Marjan Slob, Filosoof en columnist

‘In feite is een algoritme een stappenplan: hoe kom je van a naar b. Het is een neergeslagen vorm van kennis, die zo sneller, beter en gemakkelijker gedeeld en toegepast kan worden. Dat is alleen maar een goede ontwikkeling.

Toch is niet elk algoritme in principe goed. Dat is het pas als het doel helder en onomstreden is, én als de gebruikers bekend zijn met dat doel.

Elk algoritme gaat impliciet uit van vooronderstellingen over wat goed en wenselijk is in een samenleving. Over die waarden moet een open gesprek gevoerd zijn. Als aan die voorwaarden is voldaan, dan zijn algoritmen heerlijk. Saaie en tijdvretende processen kunnen dan onwillekeurig worden en naar de achtergrond verdwijnen. Denk aan stappen- of calorietellers, die maken het leven alleen maar makkelijker. Zo houd je meer tijd over voor andere dingen.’

Micha Wertheim, Cabaretier

‘Een algoritme dat ons dagelijks confronteert met dat wat we niet begrijpen, niet beheersen en niet kunnen overzien, is de enige manier om nog meer in de war te raken dan we al zijn. Het probleem van alle algoritmen is dat ze alles inzichtelijk en overzichtelijk willen maken. Maar zoals auto’s en supermarkten ons behalve gemak ook hebben opgezadeld met overgewicht dreigt iets soortgelijks te ontstaan met technologie die ons de weg wijst.

Alle algoritmen die ons helpen dat te vinden wat we zoeken, zorgen ervoor dat we het zoeken verleren. En wie niet meer zelf kan zoeken, is verdwaald zonder het zelf te weten.

‘Hoe leuk is het om oud te worden op een dorre vlakte waar niks meer te eten is?’

Ik stel daarom voor dat we behalve de fitbit, de elektronische stappenteller die steeds meer mensen bij zich dragen, ook een stukje technologie ontwikkelen waarop we aan het einde van de dag kunnen aflezen of we genoeg geconfronteerd zijn met onze eigen fysieke en intellectuele beperkingen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat technologie die is ontwikkeld om ons tegemoet te komen, ervoor zorgt dat we zelf verleren om ergens op af te gaan.’

Siri Beerends, Cultuursocioloog

‘Wat ik wel zou willen, is een wereldwijd verspreid algoritme dat bij je geboorte bepaalt hoe lang je mag leven op basis van de draagkracht van de aarde en huidige bevolkingsaantallen. Dat is nodig om de aardbol leefbaar te houden en het planeet-centrale denken te stimuleren.

Hoewel algoritmen ook voor energiebesparing worden ingezet, zie ik dat ze vooral worden gebruikt om de planeet leeg te trekken en onze consumptiepatronen te maximaliseren. Denk aan algoritmen voor het winnen en verwerken van zoveel mogelijk olie of algoritmen zoals anticipatory shipping van Amazon. Daarmee krijg je spullen opgestuurd “voordat je wist dat je ze wilde hebben”. Die spullen zijn vaak gemaakt onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden en de verscheping heeft een grote impact op je ecologische footprint.

Als we dat nu eens anders doen, en iets maken dat kan berekenen hoe lang we mogen leven op basis van de draagkracht van de aarde. Door dit door te rekenen in een maximaal aantal levensjaren per individu, worden we ons bewust van de noodzaak tot gedrags- en systeemverandering en onze eigen impact op andere aardbolgenoten. Want iedereen wil tegenwoordig hypergezond 130 worden, maar hoe leuk is het om oud te worden op een dorre vlakte waar niks meer te eten is?’

Cees Snoek, Hoogleraar computer science, Universiteit van Amsterdam

‘Algoritmen werken voor ons, vaak onzichtbaar. Een aflevering van je favoriete Netflix-serie zoeken, de boodschappen afrekenen met je mobiele telefoon of de snelste route plannen van Alkmaar naar Zeist: ze zijn alle drie afhankelijk van algoritmen.

Traditionele algoritmen zijn geprogrammeerd en volgen een set vooraf gedefinieerde instructies. Reuze handig om automatisch een lijst willekeurige getallen te sorteren of een medisch dossier te beveiligen door het digitaal te versleutelen.

Moderne algoritmen met “kunstmatige intelligentie” leren liever van data. Het is niet langer [newsletter-teaser-vn id="0"]nodig om de instructies vooraf te specificeren. Cognitieve taken waarvan we niet goed snappen hoe mensen ze toch zo goed doen, komen dan ook voor machines binnen handbereik: het spelen van bordspellen op grootmeesterniveau of het beoordelen of een tumor op een röntgenfoto goedaardig is. Er wordt zelfs gedroomd over zelfrijdende auto’s in de binnenstad van Amsterdam.

Als de data waaruit geleerd wordt incompleet, vooringenomen of privacygevoelig zijn, hebben deze algoritmen momenteel nog wel een zichtbare beperking.’

‘Bij zelfscankassa’s moet je alles precies zo doen zoals een robot het ook zou doen.’

Cesar Majorana, Presentator bij BNNVARA en VPRO, schrijver

‘Ik heb niet het gevoel dat technologie steeds menselijker wordt, maar eerder andersom: wij worden steeds robotachtiger. Ik communiceer met mijn Google Home, een algoritme, op een andere manier dan dat ik met mensen praat. Wanneer ik het apparaat vraag om de lichten te dimmen, verandert mijn toon in die van een autoritaire vader die streng zijn kind toespreekt. Ik klink zelf bijna als een robot: “Okay Google, please set a timer.” Zo praat ik niet tegen anderen, maar anders snapt het algoritme van Google het niet.

Hetzelfde bij van die zelfscankassa’s: je moet alles precies zo doen zoals een robot het ook zou doen. Het gaat om de relatie tussen mens en technologie. In al die interactie voel ik me meer robot dan dat het algoritme menselijk overkomt. Vooralsnog is dat mijn grootste ergernis. Algoritmen hebben tot gevolg dat jij je gedrag aanpast – waardoor je beter te begrijpen en voorspelbaarder wordt voor het algoritme. Ik zou willen dat ze ons juist meer mens laten voelen dan robot.’

Louise Fresco, Landbouw- en voedseldeskundige, bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research

‘We denken bij algoritmen aan computerprogramma’s, maar algoritmen zijn overal. Een algoritme is niets anders dan een handleiding van logische stappen met een specifieke volgorde om iets te maken van losse ingrediënten. Een recept voor citroentaart is ook een algoritme, of een handleiding voor het in elkaar zetten van een boekenkast.

Van inputs maak je een gewenste output. Als je de volgorde verandert, wordt de uitkomst ook anders. Om cake te maken, moet je eerst boter en meel mengen en dan bakken, want eerst meel in de oven en na het afkoelen boter erbij levert iets oneetbaars op.

Je zou kunnen zeggen dat de evolutie een groot complex van algoritmen is. Met biologische, chemische en fysische inputs komen er heel veel soorten uit, maar vaak gaat het ook mis. Dan is een soort niet aangepast aan de omstandigheden en sterven de organismen uit.

Op mijn verlanglijstje staat een algoritme voor een zelflerende koffer die alles voorbereidt afhankelijk van het reisdoel, keurig inpakt en bijhoudt wat er bij de volgende reis aangevuld moet worden.’