‘Is de woede al een beetje gezakt?’ vraagt presentator Twan Huys. Tegenover hem aan de tafel van Buitenhof zit Han Polman, commissaris van de Koning van Zeeland. Hij spreidt enigszins geagiteerd zijn handen, want er wordt hem iets geks gevraagd: ‘Nee, bij mij niet en bij de Zeeuwen ook niet kan ik u zeggen.’ Polman buigt zijn hoofd licht naar voren en kijkt de presentator over het randje van zijn brillenglazen streng aan.

Het is half februari en Zeeland is boos.

In de provincie zou nabij de havenstad Vlissingen een nieuwe marinierskazerne verrijzen, de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne. De kazerne was een grote wiedergutmachungs-worst die Zeeland werd voorgehouden als compensatie voor uit de provincie weggetrokken rijksdiensten. ‘Als je over dat laatste contact had met de Rijksoverheid, werd continu de toekomstige marinierskazerne in herinnering gebracht,’ vertelde Polman aan Vrij Nederland.

Geruchten

Toch besloot het kabinet de verhuizing af te blazen, in nota bene dezelfde week dat er nog gesprekken liepen over oefenterreinen. Zeker, er zongen vanaf de herfst van 2019 geruchten rond over mogelijke alternatieve kazernelocaties, maar deze werden ‘meermaals ontkend’ door staatssecretaris Barbara Visser van Defensie. Polman: ‘Zowel aan medewerkers die ernaar vroegen als aan mij. “Die geruchten hoor ik ook,” zei ze, “maar jullie zijn de eersten die ik informeer over de verdere ontwikkelingen.”’

Wanneer Visser half februari de knoop doorhakt, blijkt uit de bijgeleverde Kamerstukken dat Defensie al acht maanden eerder een lijstje met zestien alternatieve locaties voor Vlissingen had klaarliggen. Hoezo ‘geruchten’? Er ontploft een bestuurlijk bommetje in de geboortestad van zeeheld Michiel De Ruyter.

Zodra blijkt dat er al acht maanden een lijstje met alternatieve locaties in omloop was, ontploft er een bestuurlijk bommetje.

‘Je kunt er allerlei bijvoeglijke naamwoorden bij bedenken, maar dat is gewoon bedriegen,’ constateert Polman daags na het besluit. Direct taalgebruik zijn ze niet gewend aan de chique Buitenhof-tafel, en al helemaal niet uit de mond van een doorgaans gereserveerde Zeeuw. Huys leunt voorzichtig voorover: ‘Ik heb zelden een politiek bestuurder tegenover mij gezien die zó boos is over een beslissing van het kabinet,’ concludeert hij plechtig, en hij trekt de vergelijking met de Rijksoverheid-behandeling die de provincie Groningen eerder ten deel viel. ‘Daar zag ik dezelfde woede.’

marinierskazerne

Sussen

Twee weken na het optreden van Polman in Buitenhof probeert premier Mark Rutte de Zeeuwen te sussen in een Vlissings zaaltje. Zeeuws Kamerlid en voormalig F16-piloot André Bosman, door Rutte meegenomen als wingman, mag – onder luid boegeroep – zijn provinciegenoten uitleggen waarom hij de VVD-kadaverdiscipline verkiest boven Zeeland.

Rutte reageert fel wanneer staatssecretaris Visser vanuit de zaal als onbetrouwbaar wordt neergezet: ‘Zij is een van de betrouwbaarste mensen die ik ken!’ De premier ontkent dat Visser tegen de Zeeuwse bestuurders heeft gelogen en Zeeland niet serieus is genomen.

2008: ‘Als dit niet lukt, eet ik mijn baret op’

De bestuurlijke beproeving begint twaalf jaar eerder, in 2008. De toenmalige commandant van het Korps Mariniers, Rob Verkerk, constateert dat de marinierskazerne in Doorn moet worden ‘opgekalefaterd’. De kazerne – centraal gelegen in de provincie Utrecht − barst haast uit zijn voegen, terwijl de mariniers al jarenlang in afgeleefde barakken slapen. Verkerk is vol goede moed: ‘Als dit niet lukt, eet ik mijn baret op.’

De kazerne in Doorn barst haast uit zijn voegen, terwijl de mariniers al jarenlang in afgeleefde barakken slapen.

De daadkrachtige woorden van Verkerk staan in schril contrast met de bestuurlijke realiteit. Sinds 2000 steggelt het ministerie van Defensie met de gemeente Doorn om aanpassingen in het bestemmingsplan te regelen, zodat de kazerne kan worden uitgebreid. Tien jaar later raakt het geduld bij het Korps Mariniers op. Vanaf 2010 wordt voorzichtig gekeken naar alternatieve locaties. De gemeente is zich ondertussen van geen kwaad bewust en ziet het aanleggen van een nieuwe parkeerplaats bij de kazerne als teken dat de mariniers voorlopig nergens heen gaan.

Keiharde klappen

Een half jaar later treedt het kabinet Rutte I aan. Defensie krijgt te maken met een recordbezuiniging van 1 miljard euro voor de periode 2010-2015, waarvan 61 miljoen bij te sluiten defensielocaties moet worden gehaald. Tegelijkertijd wil het kabinet de resterende locaties regionaal spreiden om werkloosheid tegen te gaan in krimpregio’s.

Vooral de provincies Zeeland, Gelderland en Limburg hebben de afgelopen jaren keiharde klappen gekregen door centralisatie. ‘De afgelopen jaren zijn twintig rijksdiensten uit Zeeland vertrokken (zoals het Kadaster, de Keuringsdienst van Waren en de Rijksdienst voor Kust en Zee, DK), waarmee 1600 arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan,’ illustreert dan zittend Zeeuwse commissaris van de Koningin, Karla Peijs.

Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer blijkt dat Peijs buiten de bestuurlijke radars intensief samenwerkte met haar CDA-partijgenoot en toenmalig minister van Defensie Hans Hillen.

Compleet overdonderd

Ondertussen keurt de gemeente Doorn de bestemmingsplannen voor de uitbreiding van de marinierskazerne goed. De aankondiging van Hillen om de kazerne te sluiten en te verplaatsen naar Vlissingen, komt voor Doorn als een totale verrassing.

Lokale bestuurders in Doorn zijn compleet overdonderd: er is hierover geen enkel contact geweest. ‘Als je overweegt te verplaatsen naar een andere plek, dan mag je toch aannemen dat je met alle partijen die hierbij betrokken zijn overleg hebt?’ vraagt een onthutste wethouder Roy Pamboer zich af voor de camera van RTV Utrecht. Burgemeester Frits Naafs laat Tweede Kamerleden tijdens een hoorzitting weten ‘van de leg’ te zijn.
Het besluit is informeel al genomen, maar het hoge formele woord komt er in april 2012 uit. De mariniers gaan naar Vlissingen.

De bestuurders in Doorn zijn compleet overdonderd door het vertrek van de mariniers. Er is geen enkel contact over geweest.

Datzelfde jaar neemt commandant Rob Verkerk afscheid van het Korps Mariniers als commandant en krijgt van de mariniers een taart cadeau waarop een chocolade − en dus eetbare − baret prijkt. Deze subtiele ‘korpshumor’ blijkt een teken aan de wand, want naast Utrechtse bestuurders zagen bewindslieden in Den Haag nog een andere partij over het hoofd: de mariniers.

2012: ‘Mariniers horen aan zee’

Het beeld van moedige soldaten die tijdens D-Day vanaf een landingsboot het strand bestormen, staat sinds de openingsscène van Saving Private Ryan in het collectieve geheugen gegrift. Waar zonaanbidders graag zo lang mogelijk op het strand willen blijven, willen landende mariniers er zo snel mogelijk weg. Daarom moet er achter die duinen wel iets klaar staan om naar toe te kunnen. ‘De Noordzee eilanden zijn [daarom] bij uitstek geschikt voor het oefenen van raids vanuit zee,’ schrijven twee mariniersofficieren in de vroege zomer van 2012.

In een kritisch artikel in het Marineblad wijzen ze erop dat ‘een geografische spreiding van gevechtseenheden binnen de landsgrenzen een absolute noodzaak is. Doorn ligt centraal. Bij de aanpak van terroristische activiteiten spelen in het bijzonder tactische grondbeginselen − reactie, mobiliteit, snelheid − een rol. De in een uithoek gelegen locatie Vlissingen is alleen al uit die hoofde ongeschikt.’ Ook vragen de officieren zich af hoe het zit met de afstand tot militaire oefenterreinen die vooral verspreid liggen over de noord-oostelijke provincies.

De kritiek komt niet aan. ‘De mariniers zijn zeesoldaten en dan is Zeeland de juiste plek voor een basis,’ constateert minister Hans Hillen van Defensie.

Hoewel het adagium ‘mariniers horen aan zee’ irritatie opwekt en diverse mariniers in de media laten weten niet mee te verhuizen, ziet minister Hillen het zonnig in: ‘een dip in het personeelsbestand zal van tijdelijke aard zijn’.

Een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer waarschuwt dat Defensie ‘geen zicht’ heeft op het eigen vastgoed en de financiële risico’s wel heel rooskleurig inschat. Hillen wuift deze berispingen weg als ‘een verschil van inzicht’.

marinierskazerne

Amfibische oefeningen

Naast politiek Den Haag probeert ook de militaire top de moed erin te houden. In tijden van materieel afstoten, mensen ontslaan en kazernes sluiten, gaat de marine het gegeven kazernepaard niet in de bek kijken.

Toenmalig commandant van het Korps Mariniers, Richard Oppelaar, wijdt in QPO, het magazine van het Korps Mariniers, zijn column aan de verhuizing. Uit de column spreekt – anders dan veel van zijn werknemers voelen − optimisme. Want in Vlissingen is, volgens Oppelaar, juist ‘voldoende ruimte voor amfibische oefeningen’ en ‘hierdoor zijn wij beter in staat om onze Corps-business te beoefenen en trainen’.

De militaire top probeert de moed erin te houden: in tijden van bezuinigingen gaat de marine het gegeven kazernepaard niet in de bek kijken.

Om de boodschap kracht bij te zetten, oefenen de mariniers in 2013 in Vlissingen om − jawel − een Zeeuws strand te bestormen. Dit gebeurt op het Nollestrand en bij laag water, want de voor Zeeland zo karakteristieke staken in de zee zijn anders niet te zien voor de bestuurder van het landingsvaartuig. Op andere plekken is het zand te zacht waardoor voertuigen wegzakken en zijn onvoldoende uitwijkmogelijkheden om snel het strand af te kunnen. Toch halen de plaatjes van mariniers die op een Zeeuws strand landen sindsdien steevast de bestuurlijke informatiefolders en krantenberichten.

2014: ‘Het is een kwestie van enthousiasmeren’

Hoewel de politiek en de militaire top blijven dromen van een duizend-dingen-doekjes-kazerne, wordt begin 2014 duidelijk dat niet alle mariniers zullen meeverhuizen. Het opleidingscentrum van het Korps Mariniers, dat zich bevindt in de Rotterdamse Van Ghentkazerne, blijft niet alleen open, maar wordt zelfs uitgebreid.

Het besluit om ook vanuit Rotterdam de mariniers naar Vlissingen te verplaatsen, stuit namelijk op hevig protest in de Maasstad. Burgemeester Aboutaleb begint een langdurige lobby. ‘Het is voor mij onbestaanbaar dat de kazerne verdwijnt,’ waarschuwt hij.
De burgervader van Rotterdam bepleit in politiek Den Haag dat de kazerne juist een spil zou kunnen zijn bij het uitbreiden van politietaken. Daarnaast is een haven zonder militaire aanwezigheid toch ongebruikelijk, niet?

Niet opgemeten

Aboutaleb vindt een bondgenoot in voormalig burgemeester van Rotterdam en destijds minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten. Deze laatste weet volgens RTV Rijnmond op zijn beurt partijgenoot en minister van Defensie Jeanine Hennis ‘op de knieën te krijgen voor een modern huwelijk tussen defensie en politie’.

Terwijl duidelijk wordt dat niet alle mariniers naar Vlissingen gaan, ziet de militaire top ondertussen ook enkele ‘verkeerde inschattingen’ voorbij komen. De door Zeeland beloofde zeventig hectare aan ‘bouwrijp gratis grond’ blijken er maar zestig te zijn. De grond ‘was bekeken maar niet opgemeten’, schrijft Tom Middendorp, destijds Commandant der Strijdkrachten, in een interne nota.

Defensie besluit 13,5 miljoen euro neer te leggen om extra grond te kopen, maar verwerkt deze kosten niet in het financiële totaalplaatje. De extra gemaakte kosten worden weggeboekt onder een nieuw aangemaakt mapje getiteld ‘Bouwvoorbereidende werkzaamheden projectgebied PPS Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne Vlissingen’, want de ‘de realisatie van de nieuwe kazerne is een apart project’, zo is te lezen op website van het Rijksvastgoedbedrijf.

Onvrede

De ambtenaren zijn, kortom, druk bezig om alles administratief kloppend te maken. Kostenposten worden samengevoegd of toch weer opgesplitst. Er wordt druk in de kolommen geschrapt, geschraapt, geplust en gemind om de mooie ronde politieke belofte van een toekomstbestendige ‘fit for purpose’ kazerne in de vierkante financiële realiteit te passen.

Kostenposten worden samengevoegd of toch weer opgesplitst. Er wordt druk in de kolommen geschrapt, geschraapt, geplust en gemind.

Maar hoewel de puzzel op papier passend lijkt, groeit de onvrede onder het personeel. Uit een enquête blijkt eind 2014 dat van de partners van de mariniers 83% niet bereid is om mee te verhuizen naar Vlissingen. De grotendeels werkende partners geven aan dat het sociale aspect de belangrijkste reden is: bij afwezigheid van hun partner leunen ze sterk op de nabije sociale omgeving. Toch laat de opvolger van Hillen, Jeanine Hennis, de Tweede Kamer weten dat het een kwestie is van mensen ‘enthousiasmeren’.

2015: ‘Per direct inspraak’

Het continu afwimpelen van reële zorgen bij mariniers en hun gezinnen wekt irritatie op bij de vakbond voor militair en burgerpersoneel (VMB). De beroepsvereniging constateert dat Defensie geen enkele moeite heeft gedaan kritiek aan te horen en eist inspraak door ‘per direct een Tijdelijke Reorganisatie Medezeggenschapscommissie’ in te stellen.

De roep om medezeggenschap wordt niet met open armen ontvangen. Integendeel. Want zolang bezwaren niet officieel zijn gemaakt, hoeft er ook officieel geen rekening mee te worden gehouden.

De kleuren van de gordijnen

Het organiseren van inspraak blijkt een hele bevalling. Letterlijk. Pas negen maanden na de oproep van de vakbond om ‘per direct’ medezeggenschap te regelen, komt Defensie met het ‘beleidsvoornemen’ dit te gaan doen. Nog eens vijf maanden later komt er medezeggenschap, maar deze wordt − net als het financiële plaatje − opgeknipt. Er komen drie commissies: ‘sourcing’, ‘verhuizing’, en ‘woon- en leefklimaat’. Deze laatste gaat over de kleuren van de gordijnen en het tegelmotief. Een vorm van inspraak waar weinig mariniers voor warmlopen: de commissie blijft leeg en bestaat alleen op papier.

Mariniers blijken er wel voor te porren om mee te denken over wat voor schietbanen ze krijgen, op welke manier ze kunnen trainen, welke oefenterreinen ze wanneer kunnen gebruiken en hoe. In de chique Haagse nota’s wordt hiernaar verwezen met de weinig spannende term ‘output specificatie’. De mariniers vinden dat het verhuizen van 1800 mariniers naar Zeeland een reorganisatie is, en dat ze medezeggenschap moeten krijgen over ‘hun’ kazerne.

2016: ‘Beetje tegenzin’

De medezeggenschap die zich begint te roeren vormt een klein donderwolkje boven het dossier. Toch besluit Jeanine Hennis, destijds minister van Defensie, in juni 2016 een bestuurlijke overeenkomst te tekenen met commissaris van de Koning Han Polman. Hierin worden werkafspraken gemaakt over de verdere aankoop van grond, het bouwklaar opleveren van het terrein en het ruimtelijk mogelijk maken van de vestiging van de nieuwe kazerne.

Groot feest

In haar kielzog neemt Hennis toenmalig commandant van de mariniers Oppelaar mee, fervent voorstander van de verhuizing.

In combinatie met de viering van het 350-jarig bestaan van het Korps Mariniers is het voor Zeeland een groot feest. De militairen doen een speedmars van 350 kilometer over de Zeeuwse stranden voor 3FM Serious Request en ongeveer honderd (oud)mariniers roeien via Vlissingen − waar ze worden begroet met saluutschoten − naar Engeland.

Door de ondertekening van de overeenkomst én de viering van het 350-jarig bestaan van het Korps Mariniers is het voor Zeeland een groot feest.

‘We hebben zelfs nog een Zeeuwse sloep speciaal gedoopt,’ herinnert wethouder Albert Vader zich. ‘Toch proefden wij − achteraf bezien − bij de minister een beetje tegenzin.’
De feestelijke ondertekening van de overeenkomst gebeurt immers pas vier jaar na het besluit om te verhuizen. ‘Daar spreekt nou niet echt voortvarend enthousiasme uit, maar dat is achteraf,’ constateert Vader met een wegwuivend gebaar.

2017: ‘Zeg dan gewoon dat je het niet wilt’

Ondertussen krijgen mariniers het voor elkaar om een centrale tijdelijke medezeggenschapsraad te vormen, die zich niet alleen gaan buigen over de verhuizing zelf, maar ook over de operationele voorzieningen in Vlissingen.

In maart 2017 − dik twee jaar na de eerste oproep van de vakbond − komen de mariniers samen. Ze vragen zich af of er voldoende oefenterrein beschikbaar is om met voertuigen en helikopters te trainen (zoals nu mogelijk is in Oirschot, Budel of Ede) en of de schietbanen toereikend zijn om de mariniers ‘inzetgereed’ te maken en houden. Tot slot blijven er zorgen over vertrekkende collega’s. Dit zijn slechts drie van de in totaal 84 punten van zorg die tijdens die eerste vergadering worden geïdentificeerd.

Praktische bezwaren

Aan de lange vergadertafel in het gemeentehuis van Vlissingen sijpelen de bezwaren langzamerhand door. ‘De haven voldoet niet, er is niet voldoende diepgang, maar dat is een kwestie van baggeren want we halen hier aan de Westerschelde schepen binnen met een diepgang van 17 meter.’

Wethouder Albert Vader haalt een kaart van de Zeeuwse haven te voorschijn om aan te wijzen waar de scheepsroutes lopen. ‘Het waren allemaal praktische bezwaren, maar vervolgens bleef in de lucht hangen hoe we dit dan samen op konden lossen. We zaten met heel veel afgevaardigden, maar zaten er vooral met elkaar maar niet echt over het onderwerp.’

‘Het waren allemaal praktische bezwaren, maar vervolgens bleef in de lucht hangen hoe we dit dan samen op konden lossen.’

Moeizaam wil wethouder Vader de gesprekken niet noemen, ‘maar…’ introduceert hij zijn voorgevoel met een diepe ademhaling: ‘ik heb wel eens na zo’n overleg verzucht “zeg dan gewoon dat je het niet wilt.” Met de kennis van nu vraag ik mij echt af of op de achtergrond het rumoer al niet veel groter was dan ons werd voorgehouden.’

2018: ‘Halthouden, oriënteren, en….’

Waar het in 2017 vooral blijft bij sluimerende vermoedens van twijfel en terughoudendheid, is de oppositie vanaf de werkvloer in 2018 niet langer te ontkennen. Begin dat jaar brengt vakbond VBM naar buiten dat er sprake is van een ‘leegloop onder mariniers’ en dat ze twijfels hebben bij de oefen- en schietmogelijkheden in Zeeland.

In maart komen de eerste cijfers naar buiten via Kamervragen van GroenLinks. De Volkskrant en RTL Nieuws berichten over stijgende onvrede, en onderofficieren verklaren voor de nieuwscamera ‘geen weekendvader’ te willen worden.

Irreguliere uitstroom

In diezelfde periode wordt een marinierseenheid ‘tijdelijk stilgezet’, maar klapt er ook een rapport over de ‘bedrijfscontinuïteit’ van het Korps Mariniers op tafel bij de ‘dubbele biezen’ (hoge officieren, DK). De verhuizing naar Vlissingen wordt gezien als acuut gevaar. Slechts 1% van de mariniers geeft aan bereid te zijn om te verhuizen.

Vooral de groei in ‘irreguliere uitstroom’ van onderofficieren baart zorgen. Elke sergeant heeft gemiddeld twaalf dienstjaren, maar door de specialistische kennis is het onmogelijk gebruik te maken van zij-instromers vanuit andere eenheden.

Kortom: elke sergeant die vertrekt, kost minimaal twaalf jaar om te vervangen. Er is al jaren een tekort aan personeel, en door bezuinigingen heeft men geen enkele buffer op kunnen bouwen. De mariniers vrezen dat als de uitstroom doorgaat, er straks geen Korps Mariniers meer overblijft om te verhuizen.

‘Durf terug te keren!’

Met een stevig rapport op tafel en groeiende aandacht in pers en politiek, is het momentum daar om naar voren te treden. Onder de titel ‘De mens centraal’ besluit de nieuwe commandant der mariniers Jeff MacMootry zijn column in QPO − het lijfblad van de mariniers − te wijden aan de verhuizing.

In tegenstelling tot zijn voorganger gebruikt hij het podium om openlijk zijn twijfels uit te spreken: ‘In de bergtraining leren we dat we bij veranderende en/of verslechterende (weers)omstandigheden en bij twijfel of we nog wel op de juiste koers zitten moeten halthouden om te oriënteren. Klopt de koers nog wel? Is het wijs om door te gaan? In ultimo kan de uitkomst zijn: “Durf terug te keren!” (…) Het is van belang dat deze wijze les ook wordt meegenomen in het dossier rondom de voorgenomen verhuizing naar Vlissingen. Halthouden, oriënteren, en….’

‘In de bergtraining leren we dat we bij twijfel of we nog wel op de juiste koers zitten moeten halthouden om te oriënteren. Klopt de koers nog wel?’

De veelbetekenende puntjes in de column blijken de stilte voor het bommetje dat zojuist is geplaatst. ‘Het is niet iemand van de schoonmaakdienst met toevallig een mening,’ herinnert commissaris van de Koning Han Polman zich. ‘Als een generaal zoiets openlijk zegt, dan ga je wel nadenken. Vanaf toen hebben we ook op elk mogelijk contactmoment indringend gevraagd: zitten we nog wel op het spoor om het besluit uit te voeren?’

Hoewel Defensie nu zegt dat staatssecretaris Barbara Visser ‘medio 2018’ begon te twijfelen, veinst ze in diezelfde periode naar buiten toe standvastigheid. Een herbezinning is niet aan de orde, want dat zou leiden tot bijna veertig miljoen euro aan claims zonder dat er een kazerne tegenover staat. Blijven in Doorn noemt Visser een ‘gepasseerd station’.

Ook tijdens de meer informele contacten probeert de staatssecretaris de onrustige Zeeuwen gerust te stellen. ‘De staatssecretaris zei over die column letterlijk “dat is maar een personeelsblaadje”, maar er ontstond wel degelijk politieke reuring. Toen wisten we hier in Zeeland: dit is tactiek, en dan voel je het door je vingers glippen,’ memoreert wethouder Vader.

Kantelpunt

De sussende woorden van de bewindsvrouw staan haaks op het politieke momentum dat in de Kamer ontstaat. GroenLinks had al voorgesteld om ‘op werkbezoek’ te gaan bij de mariniers om hun bezwaren aan te horen, maar de column van MacMootry vormt aanleiding om de mariniers in de Tweede Kamer uit te nodigen om hun bezwaren in een openbare zitting (en dus zichtbaar voor het publiek) te uiten.

MacMootry herhaalt de bevindingen uit het onderzoeksrapport en vreest voor de inzetbaarheid van het Korps: ‘Voor mij is niet de vraag of de uitstroom doorgaat, maar hoe groot die wordt. Ik maak me zorgen om de veiligheid, ik maak me zorgen om het welzijn van mijn personeel en ik maak me zorgen over het product.’

Naast hem zit zijn voorganger, brigadegeneraal Frank van Sprang, die − zich niet bewust van het feit dat er meerdere camera’s in de zaal hangen − subtiele elleboogstootjes uitdeelt aan MacMootry in een poging hem een beetje te dimmen. Deze laatste vervolgt onverstoorbaar zijn betoog en waarschuwt wat het betekent als gevechtservaring wegloopt: ‘Een ervaren sergeant ziet of hij het paadje links of het paadje rechts moet nemen. Dat maakt precies het verschil of een groep van zes mariniers wel of niet in een hinderlaag van de Taliban loopt.’

‘Dat ene zinnetje,’ memoreert Vader, terwijl hij met zijn vinger zwaait, ‘je zag ze gewoon helemaal smelten in die Kamer. Achteraf gezien zie ik dat echt als een kantelpunt.’

Openlijk gemor

Toch bleven de lichten vanuit Den Haag officieel op groen staan. De PVV-motie die werd ingediend om de verhuizing af te blazen, werd immers verworpen, waarmee dus nog een ruime Kamermeerderheid vóór de verhuizing was. ‘Hoewel we dus wel proefden dat er wat in de lucht hing door het gesoebat bij Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf, en er ook openlijk gemor was vanuit de mariniers, was er bestuurlijk gezien geen vuiltje aan de lucht,’ aldus Vader.

Toch vraagt de Tweede Kamer in juni 2018 om geen ‘onomkeerbare stappen’ te nemen, totdat duidelijk is of de uitstroomcijfers worden veroorzaakt door de aangekondigde verhuizing.

Hoewel dit grotendeels staat omschreven in het alarmerende rapport waarop MacMootry zich tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer baseerde, besluit de staatssecretaris dit aan te grijpen om de bouwvergunningen − en dus het uiteindelijke besluit − op te schorten tot 1 juli 2020. Ze wijst hierbij ook op het medezeggenschapstraject dat nog loopt: ze steggelen nog altijd of de verhuizing als reorganisatie moet worden gezien, en Defensie dus verplicht is het advies van de mariniers formeel aan te horen. De medezeggenschap laat in oktober 2018 weten desnoods naar de rechter te stappen.

Opgeblazen ballon

Hoewel de staatssecretaris twijfelt, is de militaire en ambtelijke top er nog niet aan toe de eigen opgeblazen ballon door te prikken.

Dit is deels te verklaren doordat hogere officieren en ambtenaren zichzelf in een eerdere fase duidelijk hebben gecommitteerd aan het project Vlissingen. Neem bijvoorbeeld de hoogste baas van het leger, Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer. Deze wijst eind 2018 de tientallen bezwaren van de mariniers af, maar doet dit voorzien van summiere opmerkingen in de kantlijn zoals ‘is in voorzien’ (zonder te zeggen hoe) of ‘is een aangelegenheid voor de marktpartij’.

Hoewel de staatssecretaris twijfelt, is de militaire en ambtelijke top er nog niet aan toe de eigen opgeblazen ballon door te prikken.

Ook al zien de mensen die er mee moeten werken het anders, volgens Bauer voldoet de nieuwe marinierskazerne aan de ‘behoeftestelling’. Hij neemt zelfs het gros van de adviezen van de marinetop amper over.

Belangrijk is dat Rob Bauer in 2018 het werk van Rob Bauer uit 2015 moest beoordelen. Voordat hij Commandant der Strijdkrachten werd, zette hij in 2015 als hoofd planning immers zijn handtekening onder de zogeheten ‘afdoeningsnota’ voor de nieuwe marinierskazerne.

2019: Stille diplomatie

Na lang tegenspartelen gaat Commandant der Zeestrijdkrachten Rob Kramer begin 2019 overstag. Hij besluit dat de medezeggenschap alsnog zijn zegje mag doen.

Dit advies valt in februari 2019 op de mat bij de staatssecretaris: ongefilterd, zonder tussenkomst van een militaire of ambtelijke top of sappige clickbaitkoppen in de pers.
Vanaf dat moment valt het stil op Plein 4, maar ook bij het Korps Mariniers. Vanuit de wandelgangen weerklinken steevast de woorden ‘stille diplomatie’. Kamerleden en pers worden minder gevoed met achtergrondinformatie en cijfers, onderofficieren verschijnen niet meer voor de camera en laten zich niet zomaar meer interviewen, en de media-aandacht verslapt. Hiermee vervallen dus ook de aanknopingspunten voor Kamerleden om kritische vragen te stellen aan de staatssecretaris.

alternatieve locaties

Wel blijft de Kamer doorvragen over de uitstroomcijfers, maar de staatssecretaris bevindt zich in een comfortabele positie. ‘Als wij vanuit Zeeland vroegen of uitstel geen afstel werd, kregen we te horen “we zijn met medezeggenschap bezig”. En daar ga je als lokaal bestuurder ook niet tussen zitten,’ aldus wethouder Vader.

Tegelijkertijd kon de Tweede Kamer even stil worden gehouden omdat de staatssecretaris nota bene op hun verzoek had beloofd geen onomkeerbare stappen te nemen. Zolang ze ‘bezig was’ met een onderzoek naar de uitstroomcijfers, kon ze zich in alle rust oriënteren op mogelijke alternatieven.

Strikt genomen was de staatssecretaris ook bezig met medezeggenschap: alleen ditmaal om mee te kijken naar de geschiktheid van alternatieve locaties. Uit de Kamerstukken blijkt dat de indicatoren die werden gebruikt om Vlissingen te beoordelen, door de medezeggenschapsraad als blauwdruk zijn gebruikt om de overige zestien locaties te beoordelen. Met zowel de Tweede Kamer als Zeeland op afstand was er volop ruimte en rust om te kijken naar een alternatief en goed beslagen ten ijs te komen: what could possibly go wrong?

2020: Loyaal aan de politieke baas

Zeker, er zoemden geruchten rond dat Defensie voorzichtig keek naar uitwijkmogelijkheden, vertellen Zeeuwse bestuurders aan Vrij Nederland. ‘Die geruchten hoor ik ook,’ maar ‘jullie zijn de eersten die ik informeer over verdere ontwikkelingen,’ drukte staatssecretaris Visser de provincie meerdere malen op het hart.

De lokale bestuurders bleken begin dit jaar echter niet de eersten, maar − net als de gemeente Utrechtse Heuvelrug acht jaar eerder − de laatsten te zijn die werden geïnformeerd over het besluit.

De lokale bestuurders bleken de laatsten te zijn die werden geïnformeerd over het besluit.

Defensie zelf neemt het woord ‘liegen’ niet in de mond, maar houdt het ironisch genoeg op ‘een ontwijkend antwoord waarmee de Zeeuwse bestuurders op een verkeerd been zijn gezet’. Staatssecretaris Visser zou ‘geen onrust hebben willen veroorzaken omdat er nog geen definitief besluit was genomen’.

Wethouder Vader snapt niets van deze redenatie: ‘Waarom heeft ze gelogen, terwijl dat niet nodig was? Als ze nou na de column van MacMootry had gezegd “jongens, we hebben een probleem”, hadden we ook moord en brand geschreeuwd maar dan waren we niet onnodig aan het lijntje gehouden. Het onnodig liegen… dáár zijn we kwaad over. Uiteindelijk hebben we domweg te maken met een onbetrouwbare Rijksoverheid.’

Mooi weer spelen

Commissaris van de Koning Han Polman ziet nog een ander ethisch probleem. Want terwijl Defensie druk bezig was met het zoeken naar alternatieven, werd van ambtenaren verwacht om in Vlissingen mooi weer te spelen. ‘Dat doe je mensen toch niet aan? Loyaal aan de politieke baas, oké. Maar dit moet een gigantische spagaat zijn geweest voor die mensen. Dat vind ik ethisch niet goed,’ reflecteert Polman.

Wat de Zeeuwen ook niet begrijpen, is dat ze in 2020 ‘geen nieuwe argumenten’ hoorden. Iets waarover ze de mariniers de handen kunnen schudden: het moest blijkbaar acht jaar duren voordat operationele, inhoudelijke bezwaren vanaf de werkvloer hun weg richting de politiek wisten te vinden. Hiermee is wellicht een parlementaire enquête afgewend, maar was dit ondanks of dankzij de onderofficieren die acht jaar lang riepen het ‘paadje links’ te nemen?

‘Zorgvuldig vervolgproces’

Defensie wil niet ingaan op de vraag of de ambtenaren die in Vlissingen de onderhandelingen voerden, op de hoogte waren van het onderzoek naar een alternatieve locatie.

Het definitieve besluit over de verhuizing naar Nieuw-Milligen wordt deze zomer door het kabinet genomen. Generaal Jeff MacMootry zal hier in zijn nieuwe functie verantwoordelijk voor worden.

Daarnaast laat Defensie weten dat ‘juist vanwege het grote belang voor veel betrokkenen, een zorgvuldig vervolgproces van belang is. Dit betekent dat het kabinet samen met Zeeland gaat kijken naar rechtvaardige compensatie voor Vlissingen en Zeeland. Het kabinet heeft daarom in overleg met de provincie, gemeente en waterschap besloten een speciaal adviseur hiervoor aan te stellen die voor de zomer hierover zal rapporteren’.

Zeeland heeft half april laten weten ‘per direct 53,3 miljoen euro compensatie’ te willen voor reeds gedane investeringen, naast een compensatie waarvan de ‘sociaal-economische effecten vergelijkbaar zijn met die van een kazerne’.