De titel van het nieuwe boek van Léon Hanssen neem je niet zomaar voor kennisgeving aan: Handboek voor de vagebond. Bij het woord ‘vagebond’ denk je niet aan de eenentwintigste eeuw. Je maakt direct een sprong terug naar de negentiende. Je ziet er ook meteen iemand in sjofele kleren bij, levend van ongeregelde baantjes, met een onvaste verblijfplaats, maar wel iemand die met een zekere trots uit zijn ogen kijkt, alsof dat ‘vagebond’ staat voor een vrije flierefluiter, een status waar menigeen jaloers op kan zijn.

Met de ondertitel van het boek bevinden we ons al in minder archaïsche tijden: In de voetsporen van vrije denkers. Het is vrij snel duidelijk dat de vagebond voor Hanssen een metaforische figuur is, iemand die staat voor een bepaalde houding in het leven. Het is meer dan alleen maar een veredelde landloper.

In de bijna zeshonderd pagina’s van het boek ontstaat een hele levensinstelling, hoe ongrijpbaar, fluïde, elastisch en bewegelijk ook. Die instelling...