caïro. Aan sommige van hun projecten werken alleen Duitse onderzoekers mee. Andere zijn internationaal gericht of in samenwerking met Egyptische universiteiten of het ministerie van Oudheden.
Europese landen zijn ook betrokken bij wetenschappelijk onderzoek en bij de bouw van musea. Na de Egyptische Revolutie in 2011 en het neerstorten van een Russisch vliegtuig in de Sinaï in 2015, stortte de Egyptische toeristenindustrie in. Omdat het ministerie van Oudheden daardoor veel minder inkomsten haalde uit de toeristensector – denk aan toegangskaartjes voor tempels en musea – kon er minder geld worden uitgegeven aan opgravingen, zeggen Fayza Haikal, Monica Hanna en Johanna Sigl van de DAI.
De afgelopen jaren nam het aantal toeristen weer toe. Egyptologen Salima Ikram en Monica Hanna merken dat er de laatste tijd meer geld wordt gepompt in archeologische projecten omdat de overheid wil dat er nieuwe vondsten worden gedaan.
Behandeld als mankracht
Hoeveel geld Egypte precies uitgeeft aan archeologie is moeilijk te achterhalen. Het Egyptische ministerie van Oudheden was niet bereikbaar voor vragen hierover. Voor Egyptische universiteiten is het niettemin lastig om geld te krijgen voor archeologische projecten, zegt Monica Hanna. Privé-universiteiten hebben vaak meer geld te besteden dan openbare universiteiten die doorgaans zijn aangewezen op andere financiële potjes. Maar die zijn schaars omdat er geen nationale fondsen worden toegekend aan archeologie.
Buitenlandse archeologische missies werken geregeld samen met Egyptische collega’s. Projecten van het Duits Archeologisch Instituut zijn vaak in samenwerking met internationale onderzoekers en Egyptenaren, zegt Johanna Sigl. Dat geldt ook voor haar eigen project van de DAI.
Maar Monica Hanna zegt dat veel projecten in samenwerking met Egyptenaren gebaseerd zijn op politieke correctheid. Zij ziet bij zo’n tachtig procent van de opgravingen waaraan ze meewerkt dat de Egyptische collega’s niet worden betrokken bij het nemen van beslissingen. ‘Bij veel missies zijn de Egyptische medewerkers niet eens op de hoogte van wat er wordt opgegraven. Ze maken lijstjes met nummers, maar worden niet geholpen in het begrijpen van de opgraving, het begrijpen van de wetenschap, het begrijpen van de geschiedenis. Ze worden behandeld als mankracht. De buitenlandse medewerkers beschikken over de kennis en zijn dus degenen met de macht. En niet omdat de Egyptenaren dom zijn, maar omdat ze niet “empowered” zijn.’
Een gekoloniseerde wetenschap
In de archeologie staat kennis gelijk aan macht. Europeanen begonnen eerder met egyptologie dan Egyptenaren, en dat gaf hen de kans de kennis te monopoliseren. Wanneer bijvoorbeeld het Neues Museum alle archieven van een opgraving heeft, betekent het dat Egyptenaren geen toegang hebben tot dat onderzoek, vertelt Monica Hanna. Gevolg is een gebrek aan informatie.
Voor Egyptische onderzoekers, of gewoon een Egyptenaar die geïnteresseerd is, is het moeilijk een visum te krijgen. Het Neues Museum bezoeken en toegang krijgen tot de archieven ligt voor velen buiten bereik. ‘Hoeveel geld denk je dat ze moeten uitgeven in vergelijking tot wat ze hier verdienen?’
Andersom kan vrijwel elke Duitse onderzoeker naar Egypte komen en toegang krijgen tot alles wat hij wil, zegt Hanna. ‘Als je het zo bekijkt, is het nog erg kolonialistisch.’
Europese publicaties worden vaak als geloofwaardiger gezien dan Arabisch of Egyptisch onderzoek, merkt Usama Gad op met enige frustratie. En dat resulteert in een Europees monopolie op het discours over de Egyptische geschiedenis.
Verschillende egyptologen, onder wie Monica Hanna en Usama Gad, geloven dat de Europese invloed op de archeologie een belangrijke reden is voor Egypte om geen officiële aanvraag in te dienen voor de repatriëring van de Steen van Rosetta en de buste van Nefertiti. Monica Hanna denkt dat de Egyptische autoriteiten bang zijn dat Duitsland boos wordt en de financiering van projecten stopt.
De Steen van Rosetta en de buste van Nefertiti zijn symbolen voor de hedendaagse macht van Engeland, Duitsland en de Europese Unie, zegt Usama Gad. De objecten herinneren hem eraan dat Egypte werd gekoloniseerd en dat archeologie nog steeds een gekoloniseerde wetenschap is. We leven niet in een postkoloniale wereld als het aankomt op archeologie. Anders zouden deze twee objecten in Egypte zijn, zegt hij.
Monica Hanna pleit ervoor om kennis, data en archieven te dekoloniseren. Alleen het teruggeven van een object is volgens haar niet genoeg. ‘Het object zelf is niet het einde van de weg naar dekolonisatie, maar slechts het begin.’
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.