De Notre-Dame in Parijs, die vorige maand nog een grote brand moest doorstaan, is door de geschiedenis heen voor van alles ingeschakeld. Als symbool van Frankrijk gebruikten koningen, bisschoppen, parlementariërs, demonstranten, gelovigen en revolutionairen de kerk voor hun eigen belangen. Daar vonden de belangrijke momenten in de geschiedenis van Frankrijk plaats.
Een van de mindere momenten was een dag in november, 1793. Op die dag werd de kerk uitgeroepen tot Tempel van de Rede. Dat was op het hoogtepunt van de Terreur tijdens de Frans Revolutie. In processie werd op die dag de Godin van de Rede de kerk binnengeleid, gekleed in een hemelsblauwe jas en getooid met een rode muts. Er werd een plechtige Eredienst van de Rede gehouden terwijl op de Place de la Révolution de guillotine zijn werk bleef doen.
Deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Frankrijk, georganiseerd door de meest radicale vleugel van de revolutionaire jacobijnen, maakte een eigenschap te schande waar gedurende de hele achttiende eeuw door de intelligentste koppen pleidooien voor waren gehouden: de rede, het gebruik van het verstand, het middel dat voor meer rechtvaardigheid, meer vrijheid, minder bijgeloof, meer gelijkheid en zo mogelijk meer broederschap zou zorgen.
Sinds de Franse Terreur is maar al te bekend dat de rede, het kroonjuweel van de Verlichting en de wetenschap verkeerd gebruikt kan worden.
Op die dag in november had een pervertering van het redelijke denken plaats, verwrongen door de ambitie om af te rekenen met alle niet-revolutionaire politici, ambtenaren en burgers. Een half jaar later werd een van de aanstichters van de pervertering, Robespierre, zelf onthoofd.
Denken met de liniaal
Sindsdien is maar al te bekend dat het kroonjuweel van de Verlichting en de wetenschap, de rede, de ratio, verkeerd gebruikt kan worden. Wanneer de ratio tot hard rationalisme verwordt, loopt de ratio het gevaar al te systematisch, machinaal en rigide toegepast te worden. Dan ontstaat bureaucratie, denken in beton, vrijheid beperkende wetgeving, straffe regelgeving, overdreven punctualiteit, gebrek aan soepelheid, hokjesdenken. En louter denken in logische, instrumentele en economische termen, in efficiency, functionaliteit en methodiek.
Het is denken met de liniaal, vinden dat alleen meten weten is. Geen wonder dat in het laatste kwart van de achttiende eeuw de romantiek ontstond, te beginnen met de beweging van de spreekwoordelijke Sturm und Drang waarin de jeugdige Goethe, Schiller en Herder het gevoel de voorrang gaven.
Het is denken met de liniaal, vinden dat alleen meten weten is.
Uitvloeisels van het doorgedraaide rationalisme werden het communisme, rücksichtslos kapitalisme en, gecombineerd met irrationalisme en racisme, het nationaalsocialisme. Volgens Theodor Adorno en Max Horkheimer in hun boek De dialectiek van de Verlichting hoefde het rationalisme niet eens geperverteerd te zijn om funest te zijn geweest voor de hele westerse samenleving. Daarin was het rationalistische instrumentele en functionalistische denken de boventoon gaan voeren. Dat zorgde ervoor dat alleen maar in economische patronen, en dus ten koste van de natuur en de mens, werd gedacht. Alles werd onderschikt aan de ongebreidelde vooruitgang.
Tegen de verlichte mondigheid
De romantiek zou men een milde reactie op het rationalisme van de Verlichting kunnen noemen. Er was ook nog een radicalere reactie in de vorm van wat de ‘contra-Verlichting’ is gaan heten, vertegenwoordigd door conservatieven als Edmund Burke en Johann Gottfried Herder, J.G. Hamann en de extreme Joseph de Maistre. Zij zijn de voorlopers van wat nu nieuw- of alternatief-rechts wordt genoemd.
In de achttiende eeuw waren ze tegen de verlichte mondigheid van de mens en voor gehoorzaamheid aan hogere instanties, tegen het kosmopolitisme en voor een uitgesproken nationale identiteit, tegen de menselijke autonomie en voor denken in (religieuze of folkloristische) gemeenschappen.
Deze contra-Verlichting zien we in hedendaagse gedaante terug in de nieuw-rechtse bewegingen die overal in Europa opduiken, tot in de autoritaire regeringen van Hongarije, Polen, Oostenrijk en Italië. Ze zijn ook aanwezig in Irrationality, het boek van Justin E. H. Smith over ‘de geschiedenis van de donkere kant van de rede.’ Een echte geschiedenis van die donkere kant is het jammer genoeg niet, meer een verzameling hoofdstukken over van alles wat met de hedendaagse afwezigheid van het gebruik van de rede of het verstand te maken heeft.
Dat het boek alleen over de donkere kant van de rede zou gaan is ook niet zo. Smith heeft het ook over het irrationele van dieren, dromen, roken, risico’s aangaan, dronken worden, popconcerten, stoned zijn, pseudowetenschap, creativiteit, verbeelding, humor en de dood. Het is een enigszins stuurloos boek. Smith geeft ook geen gedetailleerde analyse van het begrip of het verschijnsel. Welke rol speelt het in geweld, terreur, instinct, intuïtie, empathie, woede. engagement, extremisme, verlangens?
Herwaardering van emoties
Hoe dan ook: het psychologische en filosofische verschijnsel irrationaliteit vestigt de aandacht op een van de belangrijkste componenten van de hedendaagse hoog oplopende emoties. ‘Irrationeel’ is wat je vaak denkt bij wat er op de sociale media verschijnt. We leven in een ‘tijd van woede’, zoals Pankaj Mishra schrijft in zijn gelijknamige boek. ‘Op dit moment’, schrijft Smith, ‘zijn we getuige van wat op een complete afbraak van de Amerikaanse democratie zou kunnen uitlopen.’
In hun poging de grootheid van Amerika terug te brengen, laten ‘alternatief rechts’ en ‘witte suprematisten’ in Amerika zich leiden door haat, heftig groepsgedrag, impulsiviteit, rauwe emoties, redeloze minachting en het negeren van evidente feiten. Extreem rechtse emoties hebben niet veel met hersens. Het gebruik van het verstand is minimaal en komt, wanneer het hoog oploopt, niet veel verder dan racisme en vreemdelingenhaat.
‘Irrationeel’ is wat je vaak denkt bij wat er op de sociale media verschijnt.
Los van deze extremen zijn politieke emoties als solidariteit, empathie en mededogen aan een herwaardering toe, zoals in het werk van Martha Nussbaum. Dat is een onderdeel van de herwaardering van emoties in het algemeen.
Wat vroeger de zwijgende meerderheid heette is aanzienlijk minder zwijgzaam geworden door het ontstaan van internet en alle vertakkingen die daaraan vast zitten, zoals Facebook, Twitter en Instagram. Dat zorgt voor een dagelijkse explosie van irrationele uitlatingen, wat Smith ‘internet mobbing’ noemt, een invasie van gespuis.
Nu komt in taal te voorschijn wat we vroeger maar vaag kenden: de woede, haat, afkeer en afgunst omdat men zich – al dan niet terecht – achtergesteld, genegeerd, in de hoek gedrukt en niet gehoord voelt. Deze onlust en kwaadheid was lange tijd onzichtbaar omdat de verzorgingsstaat met zijn voorzieningen en vangnetten niet helemaal achterlijk werk leverde.
De pervertering van de rede
Irrationaliteit ligt ten grondslag aan veel, misschien wel aan alles voor zover de menselijke natuur aan de basis van alles ligt. Een min of meer irrationele impuls is vaak het begin. Uit die nog ongevormde menselijke gevoelens komt alles voort. Die gevoelens worden door de rede of het verstand geschikt gemaakt om te worden gebruikt in het dagelijks leven. Dat gebeurt niet altijd en dan blijven ze in de rauwe versie steken.
Aan te raden is om zo lang mogelijk toegang te houden tot die oorspronkelijke, in aanleg irrationele gevoelens, zodat ze steeds beschikbaar zijn om in een mooie vorm gegoten te kunnen worden door de rede. Ze moeten niet onbereikbaar worden door regels, gewoonten of obsessies. Het is irrationeel om de irrationaliteit te willen elimineren, zegt Smith.
Odysseus krijgt de complimenten omdat hij zo verstandig was om zich vast te laten binden aan de mast van het schip om niet irrationeel verleid te worden door de zang der sirenen.
Door de hoeveelheid en diversiteit van de zaken die Smith aansnijdt wordt zelden iets uitgewerkt en raakt de rode draad van irrationaliteit geregeld zoek. Voor Smith is Socrates het grote voorbeeld van de redelijke filosoof (té redelijk volgens Nietzsche). Descartes is juist geen voorbeeld, die heet ‘de koning van de agressieve rede.’ Hij heeft de pervertering van de rede mogelijk gemaakt door lichaam en geest te scheiden. Het is het lichaam, met zijn emoties en gevoelens, die de rechtlijnigheid van de rede kan corrigeren.
Odysseus krijgt de complimenten van Smith omdat hij zo verstandig was om zich vast te laten binden aan de mast van het schip om niet irrationeel verleid te worden door de zang der sirenen: ‘Well done, Ulysses.’ Smith switcht het hele boek door met de nodige eruditie van de positieve, de neutrale naar de negatieve irrationaliteit.
Wie zich bewust irrationeel gedraagt neemt niet de moeite om ergens vanaf te weten. Maar irrationaliteit is niet altijd onwetendheid, je kunt er ook ruimte voor scheppen, zoals in de popmuziek, de schilderkunst of de creativiteit in het algemeen.
Van onwetende impulsiviteit is wel sprake bij Donald Trump. Met zijn doopceel aan irrationaliteiten is het de vraag of hij wel rationeel genoeg zal reageren wanneer hij met een crisis wordt geconfronteerd. In de politiek is geen plaats voor de ‘dark side of reason.’ Zoals je in een kerk ook geen Eredienst van de Rede houdt.
Irrationality. A History of the Dark Side of Reason door Justin E.H. Smith is uitgegeven door Princeton University Press.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.