Tussen de bomen op het Lange Voorhout in Den Haag verzamelde zich op een warme herfstavond begin oktober een bonte groep mensen; verplegers naast politiemensen, leraren naast militairen. ‘Wij willen poen,’ stond er op een protestbord te lezen, op een andere: ‘Zeker zijn van een fatsoenlijk salaris.’ De stille tocht ging langs vier ministeries, die van Justitie, Onderwijs, Volksgezondheid en Defensie. De ministeries waardoor de ‘dienaren’ van de publieke sector zich in de steek gelaten voelden. Het waren de dagen dat de kwestie over de afschaffing van de dividendbelasting hoog op de agenda stond, premier Mark Rutte had op dat moment nog geen bakzeil gehaald. En de ambtenaren maakten een simpel rekensommetje: die twee miljard konden zij heel goed gebruiken.
Of het nou agenten waren, leraren, militairen of verpleegkundigen, ze kampten allemaal met dezelfde problemen: hoge werkdruk, bureaucratische rompslomp, lage salarissen, personeelstekorten en weinig waardering.
De nood was hoog, stelden ze. Of het nou agenten waren, leraren, militairen of verpleegkundigen, ze kampten allemaal met dezelfde problemen: hoge werkdruk, bureaucratische rompslomp, lage salarissen, personeelstekorten en weinig waardering. Na jaren van bezuinigingen door opeenvolgende kabinetten waarin de VVD steeds weer zitting had (die partij staat immers voor een kleinere overheid), was de bodem wat hen betreft in zicht. In de zorg werd de reistijd tussen cliënten vaak niet uitbetaald, een politieagent kon soms geen versterking krijgen omdat de dichtstbijzijnde collega een half uur van de plaats delict was, er stonden onbevoegde leraren voor de klas en de uitrusting van militairen voldeed niet aan de minimale eisen voor missies in verre buitenlanden. ‘De publieke sector staat in de fik,’ riepen de demonstranten.
De aanjagers
De actiebereidheid is in Nederland in decennia niet zo groot geweest. Zal er de komende tijd een verdere verscherping komen van de verhoudingen? Of zal de Hollandse polder zoals wel vaker de scherpe kantjes van het debat afslijpen, zeker nu het zo goed gaat met de economie?
‘We houden van ons vak, daarom hebben we ons zo lang stilgehouden,’ zegt de een. ‘Staken zit niet in onze aard,’ zegt de ander. Maar ze zijn ‘er klaar mee’.
In dit verhaal komen de aanjagers van de spontane protesten van het afgelopen jaar aan het woord, allemaal dertigers en begin veertigers. Ze benadrukken stuk voor stuk dat ze het niet zo hebben gewild. Dat ze loyaal zijn aan hun werkgever, de overheid. ‘We houden van ons vak, daarom hebben we ons zo lang stilgehouden,’ zegt de een. ‘Staken zit niet in onze aard,’ zegt de ander. Maar ze zijn ‘er klaar mee’. Er moest iets gebeuren, stellen ze, anders brak de hel los. Van de traditionele vakbonden hebben ze geen hoge pet op. ‘De belangenvertegenwoordiging vanuit de vakbonden is abominabel slecht geweest,’ zegt een van hen. Ze zijn vergrijsd, communiceren slecht, bieden te weinig openheid tijdens cao-onderhandelingen en staan niet voor hun leden.
Buiten de vakbonden om
Het idee van de gezamenlijke protestmars in Den Haag ontstond op zondagochtend 2 september in de achtertuin van de Limburgse basisschoolleraar Jan van de Ven (36). Hij was de afgelopen anderhalf jaar met Thijs Rovers, die ook voor de klas staat, het gezicht van het in 2017 opgerichte PO in Actie, waarmee ze – buiten de vakbonden om – de onderwijswereld massaal in beweging kregen. PO staat voor primair onderwijs. Inmiddels hebben zich via Facebook 44.000 meesters en juffen van basisscholen bij de groep aangesloten. Ze eisten betere arbeidsomstandigheden, het vak moest weer aantrekkelijk worden gemaakt. Met elke actie schopten ze net iets harder tegen het been van de onderwijsminister. Een staking van een uur, dan een dag, steeds gingen ze iets verder. En scholen deden massaal mee. Ze dreigden zelfs twee dagen te gaan staken achter elkaar. Maar zover kwam het niet. Begin oktober 2017 brachten ze ruim zestigduizend basisschoolleraren op de been voor een protestmanifestatie in het Zuiderpark in Den Haag.
‘We nemen het de onderwijsbonden kwalijk dat de salariskloof tussen de leraren van de basisschool en de docenten van het voortgezet onderwijs zo hoog is opgelopen.’
‘We nemen het de onderwijsbonden kwalijk dat de salariskloof tussen de leraren van de basisschool en de docenten van het voortgezet onderwijs zo hoog is opgelopen,’ zegt Van de Ven. Ook verwijten ze de bonden en de werkgevers dat ze nooit inhoudelijk hebben gekeken naar het vak van onderwijzer. ‘In twintig jaar tijd is er heel veel veranderd,’ zegt Van de Ven. ‘De digitale ontwikkelingen, het passend onderwijs, het gepersonaliseerd leren. Aan de onderhandelingstafel is na onafhankelijke functiewaardering gebleken dat het beroep van leraar in het basisonderwijs gelijkwaardig is aan dat van docent in het voortgezet onderwijs. Dat was echt een doorbraak. Als dat nou twintig jaar geleden was gezegd, hadden we PO in Actie helemaal niet hoeven oprichten. Ze zeiden er alleen bij dat het aan middelen ontbrak om het werk gelijkwaardig te waarderen.’
In het diepste geheim
Het was in Nederland lang geleden dat een beroepsgroep zo massaal in opstand kwam, en in politiek Den Haag – waar ze volop bezig waren met de coalitiebesprekingen – kwam het onderwerp hoog op de agenda te staan. In september zei het demissionaire kabinet al 270 miljoen toe om de salarissen te verhogen. En in het regeerakkoord van Rutte III kwam daar nog eens 430 miljoen bij voor verlaging van de werkdruk. Arie Slob, nog niet eens als minister benoemd, maakte in oktober 2017 als een van zijn eerste beleidsdaden een afspraak met Van de Ven en anderen van PO in Actie. ‘Het ging allemaal in het diepste geheim, op een geheime locatie,’ zegt Van de Ven. ‘Dat was best wel bizar. Dat je met een aankomende minister zegt: wat kunnen we voor elkaar betekenen.’
Nu er geld was toegezegd, moest dat ook worden verdeeld. Om mee te kunnen praten, besloten de oprichters van PO in Actie zichzelf – tijdelijk – om te vormen tot een vakbond. ‘We wilden helemaal niet dat er nog een vakbond bij kwam, we wilden geen deel uitmaken van de polder,’ zegt Van de Ven. ‘Maar we wilden wél dat het geld goed terecht kwam.’ En dus zat de meester van groep zeven en acht van de Josefschool in Overloon opeens aan de onderhandelingstafel. En dat pakten ze héél anders aan dan de gestaalde kaders van de Algemene Onderwijsbond en CNV Onderwijs. ‘Wij wilden elke week de vorderingen voorleggen aan onze achterban via Facebook,’ zegt Van de Ven. ‘Maar dat vonden de andere vakbonden aanvankelijk geen goed idee, die zeiden: “Dat is allemaal veel te moeilijk, daar willen mensen helemaal niet over nadenken.” We deden het toch en de betrokkenheid van de leraren bleek juist enorm. En weet je wat het grappige is? Zij gingen het ook doen.’
‘Peperdure schandvlek’
Is het bij het onderwijs nu eind goed al goed? Nee dus. Ze willen bij PO in actie veel meer geld voor het basisonderwijs: nog een keer zevenhonderd miljoen euro. En daar is tot nu toe helemaal geen ruimte voor. Het geld is op, kregen ze te horen. Dus hoe verder? Daarover lag Van de Ven eind augustus na te denken in zijn hangmat in de achtertuin van zijn huis in Venray. Hij had net daarvoor geluisterd naar uitspraken die D66-coryfee Jan Terlouw deed in een interview in de politieke podcast Betrouwbare Bronnen. Daar haalde hij hard uit naar het kabinet én zijn eigen partij vanwege het doorduwen van het dividendbelastingplan ondanks het grote maatschappelijke verzet. En dat terwijl burgers in groten getale tegen de afschaffing waren. Liggend in zijn hangmat bedacht Van de Ven twee dingen: wilde hij verdere successen behalen, dan moesten ook andere overheidssectoren worden gemobiliseerd om samen een vuist te kunnen maken. En de hele ophef over de dividendbelasting zou een prima aanleiding kunnen zijn.
Hun droombeeld is ‘tienduizenden of honderdduizenden agenten, verpleegkundigen, leraren en militairen zij aan zij.’
In de week die volgde publiceerde Van de Ven met medestrijder Thijs Roovers een vlammend betoog in het Algemeen Dagblad, waarin gesteld werd dat de ‘publieke sector piept en kraakt’ door opeenvolgende bezuinigingen sinds 2010 ter waarde van maar liefst zestig miljard euro. De leraren stelden dat ze ‘stelselmatig’ zijn genegeerd. ‘Wat als we nu eens samen opkomen voor een gezondere publieke sector, omdat die twee miljard beter te besteden valt.’ Hun droombeeld is ‘tienduizenden of honderdduizenden agenten, verpleegkundigen, leraren en militairen zij aan zij’. Ze deden een oproep om massaal naar Den Haag te komen en te protesteren tegen de afschaffing van de dividendbelasting, die ze hyperbolisch een ‘peperdure schandvlek’ noemen. Maar waar Van de Ven in 2017 zestigduizend mensen op de been kreeg, kwamen er nu dus niet meer dan drieduizend opdagen. Toch was het volgens Van de Ven een succes. ‘Zeker, het waren er veel minder, maar er was een groot gevoel van lotsverbondheid,’ zegt hij. ‘En belangrijker, we zijn er in geslaagd de problemen in de publieke sector hoog op de politieke agenda te krijgen.’
Blijven controleren
Drie dagen na de demonstratie maakte Unilever bekend het hoofdkantoor in Londen te houden, en viel de raison d’être van de afschaffing van de dividendbelasting weg. Niet veel later draaide het kabinet de maatregel terug. Maar het door Van de Ven en zijn medestanders zo vurig bepleite idee om de twee miljard aan te wenden voor de publieke sector ging niet door. Het geld werd alsnog gebruikt om het vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven aantrekkelijker te maken.
Inmiddels is PO in Actie weer vakbond af. Ze willen weer terug naar de kern. Van de Ven en Roovers hebben zich teruggetrokken en concentreren zich weer op hun werk in de klas. Van de Vens opvolger Brenda Benne-Saleh laat weten dat de groep ‘blijft controleren’ of de beloften die zijn gedaan worden nagekomen en dat ze weer in actie komen als daar ruimte voor is. ‘En PO in Actie is nu ook een platform waar basisschoolleraren met elkaar kunnen overleggen over ons vak.’
Niet meer in de haak
Goed voorbeeld doet goed volgen. Na het succes van PO in Actie verenigden zorgmedewerkers zich maart vorig jaar in Zorg in Actie (27 duizend leden via Facebook), ontevreden politiemensen richtten in juni Malieveld 2.0 (17 duizend leden) op en militairen in augustus Defensiepersoneel nu op 1! (bijna 8 duizend leden). Van de Ven liep tijdens de bijeenkomst op het Lange Voorhout arm in arm voorop met de aanjagers uit de verschillende sectoren. ‘Wat echt van deze tijd is,’ zegt Van de Ven, ‘is dat mensen van de werkvloer elkaar zonder tussenkomst van de vakbonden op sociale media veel sneller vinden. Dat ze sneller bereid zijn zich te verenigen op het moment dat er iets niet meer in de haak is.’
Zorg in Actie
Drie weken na de demonstratie in Den Haag komt ambulant ggz-begeleider Marijke Volgers (41) van Zorg in Actie op de fiets aangesneld bij haar huis in Den Bosch. In de bak voorop haar werktas en twee felgekleurde rugzakjes, achterop haar jongste dochtertje, de oudste volgt op haar eigen fietsje. Op de bank in haar rijtjeshuis vertelt Volgers dat ze PO in Actie vanaf het begin nauwgezet volgde. ‘Ik dacht: dat moeten wij ook doen. Wij lopen in de gezondheidszorg tegen dezelfde problemen op, de hoge werkdruk, de enorme berg administratie en salarissen die achterblijven op andere sectoren.’
Het was tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart vorig jaar dat Volgers besloot zelf in actie te komen. ‘Ik woonde een een aantal debatten bij en ontdekte dat de problemen rond de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet, die tegenwoordig door de gemeente worden uitgevoerd, heel laag op de prioriteitenlijstjes van de plaatselijke politiek stonden,’ zegt ze. ‘Aanvankelijk dacht ik het niet zelf te kunnen gaan doen, omdat ik er geen tijd voor had. Maar ik veranderde van mening en dacht: nu is het genoeg geweest. Zo kan het niet langer. Ik ga een Facebookgroep aanmaken en kijken wat we voor elkaar kunnen krijgen.’
‘Dan word je uitgespeeld door werkgevers en de overheid, die bepalen dan samen wat er gebeurt. Zij zorgen er wel voor dat de lijntjes kort zijn.’
Dat was op woensdag 14 maart en vanaf het begin liep het storm met mensen die hun verhaal wilden delen over de cao die niet wordt nageleefd door werkgevers. Daarom worden mensen gedwongen overuren te maken, moesten ze komen werken terwijl ze ziek waren, werden reiskosten niet betaald en ga zo maar door. Natuurlijk, zegt Volgers, ook de werkgevers staan onder druk. Die wijzen naar de gemeenten, die ze opschepen met slechte contracten. Maar moet dat worden neergelegd bij de huishoudelijke verzorgers die bij oudere mensen langsgaan?
Van de vakbond moeten ze het ook in de zorg niet echt hebben, vertelt Volgers. Volgens haar is maar vijftien procent van de werknemers georganiseerd. En daarin zit iets paradoxaals, ziet de ambulant ggz-begeleider. ‘Als je je niet verenigt, ga je er ook niet komen,’ zegt ze. ‘Dan word je uitgespeeld door werkgevers en de overheid, die bepalen dan samen wat er gebeurt. Zij zorgen er wel voor dat de lijntjes kort zijn.’ En dus zijn ze bij Zorg in Actie in de eerste maanden veel gaan praten op de werkvloer, maar ook contacten gaan leggen met werkgevers, gemeenten en in politiek Den Haag. ‘En dan hoor je daar: ah, dit zijn de geluiden die jullie opvangen, dit speelt er, deze gevoelens leven er.’
Volgers is tot nu toe het gezicht van Zorg in Actie, maar ze staat er niet alleen voor. Achter haar staat een team van tien vrijwilligers uit de sector die haar met raad en daad bijstaan. In april lanceerde Zorg in Actie een website en een manifest, en verscheen Volgers voor de eerste keer op televisie, bij EenVandaag. ‘Ik heb hoge verwachtingen, ik wil de zorg écht anders maken,’ zei Volgers toen. Ze kondigde aan net als de leraren naar Den Haag te willen gaan voor een grote demonstratie. Waren de zorgmedewerkers daarvoor wel te porren, was de vraag. ‘Ik denk dat de problemen zo groot zijn op dit moment dat mensen bereid zijn om samen, als één collectief naar Den Haag te komen,’ zei Volgers. De uitzending leidde tot een nieuwe toestroom van sympathisanten. ‘Binnen de groep ontstond een euforisch gevoel,’ zegt Volgers later. ‘We dachten: er gaat eindelijk iets gebeuren.’
Maak dan je borst maar nat
Afgezien van de euforie over de uitzending, gebeurde er ook nog iets heel concreets: meteen na de uitzending nodigde minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge Volgers en haar medestanders uit voor een gesprek op het ministerie. Dat liep uit op een deceptie. Allereerst was er een misverstand: de minister dacht dat alle medewerkers met een HBO-opleiding navenant worden betaald, terwijl de praktijk is dat ze veel minder krijgen; tot wel bruto vierhonderd euro per maand minder. ‘We hebben dat de minister duidelijk proberen te maken, maar hij wilde er niet aan. Het werd al snel duidelijk dat hij geen idee heeft of dat hij zijn kop in het zand steekt en het niet wil horen,’ zegt Volgers. ‘Het maakte mij strijdvaardig. Zit jij er zo in, dacht ik, prima, maak dan je borst maar nat. Anderen lieten zich uit het lood slaan, maar zo zit ik niet in elkaar.’
Nederland plat
Net als bij de onderwijzers kwamen de problemen in de zorg op de politieke agenda terecht en werden ze besproken in de Tweede Kamer. Volgers deed een beroep onder de Facebook-leden om hun klachten kenbaar te maken. Die werden gebundeld en aan alle Kamerleden verstuurd. Maar tot veel resultaat leidde het niet. Minister De Jonge uitte zich in gemeenplaatsen toen hij zei dat het er niet alleen om gaat of we ‘genoeg’ mensen in de zorg hebben maar ook hoe gelukkig ze zijn. ‘Dat is voor ons nummer één.’
Waar de leraren snel succes wisten te boeken, blijkt dat in de zorgsector vooralsnog veel ingewikkelder. Maar Zorg in Actie heeft nog pijlen op haar boog. Volgers en haar mensen willen één ‘zorgbrede’ cao, betere salarissen, lagere werkdruk en minder administratieve rompslomp.
‘Als we met zijn allen het een dag het werk neerleggen, zullen mensen hun dierbaren die wij nu verzorgen zelf moeten opvangen. Nou, dan ligt heel Nederland plat.’
Vijf dagen na het zorgdebat in de Tweede Kamer startte Zorg in Actie een klein offensief op sociale media. Ze vroegen verpleegkundigen, verzorgers en artsen op 16 oktober om 12 uur ‘s middags het werk een minuut neer te leggen, een selfie te maken en deze te delen op sociale media met de hashtag #verenigdvoordezorg. Enkele tientallen mensen reageerden.
‘Wij voeren nu rustig de druk op,’ zegt Volgers. ‘En uiteindelijk willen we nog steeds de straat op. Dat is ongebruikelijk in de zorg, we voelen allemaal een grote verantwoordelijkheid voor onze cliënten.’ Maar bij een recente peiling gaf zeventig procent van de leden van Zorg in Actie aan dat ze bereid zijn te gaan staken. ‘Als we met zijn allen een dag het werk neerleggen, zullen mensen hun dierbaren die wij nu verzorgen zelf moeten opvangen,’ zegt Volgers strijdbaar. ‘Nou, dan ligt heel Nederland plat.’
Een pion van het kabinet
Bij de politie zijn de vakbonden traditioneel vrij sterk vertegenwoordigd: bijna 85 procent van de zestigduizend politiemedewerkers is lid van één van de vier bonden. Toch stond ook hier een grassrootsbeweging op, genaamd Malieveld 2.0. Voortrekker is Teun de Vries (32), al veertien jaar bij de politie, coördinator bij de recherche in Utrecht en sinds drie jaar bestuurslid van de afdeling Midden-Nederland bij de Nederlandse Politiebond. Hij merkte dat er bij zijn collega’s een enorme onvrede is over de manier waarop politici en bestuurders zich opstellen als het om de politie gaat. ‘Sommige collega’s zijn zó boos. Ze voelen zich voor de gek gehouden en vinden dat hun loyaliteit door het ministerie is misbruikt. En ook door de korpsleiding, die wordt gezien als een pion van het kabinet.’ Om zijn woorden te onderstrepen, klemt hij zijn hoofd tussen zijn handen, zijn armen leunend op de houten tafel van een Utrechtse lunchroom.
‘De heftigste politiestaking ooit’
Er moest iets gebeuren, vond De Vries. En ook hij liet zich inspireren door PO in Actie. Tijdens een bestuursvergadering van de NPB stelde hij voor een platform te beginnen, dat tot Malieveld 2.0 is gedoopt, buiten de bond om. Om zo álle agenten te kunnen verenigen op een moment dat de bonden volop in onderhandeling waren voor een nieuwe cao. Waar de leraren en de verzorgers helemaal op eigen houtje hun actie begonnen, was er bij de politie wel degelijk een verband met de gevestigde vakbonden. De Vries schoof de afgelopen maanden aan bij de overleggen over acties. Begin juli werden agenten opgeroepen lichte vergrijpen te negeren en alleen bekeuringen uit te delen bij ernstige overtredingen. ‘Zelf heb ik toen tijdelijk mijn gewone taken neergelegd,’ vertelt De Vries. ‘Namens de vakbond ging ik het hele land door om campagne te voeren en agenten op de barricaden te krijgen.’
Begin september gingen de bonden en Malieveld 2.0, geheel volgens het beproefde recept van de collega’s uit het basisonderwijs, een stapje verder. Met wat in de media al tot de ‘heftigste politiestaking ooit’ werd gedoopt, dreigden agenten een weekeinde lang alleen uit te rukken bij grote nood. Dat zou betekenen dat er bij grote evenementen géén politie aanwezig zou zijn. Voetbalwedstrijden in de Eredivisie dreigden niet door te gaan.
Minister Ferdinand Grapperhaus van Veiligheid en Justitie wilde de acties verbieden omdat er sprake zou zijn ‘van onacceptabele risico’s voor de openbare orde en nationale veiligheid’. De Vries: ‘Het voelde wrang dat de minister, maar vooral ook onze hoogste baas Erik Akerboom, zich zo opstelden. Er heerst een angstcultuur waardoor veel kritische collega’s hun mond niet durven open te trekken.’
Voordat de zaak verder kon escaleren, bereikten de minister en de bonden alsnog een cao-akkoord, waarbij de politie er de komende drie jaar ruim acht procent salaris bij krijgt. Ook worden meer mensen aangenomen om de werkdruk te verlagen en komt er een doorstroombeleid, dat agenten meer toekomstperspectief moet bieden. ‘Hoe dat is gegaan weet ik niet, maar ik denk we met onze acties de druk zo hoog hadden opgevoerd dat er wel een akkoord moest komen,’ zegt De Vries.
Met wat in de media al tot de ‘heftigste politiestaking ooit’ werd gedoopt, dreigden agenten een weekeinde lang alleen uit te rukken bij grote nood.’
Ook hier eind goed al goed? De Vries is vooral blij met die doorstroom-maatregelen, maar er zijn ook agenten die nog steeds ‘boos, teleurgesteld en kritisch’ zijn. De Vries: ’Sommigen vinden de salarisverhoging te weinig, ook is er nog steeds weinig vertrouwen in de korpsleiding.’ Bij de politie lijkt de rust – voorlopig althans – weergekeerd. De Vries laat weten dat Malieveld 2.0 voorlopig verder gaat als platform met een ‘signalerende functie’.
Onvrede in defensie
Lianne Doornenbal (41) werkte van 1997 tot 2001 als korporaal bij de koninklijke luchtmacht op de vliegbasis Gilze-Rijen. Tegenwoordig is ze eigenaar van het bedrijf Beauty in Progress, waar ze werkt als visagist, en cosmetica-adviezen geeft. ‘Maar dat lijntje met Defensie is altijd gebleven,’ zegt Doornenbal. Haar man is namelijk werkzaam bij de afdeling simulatoren van de Apache-eenheid. ‘Ik ben altijd de belangen blijven behartigen van mijn man. Ging naar alle voorlichtingsbijeenkomsten, stuurde brieven naar commandanten, het ministerie en de vakbonden. En ik ben ook wel eens bij oud-minister Hennis langs geweest nadat ik op twitter flink aan het schoppen was geweest.’
Toen Doornenbal deze zomer de cao-voorstellen las die op tafel lagen bij de vakbonden en het ministerie, was de verontwaardiging groot. Lage salarissen, geen toekomstperspectief, en dan heb je ook nog het gebrekkige materieel, er moest wat gebeuren vond ze. Ze besloot op 22 augustus een petitie te starten en vrijwel gelijktijdig werd door Richard Janssen, voormalig stafadjudant bij de Marine die inmiddels met ‘functioneel leeftijdsontslag’ is, de Facebookgroep Zeg nee tegen het arbeidsvoorwaardenakkoord opgericht. Kort daarop werd Doornenbal medebeheerder van de pagina. En ook hier sloten zich al snel duizenden mensen aan.
Hoe snel Doornenbals bekendheid was gegroeid, bleek een week later op 30 augustus tijdens een informatiebijeenkomst op de basis Gilze-Rijen. Honderden militairen hadden zich verzameld in een grote zaal, op een podium zaten vertegenwoordigers van de vier vakbonden om het cao-voorstel toe te lichten. Zodra Doornenbal naar voren liep om de microfoon te pakken, ontstond er geroezemoes in de zaal en keken militairen om. Ze herkenden de zelfverzekerde blondine van de Facebookpagina.
Uiteindelijk zou het door de bonden en het ministerie bereikte onderhandelingsresultaat worden afgewezen door de leden van alle vier de vakbonden. ‘Ik kreeg wel kippenvel toen ik het hoorde, zag het als bevestiging van de onvrede onder het defensiepersoneel,’ zegt Doornenbal. ‘Door het lage salaris is het relatief zware en gevaarlijke werk onaantrekkelijk geworden voor jonge militairen en het mislukte personeelssysteem maakt doorgroeien lastig. Met deze cao-voorstellen zouden die problemen niet worden opgelost.’
Saamhorigheid
Toen Van de Ven en Roovers hun oproep voor de demonstratie in Den Haag deden, vroeg Doornenbal in de Facebookgroep of er iemand was die het gezicht wilde worden vanuit de beweging van de militairen, die na de afwijzing van het cao-voorstel de naam ‘Defensiepersoneel nu op 1!’ kreeg. En daarop reageerde Erik van der Linde (42), majoor bij de landmacht gelegerd in Amersfoort. ‘Aanvankelijk werden we in het publieke debat niet genoemd als het ging om de problemen in de publieke sector,’ zegt van der Linde. ‘We waren dan ook niet zichtbaar, het zit niet in de aard van militairen in actie te komen. Toen ik vertelde dat ik in een video zou gaan optreden voor deze beweging, zeiden collega’s: “Dat je dit durft, krijg je daar geen problemen mee?” Toch heb ik geen moment getwijfeld of ik dit moest doen, ik vind het veel enger om ons vak kapot te laten gaan.’
Van der Linde en Doornenbal gingen op 2 oktober naar de demonstratie in Den Haag, waar ze beiden spraken. ‘Het was spannend om voor een paar duizend mensen te staan,’ zegt Doornenbal. ‘Wel jammer dat er niet zo veel militairen waren.’ Van der Linde: ‘We liepen vooraan, keken achterom en dachten: “Zo hé, wat een saamhorigheid!”’
Roep om harde acties
Een maand later werden de cao-onderhandelingen na de afwijzing van deze zomer weer hervat. Op 13 november sprak staatssecretaris Barbara Visser voor het eerst opnieuw met de vertegenwoordigers van de vakbonden. Defensiepersoneel nu op 1! zat niet aan tafel. Een dag eerder liepen op het Binnenhof de hele dag geüniformeerde militairen rond, onder wie ook Van der Linde. Hij was die avond zelfs te zien in Hart van Nederland, baret op zijn hoofd. ‘Militairen zijn mensen die voor de BV Nederland voor de veiligheid zorgen, dan moet je die mensen ook gaan belonen. Dat gebeurt op dit ogenblik niet,’ zei hij in de uitzending. De actie was bedoeld om de zichtbaarheid te verhogen, en dat lukte dus. ‘Ze moeten bij het ministerie weten dat ze echt met oplossingen moeten komen. De uitgaven aan defensie liggen nog steeds onder de NAVO-norm van twee procent,’ zegt Van der Linde.
Maar ook de hervatte cao-onderhandelingen liepen vast. Gezamenlijk besloten de vier defensievakbonden na een week de onderhandelingstafel te verlaten, dit keer vooral uit onvrede over het pensioenvoorstel van het ministerie.
‘Als er binnenkort geen resultaat komt waar we het mee eens zijn, weet ik niet hoe de ontevreden militairen gaan reageren.’
‘Met die actie waren wij heel blij,’ laat Van der Linde later in een telefonische reactie weten. ‘Een deel van de bonden heeft de kritiek van onze achterban goed opgepakt.’ De militair doelt op het vervolg: de bonden daagden pensioenfonds ABP voor de rechter omdat deze de pensioenregeling wilde aanpassen en werden door de rechter in het gelijk gesteld. Ook werd een kort geding tegen het ministerie van Defensie aangespannen, maar de eisen van de bonden aan de werkgever werden door de rechter afgewezen.
Van der Linde: ‘Dat de bonden dit doen, is een goed signaal, zeker in combinatie met de open manier waarop ze communiceren op onze Facebook-pagina.’
Daarom neemt Defensiepersoneel nu op 1! nu ‘even’ een ambivalente rol in, zegt Van der Linde. De actiegroep is, in samenwerking met de vakbonden, op de achtergrond bezig met het voorbereiden van acties. ‘De roep om harde acties in de Facebookgroep is er wel, maar eerst geven we nu de bonden het vertrouwen om ervoor te strijden. Als er binnenkort geen resultaat komt waar we het mee eens zijn, weet ik niet hoe de ontevreden militairen gaan reageren. We hebben helaas geen stakingsrecht, maar onze groep gaat er dan in ieder geval hard in.’
Net als bij defensie is het ook bij de zorg nog afwachten of het protest tot resultaat zal leiden. Daar liggen, waarschuwen de aanjagers van de protestbewegingen, harde acties en stakingen in het verschiet. Tenzij ook die ‘dienaren’ op tijd tevreden kunnen worden gesteld. En dat is met de aantrekkende economie niet eens ondenkbaar.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.