Het belooft wat wanneer een boek dat De coronastorm heet als ondertitel heeft ‘Hoe een virus ons verstand wegvaagde’. En dat terwijl het juist de bedoeling van de regering was dat er met verstand te werk zou worden gegaan bij het nemen van maatregelen om het virus terug te dringen. Men wilde immers dat Nederland op een ‘intelligente’ manier in lockdown zou gaan.

Dus weg ‘intelligente lockdown’ nu de voormalige Filosoof des Vaderlands René ten Bos denkt dat Nederland en het coronateam van de regering zijn verstand heeft verloren? Dat zou wel heel erg tegen de algemene indruk indruisen en strijdig zijn met de werkelijkheid. Ook al heeft Mark Rutte ‘er niets van begrepen’ volgens Ten Bos, de maatregelen van de regering hebben voorlopig heel gunstig uitgepakt, juist door het gebruik van dat nuchtere verstand. Van ‘ons’, de Nederlandse bevolking, zou zich volgens Ten Bos ook nog ‘een blinde paniek’ meester hebben gemaakt. In welke werkelijkheid leeft Ten Bos?

vreemde tournures

Bij iemand die denkt dat Nederland zijn verstand heeft verloren door het coronavirus moet je verdacht zijn op nog meer vreemde tournures. Die blijven niet uit. Volgens Ten Bos waart een ‘coronafascisme’ door Nederland. Diffuus weliswaar, en schimmig, maar onmiskenbaar. Hij noemt allerlei kenmerken van het fascisme, zoals groot vertrouwen in leiderschap, achterdocht tegen de democratie, het gevoel dat de vijand onder ons is, vreemdelingenhaat en gevoelig zijn voor een ondergangsstemming. Dat vinden we nu allemaal op een of andere manier terug.

Ten Bos: ‘Ik zie het coronafascisme als een uitermate diffuus fascistisch syndroom in die zin dat het iets is wat zich kan aftekenen zonder dat mensen er echt in schijnen te geloven. Het duidt op een herleving van bepaalde kenmerken van het fascisme zonder dat er fascisten zijn.’

Bij iemand die denkt dat Nederland zijn verstand heeft verloren door het coronavirus moet je verdacht zijn op nog meer vreemde tournures.

Ten Bos denkt hierbij niet aan extremistische groepen die zich verwant voelen met het fascisme, hij denkt aan gewone mensen, want, let wel, het fascisme ‘zit in ons allemaal, omdat de angst in ons zit’. Ten Bos denkt dat de regering Rutte ‘ons’ ongemerkt fascistisch inpakt en al onze vrijheden afneemt, omdat we diep in ons (‘fascisme is ten diepste menselijk’) behoefte hebben verlost te worden van de angst. ‘Het is iets wat sluimert,’ schrijft Ten Bos. Hij ‘bespeurt’ het en houdt als speurprofeet een natte vinger in de lucht om het te bewijzen.

parmantige provactieve denker

René ten Bos wil graag een parmantige provocatieve denker zijn. Iemand die ‘het’ eerder ziet dan ieder ander. Vandaar die grote woorden met dat weggevaagde verstand en die blinde paniek. Ten Bos komt met die grote woorden en grote beweringen in de knel als hij de coronacrisis een enkele keer met het restant van zijn verstand bekijkt. Dan ‘beseft’ hij ineens ‘dat er goede redenen voor een (tijdelijke) lockdown zijn’. Waar komt dat nu ineens vandaan?

In de zesentwintig hoofdstukken van De coronastorm worden allerlei thema’s aangesneden die meer of minder met het coronavirus te maken hebben, zoals angst, beeldvorming, moraal, gezondheid, deskundigen, troost, fascisme, xenofobie, zoönose en waarschijnlijkheid. Ten Bos neemt hierin steevast het voorgebakken wantrouwende standpunt in dat de regering ons belazert.

Neem de ‘deskundigen’. Al tijdens de allereerste persconferentie zei Mark Rutte dat we nog maar weinig van het virus weten en dat het handelen gebaseerd is op gebrekkige kennis. Tussen het nemen van de noodzakelijke beslissingen werd (en wordt) dat voortdurend herhaald, ook door het RIVM. Wat schrijft Ten Bos: ‘Deskundigen zijn mensen die het ook niet weten, maar die hun uiterste best doen dit te verdoezelen.’ Die onwetendheid werd nu juist niet verdoezeld. Diezelfde deskundigen zouden ‘de kluit belazeren’ als het ging om het noemen van het werkelijke aantal doden. In werkelijkheid werd tegen de achtergrond van de grafiek met harde cijfers in elk journaal gezegd dat ‘het werkelijke aantal doden hoger’ is dan de beschikbare cijfers laten zien.

verdraaiingen

Ten Bos verdraait ronduit willens en wetens kennis en informatie om als brave leerling van Michel Foucault maar te kunnen voldoen aan de eis dat de ‘macht’ altijd moet worden gewantrouwd, ook als die macht voor de afwisseling eens weinig te verwijten valt. Na een aandoenlijke verhandeling over Emmanuel Levinas en diens filosofie van de ontmoeting van de Ander via het menselijke gelaat, klaagt Ten Bos de regering aan: deze ontmoeting van medemens tot medemens wordt volstrekt ‘ontwricht’ door de ‘nieuwe hygiënemoraal’ die zegt dat we anderhalve meter afstand moeten houden en dat we in de trein mondkapjes moeten dragen.

Want: de mens kan onmogelijk zonder contact van gelaat tot gelaat. Ten Bos doet het voorkomen alsof die ‘ontwrichtende’ mondkapjes altijd en overal gedragen moeten worden. Zien we hier niet een fascistische overheid aan het werk? ‘Wie leert om nooit in het gelaat van een andere te kijken, is ook in staat tot ongekende wreedheid,’ schrijft Ten Bos. Alsof we nooit meer gezichten zonder mondkapjes zullen zien.

Ten Bos verdraait ronduit willens en wetens kennis en informatie om als brave leerling van Michel Foucault maar te kunnen voldoen aan de eis dat de ‘macht’ altijd moet worden gewantrouwd.

Een van de manieren om meer te weten over de verspreiding van het virus is het afnemen van tests. Wanneer iemand positief getest wordt moet hij binnen blijven om anderen niet te besmetten. Dat testen (een wattenstaafje in je neus) is volgens Ten Bos ‘essentieel gewelddadig’ want ‘testen’ behoort tot de ‘neoliberale orde’, dat weet ‘iedereen die naar school gaat of studeert.’ We zijn ‘in al onze stupiditeit bereid onszelf bloot te stellen aan de intrinsieke gewelddadigheid van de test.’ Wattenstaafjes ‘lijken zo onschuldig, maar ze zijn net zo genadeloos als virussen.’ Dat testen komt voort uit ‘een verlangen om de waarheid en niets dan de waarheid’ te willen weten. Het is volgens Ten Bos fout dat men wil weten of iemand besmet is.

Het maakt hem niet uit dat een besmet iemand anderen aansteekt. Aan het eind van het hoofdstuk over het verderfelijke testen (‘Swabs’) moet Ten Bos nog eens extra de kluts kwijt zijn geraakt. Daar schrijft hij ineens: je laten testen is stom, maar ‘het is net zo goed stom om het niet toe te staan.’ Hoe zit het nu? Is het stom én niet stom?

een pechgevalletje

Het besmet zijn door het coronavirus zorgt volgens Ten Bos voor, het is heel jammer, ‘een nare ziekte.’ Maar ondertussen getuigt al die poespas om mensen in leven te houden van een ‘totale bezetenheid’ en een ‘obsessie met levensverlenging.’ Volgens Ten Bos is het ‘gezondheidsbegrip van de protagonisten van de lockdown uitsluitend gericht op het fysieke aspect.’ Er zou sprake zijn van een ‘medicocratie’: dokters zijn de baas. De mentale en sociale aspecten van gezondheid zouden daarbij worden opgeofferd. Met andere woorden: als er niet meer geknuffeld kan worden (hoe tijdelijk ook), dan is het beter om mensen dood te laten gaan.

Je kunt dus niet zeggen dat de individuele coronapatiënt op een grote curatieve betrokkenheid van René ten Bos kan rekenen. Ten Bos wendt zich van de ziekenhuizen af. Hij richt zich op de preventie van de ziekte. Hij benadert de ziekte niet curatief, maar preventief. Dat wil zeggen: Ten Bos gaat het om het Milieu. Hij pakt het gewoon in het groot aan, aangezien er ‘steeds meer aanwijzingen zijn dat de ziekte met luchtvervuiling samenhangt.’ We kunnen ervan uitgaan dat de nieuwe ziekte ‘ecologisch ingebed ligt.’ Voor volgende epidemieën is het ‘wijsheid om preventief te handelen,’ maar hoe dat handelen er precies uit moet zien vertelt Ten Bos niet. Het zal wel om geglobaliseerde ‘gedragsverandering’ gaan.

In De coronastorm zwalkt Ten Bos tussen grootspraak en zogenaamde bescheidenheid. Zeggen dat het virus ons verstand heeft weggevaagd en dat we in blinde paniek ons heil zoeken in coronafascisme wisselt hij af met te zeggen dat we helemaal niets zeker weten. We moeten niet in zekerheden denken, maar in waarschijnlijkheden. Dat zou de basis van een nieuwe wetenschapsfilosofie moeten zijn, ook al is die filosofie al sinds Karl Popper decennialang gemeengoed. Dat maakt Ten Bos niet uit. Voor hem tellen ‘de meeste beoefenaren van de wetenschap’ niet mee: het zijn toch maar ‘vrij bange en middelmatige mensen, precies zoals je die in allerlei andere instituties tegenkomt.’

Aan het einde van zijn boek bedankt Ten Bos een hele reeks mensen die zijn boek in manuscript hebben willen lezen. Dat moet dan wel erg cursorisch en met een half oog zijn gebeurd. Het kan niet leuk zijn om als half filosofisch Nederland de hier gesignaleerde enormiteiten in De coronastorm passabel te hebben verklaard: dat het ‘coronafascisme’ rondwaart, dat de regering ‘de kluit belazert’, dat ze onzekerheden ‘verdoezelt’, dat de ‘noodtoestand’ natuurlijk normaal wordt, dat de preventieve maatregelen ‘ontwrichtend’ zijn. En dat volgens Ten Bos andere ziekten veel meer doden veroorzaken, waarbij de ziekte Covid-19 ‘vaak eigenlijk niet meer is dan een pechgevalletje comorbiditeit.’

Let wel: een ‘pechgevalletje.’

De coronastorm. Hoe een virus ons verstand wegvaagde van René ten Bos is een uitgave van Uitgeverij Boom.