Het is een dijk van een cliché, maar dat moet dan maar even: de moderne wereld zou niet bestaan zonder computerchips. Zonder computerchips geen telefoons, natuurlijk, geen computers, duh, geen satellieten, slimme koelkasten, auto’s en alle andere zaken waar sinds de uitvinding van de chip in de jaren vijftig een toepassing voor is gevonden.
Minder cliché: de wereld is gevormd door computerchips.
Want: zonder chips ook geen geavanceerd wapentuig. Het lot van naties hangt af van hun toegang tot de meest vooruitstrevende computerchips, schrijft historicus Chris Miller in zijn bestseller Chip Wars. De absolute rekenkracht bepaalt hun macht. Voorbeeld: de militaire dominantie van de Verenigde Staten wordt bepaald door hun vermogen om de meest geavanceerde hardware in hun militaire gereedschapskist te stoppen.
En dus is geopolitiek eigenlijk chippolitiek.
Na het lezen van Millers boek Chip Wars snap je des te beter dat het eindeloze getouwtrek rond ASML – met als voorlopig hoogtepunt het exportverbod dat 1 september ingaat – in de kern een gevecht is om werelddominantie. Het westerse belang van Taiwan wordt eens en te meer duidelijk als Miller uitlegt dat dáár de chips in elkaar worden gezet, en hoe het Westen te allen tijde wil voorkomen dat China daar een hand in krijgt.
Toch blijft het maatschappelijk debat, als het over tech gaat, vaak steken bij een debat over software: Google, Facebook, Elon Musk, Mark Zuckerberg.
Maar de hardware is minstens zo belangrijk
Computerkracht
Historicus Chris Miller is van huis uit geen technologie-expert, en Chip Wars is, ondanks de toegankelijke uitleg van de meest ingewikkelde computerprocessen, geen technologieboek. Het is een boek over macht. ‘Dat was ook waar mijn interesse vandaan kwam,’ vertelt hij vanachter zijn computer in Finland. Miller doceert onder meer Russische geschiedenis aan Tufts University in de buurt van Boston en is verbonden aan de conservatieve denktank American Enterprise Institute, maar is voor zijn werk regelmatig in Europa te vinden.
‘Het idee was eigenlijk om de wapenwedloop in de Koude Oorlog te beschrijven. Ik wilde weten hoe het kon dat de Russen wél essentiële technologieën van die tijd, zoals atoomwapens, konden maken, maar waarom ze toch uiteindelijk de wapenwedloop verloren.’
Hoe meer Miller zich daarin verdiepte, hoe meer hij zag dat de militaire overmacht van Amerika te maken had met computerkracht; het ging om de kracht van de wapens, zeker, maar minstens zo belangrijk was het precies uitrekenen van de plek waar ze terecht moesten komen.
En wat gold voor het leger, gold eigenlijk voor de hele wereld: microchips waren overal, ze bepaalden onze economie en onze geopolitiek. Niet voor niets werd Chip Wars in recensies bejubeld en door de Financial Times uitgeroepen tot beste boek van 2022.
‘Er is veel meer monopolievorming op de chipmarkt dan op de oliemarkt.’
Om nog maar een cliché van stal te halen: chips zijn de nieuwe olie, wordt vaak gezegd. Wat is daarvan waar?
‘Het klopt tot op grote hoogte. Olie en chips zijn nu eenmaal vitale onderdelen van de economie. En omdat ze economisch essentieel zijn, zijn ze onderdeel van een machtsstrijd.
Maar er zijn ook grote verschillen. Er zijn namelijk best veel landen die olie oppompen, en er zijn maar heel weinig landen die geavanceerde chips kunnen maken. Er is veel meer monopolievorming op de chipmarkt dan op de oliemarkt. Wij vinden Saudi-Arabië een grote speler omdat ze veertig procent van de oliemarkt in handen hebben, maar kijk even naar het bedrijf dat essentieel is voor de fabricage van alle geavanceerde chips in de wereld. Dat heeft een 100 procent monopoliepositie. Ze zijn letterlijk de enigen in de wereld.’
(Spoiler: Miller heeft het hier over ASML, in Veldhoven).
Als je uw boek leest, krijg je het idee dat alles in de wereld verbonden is met computerchips. U bent van huis uit Ruslanddeskundige, hoe ziet u die stelling doorwerken in de oorlog die Rusland is begonnen in Oekraïne?
‘Het type wapens dat het Westen inmiddels naar Oekraïne stuurt, dat zijn wapens die geprofiteerd hebben van vijf decennia aan technologische ontwikkelingen. Dat zijn de precisiewapens, de raketten – maar er is meer, en een groot deel van wat belangrijk is in een oorlog is onzichtbaar. Dat Oekraïne erin is geslaagd heel precies wapendepots van de Russen te bombarderen, drones te sturen of Russische generaals te doden, komt niet alleen door die wapens, het komt door intelligence. Het is het netwerk van sensoren van satellieten, die weer signalen doorgeven aan inlichtingendiensten. Het Westen kan Oekraïne heel gericht informatie geven, communicatie, coördinaten. Daarin heeft het Westen een voorsprong, en dat kan alleen omdat wij de meest verfijnde technologie hebben.’
Verklaren computerchips ook de houding van de Verenigde Staten als het gaat om Taiwan en China? In Taiwan worden de chips in elkaar gezet.
‘Het speelt zeker mee. Er is op dit moment meer dan ooit, denk ik, de angst bij de Amerikaanse diensten dat China een blokkade opwerpt of Taiwan aanvalt.
Maar die houding is niet alleen omwille van computerchips – de VS verdedigt Taiwan al sinds 1949, bijna tien jaar voor de uitvinding van de eerste chip. Het heeft eerder laten zien dat het bereid is Taiwan ook met kernwapens te verdedigen.’
Steeds efficiënter
Miller beschrijft in zijn boek de historische context waarbinnen geavanceerde computerchips tot stand kwamen; hoe internationale samenwerking, wetenschappelijk onderzoek van geleerden over de hele wereld en globalisering de basis vormden. Voor elk minuscuul onderdeel is vaak maar één specifieke toeleverancier, niet zelden in steeds een ander land. Als er één niet levert, dan ligt de hele keten op zijn gat. Miller legt uit hoe onder druk van het kapitalisme de supply chain van computerchips gedurende decennia steeds efficiënter is geworden. Omdat kapitalisme altijd het laagste punt zoekt, moet alles goedkoper, wat weer marktconcentratie tot gevolg heeft.
Met als voorlopig hoogtepunt de totstandkoming van de befaamde EUV-techniek van het Nederlandse ASML, waarbij met behulp van extreem ultraviolet licht (EUV) structuren op chips worden aangebracht. Het Nederlandse bedrijf heeft een speciale plek in het boek, niet alleen vanwege het technologisch vernuft, maar ook door de historische werkelijkheid waarin het bedrijf wereldleider is geworden: door samenwerking met andere landen en met wetenschappers van over de hele wereld. ASML kreeg een voorsprong door niet alles zelf te willen doen.
Het proces: één klein balletje tin wordt in een machine verpulverd door een laser, vertelde Miller in een interview met techmedium The Verge. De lasers die ASML gebruikt, zijn zó krachtig dat ze nog niet eerder in commerciële apparaten gebruikt zijn. De spiegels in de machine zijn de platste spiegels die mensen ooit hebben gemaakt. Die spiegels weerkaatsen het licht op zo’n manier dat het een heel klein stukje silicium raakt, ‘silicon’ in het Engels (van Silicon Valley, inderdaad). Op dat stukje halfgeleidend materiaal schrijft het licht circuits.
Zonder één van deze onderdelen, stelt Miller met enig gevoel voor drama, dondert de wereldeconomie in elkaar.
Alles, van het tin tot de laser, de spiegels en het extreem-ultraviolette licht, is onderdeel van een uiterst uitgekiend samenspel van grotere en kleine bedrijfjes, een toeleveringsketen opgebouwd in dertig jaar, over de hele wereld. Zonder een van deze onderdelen, stelt Miller met enig gevoel voor drama, dondert de wereldeconomie in elkaar.
Miller schetst de wereld van 2001, toen ASML een van haar laatste concurrenten opkocht, een Amerikaans bedrijf. Of dat nou slim was, dat de Amerikanen nu zelf geen enkele techniek meer in huis hadden om chips te maken en dus volledig afhankelijk waren geworden van een Nederlands bedrijf uit Veldhoven – die vraag werd niet eens gesteld, aldus Miller.
‘Amerika’s macht was op haar toppunt. De meeste mensen in Washington vonden globalisering juist góéd.’ De Nederlander waren de Amerikanen toch goedgezind? En: wie niet in globalisering geloofde, leefde nog in de Koude Oorlog, was het verwijt.
Alleen, zo noteert Miller fijntjes, werd de markt voor EUV-machines niet geglobaliseerd, maar gemonopoliseerd.
En zo komen we bij 2023, waarin ASML niet alleen het belangrijkste Nederlandse bedrijf geworden is, maar een van de belangrijkste bedrijven ter wereld. Het speelt een geopolitieke hoofdrol in wat de Financial Times onlangs de ‘Tech Cold War’ noemde. Aanhoudende en groeiende Amerikaanse druk leidde tot een exportverbod. China reageerde met een eigen exportverbod op kritieke grondstoffen, die nodig zijn voor de fabricering van de chips, en dit volgde allemaal op berichten van ASML zelf dat het slachtoffer is geweest van spionage door een Chinese oud-medewerker.
In uw boek komt het beeld naar voren van landen die geopolitieke krachtpatsers zijn, puur en alleen omdat ze toegang hebben tot deze specifieke technologie. Daar behoort Nederland dus ook toe. Is dat inzicht bij de Nederlandse politiek op tijd ingedaald?
‘Ik denk dat het voor de meeste overheden de laatste vijf, zes, zeven jaar enorm snel bijschakelen was. Dat geldt in elk geval voor de Verenigde Staten en ik denk ook wel voor Nederland. Maar goed, men leert snel.’
ASML heeft als bedrijf ook een mening. Die zeggen: wij willen liever geen restricties.
‘Het is de taak van elk bedrijf om te lobbyen voor het bedrijf, en dat is wat ze doen: zonder restricties kunnen ze meer verkopen. Dat is hun werk, dat lijkt me normaal.’
Hun topman Peter Wennink stelt: als wij onze technologie niet aan China verkopen, dan gaan ze zelf deze machines maken. Hij denkt dat ze dat kunnen. Denkt u dat ook?
‘De vraag is meer: over welk tijdsbestek hebben we het dan? Want het is het soort markt waarin het heel lastig, zo niet onmogelijk is om een achterstand in te lopen. Dus de vraag is niet of China deze technologie op een gegeven moment kan maken, maar of China, zeg over tien jaar, ook daadwerkelijk tot de voorhoede van deze technologie kan behoren. En dat lijkt me sterk.’
Waarom?
‘Het gaat niet alleen om de vraag of het je lukt, de vraag is ook waar je begint. China ligt al achterop, en wordt steeds meer afgesloten van de technologie die nodig is om daadwerkelijk geavanceerde computerchips te maken. Zelfs al zouden ze nu alles op alles zetten, dan nog klinkt dat niet als een heel sterke positie.’
De VS drong al jaren aan op exportbeperkingen naar China. Onze inmiddels demissionair minister van Buitenlandse Handel Liesje Schreinemacher zei een paar maanden geleden in Buitenhof dat ze ‘niet ging tekenen bij het kruisje’. Hoe geloofwaardig is dat, tegenover zo’n rijk en machtig land als de VS?
‘Ik zou dat toch niet onderschatten om de simpele reden: we all need your tools.’
Dus hoewel we geopolitiek een dwerg zijn, hebben we wel leverage?
‘Zeker, er is zeker leverage.’
Miller lacht. ‘Interessanter is misschien de vraag: wat zou Nederland doen zónder die druk vanuit Amerika? Misschien wel min of meer hetzelfde, uit zelfbehoud. Ik las op Bloomberg dat Nederland wellicht Chinese PHD-studenten wil gaan weren – dat zou in lijn zijn met wetgeving in Taiwan en Zuid-Korea. Maar de Verenigde Staten heeft dergelijke wetgeving nog niet. Dat geeft in mijn optiek wel aan dat de Nederlanders ook zelf bewust bezig zijn met wat jullie geloof ik informatieveiligheid noemen? Zeg ik dat goed? Ik vond het zo’n Orwelliaans woord.’
Veel meer toepassingen
Chris Miller schrijft over Moore’s Law, vernoemd naar de in maart dit jaar overleden ingenieur Gordon Moore, oprichter van techbedrijf Intel. In 1965, zeven jaar nadat de eerste computerchip werd ontwikkeld, schreef hij in een vakblad dat het aantal transistors per chip elke twee jaar zou verdubbelen – en daarmee ook hun rekenkracht. En terwijl de chips krachtiger werden, werden ze goedkoper, en steeds kleiner, en kwamen er steeds meer toepassingen voor: van de eerste grote computers tot aan de draagbare computers die we nu in onze broekzak hebben, tot aan auto’s, koelkasten, zorgapparatuur, gaming consoles.
Elke twee jaar verdubbelt de kracht van een computerchip, terwijl ze nog steeds kleiner worden.
Moore’s ‘pretty wild extrapolation’, zoals hij het zelf noemde, had een gedachteoefening in een vakblad kunnen blijven, maar bleek uiteindelijk de drijvende kracht achter de chipindustrie. Door zijn voorspelling werden miljarden dollars onderzoeksgeld in de chips gepompt, met als gevolg: nog kleinere chips en nog véél meer toepassingen.
En dus klopt zijn voorspelling nog steeds: elke twee jaar verdubbelt de kracht van een computerchip, terwijl ze steeds kleiner worden.
Zit er een einde aan Moore’s Law?
‘Op een gegeven moment is het antwoord op die vraag: ja.’
Uiteindelijk heb je alleen nog atomen.
Hij lacht. ‘Ja.’
En in de tussentijd?
‘Als je kijkt naar wat ASML in de planning heeft voor het komende decennium, is dat op grote schaal produceren van hun nieuwe, geavanceerde, technologie. En dan hebben ze de volgende generatie al in ontwikkeling, die nog veel geavanceerder is. Dus puur en alleen vanuit dat bedrijf kun je zeggen: de vooruitgang zit al in de planning en komt de komende jaren op de markt. En dat geldt ook voor anderen in dezelfde supply chain: ook zij plannen het komende decennium steeds verder geavanceerde tools. Dus ja, de komende tien jaar geldt Moore’s Law gewoon nog. En daarna, who knows. Maar ik ben een optimist.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.