Wie de laatste weken het nieuws over oliegigant Shell volgde, zou bijna vergeten dat het op één na grootste oliebedrijf ter wereld precies dát is: een oliebedrijf. Een van de grootste vervuilers ter wereld, verantwoordelijk voor tonnen aan CO2-uitstoot. Maar plots was daar het nieuws dat de oliereus uit een invloedrijke Amerikaanse lobbyclub stapt (‘niet groen genoeg’), dat ze automoblisten aan de pomp de mogelijkheid willen bieden om voor één cent extra klimaatneutraal te tanken (‘We nemen zo de klant mee die dit interessant vindt’) en zich bovendien willen toeleggen op een heel nieuwe tak van sport: natuurbehoud, door in samenwerking met Staatsbosbeheer extra bomenplant te financieren (‘We willen duidelijk maken dat de boom een van de pilaren is waar Shells strategie op is gebaseerd’).
Hoe pensioenfondsen vervuilende bedrijven tot verandering kunnen dwingen

Terwijl de politiek kibbelt over hoe hoog een CO2-tax moet zijn, dringt in de financiële wereld het besef binnen dat zij misschien óók wel kunnen bijdragen. De Nederlandse pensioenfondsen beheren 1400 miljard euro, en hebben daarmee de macht om de wereld te veranderen. In theorie. Want is het wel zo simpel? ‘Zoals ze in Spiderman zeiden: “With great power comes great responsibility.”’


