Ook te beluisteren.

Ik sta op mijn wangen bijtend voor de spiegel. Ik heb ze licht naar binnen gezogen en houd ze tussen mijn kiezen klem. Tieners, Tiktokkers en jongvolwassenen die hip mee proberen te doen, zijn in de greep van de mode, muziek en make-up van de jaren ’90 en Y2K (de eerste jaren nul) en ingevallen wangen horen daarbij. De volle wenkbrauwen en lippen van een paar jaar geleden maken plaats voor een dunnere variant en ook onze wangen moeten aan de lijn. Buccal fat removal, de cosmetische ingreep waarbij het vet uit de onderwang verwijderd wordt, groeide het afgelopen jaar in populariteit en ik was stiekem toch benieuwd hoe het eruit zou zien. Dus daar sta ik: knauwend voor de spiegel.

Achter diezelfde badkamerspiegel huist mijn skincare routine. Als een ietwat chaotische apotheek staan de tubetjes, potjes en glazen flesjes met pipet op een plankje gepropt. En als een heuse scheikundige smeer ik de boel elke ochtend en avond op mijn gezicht: salicylzuur om puistjes op te lossen, melkzuur om pigmentvlekken uit te gummen, retinolzuur om de rimpels die ik als 25-jarige (nog) niet heb alsnog ongedaan te maken, en een vitamine-E-crème om mijn huid (die door al dat zuur flink van slag is) weer te kalmeren. Antioxidantdruppels beschermen tegen uitlaatgassen, een zonnebrandcrème beschermt mij tegen nieuwe puistjes, pigmentvlekken, rimpels en andere kwalen en een schuimende cleanser wast het hele zooitje er aan het eind van de dag weer af.

Geloof het of niet, maar het hebben van een skincare routine is tegenwoordig heel normaal. ‘Skinfluencers’ beoordelen producten op sociale media, gezichtsverzorgingsmerken hebben digitale vragenlijsten om de beste routine voor jou samen te stellen en in Vogue’s populaire ‘Beauty Secrets’-serie op YouTube laten beroemdheden zien hoe, en vooral met welke producten, zij voor hun perzikhuid zorgen.

Mij afvragend of mijn skincare routine niet een beetje overdreven is, bekeek ik de badkamerplankjes van vijfentwintig meiden om mij heen. Gemiddeld gebruikten wij ’s ochtends en ’s avonds vier producten en die producten kosten gemiddeld bij elkaar 97 euro. Dat lijkt veel en dat is het ook. Daarbij opgeteld komen de kosten die meer dan een derde van ons uitgeeft aan professionele gezichtsbehandelingen. Variërend van bezoekjes aan de schoonheidsspecialist, wimpers permanent laten krullen, laserontharing en lymfeklierdrainages. Allemaal behandelingen tussen de 90 en 1100 euro per jaar. Sorry, maar waar doen we dit ook alweer voor?

Schoonheid als markt

Onderscheid

Debatten over schoonheidsidealen, waar we het voor doen en de daaropvolgende vraag of deelname aan schoonheidspraktijken de vrijheid van vrouwen in de weg zit, zijn ouder dan het feminisme. In A Vindication of the Rights of Woman (1792) vergeleek Mary Wollstonecraft, feministe avant la lettre, de geest van vrouwen met een bloem waarvan de schoonheid belangrijker wordt geacht dan haar kracht en bruikbaarheid. De bloem wordt geplukt wanneer zij op haar mooist is en verwelkt voordat de plant volwassen kan worden. Zo was voor de achttiende-eeuwse aristocraat de schoonheid van een vrouw, tot Wollstonecrafts grote spijt, belangrijker dan haar ontwikkeling.

Simone de Beauvoir beschreef de manier waarop het maatschappelijk opgelegde schoonheidsideaal het lichaam dusdanig passief wil hebben dat het vrouwen niet in staat stelt vrij te bewegen, noch vrij te denken.

Na het regelen van iets urgentere kwesties, zoals wettelijke gelijkheid en stemrecht, keerde de vraag over schoonheidsidealen terug in het feministische debat. Feministen van de tweede golf bekritiseerden schoonheidspraktijken omdat ze gezien werden als een manier om onderscheid tussen mannen en vrouwen te versterken en patriarchale normen te benadrukken. Simone de Beauvoir beschrijft in Le deuxième sexe (1949), handboek voor de tweede golf, de manier waarop het maatschappelijk opgelegde schoonheidsideaal het lichaam dusdanig passief en versierd wil hebben dat het vrouwen niet in staat stelt vrij te bewegen, noch vrij te denken.

Het idee dat schoonheidsidealen de intellectuele ontwikkeling en vrijheid van vrouwen uitsluit, werd praktisch voortgezet. In 1968 organiseerden de New York Radical Women de Miss America demonstraties, waar bh’s, make-up, haarkrullers en ander gereedschap van het patriarchaat in de Freedom Trash Can werden geworpen. De feministe als bh-verbrander heeft haar imago aan dit incident te danken.

De Freedom Trash Cans zijn overigens nooit in brand gezet, dat heeft een overenthousiaste journalist ervan gemaakt, maar dat terzijde.

Gelukkig maar. Want begin jaren negentig konden bh’s volop van de brandstapel af en de feministische borst op. Na twee decennia intern gekibbel over waar feminisme nu echt voor moest staan, bracht Kimberlé Crenshaw in 1989 de term intersectionaliteit de wereld in en baande Judith Butler in 1990 de weg voor queer theory door het concept ‘gender’ open te breken. Feminisme in de jaren negentig was duidelijk inclusiever, en ook de opgetutte vrouw hoorde er nu bij.

De make-up dragende Riot Grrrl herclaimde de term ‘girl’, lipstickfeministen suggereerden dat vrouwelijkheid en sensualiteit samen kunnen gaan met de strijd voor gelijkheid, en neo-burlesque clubs werden geopend als vorm van empowerment. De derde golf vierde de keus die vrouwen hebben om wel of niet aan schoonheidspraktijken mee te doen en gaf er op deze manier een nieuwe betekenis aan.

Postfeminisme

Naast de lage broeken, grote haarklemmen en dunne wenkbrauwen die nu langzaam terug in ons huidige straatbeeld sijpelen, was in de late jaren negentig en vroege jaren nul ook het post-feministisch denken razend populair. Vrouwen konden inmiddels al lang stemmen, ze konden scheiden, ze konden werken, meisjes haalden jongens in op school en 1992 werd zelfs uitgeroepen tot het jaar van de vrouw na deelname van een recordaantal vrouwelijke verkiezingskandidaten voor de senaat in de VS. De feministische vlag kon uit!

Postfeminisme suggereert dat de politieke doelen die verband hielden met feminisme waren bereikt, waardoor feminisme niet langer nodig was. De focus op de feministische hervormingsagenda werd vervangen door een nadruk op het individu, waarbij vrouwen worden gezien als rationele actoren die verantwoordelijk zijn voor hun eigen succes en falen.

Voortbouwend op de derde golf en het neoliberalisme zette het postfeminisme keuzevrijheid, maakbaarheid en consumptie centraal. Waar feministen in de derde golf hun schoonheid presenteerden om daar een nieuwe betekenis aan te geven, geloofde de postfeministische vrouw dat zij kon kiezen in welke mate zij deelnam aan sociale opgelegde schoonheidspraktijken, zonder haar keuze te hoeven uitleggen.

De postfeministische vrouw koos haar carrière, hoe zij zich gedroeg en hoe ze eruitzag. Zij was maakbaar en zij maakte zichzelf net als een Spice Girl of een Sex & the City-karakter: knap, succesvol en empowered. Noem het girlpower, noem het neoliberaal individualisme: de postfeministische vrouw oefende haar keuzevrijheid en maakbaarheid uit door deel te nemen aan de markt, aan de consumptiecultuur, zodat zij zichzelf kon presenteren als een vrouw die de discipline en zelfcontrole uitoefende die kenmerkend waren voor het postfeministische sentiment. Ze volgde dus diverse schoonheids-, mode-, fitness- en dieetregimes.

Angela McRobbie, cultuurtheoreticus en feminist, zette het probleem van postfeministisch denken uiteen. De afwijzing van het feminisme maakte het mogelijk om subtiele genderongelijkheid over het hoofd te zien, vanwege de nadruk op het vieren van de vrijheden die vrouwen al hadden bereikt. Bovendien werd genderongelijkheid neergezet als een individueel probleem, en de vrouw als bekwaam genoeg om daar zelf mee om te gaan. McRobbie beschrijft de situatie waarin we sinds de jaren negentig zijn beland als een nieuw seksueel contract dat jonge vrouwen aanspoort om van hun privileges te genieten door hyperactief mee te doen aan consumptie, onderwijs, werkgelegenheid en seksualiteit.

Ook schoonheidsidealen werden losgekoppeld van oude ongelijkheden en gezien door een post-feministische bril. Vrouwen beoefenden schoonheidspraktijken, niet om te voldoen aan van buitenaf opgelegde schoonheidsnormen, maar voor persoonlijk plezier, zelfvertrouwen en concurrentie met andere vrouwen. Hoewel het aantrekken van mannen niet meer de belangrijke reden was om aan die schoonheidspraktijken deel te nemen – onder het nieuwe seksuele contract was het onderdeel geworden van de persoonlijke verantwoordelijkheid en zelfverwerkelijking van de vrouw – stelt McRobbie dat de succesvolle jonge vrouw zichzelf nu eindeloos moet opmaken om haar rivaliteit met mannen in de arbeidswereld te verbergen. Want de vrouw als geprivilegieerd subject vormt een nieuwe concurrentie voor de man, en er seksueel wenselijk uitzien is als het ware een tactiek van geruststelling.

Schoonheid als markt

Vierde golf

Inmiddels leven we in 2023, niet in 2003. Gelukkig is het feminisme de afgelopen twintig jaar weer in de mode geraakt en bracht de opkomst van sociale media een vierde golf met zich mee. #MeToo zette seksuele intimidatie op de kaart, #HeForShe trachtte mannen bij de strijd te betrekken, de ‘We Should All be Feminists’ TED talk van Chimamanda Ngozi Adichie ging viraal, de Marea Verde beweging won abortusrechten in Zuid-Amerika, vrouwen leren onder de term #GirlBoss over financiële onafhankelijkheid, en te midden van de klimaatcrisis groeit het ecofeminisme. Op het gebied van schoonheidsidealen zagen we #FreeTheNipple, okselhaar was even hip, bh’s gingen (weer) de deur uit, body positivity is en vogue, en make-up voor elke huidskleur werd normaal. Feminisme is terug! Maar de postfeministische drie-eenheid van maakbaarheid, keuzevrijheid en consumptie weigert het podium te verlaten.

Onder het mom van zelfverwerkelijking en het beste uit jezelf halen, rennen we van ons sportklasje naar de schoonheidsspecialist, smeren we 97 euro aan producten op ons gezicht en tikken we als vrije autonome schoonheden haargroeitabletten achterover met een vers geperst selderijsapje. Wie mooi wil zijn moet pijn lijden, ook in de portemonnee.

Waar gaat dat geld naar toe? Ik kijk nog eens naar mijn badkamerplank. Elk product is zorgvuldig uitgekozen om mijn problemen zo goed mogelijk op te lossen. Elk product, weliswaar van een ander merk, is ook eigendom van dezelfde drie bedrijven. Ik googelde hun CEO’s uit nieuwsgierigheid naar wiens zakken ik vul.

Drie mannen, geboren tussen 1957 en 1967 staren mij met terugwijkende haarlijn, een scheve glimlach en strakke stropdas aan. Profiteren zij van mijn schoonheid of onzekerheden? Ik kijk naar de producten van mijn vriendinnen. Van de 103 producten en 50 merken op onze collectieve badkamerplank valt meer dan de helft onder dezelfde drie multinationals: L’Oreal, The Estée Lauder Companies en Unilever. Onze imperfecties voeden hun imperium.

Bij de 47 andere merken staat bij de overgrote meerderheid ook een witte man van rond de zestig aan het roer. Hoe langer ik naar ze kijk, hoe meer ik mij afvraag of we niet beter bepukkeld en gerimpeld samen uit eten kunnen gaan in plaats van ons geld aan hen uit te geven.

Sociale druk

Doe het dan niet. Ik kan toch kiezen om niet mee te doen aan al dat schoonheidsgedoe? Mijzelf de vraag stellen aan wiens superjacht ik meebetaal en of de afwezigheid van littekens, plekjes, puistjes, rimpels die wel waard is? Schoonheid als markt rust op het idee dat vrouwen kunnen kiezen wel of niet mee te doen. Er geen zin in? Stap dan lekker op de self love train: ‘Schat, je bent prachtig, omarm jezelf.’

De realiteit is helaas complexer. In veel gevallen levert voldoen aan het huidige schoonheidsideaal daadwerkelijk wat op. Het kost tijd en geld, maar je krijgt er pretty privilege voor terug. Zij die aan het schoonheidsideaal voldoen, worden als aardiger en betrouwbaarder ingeschat, en als gevolg daarvan beter behandeld. Keuzevrijheid is leuk en je kunt jezelf omarmen wat je wilt, maar als je vervolgens te horen krijgt dat je natuurlijke krullen onprofessioneel zijn of je er zonder concealer vermoeid uitziet, dan weegt dat wel mee.

Bovendien is er door de nadruk op autonome en persoonlijke keuzes weinig ruimte om de sociale druk te erkennen die onze ‘vrije keuze’ beïnvloedt. We kiezen ervoor om aan schoonheidsidealen te voldoen, niet alleen om ons beter te voelen over onszelf, maar ook omdat wij volgens de logica van pretty privilege, het nieuwe seksuele contract en toch ook nog steeds de patriarchale schoonheidsmythe meer waard zijn als we op het schoonheidsideaal lijken.

Geglazuurde donut

Doe het dan wel. Wat maakt het uit of de keuze vrij is of niet? Ik kan mijzelf tot schoonheidsideaal maken. In mezelf investeren, mijn wenkbrauwen epileren en de vruchten van mijn pretty privilege plukken. Het probleem aan deze investering is dat schoonheid, hoe maakbaar ook, altijd aan verandering onderhevig is. Een paar jaar geleden zaten meiden thuis met plastic flesjes hun lippen vacuüm te zuigen om ze groter te maken, vandaag masseren ze hun gezicht drie keer per dag om hun jukbeenderen te accentueren. In 2015 werden wenkbrauwen als borstels op ons voorhoofd geschilderd, in 2022 liepen modellen met gebleekte wenkbrauwen over straat. Tien jaar geleden kochten we massaal toners en poeders om een zo mat mogelijke huid te krijgen, vandaag smeren we ’s nachts vaseline op ons gezicht om er overdag als een geglazuurde donut bij te lopen. Het afgelopen decennium ondergingen vrouwen en masse de BBL (Brazilian Butt Lift) en lip fillers, nu kunnen dezelfde chirurgen die er weer uit halen. Buccaal vet wordt nu verwijderd, en het is afwachten tot we met lachende hamsterwangen door het leven willen. Schoonheidsidealen veranderen constant en daardoor is het rendement van onze investeringen altijd van korte duur.

Constante consumptie

Meedoen of niet: ik ben er nog niet uit. Hoe grappig ik het experiment ook zou vinden, ik roep niet op tot een boycot van de schoonheidsindustrie. Wel tot bewustwording van het feit dat er iemand is die van onze onzekerheden profiteert. Dat zowel de voor- als de nadelen van het meedoen aan schoonheidspraktijken ons aansporen tot constante consumptie vanwege verandering in schoonheidstrends. De postfeministische waarden van keuzevrijheid, maakbaarheid en consumptie gaan hand in hand, maar keuzevrijheid en maakbaarheid zijn niet neutraal.

Het investeren in onze schoonheid is nooit af omdat de normen continu veranderen. Tevreden zijn met onszelf daarentegen is niet seizoensgebonden. Is dat te zweverig? Ik denk aan de grijze mannen van zestig, en hoe zij mijn portefeuille van onzekerheden niet waard zijn. Ik denk aan mijn vriendinnen, en wat we samen kunnen doen als we het geld van onze badkamerplank anders zouden besteden. Samen eten, samen dansen, samen op vakantie? Ik kijk nog eens in de spiegel en weet het al. Dus laat ik mijn wangen weer los.