‘Ik zie wel wat je probeert te doen, hoor,’ zegt Mari Sanders halverwege ons gesprek. We zitten aan het raam bij filmmuseum EYE in Amsterdam-Noord. Hij roert met een brede grijns in zijn cappuccino. ‘Je probeert mijn handicap zo’n beetje in mijn levensverhaal te verweven. Zo van: Mari wilde filmmaker worden om te kunnen ontsnappen aan zijn rolstoel. Of omdat hij mensen wilde confronteren met de manier waarop hij de wereld ziet.’ Hij grinnikt. ‘Maar zo zit het gewoon niet.’
Probeer het maar eens: een zielig verhaal maken van Mari Sanders.
Hij heeft gelijk. Probeer het maar eens: een zielig verhaal maken van Mari Sanders (31). Van het vrolijke jongetje uit Eindhoven dat altijd veel te veel te vertellen had. Het jongetje dat op zijn veertiende besloot dat hij filmmaker wilde worden. Dat wordt toch niets, zeiden de leerkrachten op de speciale school waar hij naartoe ging.
Mari heeft cerebrale parese. ‘In Jip en Janneke-taal betekent dat dat de signalen vanuit je hersenen niet goed doorkomen,’ legt hij uit. ‘Je kan je benen niet goed aan- en ontspannen, waardoor je niet kan lopen.’ Jip en Janneke-taal, dus, voor je hele leven in een rolstoel.
Speeltuin
Die leerkrachten zagen het niet gebeuren met Mari, maar Mari zelf wel. ‘Ik zag die hele situatie eigenlijk al voor me als scène,’ vertelt hij. ‘Voor een documentaire, of zo. Ik keek ernaar van een afstand en dacht: zoiets zeg je toch niet tegen een kind van veertien?’

Het was hetzelfde gevoel dat hij altijd had op toneelles. ‘Daar zag ik in mijn hoofd ook altijd de scène die we moesten opvoeren van buitenaf, in plaats van dat ik opging in het toneelspelen.’ Het maakte hem een vrij slechte acteur, zegt hij. Maar een des te betere regisseur.
Van zijn ouders mocht Mari een camera kopen, en een paar jaar later werd hij toegelaten tot de kunstacademie Sint Joost in Breda. Een ‘speeltuin’ vond hij het. ‘En ik mocht altijd iets te laat komen, natuurlijk. Dan zei ik iets van: de lift deed het niet.’ Weer een grappige scène: Mari die op zijn gemak door de Sint Joost rolt, in de wetenschap dat niemand hem gaat aanrekenen dat hij weer het begin van de les heeft gemist.
De lol van zijn gebrek
Ook als het gaat om zijn lichamelijke beperking bekijkt Mari de situatie het liefst van buitenaf. Hij probeert ‘de lol’ van zijn gebrek in te zien, vooral te kijken hoe mensen op hem reageren in plaats van zich zorgen te maken over drempeltjes of de vraag of ergens wel een lift is. ‘Overal waar ik kom, neem ik ongemakkelijkheid met me mee,’ zegt hij.
Mari hoeft de kamer maar in te rollen en er ontstaat een filmscène. ‘Waar ik ook ben, wie ik ook ontmoet – ik zal altijd een awkward reactie uitlokken.’
Mari hoeft de kamer maar in te rollen en er ontstaat een filmscène. ‘Waar ik ook ben, wie ik ook ontmoet – ik zal altijd een awkward reactie uitlokken.’
Die awkward reacties zag Mari veel toen hij op pad was voor zijn Rolstoel Roadmovie – een driedelige documentaireserie die vanaf vanavond wordt uitgezonden door de EO op NPO2. De eerste aflevering opent met Mari die op een brug staat in Venetië en aan een voorbijganger vraagt of hij zijn rolstoel even naar beneden wil dragen – dan kruipt hij zelf de stenen traptreden van de brug af. Nee, zegt de man, ik draag je wel. Hoeft niet, zegt Mari, ik kan prima kruipen. Dit gaat een tijdje zo door tot de man er genoeg van heeft en Mari – ondanks zijn herhaaldelijke it’s okays en no really I’m fine – bij zijn middel oppakt en met een andere voorbijganger naar beneden draagt.

Respect afdwingen
Natuurlijk zijn er genoeg mensen geweest die hem waarschuwden voor het veeleisende vak van regisseur, en voor de harde wereld van film en televisie. Maar zelf zag hij nooit beren op de weg. ‘Misschien naïef.’ En hij heeft nog steeds niet het idee dat hij in zijn werk belemmerd wordt door zijn handicap. ‘Als ik regisseer, zit ik helemaal in mijn hoofd, dan vergeet ik die hele rolstoel, en mijn hele lichaam. Producenten moeten af en toe broodjes in mijn mond proppen, anders vergeet ik te eten.’ Ja, alleen als hij in het oerwoud zou gaan filmen zou het lastig kunnen worden. ‘Maar dat ben ik momenteel niet van plan.’
‘Als ik over de set richting een acteur kruip om iets te zeggen, dan wordt dat wel serieus genomen.’
Door zijn handicap heeft hij juist een natuurlijke manier om respect af te dwingen tijdens het draaien, denkt hij. ‘Als ik over de set richting een acteur kruip om iets te zeggen, dan wordt dat wel serieus genomen. En als camera- en geluidsmannen mij zo over de grond zien tijgeren, gaan ze echt niet meer zeiken dat de jus bij de catering te lauw is.’
Ironische distantie
Lang hield hij het maken van films over zijn rolstoel zo veel mogelijk af. ‘Dat leek me zo makkelijk scoren.’ Voor zijn toelating bij de Sint Joost stuurde hij een ‘belachelijk cliché’ filmpje in over een man die verliefd is op een vrouw die uiteindelijk niet blijkt te bestaan.
Inmiddels ziet hij wel de meerwaarde in van de handicap als thema in zijn werk.
Later maakte hij (korte) films over bijvoorbeeld vrijwillig levenseinde, meisjes die schoonzwemmen, een jongetje dat stiekem op zwemles gaat.
Films of televisie over handicaps associeerde hij met EenVandaag, ‘waar de violen direct uit de kast komen als iemand met een rolstoel in beeld komt.’ Of met Je zal het maar hebben. ‘Moet je die intro eens kijken, waarin zo’n heel knappe presentator over de wereld loopt met een of andere zwakzinnige baby.’
Inmiddels ziet hij wel de meerwaarde in van de handicap als thema in zijn werk. Voor Rolstoel Roadmovie maakte hij al de documentaire 80% ongeschikt, over zijn eigen Wajong-uitkering, en zijn afstudeerfilm Rue des Invalides, over een jongen in een rolstoel die naar Parijs gaat. ‘Het is toch onderdeel van mijn eigen narratief,’ zegt hij. ‘Ik ontkom er niet echt aan.’
Maar als Mari films maakt over het hebben van een beperking, moet het wel op zíjn manier. Zonder violen dus, en mét ironische distantie, en humor.
Gewoon in het reguliere onderwijs
In zijn werk over mensen met handicaps stelt Mari de vraag hoe een samenleving omgaat met zijn zwakkere leden. In Rolstoel Roadmovie onderzoekt hij hoe inwoners van verschillende landen reageren op zijn aanwezigheid, maar ook hoe een stad of land als geheel is ingesteld op mensen met een beperking.
In Italië worden kinderen met een handicap bijvoorbeeld gewoon in het reguliere onderwijs opgenomen, zodat ze zich niet anders zullen voelen dan andere kinderen. En in Venetië staat dus zo’n man op een brug die Mari per se wil dragen. Maar ondertussen is geen enkele wc in die stad rolstoeltoegankelijk. ‘Dat is het gekke aan dit land,’ zegt Mari in de eerste aflevering. ‘Dat voelt zo dubbel.’
Kom niet aan mijn Tour!
Wat direct duidelijk wordt in Rolstoel Roadmovie: hulp staat niet altijd gelijk aan acceptatie. ‘Als ik mijn best doe om een heuveltje op te rijden en iemand duwt mij dan het laatste stukje, is dat heel irritant,’ zegt hij. ‘Ik snap dat het goed bedoeld is, maar zo’n stukje omhoog, dat is voor mij een leuke uitdaging. Dat is een kleine Tour de France. En als iemand je dan dat zetje geeft, denk ik: kom niet aan mijn Tour!’
‘Moet jij je voorstellen dat iemand op straat opeens naar jou toekomt en zegt: goh, je ziet er een beetje moe uit, zal ik je even dragen?’
Hetzelfde geldt eigenlijk voor die man op de brug in Venetië. ‘Moet jij je voorstellen dat iemand op straat opeens naar jou toekomt en zegt: goh, je ziet er een beetje moe uit, zal ik je even dragen?’ Dat is zo ongemakkelijk, zegt Mari. ‘Zo #metoo.’
Het écht accepteren van mensen met een beperking heeft waarschijnlijk meer te maken met aanvaarden dat iemand nou eenmaal minder kan dan jijzelf, of althans minder makkelijk, dan dat je altijd alles voor diegene wil oplossen.

Bovengemiddeld hoopvol
Maar nog relevanter dan de vraag hoe een samenleving omgaat met de zwakkere leden, is volgens Mari de vraag: hoe gaat de zwakkere om met zichzelf? ‘Ik denk dat je als je bepaalde vaardigheden niet hebt, je andere vaardigheden juist heel goed kan ontwikkelen,’ zegt hij. Bij Mari zijn die bovenmatig ontwikkelde vaardigheden wel duidelijk: hij is extreem sociaal, bijzonder vrolijk, absoluut ontwapenend. ‘Ik zou eerder zeggen dat ik bovengemiddeld hoopvol ben,’ zegt Mari. ‘Ik denk bij iedereen die ik zie: misschien wil die mij wel helpen. En dan ga ik met een positieve instelling op zo iemand af. Ik denk nooit: dat willen ze toch niet.’
Als een wolf een oog mist, zegt Mari, wordt hij óf verstoten door de roedel, óf hij wordt de leider van de wolfpack.
Kost het niet ontzettend veel moeite om altijd zo optimistisch te zijn? Mari zegt van niet. ‘Het is gewoon hoe ik ben, hoe ik in elkaar zit.’ Als een wolf een oog mist, zegt Mari, wordt hij óf verstoten door de roedel, óf hij wordt de leider van de wolfpack. ‘Omdat hij in zijn daadkrachtige handelen compenseert voor dat ontbrekende oog.’
Kijk, gaat hij verder, als je iets mist of dingen niet kan, als je een beperking hebt, sta je elke dag weer voor de vraag: maak je er iets van of niet. ‘Het is de dood of de gladiolen,’ zegt Mari. ‘En bij mij zijn het de gladiolen. Altijd.’
Rolstoel Roadmovie, woensdag 15, 22 en 29 mei om 20.25 uur op NPO 2
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.