Je zou denken dat het door de coronacrisis komt. Die vraagt immers om de nodige zelfbeheersing en onverstoorbaarheid. Maar nee, al zo’n vijf jaar heeft de goede boekhandel een aparte plank met boeken over het stoïcisme, met als meest prominente titels The Daily Stoic van Ryan Holiday en Persoonlijke notities van Marcus Aurelius.
Het vervelende is dat de schrijver van De dagelijkse stoïcijn zich heeft laten verleiden het boek de vorm van een catechismus te geven, zodat de stoïcijnen in spe het boek als een dagelijks brevier moeten gebruiken: ‘366 days of writing and reflections on the art of living.’ Je moet al een stoïcijn zijn om je daaraan te houden. Van dit gecijfer is bij de Romeinse keizer-filosoof Marcus Aurelius (121-180) geen sprake. Persoonlijke notities zijn aantekeningen en persoonlijke gedachten met een filosofische inslag.
Er is wel degelijk verband tussen het stoïcisme en de coronacrisis. Er wordt steeds vaker om ‘veerkracht’ gevraagd, en dat is een van de kroonjuwelen van het stoïcisme. ‘Veerkracht’ vat samen wat je nodig hebt wanneer de aanslagen op je gemoedsrust en evenwicht maar aanhouden. Dan moeten er steeds vaker innerlijke gesprekken gevoerd worden om je geestelijke stabiliteit te behouden.
Volgens de stoïcijn Marcus Aurelius hebben we daarvoor een ‘innerlijk kompas’. Daarmee zouden we met alle obstakels kunnen omgaan: alles wat niet kan en mag, van je winkel niet kunnen openen, niet kunnen reizen, geen handen mogen schudden tot niet naar het concert kunnen gaan waar je naar uit had gekeken. Nog afgezien van het overlijden aan corona of in quarantaine moeten.
De innerlijke stem kan een geniepig fenomeen zijn.
Het innerlijk kompas is bij Marcus Aurelius geen soft instrument, het heeft zijn ‘zijn eigen soevereiniteit’. Het is een ‘vaste burcht’ van niet door affecten beïnvloed redelijk denken. Die ‘affecten’, daar gaat het om, we worden immers in wisselende samenstelling bezocht door gevoelens van boosheid, droefheid, irritatie, gemis, verlangens, teleurstelling en ongeduld. Wanneer het stoïcijnse kompas werkt, mag het van trots zelfbeheersing uitstralen, maar het is wel een bloedeloze overwinning op al die vitale emoties. Een keer goed boos worden ‘om alles’ kan gezond zijn.
stemmetje in je hoofd
Marcus Aurelius’ innerlijke kompas mag cool en stoïcijns zijn, het is wel heel kinderachtig om hetzelfde instrument ‘het stemmetje in je hoofd’ te noemen, alsof het aan kleuters uitgelegd moet worden. Toch is Het stemmetje in je hoofd de titel van het boek waarin de Amerikaan Ethan Kross het over de innerlijke stem heeft waarmee we met onszelf in gesprek zijn. Dit klinkt alsof het gaat over een verschijnsel dat optreedt bij het kinds worden, maar dat is niet het geval.
Wanneer je als antwoord op een vraag zegt dat je erover na moet denken wordt die innerlijke stem al ingeschakeld. Daar ga je mee in overleg voor het antwoord. Maar de innerlijke stem heeft ook zijn eigen agenda: het kan vervelende gebeurtenissen in je hoofd naar boven halen, een stommiteit, een vergeten afspraak, een belediging. De innerlijke stem kan voor een miserabel gevoel zorgen door akelige gesprekken te herhalen. De innerlijke stem kan een geniepig fenomeen zijn. Het kan als een innerlijke criticus fungeren, maar ook als een instantie die je aanspoort beter te werk te gaan, een grotere prestatie te leveren.
Kross doet in zijn boek verslag van onderzoeken die hij als kenner van de hersenen en het bewustzijn heeft gedaan. Daar zitten een aantal interessante bevindingen bij. Als psycholoog kreeg Kross te maken met veel negatieve emoties: stress, depressiviteit, overspannenheid, angsten.
Toen in 2014 in Amerika een ebola-uitbraak plaatsvond, raakten veel mensen danig overstuur. Daar wist Kross iets op. Hij heeft met een paar collega’s een ‘nieuwe techniek’ uitgevonden om mensen in hun hoofd tot rust te laten komen. In gesprek met hun negatieve innerlijke stem moesten ze het niet meer in de ik-vorm over zichzelf hebben.
De bedoeling van dit afstandelijke gesprek met jezelf is het herstellen van geestelijke veerkracht. Je moet je innerlijke stem leren gebruiken om de negatieve stem in je hoofd de mond te snoeren.
Dat is te dichtbij, dat zorgt voor te weinig afstand. Dan blijf je in negatieve emoties steken. Zijn proefpersonen moesten het op een afstandelijke manier over zichzelf gaan hebben, alsof ze iemand anders waren, een vreemde desnoods. Dat kon door jezelf voluit met je naam aan te spreken (‘Hé Jansen, stel je niet aan, doe eens gewoon’), of door jezelf met ‘je’ aan te duiden of met ‘hij’ of ‘zij’.
De bedoeling van dit afstandelijke gesprek met jezelf is het herstellen van geestelijke veerkracht. Je moet je innerlijke stem leren gebruiken om de negatieve stem in je hoofd de mond te snoeren. Het is als een toneelstukje, een gesprek in de derde persoon met jezelf. Het behoort tot dezelfde familie als de placebo, de talisman, de knuffel en het ritueel. Het leidt af van het probleem.
Je ziet de werking van zo’n ritueel bij de tennisser Rafael Nadal. Het serveren is het probleem, dat moet goed gebeuren. Voor hij gaat serveren brengt hij daarom zijn zenuwen tot rust door eerst aan zijn neus te zitten, zijn haar achter zijn oor te doen en aan zijn broek te pulken.
indrukwekkend veerkrachtig
Het afstand nemen en jezelf als een ander zien is makkelijker gezegd dan gedaan wanneer een pijnlijk en zorgelijk probleem je overspoelt. Dat laat zich niet zo eenvoudig op afstand zetten. De kunst is daarom het probleem niet meer als een bedreiging te beschouwen, maar het om te draaien, je zelf kwaad te maken en er een uitdaging in te zien.
Je persoonlijke veerkracht mag met hand-en-spandiensten van Marcus Aurelius en Ethan Kross misschien weer op peil gebracht zijn, een door Covid-19 beheerste wereld is dat nog niet. Toch beschouwt de Amerikaanse politiek commentator van de Washington Post Fareed Zakaria onze planeet ‘op een indrukwekkende wijze veerkrachtig.’
Dat schrijft hij in De wereld na de pandemie nadat hij een weinig hoopgevende inventaris van alle bedreigingen heeft gegeven, een inventaris die ik niet nog eens zal herhalen want die is common knowledge voor wie de krant leest, zo vaak wordt die herhaald: van klimaatverandering tot Islamitische Staat, van de vluchtelingen tot de coronacrisis.
Zakaria noemt die veerkrachtigheid wel zo nadrukkelijk, maar zijn typering van de huidige staat van de wereld is paradoxaal: die is zowel fragiel als taai. Het wereldsysteem wordt beheerst door een ongekende snelheid van handelen, waardoor de wereld vol instabiliteit zit, maar toch doorgaat. De wereld moet vrij, open en dynamisch zijn, maar staat daardoor wel dagelijks op zijn grondvesten te trillen.
Veerkracht moet komen van multilateralisme, van een netwerk van afhankelijke samenwerking. Een naar alle kanten uitslaand kompas.
Veerkracht kan niet komen van gesloten economieën, maar bij open systemen hoort dat ze fragiel zijn. De veerkracht moet komen van multilateralisme, van een netwerk van afhankelijke samenwerking. Een naar alle kanten uitslaand kompas. Vandaar dat Joe Biden de samenwerking met Europa herstelt. De beste staatsvorm zou hierbij volgens Zakaria de paradoxale combinatie van open markten en een sterke staat zijn. Dat is een wenselijke, maar tegelijk ‘een moeilijke evenwichtsoefening.’ Moeilijk, omdat er zoveel kritiek mogelijk is op de markten. Die zijn doorgedrongen op alle terreinen van het leven, ‘waardoor er weinig ruimte is overgebleven voor andere waarden dan marktwaarden, ‘zoals eerlijkheid, redelijkheid en billijkheid, gelijkheid of intrinsieke betekenis.’
De pandemie laat zien dat structuren die vast leken te zitten en niet in beweging te krijgen waren, ineens open gaan. Ineens is er aandacht voor het intrinsieke belang van de essentiële beroepen, het echte werk. De veerkracht blijkt uit de relatieve bereidheid de coronamaatregelen na te leven. Uit het tamelijk soepel overgaan op een laptopsamenleving. En uit het gemak waarmee de regering miljarden uit de schatkist heeft aangesproken. Zo ontstaat ruimte voor nog andere veranderingen: dat de rijken niet langer zomaar rijker worden, dat de relatie met China niet nog kouder wordt, maar wordt aangegrepen om er een uitdaging in te zien: de gespannen relatie om te smeden tot iets vriendelijkers.
Ooit (in 1980) heeft een samenwerking tussen de Sovjet-Unie en Amerika er voor gezorgd dat de pokken officieel geacht werden te zijn uitgeroeid. Zakaria beschouwt dit als een les die Beijng en Washington nu in verband met Covid-19 ter harte zouden moeten nemen. Om te voorkomen dat we op weg zijn naar een postpandemische wereld van harde tegenstellingen waar geen veerkracht in te bekennen is.
De wereld van na de pandemie door Fareed Zakaria is vertaald door Ton Zwaan en uitgegeven door Atlas Contact.
Het stemmetje in je hoofd door Ethan Kross is vertaald door Frank van der Knoop en Janet Limonard-Harkink en uitgegeven door Prometheus.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.