Wie de laatste weken het nieuws over oliegigant Shell volgde, zou bijna vergeten dat het op één na grootste oliebedrijf ter wereld precies dát is: een oliebedrijf. Een van de grootste vervuilers ter wereld, verantwoordelijk voor tonnen aan CO2-uitstoot. Maar plots was daar het nieuws dat de oliereus uit een invloedrijke Amerikaanse lobbyclub stapt (‘niet groen genoeg’), dat ze automoblisten aan de pomp de mogelijkheid willen bieden om voor één cent extra klimaatneutraal te tanken (‘We nemen zo de klant mee die dit interessant vindt’) en zich bovendien willen toeleggen op een heel nieuwe tak van sport: natuurbehoud, door in samenwerking met Staatsbosbeheer extra bomenplant te financieren (‘We willen duidelijk maken dat de boom een van de pilaren is waar Shells strategie op is gebaseerd’).

Een jaartje adempauze

Een belangrijke verantwoordelijke voor de omslag bij Shell lijkt Follow This, de actiegroep van oud-journalist Mark van Baal – die en passant begin april aankondigde Shell dit jaar niét verder te pushen met weer een klimaatresolutie en ze een jaartje adempauze te geven. Follow This toonde aan dat aandeelhoudersactivisme werkt. Vorig jaar stemden zes van de grootste investeerders – waaronder Aegon, Lanschot van Kempen, Actiam en Nationale Nederlanden – voor de resolutie van Van Baal, die Shell moet houden aan de klimaatdoelen van Parijs.

Grote, vervuilende bedrijven blijken vatbaar voor druk van binnen, van hun eigen beleggers.

De invloed van Follow This reikt verder dan meestemmende aandeelhouders alleen, analyseerde Menno Tamminga onlangs in NRC. Na de druk van Follow maakte ook pensioenfonds ABP, dat al die tijd tegen Follow This had gestemd of zich van stemming had onthouden, afspraken met Shell, dat beloofde nu hun eigen duurzaamheidsdoelstellingen direct te koppelen aan beloningen aan de top. Enige scepsis is op zijn plaats, stelt Tamminga, want Shell moet nog gaan leveren, maar toch: het akkoord is een mijlpaal. Grote, vervuilende bedrijven blijken vatbaar voor druk, niet alleen van buiten – het publiek of de politiek – maar veel belangrijker: ook van binnen, van hun eigen beleggers.

Koerswijziging

En die beleggers zijn in belangrijke mate de Nederlandse pensioenfondsen. Ze beheren ruim 1400 miljard euro. Het grootste fonds – ABP, voor leraren en politieagenten – neemt daarvan ruim 400 miljard voor zijn rekening. ABP is daarmee een van de grootste fondsen ter wereld. Als zo’n fonds besluit tot een koerswijziging, dan is dat merkbaar in de rest van de economie.

Mark van Baal is kritisch over de rol van ABP bij Shell – ondanks alle mooie nieuwsberichten (‘Die verbaasden ons, want er stond eigenlijk niks nieuws in’), maar: ‘Ze hébben nu eenmaal enorm veel macht, macht die ze heel lang niet gebruikt hebben. En anders dan de politiek, waar de blik altijd op de volgende verkiezingen is gericht en lobbygroepen enorm veel invloed hebben, en anders dan de bedrijven zelf, waar het volgende kwartaal leidend is, hebben pensioenfondsen een enorm lange horizon. Dus ze hebben het geld, en ze hebben de tijd. En zoals een grote belegger mij ooit Spiderman citeerde: “With great power comes great responsibility.”’

‘Wij beheren het pensioengeld van 2,9 miljoen Nederlanders. En die geven in toenemende mate aan dat zij het belangrijk vinden dat hun geld duurzaam en verantwoord wordt belegd.’

Dat lijkt ook de conclusie van het onlangs verschenen boek Principles of Sustainable Finance van Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking and Finance in Rotterdam, en Willem Schramade, portfoliomanager bij NN Investment Partners. De financiële sector, stellen zij, moet niet langer een obstakel zijn op de weg naar een duurzame wereld, maar juist een aanjager. Omwille van wat die sector financiert: bedrijven. Als financiers eisen stellen aan die bedrijven, kan dat een omslag teweegbrengen, beargumenteren de schrijvers.

In het geval van de pensioenfondsen is dat ook precies wat de deelnemers aan die fondsen willen, en middels de pensioenwet zijn de fondsen wettelijk gebonden aan de wensen van hun deelnemers. ‘Wij beheren het pensioengeld van 2,9 miljoen Nederlanders,’ aldus ABP-voorvrouw Corien Wortmann. ‘En die geven in toenemende mate aan dat zij het belangrijk vinden dat hun geld duurzaam en verantwoord wordt belegd. Dus daar zijn wij aan gehouden. En wij willen ook onderdeel zijn van die beweging – al noemen we onszelf liever een actieve aandeelhouder dan een activistische.’

Het markeert een belangrijke verschuiving in economisch denken, signaleert Sandra Phlippen, hoofdeconoom Nederland bij ABN Amro. ‘Het argument vanuit de financiële sector liep decennialang langs de lijnen van Milton Friedman: een bedrijf is sociaal als het winst maximaliseert, omdat die winst terecht komt bij de werknemers en de aandeelhouders. Friedman erkende overigens dat er ook aandeelhouders zijn die een bedrijf duurzamer of socialer willen maken vanuit een intrinsieke motivatie – rond 1970 bestond zeker ook al de roep om bedrijven meer voor mens en maatschappij te laten zorgen. Maar volgens Friedman moeten aandeelhouders hun winst dan maar besteden aan goede doelen, die dan weer bij de overheid konden lobbyen voor andere regels. Aan dat argument is een einde gekomen. We weten nu dat productie en vervuiling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.’

Voorbij de horizon

Zowel de financiële sector als het bedrijfsleven lijden onder wat Mark Carney, gouverneur van de Bank of England, in een inmiddels befaamde speech ‘The tragedy of the Horizons’ noemt: de wetenschap dat catastrofale gevolgen van klimaatverandering gevoeld gaan worden ‘voorbij de horizon van de meeste bestuurders, centrale bankiers en politici: imposing a cost of future generations that the current generation has no direct incentive to fix’. Phlippen: ‘Binnen de financiële sector zijn pensioenfondsen nog het meest gericht op het langetermijnbelang. Voor hen is er geen uitruil tussen langetermijninvestering of kortetermijnrendement. Omdat zij naar de toekomst kijken, weten ze: nu niks doen is veel kostbaarder dan stap voor stap actie ondernemen.’

‘Andere partijen voeren rechtszaken of dienen direct een resolutie in. Wij proberen het via gesprekken. Maar als dat niet werkt, dan gaan we publiek – zoals bij BP.’

De vraag is of pensioenfondsen dat wel voldoende doen. De twee grootste fondsen, ABP en PFZW (het fonds voor zorgmedewerkers) zeggen te investeren in duurzamer beleggingen. Zo heeft ABP concrete doelen gesteld: het wil in 2020 onder meer 58 miljard geïnvesteerd hebben in duurzaam, vijf miljard in duurzame energie en de CO2-voetafdruk moet met 25 procent omlaag ten opzichte van 2015. De grote Nederlandse pensioenfondsen zijn bovendien aangesloten bij de Climate Action 100+, een inversteringscollectief van meer dan driehonderd van de grootste beleggers ter wereld (waaronder veel pensioenfondsen en verzekeraars) die door gemeenschappelijke actie proberen vervuilende bedrijven onder druk te zetten. Onlangs bijvoorbeeld Exxon Mobile, en eerder ook Shell.

Lees ookLaat de consument een CO2-belasting betalen, niet de producent1 april 2019

Onder deze waaier zeggen pensioenfondsen voortdurend in gesprek te zijn met de top van deze bedrijven. Parallel aan de moties van Follow This voerde ABP naar eigen zeggen voortdurend gesprekken met het bedrijf, gesprekken die uiteindelijk uitmondden in de toezegging van Shell dat de salarissen aan de top gaan lijden als ze hun eigen doelen niet halen. Ook ExxonMobile kreeg die behandeling, al leidde dat vooralsnog niet tot dezelfde toezeggingen. Bij oliebedrijf BP duurde het zelfs de gematigde fondsen van de Climate Action 100+ wat al te lang. De fondsen dienden – naar goed voorbeeld – een resolutie in. ABP-voorvrouw Wortmann: ‘Andere partijen voeren rechtszaken of dienen direct een resolutie in. Wij proberen het via gesprekken. Maar als dat niet werkt, dan gaan we publiek – zoals bij BP.’

Bijdragen aan een betere wereld

Eind maart verscheen in Nederland voor het eerst het Eerlijk Pensioenlabel; een initiatief van NGO’s als Amnesty en Pax vergelijkbaar met de al veel oudere Eerlijke Bankwijzer, waarop de beleggingen van banken worden doorgelicht op hun groene gehalte. Op een schaal van 1 tot 10 behaalden de pensioenfondsen gemiddeld het behoorlijk lage cijfer van 1,5, tot grote schrik van de fondsen zelf.

‘Onze redenering is: als je 400 miljard te beleggen hebt, dan moet je opschrijven wat je doet om te voorkomen dat je mensen daarmee schaadt.’

‘Wij wilden na alle mooie nieuwsberichten over Shell en fondsen die stoppen met steenkool, eens kijken welk beleid fondsen nu publiceren voor al hun beleggingen,’ stelt Cor Oudes van NGO Pax. ‘En wij vonden daarin weinig concreets terug. Het is natuurlijk goed dat een fonds als ABP gestopt is met tabak of met kernwapens en investeert in groene projecten. Maar onze redenering is: als je 400 miljard te beleggen hebt, dan moet je opschrijven wat je doet om te voorkomen dat je mensen daarmee schaadt. Dat geldt ook voor steenkool, schaliegas, olie: spreek bedrijven aan op de schade die ze hiermee aanrichten, of stap eruit.’

Bijdragen aan een betere wereld met pensioengeld kán niet als je ook investeert in bedrijven als Shell en ExxonMobile, zeggen de activisten.

Een eerder verschenen rapport van actiegroep Fossielvrij, over de beleggingen van ABP, had als titel Still Dirty, Still Dangerous, vanuit dezelfde redenering.

Bijdragen aan een betere wereld met pensioengeld kán niet als je ook investeert in bedrijven als Shell en ExxonMobile, zeggen de activisten.

Maar invloed uitoefenen houdt op op het moment dat je eruit stapt, stelt ABP.

Paradox

De pensioenfondsen lijken daar een punt te hebben. Rens van Tilburg, directeur van het Sustainable Finance Lab (SFL) aan de Universiteit Utrecht, doet al jaren onderzoek naar de beleggingen van grote investeerders en duurzaamheid. Al in 2014 waarschuwde SFL de grote fondsen voor de ‘carbon bubble’: het gevaar dat rendabele investeringen in fossiele bedrijfstakken een financiële zeepbel blijken in de toekomst, als al die fossiele brandstoffen niet langer nodig zijn. ‘Dat idee is echt gaan vliegen, en investeerders – van banken en verzekeraars tot pensioenfondsen – zijn veel meer gaan beleggen in duurzamer aandelen,’ aldus Van Tilburg. Dat idee van zogenoemde ESG (Environment Sustainable Governance) houdt simpel gesteld in dat investeerders rekening houden met drie factoren bij het investeren in bedrijven en aandelen: Environmental (energieverbruik, klimaat, grondstoffen), Social (gezondheid, veiligheid) en Governance (goed ondernemingsbestuur).

‘Kijk, als ik met pensioen ga, wil ik ook het hele Zwitserlevengevoel, met palmbomen op het strand. Maar dan is het wél fijn als die palmbomen er nog staan.’

Lang bestond het idee dat dat misschien wel goed was voor de wereld, maar niet voor het rendement: eerlijk en duurzaam beleggen kón toch nooit net zoveel geld opleveren als die oude investeringen in tabak, wapens en olie? Toch wel, stelt ook pensioen- en beleggingsexpert Anna Grebenchtchikova: ‘Een paar jaar geleden nog liet een metastudie van tweehonderd onderzoeken zien dat investeren in ESG op zijn minst hetzelfde rendement oplevert als andere aandelen. Sterker nog: op de lange termijn verwachten we dat dat soort aandelen de gewone aandelen gaat outperformen. Pensioendeelnemers wíllen dat ook: onderzoek laat zien dat het merendeel bereid is rendement in te leveren. Kijk, als ik met pensioen ga, wil ik ook het hele Zwitserlevengevoel, met palmbomen op het strand. Maar dan is het wél fijn als die palmbomen er nog staan.’

Als veel grote investeerders alleen nog maar zouden investeren in bedrijven die helemaal groen, sociaal of beide zijn, wat gebeurt er dan met de bedrijven die dat niet zijn? Die houden niet op te bestaan.

Dus: wat let grote investeerders eigenlijk om gewoon al hun vermogen in die prachtige ESG’s te gooien en alle vieze aandelen overboord? Activisten tevreden, wereld gered, palmbomen incluis. Economen Van Tilburg en Phlippen wijzen op een paradox. Phlippen beschrijft het nadeel van ‘exclusion’ – het dumpen van vervuilende aandelen: als veel grote investeerders plotsklaps alleen nog maar zouden investeren in bedrijven die helemaal groen, sociaal of beide zijn, wat gebeurt er dan met de bedrijven die dat niet zijn? Die houden niet op te bestaan. Sterker nog: investeerders die een stuk minder geven om klimaat of mensenrechten stappen juist in dát soort bedrijven, met het ietwat bizarre gevolg dat volgens onderzoekers de totale CO2– uitstoot dan zal stijgen.

En dat speelt juist in regio’s die het toch al moeilijk hebben. Van Tilburg: ‘Je ziet nu ook “verantwoorde” beleggingsproducten verschijnen die beweren hun klimaathuiswerk te hebben gedaan. Die vinden dan dat de klimaatrisico’s van bijvoorbeeld overstromingen en cyclonen in Zuid-Oost Azië relatief groot zijn en concluderen: wegwezen uit Zuid-Oost Azië. Terwijl juist die regio investeringen nodig heeft om de groeiende en steeds welvarender bevolking op een duurzame manier van energie, transport en voedsel te voorzien. Als we die infrastructuur nu niet op een duurzame manier aanleggen, is de wereldwijde klimaatverandering niet meer te stoppen.’

Alleen maar groene aandelen kopen werkt niet, uit een vervuilend bedrijf stappen werkt ook niet, maar activistisch aandeelhouderschap werkt wel.

Kortom: alleen maar groene aandelen kopen werkt niet, uit een vervuilend bedrijf stappen werkt ook niet, maar activistisch aandeelhouderschap werkt wel. Van Tilburg: ‘Dat is echt de hoofdboodschap: laten we nou niet denken dat we door groene beleggingen of andere groene projectjes de wereld kunnen veranderen. De strijd tegen klimaatverandering kun je alleen winnen als je ook de vervuilende bedrijven tot verandering beweegt. En daar mag soms echt nog wel een tandje bij. Eisen stellen, dus.’