Fantoomgroei

In hun eerder dit jaar verschenen boek Fantoomgroei laten Sander Heijne en Hendrik Noten zien dat vooral bedrijven de afgelopen jaren hebben geprofiteerd van de economische vooruitgang. Werknemers betalen de meeste belasting, en vangen nu ook de klappen op van de coronacrisis. In hun maandelijkse column (met podcast) gaan Sander en Hendrik verder in op de economische stand van het land.

Je kon er vergif op innemen toen Unilever het vertrek van het hoofdkantoor naar Londen wereldkundig maakte: het zou niet lang duren of de discussie over het afschaffen van de dividendbelasting zou opnieuw opspelen. En inderdaad, begin deze zomer zinspeelde Shell-topman Ben van Beurden in het Financieele Dagblad op zijn eigen Nexit. Ook de Brits-Nederlandse olie- en gasproducent zou weleens tot de conclusie kunnen komen dat het ondernemingsklimaat aan de andere kant van de Noordzee aantrekkelijker is voor grote ondernemingen.

De uitspraken lezen als een opgeheven vingertje naar de Nederlandse politiek: jullie willen het onderwerp wellicht zo snel mogelijk vergeten, wij niet.


Dit verhaal is ook te beluisteren dankzij Blendle!

Het dreigement van Van Beurden heeft zijn uitwerking niet gemist, zo viel een paar weken later op te maken uit het afscheidsinterview met vertrekkend topambtenaar van het ministerie van Economische Zaken Maarten Camps, eveneens in het FD.

Camps spreekt in het interview zijn zorgen uit over het in zijn ogen negatieve sentiment rond multinationals. Nederland zou het belang van het eigen aantrekkelijke zogenoemde vestigingsklimaat wel eens uit het oog kunnen verliezen: ‘Bedrijven zullen zich achter de oren krabben: kom ik nog wel naar Nederland?’

We moeten volgens Camps niet vergeten hoe belangrijk deze bedrijven zijn voor investeringen en werkgelegenheid. 

Een (onvolledige) lijst argumenten

Met verkiezingen op komst, partijen die hun verkiezingsprogramma’s deze zomer schrijven en de onzekerheid van de coronacrisis waarin politiek Den Haag moet navigeren, vormen deze gebeurtenissen samen een belangrijk moment. Langzaam loopt de druk op en voor je het weet zijn we terug bij af: ‘Denk aan het vestigingsklimaat! Verlaag die belasting!’

De uitspraken van Van Beurden en Camps tonen nog maar eens aan wat er mis is met ons denken over de economie. We zijn zó gewend geraakt aan het idee dat we er allemaal beter van worden wanneer grote ondernemingen hier veel geld verdienen, dat we nauwelijks nog weerstand hebben tegen bestuurders van grote ondernemingen die ons publiekelijk proberen te chanteren.

Laat ons daarom een (onvolledige) lijst van argumenten aandragen waarom de samenleving zonder gewetensbezwaren haar tanden mag laten zien aan het Nederlandse grootbedrijf.


Hendrik en Sander namen eerder een podcast op over de explosieve situatie bij Tata Steel.

1. Grote bedrijven betalen nauwelijks nog belasting

Nederland heeft decennia van centrumrechtse kabinetten achter de rug. De afgelopen tien jaar stond ons land zelfs onder leiding van een liberale minister-president. De enige keer dat de PvdA met Wim Kok de premier leverde, was dat bovendien tijdens de hoogtijdagen van ‘de derde weg’, de ideologische stroming waarbij sociaaldemocraten de heilzame werking van de markteconomie omarmden. In die periode leverde de arbeiderspartij bestuurders als Willem Vermeend (staatssecretaris van Financiën), die in interviews vaak heeft verteld met hoeveel plezier hij speciale belastingafspraken maakte met bedrijven zodat zij zich hier zouden vestigen.

De Nederlandse politiek voegt zich al zo’n dertig jaar naar de wensen van ceo’s en bestuursvoorzitters.

De Nederlandse politiek voegt zich met andere woorden al zo’n dertig jaar naar de wensen van ceo’s en bestuursvoorzitters. Het beeld van een ondankbaar land dat te weinig oog zou hebben voor zijn grootbedrijven is potsierlijk. Onze politiek heeft niets anders gedaan. En kiezers grotendeels ook niet.

Het resultaat? Grote bedrijven betalen nauwelijks nog belasting, terwijl de belastingdruk op werkenden fors is gestegen.

2. Multinationals hebben baat bij een sterke publieke sector

Het is niet waar dat we onze welvaart alleen aan de hoofdkantoren van multinationals te danken hebben. Onze welvaart is de uitkomst van een grote optelsom waarin de publieke sector en investeringen van de overheid een belangrijke rol spelen. Dit leidt tot veiligheid, een goed opgeleide beroepsbevolking en een geweldige infrastructuur.

Zonder alle publieke investeringen zou geen bedrijf − groot of klein − hier geld kunnen verdienen.

Bovendien investeren overheden vaak in onderzoek wanneer dat voor de private sector nog veel te risicovol is. Maar als het onderzoek achter de rug is, staat het bedrijven in veel gevallen vrij om de opgedane kennis te gelde te maken.

Kortom: zonder alle publieke investeringen zou geen bedrijf − groot of klein − hier geld kunnen verdienen. Hoe minder belasting grote ondernemingen afdragen, hoe minder de overheid het niveau van die voorzieningen en investeringen overeind kan houden. Multinationals hebben dus net zo veel baat bij een sterke publieke sector als vice versa.

3. Als elk land bereid is onder druk zijn belastingen te verlagen, ontstaat een neerwaartse spiraal

Steeds verdere belastingkortingen leiden tot een bizarre internationale race naar de bodem. Wanneer elk land bereid is onder druk zijn belastingen te verlagen, kunnen multinationals landen tegen elkaar uitspelen.

Nederland ontvangt inmiddels tien miljard euro per jaar aan belastinginkomsten die eigenlijk andere landen toebehoort.

Op die manier ontstaat een neerwaartse spiraal waardoor belastingen steeds verder blijven dalen. Volgens de onderzoekers van de World Inequality Database verschuiven multinationals jaarlijks zo’n 40 procent van hun winst naar belastingparadijzen, op zoek naar de laagste tarieven. Nederland werkt daar gretig aan mee en ontvangt inmiddels tien miljard euro per jaar aan belastinginkomsten die eigenlijk andere landen toebehoort. Om die verliezen op te vangen, kunnen overheden elders niet anders dan de lasten voor hun burgers verhogen. Nederland hoeft als welvarend land niet aan dit spel mee te doen en zou in plaats daarvan juist moeten werken aan het stoppen van deze negatieve draaikolk. Bijvoorbeeld door op Europees niveau afspraken te maken.

4. Het is de kiezer die beslist, niet de topman van Shell

In Nederland bepaalt de kiezer het beleid, niet het bedrijfsleven. Een gezonde democratie wordt gekenmerkt door een levendig debat over rechten (wie krijgt wat) en plichten (wie moet wat). Het is het volste recht van de kiezer om multinationals onderdeel te maken van dat debat. Aan het einde van dat debat is het diezelfde kiezer die beslist. Niet de topman van Shell. Dat heeft niets te maken met negatief politiek sentiment of populisme.

5. Laat ceo’s verantwoording afleggen

In plaats van verontwaardigd te reageren, zouden multinationals deel kunnen nemen aan het maatschappelijk gesprek. Het afgelopen jaar leek de Nederlandse ondernemersvereniging VNO-NCW daar oprecht van doordrongen door de jaarlijkse Bilderbergconferentie in het teken te stellen van ‘Over de brug komen: hoe ondernemers vertrouwen verdienen’. Daarin stelden zij zelf hardop de vraag: hoe kunnen bedrijven een ‘force for good’ zijn in de Nederlandse samenleving? Het zou zonde zijn wanneer de fiscale ambities van een aantal grote ondernemingen deze hoopvolle agenda doen ondersneeuwen.

Maar als bestuurders van grote ondernemingen het redelijk vinden om geen belasting te betalen, laten we dan op z’n minst van ze vragen om hun standpunt in de publieke arena te komen uitleggen. Laat Van Beurden aan werkend Nederland uitleggen waarom het redelijk is dat zijn aandeelhouders geen belastingen betalen, terwijl wij naast btw en allerhande accijnzen tot 48 procent van onze inkomens moeten afdragen aan de schatkist.

6. Als onderneming heb je verantwoordelijkheden ten opzichte van het land waarin je actief bent

Decennialang was er wel degelijk sprake van een sociaal contract gebaseerd op wederkerigheid tussen bedrijven en de samenleving. De old boys van weleer begrepen best dat je als onderneming bepaalde verantwoordelijkheden droeg ten opzichte van het land en de gemeenschap waarin je actief was. De vroege grondleggers van Unilever Anton Jurgens en Samuel van den Bergh waren naast margarineproducenten beiden ook politicus. De familie Philips stampte nota bene een halve stad voor haar personeel uit de grond. Zeker met die historische bril is de zogeheten financial engineering waarmee grote bedrijven vandaag de dag proberen geld te verdienen van een afstandje bezien niets minder dan schandalig.

7. Internationaal opererende concerns zijn geen ondernemers

Laten we ophouden multinationals te zien als ‘ondernemers’. Door het debat te veel te laten leiden door de allergrootste multinationals doen we onze echte ondernemers, die daadwerkelijk risico’s nemen, innoveren en onderdeel zijn van een gemeenschap, veel tekort.

Shell draaide in 2019 een omzet van 290 miljard euro. Dat is vergelijkbaar met de begroting van een land als Nederland.

Internationaal opererende concerns vertonen meer kenmerken van middelgrote staten dan van wat we redelijkerwijs nog kunnen bestempelen als ondernemers. Shell draaide in 2019 een omzet van 290 miljard euro. Dat is vergelijkbaar met de begroting van een land als Nederland. De macht en invloed van dergelijke ondernemingen op ons aller bestaan is tegenwoordig zo verstrekkend, dat we ze niet langer in dezelfde categorie kunnen inschalen als de bakker en de slager om de hoek.

Samen. Maar dan ook echt

Niemand beweert dat multinationals er niet toe doen. Maar de samenleving doet er meer toe. Multinationals hoeven niet naar de voedselbank. Multinationals maken zich geen zorgen over de toekomst van hun kinderen. Multinationals vragen zich niet af of er nog een leefbaar klimaat overblijft voor hun kleinkinderen.

Zolang de gemiddelde Nederlander onder dreiging van verhuizing voor zichzelf geen belastingverlaging kan afdwingen, is het op zijn minst gek dat we dit bij multinationals normaliseren.

Directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau Kim Putters pleit regelmatig voor het ontwerpen van een nieuw sociaal contract. Daarmee bedoelt hij de uitgesproken én onuitgesproken overeenkomst die burgers en de overheid met elkaar aangaan over wederzijdse rechten en plichten. De manier waarop wij omgaan met bedrijven – en zij met ons – hoort thuis in die discussie. Zolang de gemiddelde Nederlander onder dreiging van verhuizing voor zichzelf geen belastingverlaging kan afdwingen, is het op zijn minst gek dat we dit bij multinationals normaliseren.

De coronacrisis is nog lang niet voorbij, maar de schade is nu al enorm. Zelfs zonder tweede golf loopt de werkloosheid in veel sectoren op terwijl we als samenleving vele miljarden hebben gespendeerd om de ergste klappen op te vangen. Hoe gaan we vanuit hier verder? Het antwoord is onvermijdelijk: samen. Maar dan ook echt.

Meer weten? Luister dan naar de podcast Fantoomgroei van Sander Heijne en Hendrik Noten. Of lees hun boek Fantoomgroei. Waarom we steeds harder werken voor steeds minder (Atlas Contact).