Het kabinet heeft op 14 februari definitief besloten dat de verhuizing niet doorgaat. In plaats van Vlissingen gaat de marinierskazerne naar Nieuw Milligen bij Apeldoorn.

De locatie van de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne in Vlissingen zou volgens het eerste kabinet-Rutte twee vliegen in één klap slaan. Terwijl bij de landmacht de tanks werden wegbezuinigd zou het Korps Mariniers een toekomstbestendig en volledig gefaciliteerde kazerne krijgen. Door deze kazerne te plaatsen in een krimpregio, kon het kabinet Zeeland tegemoet te komen: ‘Bij mariniers moet je gauw aan zee denken, dus heb ik toen gedacht: uit Zeeland is de laatste jaren al zoveel weggehaald, is het niet te overwegen om Zeeland in dit geval eens in beeld te brengen. Als men in Vlissingen komt, ziet men het standbeeld van Michiel de Ruyter. Dat staat er niet voor niets’, motiveerde Hans Hillen (CDA), toenmalig minister van Defensie in 2012 zijn besluit.

Hoewel mariniers bij zichzelf niet per se aan zee denken – het zijn infanteristen die voornamelijk afhankelijk zijn van oefenen op ruig terrein in plaats van een kuststrook – was de observatie van minister Hillen over de vertrokken diensten uit Zeeland (zoals de douane, Rijkswaterstaat en Rijksinstituut Kust en Zee) wel een juiste. Met name de provincies Zeeland, Gelderland en Limburg werden hard geraakt door de gevolgen van centralisatie. 

Een ‘spin-off van jaarlijks 28 miljoen’

Het ondersteunen van krimpregio’s was dan ook een speerpunt in kabinet-Rutte I. Vooral voor coalitiepartner CDA, met niet alleen roots maar ook veel stemmen in de regio. In Zeeland alleen al waren twintig rijksdiensten vertrokken en ruim 1.600 arbeidsplaatsen verloren gegaan, zo liet de Zeeuwse commissaris van de Koningin, Karla Peijs (CDA), in 2011 weten.

Ondertussen maakte de provincie zich ook zorgen over de nieuw op te richten Nationale Politie. In Den Haag werden er plannen gesmeed om het Zeeuwse korps samen te voegen met dat van Noord-Brabant, en het hoofdbureau van het nieuwe korps te stationeren in Tilburg. Met het vertrek van ambtenaren werd vol ingezet op de komst van de mariniers naar Zeeland: de provincie zou een bijdrage leveren door voldoende ‘gratis bouwrijp grond’ te leveren.

Naast overheden hebben ook lokale ondernemers een behoorlijke duit in het zakje gedaan. Zo moest naturistenvereniging Zeelandia in 2018 verhuizen.

De verwachtingen van wat de marinierskazerne Zeeland zal gaan opbrengen zijn niet mals. Wethouder Albert Vader van Vlissingen zei tegen Omroep Zeeland dat de bevolking kan rekenen ‘op een spin-off van jaarlijks 28 miljoen euro’. Alvorens die te verzilveren, moeten er wel wat investeringen worden gedaan. Zo is er vorig jaar de rotonde en de weg naar de toekomstige kazerne verbouwd. De rotonde is nu geschikt voor zwaar verkeer en enkele  meters verschoven, zodat ook de weg naar de buitenhaven geschikt is voor zwaar materieel. 

Tot nu toe heeft de provincie Zeeland 13,8 miljoen euro betaald en het Rijk 23 miljoen. Naast overheden hebben ook lokale ondernemers een behoorlijke duit in het zakje gedaan. Zo moest naturistenvereniging Zeelandia in 2018 verhuizen naar een nieuwe locatie even buiten het dorpje Ritthem om plaats te maken voor de mariniers. Kosten: twee ton. 

Ook bedrijven hebben flink geld in het toekomstige project gestoken. Omdat de bouw flink vertraagd is – in 2012 was de verwachting dat de verhuizing in 2019 zou worden voltooid – kregen de bedrijven die de kazerne willen bouwen hetzelfde jaar een tegemoetkoming van 1,75 miljoen euro extra compensatie. 

De totaalprijs van de marinierskazerne niet opgenomen in de defensiebegroting en relevante stukken worden alleen vertrouwelijk met de Tweede Kamer gedeeld.

Ondanks vertragingen vanuit Den Haag heeft voor Zeeland het besluit van 2012 altijd fier overeind gestaan, en dat is niet zo gek: voor de bühne is geen enkele twijfel. Staatssecretaris Raymond Knops (CDA) van Binnenlandse Zaken drukte twee jaar geleden de Zeeuwen tijdens de ‘Nationale Oesterpartij’  – een netwerkbijeenkomst van politici en zakenlui – nog op het hart dat de marinierskazerne in Zeeland er wat hem betreft gewoon komt. 

Formeel geen enkele twijfel over de verhuizing

Er is de afgelopen jaren door de kabinetten Rutte ook het nodige gedaan om geen enkele officiële aanleiding voor twijfel te geven. Zo is de totaalprijs van de marinierskazerne niet opgenomen in de defensiebegroting en relevante stukken worden alleen vertrouwelijk met de Tweede Kamer gedeeld. Kamerleden zijn hierdoor ‘formeel geïnformeerd’, maar kunnen niet in het openbaar debatteren over wat zij weten over de kazerne. Los van een kritisch rapport van de Rekenkamer, die kritische kanttekeningen zette bij het wel heel rooskleurige financiële plaatje, zijn er in de publieke stukken niets terug te vinden waaruit enige twijfel over het besluit uit 2012 zou moeten blijken. 

Toenmalig commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp constateerde eveneens dat van de beloofde zeventig hectare grond er tien was verdwenen.

Dat deze redenen tot twijfel aan het oog van het publiek zijn onttrokken, wil niet zeggen dat ze er nooit zijn geweest. In een serie eerder geschreven artikelen voor onderszoeksplatform Follow the Money kon – op basis van interne documenten – worden geconcludeerd dat jarenlang diverse ambtenaren en militairen veelvuldig aan de bel hebben getrokken. Zo plaatste het Korps Mariniers in 2011, voor het officiële besluit was genomen, al kanttekeningen bij het voornemen van minister Hillen. Er waren twijfels over de haalbaarheid van de beloofde ‘gratis bouwrijpe grond’, de trainingsfaciliteiten, de exploitatiekosten en de impact op gezinsleven. Kortom: alles waardoor de marinierskazerne nu op losse schroeven staat. 

De kritiek bleek aan politieke dovemansoren gericht. Toch kwam deze niet van de minste: zelfs toenmalig commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp kraakte in 2014 harde noten in een memo over de haalbaarheid van het project en onder andere de ‘onvolledige inschattingen’ van de kosten. Hij constateerde eveneens dat van de beloofde zeventig hectare grond er tien was verdwenen: de grond was wel ‘bekeken door deskundigen, maar niet opgemeten’. 

Het gemor kwam niet alleen vanuit Defensie. Uit documenten van onder meer het Rijksvastgoedbedrijf en de provincie Zeeland bleek de toekomstige kazernegrond vervuild (met giftige stoffen als broom, arseen, asbest en cyanide) en waarschuwde de Explosieven Opruimingsdienst Defensie voor een ‘verhoogd risico’ door nog niet ontplofte munitie uit de Tweede Wereldoorlog. De kosten voor de aankoop van extra grond, het reinigen en bouwrijp maken hiervan kwamen voor rekening van Defensie. Hiermee bleek de Zeeuwse belofte van ‘gratis bouwrijp grond’ een loze.

Met het vorderen van de plannen en de krappe portemonnee werd de locatie minder geschikt. Een kleine greep uit de genoemde tekortkomingen: marineschepen kunnen beperkt aanmeren, de huidige aanmeersteiger is te krap, er is beperkte oefenruimte beschikbaar om met voertuigen en helikopters te trainen (zoals nu mogelijk in Oirschot, Budel of Ede), de schietbanen zijn te krap, en ondersteunende faciliteiten (zoals schietkampen, logistiek en uitrusting) liggen in het midden van het land. Hierdoor zijn er zorgen binnen het Korps of zij onder deze omstandigheden het werk kunnen doen wat zij moeten doen. 

uitstroom

Hoewel de staatssecretaris in haar brief spreekt van ‘weerstand’ bij de mariniers – en dit in de krantenberichten vrij wordt vertaald naar ‘onwil’ – zien mariniers het eerder als een onmogelijkheid. Het gezinsleven (zoals samenstelling en rolverdelingen) zijn net als in de rest van Nederland minder traditioneel. Het gevolg is dat op alleen een marinierssalaris het moeilijk is voor gezinnen om rond te komen, en de partners dus ook werken.

Mariniersgezinnen zien zich geconfronteerd met de gevolgen van een terugtredende overheid en een toenemende behoefte aan mantelzorg. Het aantal Nederlanders dat hun baan combineert met mantelzorg zal volgens het Sociaal Cultureel Planbureau de komende jaren alleen maar toenemen. Hier is het waard te melden dat deze zorg relatief vaak op vrouwelijke schouders ligt: 56 procent van mantelzorgers is vrouw en ruim 36 procent van de vrouwen in Nederland is mantelzorger.

Naast deze groeiende zorgrol voor vrouwen in het algemeen, komt hier voor mariniersvrouwen nog een zorgtaak bij zodra hun echtgenoot op uitzending of oefening is. Op deze momenten functioneren zij als eenoudergezin en worden hierin bijgestaan door een sociaal netwerk van ouders, familieleden, vrienden en buren.

In een enquête uit 2015 van het Korps Mariniers zei 83 procent van de partners niet bereid te zijn om mee te verhuizen naar Vlissingen.

Dit sociale netwerk wordt niet als luxe maar noodzaak ervaren, waardoor de bereidheid te verhuizen naar Vlissingen, en dus weg van dit sociale netwerk, laag is. De mariniersgezinnen komen hiermee uiteindelijk voor de keuze van een weekendhuwelijk te staan. Om het gezin, los van de uitzendingen en oefeningen, een tiental weekenden per jaar te zien geeft met name de doorslag de dienst te verlaten voor mariniers met jonge gezinnen (in de leeftijdscategorie van 35 tot 45 jaar). Dit is ook te zien aan de uitstroom. Waar in de periode 2004-2017 gemiddeld 11 procent van de totale uitstroom bestond uit onderofficieren, was dit in 2018 26 procent – zo blijkt uit cijfers opgevraagd door Vrij Nederland bij het Ministerie van Defensie. 

Bij het verlaten van de dienst wordt militairen niet gevraagd naar de reden van vertrek, en gaan sommige mariniers aan de slag bij andere (meer centraal gelegen) defensieonderdelen. Daarnaast zijn de beschikbare cijfers (vanaf 2004) niet voldoende om te bepalen tot op welke hoogte deze uitstroom wordt bepaald door economische omstandigheden (zoals de mogelijkheid van beter betaalde banen dicht bij huis in tijden van economische voorspoed), de voorgenomen verhuizing of beide.

Maar dat de verhuizing een rol speelt is aannemelijk: in een enquête uit 2015 van het Korps Mariniers zei 83 procent van de partners niet bereid te zijn om mee te verhuizen naar Vlissingen. Dat had niets te maken met Zeeland an sich, maar alles met het achterlaten van het sociale netwerk. Volgens commandant Jeff Mac Mootry van het Korps Mariniers (zelf met Zeeuwse roots) ligt de kapitaalvernietiging met name in termen van weggelopen (gevechts)ervaring: ,,Een ervaren sergeant ziet of hij het paadje links of het paadje rechts moet nemen. Dat maakt precies het verschil of een groep van zes mariniers wel of niet in een hinderlaag van de Taliban loopt.’’ 

De combinatie van een nieuwe kazerne die zo duur dreigt te worden dat er wordt beknibbeld op de noodzakelijke militaire voorzieningen en de lage bereidheid van partners te verhuizen naar Vlissingen, zorgt voor een dergelijk grote uitstroom van ervaren onderofficieren dat Mac Mootry vreest voor de inzetbaarheid van het Korps Mariniers: ‘Voor mij is niet de vraag of de uitstroom doorgaat, maar hoe groot die wordt. Ik maak me zorgen om de veiligheid, ik maak me zorgen om het welzijn van mijn personeel en ik maak me zorgen over het product”, zei hij hierover in 2018 tegen de Tweede Kamer.

stille diplomatie

De afgelopen maanden vond er ‘stille diplomatie’ plaats over het dossier Vlissingen, terwijl staatssecretaris Visser naar buiten toe de indruk wekte het besluit over de verkiezingen heen te willen tillen. Dat Zeeland geen onderdeel was van het diplomatieke proces bleek vorige week vrijdag, toen de provincie naar aanleiding van berichten over het op handen zijnde besluit opheldering vanuit Den Haag eiste. ‘De luiken gingen dicht. Er kwam geen bevredigend antwoord, en dat horen we wel te krijgen’, constateerde wethouder Vader.

Ondertussen heeft premier Rutte laten weten ‘ontzettend te balen’ van ‘de perikelen die zijn ontstaan’ over verhuizing van de marinierskazerne. Hoewel hij hier doelde op het uitgelekte nieuws dat staatssecretaris Visser de stekker eruit wilde trekken (alvorens de provincie Zeeland hierover te hebben ingelicht) is de vraag of de premier niet beter kan balen van het dossier zelf. 

De betrouwbaarheid van een overheid blijkt immers niet uit de uitkomst van het proces, maar het proces zelf. 

Afhankelijk van de Haagse voortvarendheid, zal Vrij Nederland een uitgebreide reconstructie over het – nog te nemen – besluit publiceren.