De manie vergleed uiteindelijk altijd in een psychose.

Psychose is iets engs, wordt ons overal ingefluisterd. Ook al was de psychose na die eerste keer een regelmatig terugkerend onderdeel van ons huishouden, sprak ze in tongen in de deuropening van mijn kamer, verdween ze vaak even geheimzinnig als ze was opgekomen, kon ze gitzwart en eenzaam zijn, alsof je een uitdijend heelal in keek zonder begin en zonder eindpunt, had ze humor als je het van een afstandje bekeek en was ze vaak niet onaardig, toch merk ik dat mijn ideeën hierover meer gevormd zijn door beelden uit onze cultuur dan door de informatie die ik erover kreeg van mijn vader.

Zodra mijn vaders psychoses voorbij waren, vertelde hij nooit of die droomwereld of nachtmerrie voor hem nog steeds als echt voelde. Niemand sprak er nog over. Er waren de ontelbare horrorfilms die ik als kind stiekem op mijn eigen kleine tv keek, waarin psychosen en moord als een symbiotische twee-eenheid werden gepresenteerd. Ook in drama’s staan psychoten vaak onder hoogspanning, zijn ze uitgemergeld en hebben ze uitpuilende ogen. In One Flew Over the Cuckoo’s Nest is de psychose niet tijdelijk maar permanent, zo staat te lezen op het langgerekte hoofd van een patiënt in de psychiatrische inrichting. Een ander ligt aan een bed geketend, weer een ander heeft een intense staarblik met kaken waaronder strakgespannen kabels lijken te liggen en een huid die te strak om zijn schedel getrokken lijkt. Al wordt in de film steeds maar weer benadrukt dat de leiding zieker is dan de mensen die begeleid en opgesloten worden, toch worden de patiënten afgeschilderd als mensen met een mentale afwijking die zich in de huid kerft en daardoor onomkeerbaar is. In Joker zien we een psychoot met een maniakaal kakelende lach die maar geen plek kan vinden in de samenleving. Hij schrijft in een notitieboekje:

The worst part about having a mental illness is people expect you to behave as if you don’t.

Dat houdt een mens niet vol, zien we in de finale waarin Joker met een geschminkt gezicht een bloedbad aanricht.

Dat kan een mens ook niet volhouden, maar het idee dat psychoten tikkende tijdbommen zijn is sterk uitvergroot. Ze zijn vaker slachtoffer van geweld dan aanstichter, als het niet van een ander is, dan wel van het geweld dat ze zichzelf aandoen.

In romans zijn het vaak geknakte figuren, die met ogen waaruit iedere glans is verdwenen rondlopen in een nevel en vanuit de derde persoon worden beschreven, om vooral niet te dicht bij die ongrijpbare ervaring te komen. Of ze zijn intelligent maar onnavolgbaar, zoals Horselover Fat in Valis van Philip K. Dick, die zelf ook niet kan besluiten of hij gestoord is of in contact staat met een goddelijke kracht waardoor hij veel meer over de wereld begrijpt dan de rationele mens.

Zelfs als welwillende lezer raak je de kluts kwijt en daarmee ook je begrip voor zijn situatie.

Een kijkje aan mijn vaders kant

Psychoten duiken op in de media als criminelen die toeslaan zonder aankondiging: onvoorspelbaar, opgaand in een eigen duistere waanwereld en levensgevaarlijk. Het wordt ons niet gemakkelijk gemaakt om empathie te voelen voor iemand in een psychotische toestand.

De arts Marguerite Sechehaye, die in de negentiende eeuw schizofrenie een menselijk gezicht gaf, zei: als we een brug proberen te slaan tussen de waanzinnige en onszelf, doen we dat vaak met het idee hem terug te leiden naar de werkelijkheid – onze werkelijkheid – en onze eigen norm. Dat voelt hij, en logischerwijs keert hij zich af van deze inbreuk op zijn persoon.

Precies dat deden wij als gezin: we wilden wel een brug bouwen, maar wankelden niet graag de kloof over om een kijkje te nemen aan mijn vaders kant.

De definitie van een psychose is een staat waarin iemand de grip op de realiteit verliest. Maar over welke realiteit gaat het hier? Een werkelijkheid die steeds meer mensen in een psychedelische trip bewustzijnsverruimend noemen? Een waarheid waarvan heel veel mensen zich afvragen of hij wel zo reëel is?

Realiteit is volgens sommige neurowetenschappers een hallucinatie waarover we het allemaal eens zijn.

Uit recent onderzoek van neurowetenschappers duikt een steeds verfijnder beeld op van de realiteit, die geconstrueerd zou worden door een samenwerking tussen het brein en het lichaam op basis van voorspellingen. Daardoor zien we niet wat er is, maar krijgen we een versimpeling voorgeschoteld, waarmee we beschermd worden tegen schommelingen en veranderingen in ons wereldbeeld. Realiteit is volgens hen niets anders dan de controle van het brein over wat er via de zintuigen in de binnen- en buitenwereld te ervaren is. Een hallucinatie waarover we het allemaal eens zijn. In een psychose lukt het niet langer om de voorspellingen van het brein in toom te houden, conformeert de realiteit zich niet langer aan die van alle andere breinen die klakkeloos overnemen wat ons door eeuwenlange evolutie ingeplant is, en is de chaos compleet.

Het grote misverstand

Een van de mooiste boeken die ik lees over psychoses is Down Below van de surrealistische schrijfster en kunstenares Leonora Carrington. Het laat zien hoe dicht psychose en realiteit vaak tegen elkaar aan schuren. Tijdens de inval van Frankrijk door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog vlucht ze met twee vrienden het land uit.

Ze vertelt dat onderweg de remmen van de auto vastlopen en dat ze op dat moment samenvalt met de materiële wereld: ook zij loopt vanbinnen vast.

Ik denk terug aan een moment in Parijs met Jonathan.

We zaten op een terras aan de Rue de la Bûcherie. Hij las een boek, terwijl ik hyperalert was op alles wat om ons heen gebeurde. Er kwam een dame langslopen in een strakgesneden maatpak en op kitten heels, ze trok een hondje achter zich aan. Het hondje keek me aan toen het ons tafeltje passeerde en blafte een snerpende blaf. Het geluid vond niet plaats waar ik het verwacht had: buiten mezelf, op een afstand. Nee, ik viel samen met het geluid, ik werd de blaf van de hond. Geschrokken keek ik weg, richting de straat, waar auto’s, fietsers en taxi’s langs raasden. Ik hield mijn ogen strak gericht op een brommer, en hetzelfde gebeurde: ik werd het blikkerige ding en verloor mezelf voor een moment. Wijselijk hield ik mijn mond tegen Jonathan, die onverstoord doorlas in zijn verhaal.

Als ze verder rijden, ziet Carrington voor zich op de weg vrachtwagens waaruit benen en armen bungelen. Een krankzinnige hallucinatie, of een realistisch beeld in tijden van oorlog?

Max Ernst, de man van Carrington, is niet lang ervoor in een truck afgevoerd naar een concentratiekamp. Waanidee of niet, om geen wantrouwen bij haar medereizigers op te roepen, zwijgt ze over wat ze ziet. Dan weer een spookbeeld: rijen en rijen met kisten langs de weg. Is het haar angst of werkelijkheid in een strijd met miljoenen doden?

Zodra ze aankomen in Madrid wordt het antwoord voor haar bepaald in de vorm van een opname.

Wat me daar vooral van bijblijft, is het grote misverstand waarop iedere interactie met haar dokters en verplegers is gebaseerd en de eenzaamheid die daaruit voorkomt. Alles wat ze doet wordt geïnterpreteerd als een aanval of een ontsnappingspoging, terwijl ze hooguit wil ontsnappen aan ‘een lichaam dat zich niet langer laat onderwerpen aan de welbekende formules van de ratio’. Will you be good? vraagt een van de verplegers die haar hebben vastgebonden. Een vraag die Carrington zo verrast dat ze er niet op kan antwoorden. Ze had altijd alleen maar goed willen doen voor de hele wereld, en hier lag ze, vastgebonden op bed als een wild beest.

Robin van den Maagdenberg

Robin van den Maagdenberg (1988) is schrijfster en journaliste, en publiceert essays over moderne kunst, kunstenaars en schrijvers in onder meer NRC Handelsblad en Vrij Nederland. Zie ook www.robinvdmaagdenberg.com. Thuis is waar we beginnen is haar debuut.

Thuis is waar we beginnen van Robin van den Maagdenberg verschijnt op 29 maart bij uitgeverij Querido