Liever luisteren dan lezen? Laat Lou-Anna Druyvesteyn je voorlezen en doe voor de rest vooral niets.

‘Niksen,’ dat is het modieuze antwoord op het te drukke leven. Het laatste jaar zijn er minstens tien boeken over het nut van nietsdoen op de markt gekomen. Neem Een pleidooi voor verveling van de in New York City levende tech-journalist Manoush Zomorodi. Toen ze merkte dat ze geen ideeën meer had, realiseerde ze zich dat er de laatste jaren geen minuut meer voorbij was gegaan dat ze niet met iets bezig was – met haar telefoon als hoofdmedeplichtige. Vóór de komst van de smartphone keek ze gewoon naar buiten in de metro, nu checkte ze het nieuws, kocht snel iets online, deed een computerspelletje. Door die continue informatieverwerking krijgen de hersens geen rust, noteert ze, terwijl juist het doelloos afdwalen de mooiste invallen oplevert.

https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-nr-10-2018/

Het is dezelfde boodschap als haar landgenoten Srini Pillay en Alan Lightman verkondigen. Pillay, neurowetenschapper en psychiater aan de Harvard Medical School, schreef Minder focus, meer effect. Lightman is hoogleraar in de menswetenschappen aan het Massachusetts Institute of Technology en publiceerde onlangs In Praise of Wasting Time. Volgens beide auteurs zijn we geobsedeerd geraakt door productiviteit en digitale technologie, en staan we daardoor altijd ‘aan’. Hersenonderzoeker Pillay waarschuwt dat die hyperfocus de denkenergie uitput en minder creatief maakt. Lightman houdt in zijn boek een pleidooi voor nutteloos rondhangen en ‘stiltetijd’, die we onszelf het liefst dagelijks cadeau zouden moeten geven.

Ontfocussen doen we volgens deze drie auteurs door te lanterfanten, te dagdromen, te kliederen, prutsen, luieren, lummelen.

Nietsdoen

Dichtgetimmerd met to do’s

Omdat ik in 2017 merkte dat ik lastig kon ontsnappen aan alles wat ‘moest’, besloot ik een jaar uit te trekken om te onderzoeken hoe ik kon ‘ontploeteren’. Ik vond mijn leven en dat van de mensen om me heen dichtgetimmerd geraakt met to do’s. Ik merkte een gekke mengeling van haast en onvervuld zijn tegelijk. Overspannenheid was inmiddels een maatschappelijk probleem geworden, stress nam toe, vooral onder twintigers en dertigers. Daarom besloot ik om aan den lijve te ondervinden waarin de oplossingen liggen voor wat ik als ‘minder moeten, meer leven’ zag.

Lees ookMinder moeten, meer leven, deel I: een betoog voor het oogsten van momenten23 januari 2018

In de eerste aflevering stelde ik dat er een antwoord kon liggen in het driespan lust, melancholie en leegte. Met ‘lust’ bedoelde ik: de wil en zin om dingen te doen. Het vuur aan te steken in de dag, de vlammen tot leven te blazen. ‘Melancholie’ ging over het in mild verdriet overdenken van je eigen en andermans onvermogen om alles zo goed te doen als je zou willen. Melancholie zou het antwoord op perfectionisme kunnen zijn, in melancholie ligt de verzoening met de grenzen van de maakbaarheid. Het derde pad naar meer vrijheid noemde ik voorlopig ‘leegte’. Oningevulde tijd om alles weer eens opnieuw te bedenken, om afstand te houden van hoe andere mensen de dingen doen en die niet klakkeloos te imiteren; om ruimte te laten voor het onbekende en onverwachte. Om in het moment te springen, halsoverkop, en helemaal.

De eerste aflevering van deze VN-reeks over ontploeteren ging over het oogsten van momenten, de tweede over radicale keuzes maken, de derde over omgaan met status, geld en tekort, en de vierde over rust nemen. Een van de oorzaken van overspannenheid ligt in het niet kunnen herstellen na inspanning. We moeten, zeiden de deskundigen in dat artikel, weer leren om op gezette tijden te gaan sporten, te fietsen, wandelen, zwemmen, te slapen en pauzes te nemen. En die rust ook te bewaken. Heel eenvoudig eigenlijk allemaal, als je niet constant zou worden gebombardeerd met informatie. Deze vijfde aflevering gaat over de noodzaak van leegte.

Innerlijke tijd

Wat opvalt aan het niksen in de boeken die nu op de markt komen, is dat de meeste in dienst staan van een manier van denken die de overspannenheid al in zich draagt. Voor Zomorodi en Pillay is het nietsdoen een instrument om nóg succesvoller, nóg productiever, nóg creatiever te worden. Dit wordt goed samengevat door het motto achterop het omslag van Een pleidooi voor verveling: ‘Het wordt tijd om “nietsdoen” bovenaan je to-dolijstje te zetten.’

Het doet me denken aan de managementgoeroe die tijdens een bijeenkomst over stress onlangs zei dat hij in zijn tot op de minuut ingeplande werkdagen ook één of twee uur inruimt voor ‘onverwachte dingen’. Het leek me eerder een illustratie van de kwaal dan een bestrijding ervan. Het hele leven wordt zo ondergeschikt gemaakt aan schema’s, wordt getemd, aan de ketting gelegd, in een hok gezet.

‘Het handelende ik dat bij de kloktijd hoort doet een stap opzij voor een dieper gelegen zelf dat in die innerlijke tijd besloten ligt.’

Heilzame leegte voor mij is juist de afwezigheid van een to-dolijst, het is de afwezigheid van verplichtingen en afspraken. Alleen op een dag die zich oningevuld uitrolt, kan ik ervaren wat filosofe Joke Hermsen ‘de innerlijke tijd’ noemt. Je hebt de kloktijd, die van praktisch nut is, een geabstraheerde tijd die op afspraken berust, en daarnaast is er onze eigen ervaring van de tijd.

Lees ookMinder moeten, meer leven, deel II: hoe maak je betere keuzes?12 april 2018

Volgens de klok is elke minuut even lang, volgens onze waarneming ligt dat anders. Iedereen die wacht op belangrijke uitslagen van medische onderzoeken weet hoe lang een uur kan duren. Pas als we ons leven op z’n beloop durven laten, rust nemen, pas op de plaats maken, mijmeren en luieren, bevrijden we ons van de klok, stelt Hermsen in Windstilte van de ziel, en komen we in contact met onze eigen tijd. Als Hermsen in de zomer op het Franse platteland verblijft, zonder internet en agenda’s, kan ze zich bevrijden van het regime van de klok, en gaat de tijd zich naar een persoonlijk ritme voegen. ‘Het handelende ik dat bij de kloktijd hoort doet een stap opzij voor een dieper gelegen zelf dat in die innerlijke tijd besloten ligt.’ Ze voelt zich door dit belangeloze denken minder vervreemd van zichzelf. ‘Na een aantal “kloktijdloze” dagen lijkt het alsof ik dieper kan ademen, alsof mijn borstkas zich verruimd heeft met tijd.’

Nietsdoen
Foto: Howard J/Flickr
Grenzeloos

Ik ken deze lege dagen ook, die vorm krijgen ‘als vanuit een onderhuidse bron’: weekenden en vakantiedagen zonder afspraken. In zo’n toestand ga ik als vanzelf precies doen waar ik het meest zin in heb, wat filosoof Kieran Setiya ‘existentiële activiteiten’ noemt: dat wat vervult, in tegenstelling tot dat wat moet. Ik lees, babbel met mijn kinderen, haal ergens verse ingrediënten, kook, bak, wandel, raap een paar stenen op, knip iets uit, noteer wat op papier.

Als die tijd maar lang genoeg duurt, is het een zinken, een wegvallen in een grenzeloze ruimte. En als ik geen kinderen heb om op te letten en in mijn eentje ergens wandel, wordt die ruimte soms zo grenzeloos, dat het een soort droomstaat wordt, waarin ik de bescherming van mijn wakende zelf verlies. Zo werd ik laatst op straat aangesproken door iemand die zich voorstelde als de Amerikaanse kunstenaar zus en zo. Had ik zin om met hem mee te gaan naar huis om een film te kijken? Nee, dank je, maar hier heb je mijn nummer, kunnen we een keer overdag over jouw kunst praten? Het universum is immers ten diepste een vriendelijke plek.

’s Nachts stuurde de Amerikaan me twee tekeningen, één van een dichtgenaaid gezicht in fijne penstreken, en een van een schaars geklede Vrouwe Justitia die aan haar bebloede rechterhand een vinger miste. ‘Je kunt best alleen gaan wandelen,’ zei een bevriende psycholoog, ‘maar zorg dan dat je een beetje contact houdt met de aarde.’

Belangeloos niksen

Hermsen beschrijft in haar boeken Stil de tijd en Windstilte van de ziel dezelfde beweging als de Amerikanen over niksen en ontfocussen, maar bij haar is het geen instrument dat een ambitieus werkend leven in stand moet houden. Zij verbindt er een zijnstoestand aan. Het niksen is bij haar ‘belangeloos’. Sterker nog: ze vermoedt dat in dit grenzeloze reservoir van innerlijke tijd de ziel huist. Volgens Hermsen is de leegte zelf bezield. Ze voegt zich hier in een traditie van stiltezoekers en kluizenaars voor wie de leegte geen leemte is, maar een waardevolle ruimte.

Martinus Nijhoff dichtte daarover:

een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam

Sommige filosofen die de leegte onderzoeken, ontwaren daarin ‘het zijnde’ zelf.

Ik denk dat dit ‘zijnde’ precies is wat ik zoek als ik ‘meer leven’ wil. Dat de ‘lust’ die ik in de eerste aflevering wilde stuwen, de lust is van het gewaarworden daarvan. Hermsen gebruikt er een citaat voor van de Fransman Henri Bergson: ‘Het gaat erom de ziel van het leven zelf te voelen kloppen en de onverwachte golfbewegingen te volgen van het zelf dat zich laat leven.’

Lees ookMinder moeten, meer leven, deel III: wanneer heb je genoeg geld?19 mei 2018

Ik realiseer me dat er hiermee iets transcedentaals sluipt in deze serie over ontploeteren, een wending waarmee niet iedereen uit de voeten zal kunnen. Er zijn ook andere woorden voor de toestand die ik bedoel. Je kunt het ook ‘onderdompelen in het heden’ noemen, zoals de Britse filosoof Roman Krznaric doet in zijn levenslustige boek Carpe Diem: ‘We zijn bijna vergeten hoe het is om vrij en spontaan te zijn,’ schrijft hij. ‘We zijn vergeten om van het moment te genieten en onszelf onder te dompelen in het heden.’

Leegte is lastig

Om tot rust te komen, moet je eerst de verveling door, wachten – durven we dat nog, vraagt Hermsen, durven we urenlang op een bank stil te zitten, zonder televisie of computer aan? Hermsen zit dagenlang op een zolder in een Frans landhuis naar de contouren van de beboste heuvels te kijken, noteert zo nu en dan wat, zucht van lamlendigheid, verlangt naar terrasjes. Af en toe gaat het staren over in een wakend dromen. Haar denken, merkt ze, wordt er omvangrijker van.

Dit is de verveling die al die auteurs en denkers zo wezenlijk vinden nu. We moeten de verveling indachtig zijn, stelt filosoof Awee Prins plechtig in Uit verveling, want juist de verveling behelst de mogelijkheid van de overgang naar een betere staat. Het wegvallen van elke ervaring, het teveel aan lege tijd is de drempel naar de verwondering. Daarom moeten we gewoon afwachten en niks doen.

Maar die overgang van de ene staat naar de andere is lastig. Met dat zinken kom je van alles tegen dat daar ook gezonken ligt te zijn. Zelf help ik dat proces door te gaan wandelen en koken als overgang van drukte naar leegte, maar deed ik dat niet, dan zou ik net als zoveel anderen grijpen naar afleiding, mijn telefoon pakken, de tv aanzetten, Facebook en Instagram checken, online shoppen, mijn dorp verdedigen in Clash of Clans (‘Keer terug naar uw dorp! Uw strijders hebben een leider nodig!’).

Met de stilte en de verveling worden we besprongen door dilemma’s die we liever uit de weg gaan, de roep van het geweten dat je eigenlijk dit
en dat en zus en zo.

Leegte is lastig. In alle recente psychologieboeken over het nut ervan wordt een onderzoek aangehaald waarbij deelnemers zichzelf liever een elektrische schok toedienden dan twaalf minuten alleen in een stille kamer te blijven zitten. In een leven zonder afleiding moet je onderzoeken wat er nu echt van waarde is. Met de stilte en de verveling worden we besprongen door dilemma’s die we liever uit de weg gaan, de roep van het geweten dat je eigenlijk dit en dat en zus en zo. Wat we eigenlijk doen met al die afleiding, meent de Australische filosoof Damon Young, is ons afwenden van de existentiële verplichting van het leven, namelijk dat in vrijheid naar eigen inzichten vormgeven.

In zijn boek Distraction uit 2008 noemt hij het een dwangmatige vlucht om te voorkomen het leven recht in het gezicht te kijken. Volgens Young is de technologie niet de oorzaak, maar gewoon een ander middel om aan die tijdloze behoefte aan ontsnapping vorm te geven. In het hart van de afleiding ligt naar zijn idee niet de smartphone maar een worsteling om echt tot bloei te komen in een leven dat eindig is, en dat wordt gemarkeerd door gebreken, slechte gewoontes, onomkeerbaarheden, verplichtingen en afnemende mogelijkheden.

De onwillekeurige vlucht in de afleiding, zie ik om mij heen, leidt tragischerwijs juist tot een verdikking van de verveling; dit is geen kortstondig leeg wachten meer, maar een permanent druk niks: een scrollende zombiestaat, waarin we gevoed worden door tweedehands belevenissen, en gemanipuleerd worden door algoritmes en advertenties. Zo’n druk niks wil meer, meer, meer, wil sneller, mooier, harder, groter, omdat de afgestomptheid zo groot is dat alleen extreme prikkels nog een flauw besef van leven geven.

Een schaars en kostbaar goed

De uitdaging, om dat woord maar eens te gebruiken, van oningevulde momenten is volgens filosofen als Krznaric en Young te beslissen waar je aandacht naartoe gaat. Young stelt dat onze aandacht door het overweldigende beroep dat er op wordt gedaan een schaars en kostbaar goed is geworden, en dat we er wijs mee moeten omgaan.

Lees ookMinder moeten, meer leven, deel IV: hoe kom je tot rust?18 juli 2018

Daarom moeten we steeds opnieuw definiëren wat belangrijk is, en dan graag ten diepste: wat heeft waarde voor mij? Wat versterkt en verrijkt mij in dit leven? Afgeleid zijn, stelt de Australiër, is niet teveel prikkels hebben, maar verwarring over waar de aandacht naartoe moet. Young citeert Nietzsche: ‘De formule voor mijn geluk: een Ja, een Nee, een rechte lijn, een doel.’

Nietsdoen
Foto: David Muir/Flickr
Het echte leven

In een rechte lijn ga ik wel, want ik zit in de trein naar Lelystad, en alles in de Flevopolder gaat in rechte lijnen, maar mijn ‘ja’, ‘nee’ en ‘doel’ zijn overhoop gegooid nu mijn moeder met spoed in het ziekenhuis is opgenomen en alle andere hulptroepen met vakantie zijn.

Punt is: ik wíl wel verveeld zijn, maar ik heb er gewoon de tijd niet voor.

De verveling is volgens Awee Prins het ongeluk van het geluk. Mensen die in nood zijn, vervelen zich niet. ‘Verveling overvalt ons in situaties die juist een tegengestelde stemming zouden moeten teweegbrengen, namelijk tevredenheid, vrolijkheid, wellicht zelfs dankbaarheid.’

Wie van mijn leeftijdgenoten heeft niet te maken met opgroeiende kinderen, de verplichting om geld te verdienen, ouder wordende ouders?

In mijn leven liggen mede door mijn recente scheiding de deadlines opgestapeld als opkruiend ijs tegen de dijk. Over een paar dagen moet ik mijn bezittingen uit het grote gezinshuis naar het nieuwe verhuisd hebben, en het nieuwe hebben ingericht. Ik kijk in lichte radeloosheid naar het voorbijglijdende landschap. Hoe moet ik dat gaan doen in zo’n korte tijd? En dit stuk dan?

Het duurt even voor ik me realiseer dat het hier natuurlijk precies over gaat: dat een poging om te ontploeteren alleen zeggingskracht heeft in een leven waarin steeds andere krachten je van jezelf wegtrekken. En wie heeft dat niet? Wie van mijn leeftijdgenoten heeft niet te maken met opgroeiende kinderen, de verplichting om geld te verdienen, ouder wordende ouders? Je mag blij zijn als het daarbij blijft, en je niet ook nog ziekte, depressie, ontslag en geldproblemen krijgt toegeworpen.

De verveling zoeken

In de van pijn doortrokken hectiek die ik nu ervaar, zit er niets anders op dan de regie te nemen. Om steeds opnieuw te bepalen: dit is mijn ja, dit is mijn nee. Dit doe ik wel, dit niet, en dat kan wachten. De jaren dat ik onderzoek doe naar stress werpen nu hun vruchten af. Ik bepaal waar mijn aandacht deze week naartoe moet gaan en waarom, à la druktegoeroe Tony Crabbe van Nooit meer te druk en filosoof Damon Young. Ik maak een minutieuze planning: een gevoel van controle voorkomt stress. Ik doe het belangrijkste het eerst. Ik creëer daartoe ‘eilandjes van rust’: clusters van ononderbroken tijd, zoals ik geleerd heb van stresscoach Paul Loomans en zijn boek Ik heb de tijd.

Dat doe ik door bijvoorbeeld heel vroeg op te staan zodat ik eerst een paar uur ongestoord kan werken. Daardoor creëer ik de momenten van ‘flow’ die psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi beschreef in zijn gelijknamige boek: een toestand van focus die me gelukkig en productief maakt. Ik zorg er verder voor dat ik, ongeacht de drukte, een uur per dag wandel, dat deed ik toch altijd al, maar nu ben ik daarin gesterkt door de inzichten van Alex Pang in Rust in uitvoering. Bovendien zorg ik ervoor dat ik minstens zesenhalf uur slaap, daartoe aangemoedigd door de boeken van Ariana Huffington over het verband tussen slaapgebrek en elke vorm van misère. Ik sla dankzij Een beter brein van Niki Korteweg mijn sportles niet meer over.

En inderdaad, op de terugweg naar Amsterdam, op de rechte lijn door de Oostvaardersplassen, doe ik in de trein helemaal niks. Toen ik net naar de regen keek, die dan eindelijk na weken van droogte met geweld uit de lucht kwam kletteren, en iedereen van het plein beneden mij de supermarkt in deed vluchten, het soort regen dat de eksters en kraaien in de grote bomen hier eindelijk het zwijgen oplegde, weerstond ik de aandrang om en passant op mijn smartphone naar andermans vakantiefoto’s op Facebook te kijken. Dát zou verwarring zijn. In mijn eerstvolgende vrije tijd ga ik niks afspreken, ga ik de verveling zoeken, maar tot die tijd kan ik alleen mijn vrijheid behouden dankzij een strenge regie.