Nog geen vier dagen na de presentatie van Lodewijk Asschers boek Opstaan in het Lloyd Hotel bleek Mark Rutte het al te hebben gelezen. ‘Mooi boek,’ zei de premier toen ik hem een paar weken geleden tegenkwam in Nieuwspoort. Wat Rutte vooral had getroffen, zei hij, is dat Asscher zo openhartig had durven schrijven: over zijn joodse achtergrond, over de dramatische nederlaag bij de verkiezingen van 2017 en over de krampachtige strijd om het lijsttrekkerschap tegen Diederik Samsom die daaraan vooraf ging, en die dus uitdraaide op een electorale ramp.

Rutte had Asscher nog gewaarschuwd, vertelde hij in Nieuwspoort, toen toenmalig partijvoorzitter en fervent truiendrager Hans Spekman in 2016 had aangekondigd dat er een interne lijsttrekkersverkiezing zou komen. ‘Ik zei: Lodewijk, je moet nú die trui bellen, en afspreken: Diederik wordt het.’

Asscher beschrijft zeldzaam openhartig hoezeer hij aan zelfoverschatting leed door te denken dat de PvdA onder zijn leiding een veel beter resultaat zou kunnen halen.

Mes in de rug

Het liep anders. Na maandenlang twijfelen besloot Asscher zich toch kandidaat te stellen, gevolgd door een reeks moeizame debatten met Samsom. Omdat Ahmed Aboutaleb op het laatste moment als kandidaat was afgehaakt, stonden twee steunpilaren van het omstreden kabinet met de VVD tegenover elkaar: Samsom als architect van de coalitie, Asscher als vicepremier, zodat er voor de PvdA-leden weinig te kiezen viel. De woede in de achterban over wrange kabinetsmaatregelen als de sluiting van de sociale werkplaatsen keerde zich nét iets meer tegen Samsom, zodat Asscher ternauwernood won, en sindsdien werd achtervolgd door het hardnekkige verwijt dat hij Samsom een mes in de rug had gestoken. Bij de verkiezingen in maart 2017 haalde de PvdA de grootste nederlaag in haar geschiedenis, van 38 naar negen zetels.

In campagnetijd publiceren politici al jaren persoonlijk getinte boekjes over wat hen beweegt: Wouter Bos, Alexander Pechtold, Jesse Klaver, Gert-Jan Segers: velen gingen Asscher voor, zodat het inmiddels een uitgekauwd genre dreigt te worden. Maar Opstaan in het Lloyd Hotel is veel meer dan een zorgvuldig gecomponeerd campagnepamflet. Asscher beschrijft niet alleen zeldzaam openhartig hoe overmoedig de aanname was dat de lijsttrekkersstrijd het tij voor de PvdA zou kunnen keren en hoezeer hij aan zelfoverschatting leed door te denken dat de PvdA onder zijn leiding een veel beter resultaat zou kunnen halen, maar ook hoe de campagnetijd van 2016-2017 werd overschaduwd door de naderende dood van zijn vader.

Lees hier wat Max van Weezel schreef over politieke biografieën31 maart 2019

Enkele weken nadat hij zich kandidaat had gesteld voor het lijsttrekkerschap kreeg Asscher te horen dat zijn vader misschien nog maar een paar maanden te leven had. ‘Ik kan niet ontkennen,’ schrijft hij, ‘dat er momenten zijn geweest dat ik hoopte van Samsom te verliezen’. Uiteindelijk overleed zijn vader in januari 2018.

Een nieuwe lichtheid

Tot dusverre sprak Asscher zelden over zijn joodse achtergrond, maar toen hij zich afgelopen jaar terugtrok in het Lloyd Hotel vlak bij zijn huis in Amsterdam om een boek te gaan schrijven, bleek het al snel een onontkoombare geschiedenis. Wat een boek moest worden over opstaan na een zware nederlaag in de politiek werd daarnaast, en misschien zelfs vooral, een ode aan zijn vader. Bram Asscher, een bescheiden advocaat in het arbeidsrecht, werd als jongetje in de oorlogsjaren in een vuilnisbak uit de Hollandse Schouwburg gesmokkeld, en werd na de bevrijding herenigd met zijn ouders die Bergen-Belsen hadden overleefd. Hij hield er zijn leven lang een diep gevoel van onveiligheid aan over, maar ook een enorm arbeidsethos en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid.

Wie het afgelopen jaar goed oplette kon het al zien bij de optredens van Lodewijk Asscher: hier stond een gelouterd politicus die een nieuwe lichtheid had gevonden.

Het zijn vooral de gesprekken die Lodewijk Asscher met zijn vader voerde, bij leven en na diens dood, die Opstaan in het Lloyd Hotel diepgang geven: een verhaal van verlies, maar ook van doorgaan als de hoop bijna vervlogen is. Wie het afgelopen jaar goed oplette kon het al zien bij de optredens van Lodewijk Asscher in de Tweede Kamer: hier stond niet langer een gepantserd bestuurder, maar een gelouterd politicus die een nieuwe lichtheid had gevonden. Wie Opstaan in het Lloyd Hotel leest, weet hoe dat gekomen is.

Bij de begrafenis van mijn dierbare collega Max van Weezel, een paar weken geleden op de joodse begraafplaats in Muiderberg, was ook Lodewijk Asscher. Hij droeg voor het eerst in zijn leven het blauw-witte keppeltje van zijn vader.