De Amerikaanse stad Princeton ‘is bij uitstek het bolwerk van de rede, een academische bubble ver weg van de werkelijkheid van de rest van Amerika. Een aangeharkte stad waar iedereen weet wat goed is voor henzelf en voor het land, waar het verstand het altijd wint van de ruwe emotie.’
Dit schrijft Pia de Jong in een van de columns die ze elke maandag vanuit Princeton, New Jersey, op de Achterpagina van de NRC publiceert. Het is allemaal waar wat ze over de stad met de beroemde universiteit schrijft, maar zelf staat De Jong niet zo ver af van de werkelijkheid. Ze schrijft wel over van alles en nog wat en haar columns hebben een aangename lichtheid, maar dat wil niet zeggen dat het soortelijk gewicht van haar werkelijkheid te verwaarlozen is. Het boek waarin nu een ruime selectie uit de columns is verzameld, Pia’s Amerika, is luchtig, ironisch en nuchter. Het leven wordt door De Jong niet al te zwaar opgevat, maar de ernst kruipt desondanks vanzelf binnen.
met een Aangename lichtheid
De Jong heeft het over van alles: over haar gezin van twee zoons en een dochter waarmee ze zeven jaar geleden naar Princeton is verhuisd. Ze heeft het terloops over haar man Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute of Advanced Study in Princeton. Ze heeft het over buren, over eigenaardige interessante mensen in de buurt, over historische figuren waar ze op stuit, over werklieden met wie ze aan de praat raakt, tentoonstellingen die ze bezoekt, de sociale controle die benauwende vormen aanneemt, de positiviteit die van iedereen wordt verlangd, de verwarring waarvoor Trump zorgt, de nieuwe winkel van Amazon op Columbus Circle waar ze geen boek wil kopen, de tandarts die het liefst ‘alles wil verbouwen’, rijke mensen die geen maat weten te houden, een bezoek aan het huis van Michael Graves, de ontwerper van de Alessi-fluitketel.

Er komen ook de nodige grote en kleine Amerikaanse misstanden voorbij. De ‘onzichtbaren’, de latino’s die bijna allemaal illegaal zijn en al het werk doen, van bomen snoeien tot gebouwen schoonmaken. De ‘yogaposeurs’, vrouwen in sportkleding die niet sporten. ‘Influencers’ als actrice Louise Linton, de vrouw van de minister van financiën, die een foto van zichzelf op Instagram zet voorzien van ‘tags’ die aangeven welke merken ze allemaal aan heeft (‘#valentinorockstudheels’, ‘#hermesscarf’).
En dan zijn er een aantal vergeten vrouwen die De Jong uit de schaduw haalt: Sacagawea, de indiaanse die als tolk optrad toen Lewis en Clark in 1804 hun expeditie op touw zetten om het westen van Amerika te ontsluiten. De dichteres Annis Boudinot Stockton, een Amerikaanse Belle van Zuylen die werd verhinderd haar gedichten te publiceren. En Audrey Munson, van wie niemand heeft gehoord, maar van wie twaalf beelden in de New Yorkse openbare ruimte staan, daar geplaatst omdat ze de Kim Kardashian van de jaren twintig was.
met een griezelig gemak
De charme van De Jongs Amerikaanse brieven wordt niet weinig verhoogd door de tekeningen van Eliane Gerrits. Gerrits kan alles met een griezelig gemak tekenen zonder routineus of virtuoos te worden. Ze is standaard geestig, een liefhebber van het aanbrengen van veel details, heeft een fijnzinnig gevoel voor kleur en is perfect in houdingen die emoties uitdrukken. Ze kan met nonchalante precisie met pen en kwast omgaan. Dat levert regelmatig kleine kunstwerkjes op. Ze zien er misschien casual uit, maar dat moet dan ook, ook al zie je er aan af dat Gerrits ver gaat in de uitwerking van wat haar voor de geest staat.
De saaie wachtkamer van het kantoor waar rijbewijzen worden uitgegeven is stampvol. Gerrits treft de juiste sfeer door de zittende, hangende, kijkende, lezende, pratende, staande, slapende mensen tekenen, niet eens zo karikaturaal. Het zijn stuk voor stuk individuen. De Jong heeft het over een doodgeschoten politieagent die door zijn collega’s uitgeleide wordt gedaan door een haag te vormen waar de begrafenisstoet langs rijdt. Hoe amusant Gerrits stijl ook is, ze maakt er toch een prachtig serene tekening van.

Interieurs zijn erg aan Gerrits besteed. Ze kan zich uitleven bij een verhaaltje over een echtpaar dat op Park Avenue een hele verdieping volstouwde met antieke meubels en kostbare schilderijen, terwijl ze zelf als paupers in de keuken bivakkeerden. Schitterend is ook de tekening bij het stukje over het schilderij Madame X van John Singer Sargent in het Metropolitan Museum. Dit is het schilderij waarop Madame X in profiel te zien is, met de scherpe neus en met het blankst denkbare decolleté boven haar diepzwarte jurk.
Vrienden zeiden De Jong dat ze op haar lijkt. Dat wilde ze zelf wel eens zien, ook al is ze helemaal ‘niet zo verguld’ met haar eigen profiel. Met perfect gemak tekent Gerrits de schrikachtige ontmoeting tussen Madame X en De Jong, gadegeslagen door vergelijkbaar geschilderde dames uit de collectie van het museum.
De Jong figureert in veel tekeningen zelf als een cartoonachtig meisje/vrouw in een rood jurkje. Gerrits laat in de loop der tijd de hele catalogus aan stemmingen en emoties op haar los: beminnelijk, verbaasd, geamuseerd (vaak), benieuwd, gezellig, ontroerd, bang (wanneer ze in Hillbilly Country in een kroeg tegenover vervaarlijke mannen komt te zitten) en begripvol (ook vaak, maar niet als het over sport als de poort naar het geluk gaat).
De sfeer op de tekeningen van Gerrits wordt sterk bepaald door een opvallend terugkerend detail: de rode konen van bijna al haar getekende figuren. Die lijken daardoor allemaal lichtelijk opgewonden, alsof het leven een opwindend karwei is. Het zorgt voor een uitstraling van frisse opwinding. Je ziet het goed op de tekening waarop Wonderland-Alice samen in een boot zit met Hemingway, terwijl de Cheshire Cat vanuit een boom toekijkt: zelfs het witte konijn heeft een gloeiende wang.
Het lijkt wel een handtekening: waar rode konen, daar Eliane Gerrits.
Pia’s Amerika door Pia de Jong, met tekeningen van Eliane Gerrits is uitgegeven door Prometheus. 280 pagina’s. €19,99.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.