Deze column is ook te beluisteren.

Bevroren soldaten steken als standbeelden uit een deken van sneeuw. Macabere wegwijzers naar een zekere dood die hun makkers op het strijdtoneel wacht – niet door kogels maar door kou. Het is eind 1941 en Hitlers geplande Blitzkrieg loopt stuk op een helse winter op Sovjetgrondgebied.

Van sommige beelden uit het verleden verwacht je niet dat ze in je eigen bestaan opnieuw tot leven zullen komen. Maar met, volgens de burgemeester van Kyiv, de strengste winter in aantocht sinds de Tweede Wereldoorlog, worden de ijssoldaten in zomeruitrusting waarover de Russische schrijver en correspondent Vasili Grossman ooit rapporteerde, een actueel nieuwsbericht.

Verrassing, snelheid, grof geweld: dat was het plan toen het Duitse leger de Sovjet-Unie binnentrok. In juni 1941, voor aanvang van Operatie Barbarossa, deelde Hitler zijn generaals mee dat deze aanstaande veldslag niet meer dan zes weken mocht duren. Voor het einde van de zomer moest Moskou zijn ingenomen. Maar de blikseminslag die de Russen op hun knieën moest dwingen, veranderde in een trage, ijskoude dodenmars.

Soldaten verloren ledematen, oogleden, haren, neuzen en oren, maar het zombieleger moest verder en liet een spoor van vogelverschrikkers achter op de Russische steppe.

Na een reeks Duitse triomfen in de eerste maanden haperde de oorlogsmachine wegens voorziene problemen. De infanterie kon de voortstormende pantserdivisies niet bijbenen. Ook de aanvoer van nieuwe voorraden kon het tempo niet evenaren, en Hitler reed zijn eigen generaals in de wielen met wonderlijke strategische beslissingen. Miljoenen manschappen werden voortgejakkerd, en toen moest de genadeloze Russische winter nog beginnen.

De Duitse meteoroloog Franz Bauer had een zachte winter voorspeld en Hitler legde tegengestelde berichten naast zich neer, dus de infanterie was niet toegerust met speciale winterkleding. Maar al in december 1941 werd in Moskou 29 graden onder nul gemeten.

Soldaten verloren ledematen, oogleden, haren, neuzen en oren, maar het zombieleger moest verder en liet een spoor van vogelverschrikkers achter op de Russische steppe. Als tinnen soldaatjes in een speelgoedoorlog stonden overal lichamen rechtop in de sneeuw, beslopen door de vrieskou die in hun lichamen langzaam de kraan dichtdraaide. De zuurstoftoevoer werd minder, het bloed verdikte en werd steeds moeilijker rondgepompt en terwijl de uitgeputte soldaat zijn laars in de voetafdruk van zijn voorganger in de sneeuw wilde plaatsen, stopte zijn hart. Ruim honderdduizend Duitse mannen lieten zo het leven. Soldaten uit het Rode Leger maakten er een sport van de lichamen in de meest wonderlijke posities in de sneeuw te plaatsen, als sculpturen in een oorlogsdans.

Het is december 2022 en ik zie luchtbeelden van Russische gestalten in loopgraven, voorgoed bevangen door de kou. Miljoenen onschuldige Oekraïense burgers lopen hetzelfde risico; het besluiteloze Westen draagt hun lot feitelijk over aan de weergoden.

Het proza van Grossman, dat ons zicht bood op een conflict dat de verbeelding tartte, blijkt ruim tachtig jaar later helaas geen dode inkt: ‘Het was geen sneeuw, maar de tijd zelf, die zich in zachte, witte lagen neervlijde op het slagveld van de menselijke stad; het heden werd verleden, en er was geen toekomst in de trage, donzige dwarrelsneeuw.’