De Navo vierde 4 april haar zeventigste verjaardag, ongekend oud voor een alliantie. Het is een sober feestje in Washington, maar het jubileum niet vieren is geen optie: het oudje is veel meer dan een noodzakelijk kwaad.

Dat is wel eens anders geweest. Waar je vroeger nog wel stemmen op partijcongressen hoorde om het bondgenootschap te verlaten, wordt de Navo in de huidige wereld gezien als een nuttige verzekeringspolis.

The Economist bracht een onderzoek van de Amerikaanse denktank Brookings uit 2010 onder de aandacht, waaruit blijkt dat van de 63 major militaire allianties er in de afgelopen vijfhonderd jaar slechts 10 de veertig jaar wisten te halen. Met zeventig jaar overtreft de Navo ook ruim de gemiddelde houdbaarheidsdatum (vijftien jaar) van al die historische verbonden. Goed nieuws dus voor de fans van het bondgenootschap.

In het blad Foreign Affairs voorspelt expert Charles Kupchan – die ik in de jaren tachtig in veel somberder woorden aanhoorde over de toekomst – een gouden toekomst voor de Navo, en zelfs Trump’s minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo heeft het over de ‘volgende zeventig jaar’ van de bij zijn baas niet zo geliefde club (die bij de verjaardag overigens opzichtig ontbrak).

De wetenschap van de internationale politiek wist het zeker: als er geen dreiging meer is verkruimelen verstandshuwelijken in de jungle van de wereldpolitiek.

Hoe kan dat, nu we keer op keer horen dat het einde nabij is, Europa tussen alle crises door over een eigen defensie begint te piekeren en er in het begin van dit jaar serieuze geruchten de ronde deden dat Trump de Amerikaanse stekker uit het bondgenootschap wilde trekken?

Branden blussen

Dat was dertig jaar geleden wel anders. Toen was de Berlijnse Muur gevallen, de Koude Oorlog voorbij verklaard, en de Sovjetunie liep op haar laatste benen. De Navo-landen boekten een groot vredesdividend in.

De wetenschap van de internationale politiek wist het zo goed als zeker: als er geen dreiging meer is verkruimelen al die verstandshuwelijken in de jungle van de wereldpolitiek. Het zal de Navo niet anders vergaan, einde oefening. Maar de Navo bleef bestaan, want de alliantie trok een ander kleed aan. Met bijna dertig leden en nog eens bijna dertig partnerschappen bood het zichzelf aan als security provider. De Navo werd een soort wereldwegenwacht die, als de Verenigde Naties of een andere nette instantie daar om vroeg, branden bluste en rust bracht in conflicten die te lang duurden en dreigden te verspreiden.

Dat ging niet zo goed. In Kosovo (1999) rukte de Navo uit zonder daartoe gevraagd te zijn. Na 9/11 (2001) bleek dat de VS eigenlijk liever zijn eigen coalitie samenstelde dan er met de Navo op uit te gaan. De Global War on Terror – die in wel zestig landen gevoerd werd – leende zich in de ogen van de Amerikanen überhaupt slecht voor polderoverleg via het hoofdkwartier in Brussel.

 

De Navo heeft kennelijk een benijdenswaardig vermogen tot overleven. Wrang dat we daar waarschijnlijk Poetin voor mogen bedanken.

Tien jaar geleden gonsde het van termen als ‘gelegenheidscoalities’ (samenstellingen van slagvaardige en niet zeurende landen die onder Amerikaanse regie een militaire klus opknapten), ‘transformatie’(de omvorming van het oude, logge bondgenootschap tot een soort garage rockband die op de grillige toekomst was voorbereid) en ‘relevantie’   (wie parasiteerde, ondermijnde de Navo). Want de oorspronkelijke raison d’être van de Navo, verdediging tegen de Sovjetdreiging in Europa, was weg en ‘out of area’ – dus buiten het Navo-verdragsgebied – was de nieuwe zelfgekozen focus van de missie van de Navo.

Het bleek een missie met beperkingen en Navo-lidstaten stonden niet in de rij om zich te melden.

Eerlijke lasten

Maar de Navo heeft kennelijk een benijdenswaardig vermogen tot overleven. Het is enigszins wrang dat we daar waarschijnlijk Poetin voor mogen bedanken. Met de Russische annexatie van De Krim en gestook in het oosten van Oekraïne heeft hij de oude dreiging, en de daarop volgende zelfverdedigingstaak van het bondgenootschap, weer primair gemaakt en is het gekibbel over out of area-beleid naar de achtergrond geschoven.

Twee problemen worden echter nóóit vergeten. Geruzie over een eerlijke lastenverdeling, wie parasiteert en wie niet? En: wie mag er lid zijn en wat krijg je daar als lid voor terug?

Wat het eerste betreft, vriend en vijand zijn het erover eens dat burden sharing een lastig probleem is, en ‘fair’ een arbitrair criterium. De afspraak dat elk land in 2024 2 procent van het nationaal inkomen aan defensie moet besteden is prachtig maar lost het probleem niet op.

Om te beginnen weet men niet wat een land werkelijk met dat geld doet en waar het aan besteed wordt.

In de tweede plaats blijkt dat een aantal landen inmiddels wel in de richting van die 2 procent gaan, maar dat landen als Nederland en Duitsland dit streefcijfer in 2024 nooit zullen halen. Vooral Duitsland ligt onder vuur omdat het rijk is, maar toch niet verder wil gaan dan 1,5 procent van het nationaal inkomen. Het aantal landen dat nu die 2 procent haalt is acht (van de negentwintig leden). Maar aan het geld ligt het eigenlijk niet, eerder aan het hopeloze gebrek aan samenwerking, en te veel roestend materiaal.

Lees ookTrump had 'duizend procent' gelijk, volgens Rutte - maar dat is stuitend onjuist5 juli 2018

In de derde plaats wordt de discussie vervuild door dubieuze cijfers rond te toeteren. De Amerikanen beweren dat ze voor twee derde van de Navo betalen. Premier Rutte kietelt wat dat betreft zijn danspartner Trump door te zeggen dat de VS ‘duizend procent’ gelijk heeft.

Nog zo’n pijnpunt: wie is er lid van de Navo, wie niet, en wie is tot de wachtkamer veroordeeld?

Pertinent onjuist, zoals het gerespecteerde Institute of International Studies onlangs nog eens heeft nagerekend. Het gaat niet om het totale defensiebudget van de VS, want dat geven ze natuurlijk ook aan allerlei andere zaken uit.

Het zal de VS er niet van weerhouden de rekening naar de ‘rijke’ bondgenoten te schuiven: wie Amerikaanse troepen huisvest zal er  – volgens geruchten – de volle mep voor moeten betalen.

Vele zielen in één borst

Het tweede pijnpunt: wie is er lid van de Navo, wie niet, en wie is tot de wachtkamer veroordeeld? De Navo is in 1949 begonnen met twaalf leden en zal er na lopende ratificatieprocedures (Noord-Macedonië) spoedig dertig tellen. Met alle partnerschappen en bijzondere relaties is een wereldwijd netwerk van bijna zestig landen ontstaan, dat geregeld met elkaar eet, drinkt en traint. Het is een samenspansel dat vele zielen in één borst herbergt.

Dat geeft ook gedoe, en het is niet eens zo dat de echte leden gelijkgezind zijn en niet-leden en wachtkamerleden de dwarse buitenbeentjes. De Navo zegt een bondgenootschap van democratieën te zijn, maar lidstaten als Turkije, Hongarije en Polen zijn dat niet. Rechtstatelijk en democratisch is er van alles op aan te merken, en we zwijgen hier maar over de daling van de VS op gezaghebbende mondiale democratie- en vrijheidsrankings.

Lees ookTrump en de Navo: misschien is het tijd voor relatietherapie?17 augustus 2018

Er heerst ook niet altijd eenstemmigheid. Onder de leden zelf gonst Trumps belediging van het jongste lid Noord-Macedonië nog na. In juli vorig jaar vroeg hij zich hardop af of het wel wijs was om dat landje tot de alliantie toe te laten, want daar had de VS niets bij te winnen, integendeel.

Sindsdien vraagt iedereen zich af wat de artikel 5-garantie (een aanval op een lidstaat is een aanval op ze allemaal) eigenlijk waard is.

Georgië en Oekraïne willen liever vandaag dan morgen lid worden, maar worden, al dan niet bewust, aan het lijntje gehouden. Georgië is dan geen lid, maar het land laat niet na om erop te wijzen dat het wel aan de financiële eisen van Trump voldoet en zich makkelijk met een land als Noord-Macedonië kan meten. Waarom Noord-Macedonië wel, en Georgië niet? Secretaris-generaal van de Navo Jens Stoltenberg ging zover om te zeggen dat de Navo een ‘opendeurbeleid’ hanteert en landen eigenlijk zelf besluiten of ze lid willen worden van de Navo, mits ze maar aan bepaalde eisen voldoen.

Dat is zowat de kat op het spek binden. Stoltenberg zei tegen zijn Georgische gastheren dat alle bondgenoten vonden dat Georgië lid kon worden. (Hallo minister Blok, wat vindt u van die uitspraak?).

Een andere oude bekende is ook terug van weggeweest – en kan een nieuwe splijtzwam betekenen: het kernwapen.

We laten voor nu de merkwaardige zinspeling van Trump op een Braziliaans lidmaatschap van de Navo maar achterwege, die hij onlangs deed tijdens het bezoek van de ultrarechtse president Bolsonaro aan het Witte Huis. Afgezien van de beleefde ‘schrik’ in Navo-kringen, bewijst het wel hoe de Amerikaanse president over bondgenootschappen denkt: een losse organisatie waar je per ingeving veiligheid kunt regelen.

Het is niet ondenkbaar dat ook Israel of Saoedi-Arabië op een dag met zo’n zinspeling verblijd worden, tot schrik van de trouwe bureaucraten in Brussel en de nationale hoofdsteden.

Oude bekende

Een andere oude bekende is ook terug van weggeweest – en kan een nieuwe splijtzwam betekenen: het kernwapen. Het stervensproces van het INF-Verdrag, dat Europa dertig jaar heeft gevrijwaard van middellangeafstandsraketten, gaat gepaard met een moeilijke discussie over het Navo-antwoord op een vermeende Russische dreiging.

Op een herhaling van de kruisrakettencrisis in de jaren 80 zit niemand te wachten, dus  nu worden allerlei alternatieve tegenmaatregelen (lucht, zee, raketverdediging, een nieuw verdrag met China) tegen elkaar afgewogen. Een lastige discussie, want Europa kan nucleair niet voor zichzelf zorgen en is afhankelijk van de atoomparaplu van de VS. Maar die denken wereldwijd en vinden het niet van deze tijd dat landen als China, India, Pakistan en Iran niet meedoen met wapenbeheersing en rustig hun arsenaal kunnen uitbreiden.

Om tactische redenen zijn de VS intussen ook al met de productie van een nieuwe grondgelanceerde kruisraket begonnen, dus de geest is al uit de fles. De luxe van een Europese wapenstilstand (het oude INF-Verdrag) lijkt ondergeschikt en voorbij.

Conclusie: een leuk verjaardagsfeestje viert de Navo niet, al lijken de bijzaken waarover het bondgenootschap tien jaar geleden bijna struikelde , nu even niet zo belangrijk. Ironisch genoeg heeft Poetin het bondgenootschap weer teruggeworpen tot zijn oorspronkelijke missie: zelfverdediging. Dat is een geruststelling, maar familieruzie en zelfs scheiding liggen op de loer.

‘I’ve Got Plenty of Nothing’ werd zeventig jaar geleden door een jazzcombo in Washington gespeeld. Dat gaf al te denken, ik ben benieuwd of er nu een orkestje is uitgenodigd en of ‘I Will Survive’ in de playlist staat.