Alle aandacht ging afgelopen week naar het illusie-akkoord van de formerende partijen. ‘Wij slaan een nieuwe weg in,’ zo staat er te lezen op de eerste pagina.

Goed idee, want een andere richting is hard nodig. In diezelfde week lieten de statistieken namelijk zien dat het Nederlandse economische model begint te kraken. Zo kromp de Nederlandse economie in het eerste kwartaal. We zitten in een opeenvolging van kwakkelkwartalen, eens te meer het bewijs dat aanhoudende economische groei de komende jaren een illusie is. Vergrijzing, stagnerende productiviteitsgroei en hogere energiekosten zorgen ervoor dat het Nederlandse verdienmodel onder druk staat. In een groei-afhankelijk economisch systeem is dat een probleem.

Een andere publicatie van het CBS onderstreepte het failliet van het Nederlandse economische model ook nog maar eens. ‘Brede welvaart nu gaat steeds meer ten koste van latere generaties,’ zo kopte het CBS. Niet geheel verrassend komt het CBS tot de conclusie dat de natuur het in Nederland moeilijk heeft, dat ons verdienmodel gebaseerd is op het verstouwen en verhandelen van grote hoeveelheden grondstoffen en dat de robuustheid van onze overheidsdiensten steeds meer te wensen overlaat. Ook laat het CBS zien dat we het, in weerwil van wat veel mensen denken, op dit moment gemiddeld genomen hartstikke goed hebben. Inkomens in Nederland zijn relatief hoog en bijna iedereen heeft een baan. Maar gemiddelden vertellen niet het hele verhaal. Het percentage mensen dat onder de (Europese) armoedegrens leeft neemt gestaag toe, evenals het aantal mensen met problematische schulden en zonder dak boven hun hoofd.

Als we er in zouden slagen minder bang te zijn voor die toekomst, kunnen we inzetten op een verbouwing van de economische structuur, die innovatief, toekomstgericht en robuust is.

De oplossing voor deze uitdaging is in ieder geval niet in het ‘hoofdlijnenakkoord’ te vinden. Dat staat vol met groene-groeigeleuter: de niet-gefundeerde gedachte dat we onze economie kunnen verduurzamen terwijl we ondertussen alles ongeveer hetzelfde kunnen blijven doen. Het is zelfs de overdrive van deze misperceptie: niet alleen wordt het ecomodernisme volledig omarmd, er wordt ook nog volop ingezet op alles wat het huidige Nederlandse verdienmodel zo onhoudbaar maakt: ruim baan voor megastallen en vervuilende industrie. Tegelijkertijd wordt, als een ranzig toefje op de taart, ditzelfde model dat Nederland een van de winnaars van globalisering en handel heeft gemaakt, de nek omgedraaid door ons helemaal af te keren van internationale verplichtingen en verantwoordelijkheden. Het is een regressief nostalgische, doodlopende weg die wordt ingeslagen met beleid dat godsonmogelijk is.

Ik geloof dat de zin uit het hoofdlijnenakkoord over die nieuwe weg de enige was die ik helemaal kan omarmen. Maar dan wel een echt nieuwe weg.

Als we er bijvoorbeeld in zouden slagen minder bang te zijn voor die toekomst, kunnen we inzetten op een verbouwing van de economische structuur, die innovatief, toekomstgericht en robuust is. Als we wat minder bang zijn voor gevestigde belangen, dan faseren we ons energie-en dier-intensieve, extractieve economische model uit en investeren we in dat waar Nederland ook altijd erg goed in is: innovatie, handel en kennis. Als we echt snappen wat een toekomstgerichte economie vraagt, bouwen we een agenda waarin vooruitgang niet afhangt van meer groei, maar van een beter leven voor iedereen. En als we echt zelfvertrouwen hebben en trots zijn op ons land, nemen we die verantwoordelijkheid en lopen we internationaal voorop. Dat is de nieuwe weg die we moeten gaan.

VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT

Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer.