De nieuwe roman van Manon Uphoff Vallen is als vliegen wilde helemaal niet geschreven worden. ‘Ik heb in mijn persoonlijke leven en mijn schrijversleven mijn uiterste best gedaan om dit verhaal niet te delen. Ik heb gevochten om het niet te schrijven en dat gevecht heb ik verloren’, zei ze in gesprek met Margriet van der Linden in M.

Door een bepaalde gebeurtenis in haar leven werd het schrijven van deze roman met een autobiografische achtergrond over seksueel misbruik toch onontkoombaar. Maar ook alleen maar omdat het Uphoff lukte er een literaire vorm aan te geven die het pijnlijke van het verhaal wist te overvleugelen, zonder het wrange er aan te ontnemen.

Uphoff voelde jarenlang weerstand tegen het vertellen van het verhaal. Uit schaamte, vanwege het verschrikkelijke van het verhaal en omdat het haar confronteerde met een verleden dat ze achtergelaten had. Het was ouderwets ongepast en bijna indiscreet om de buitenwereld met dit verhaal te belasten. En toch moest die weerstand overwonnen worden. De gebeurtenissen en het verhaal mochten niet in het niets verdwijnen.

Er zal nog wel discretie betracht worden wanneer dat nodig is, maar het woord leeft niet meer.

De schroom van Manon Uphoff past goed in Discretie, het essay van Peter Venmans over wat hij ‘een vergeten deugd’ noemt. ‘Discretie’ is een woord dat in oude drukken van de Van Dale gewoon was, maar dat danig in onbruik is geraakt. Het is een ouderwets woord dat bij de zwijgzaamheid van butlers hoort. Er hangt de geur van stilhouden en verbergen omheen. Er zal nog wel discretie betracht worden wanneer dat nodig is, maar het woord leeft niet meer.

Lees ookWees eens discreet, zegt deze filosoof. Durf jezelf soms voor jezelf te houden27 maart 2019
Transparantie als toverwoord

Peter Venmans breidt de betekenis van het woord zo uit dat er veel meer onder valt. Bij hem gaat het bij discretie niet meer alleen om familiegeheimen die discreet onder de pet worden gehouden. Venmans betrekt er de hele wereld bij. Die verdraagt steeds minder het bestaan van geheimen. De wereld is indiscreet geworden: alles wordt onthuld, niets blijft geheim, transparantie is het toverwoord in de politiek en in het gezin. Alles wil bekend worden via Facebook, Twitter of Instagram. Er is geen reden meer voor discretie omdat nu alles gezegd kan en wil worden, tot in de intiemste details.

De gevoelige onderwerpen waarover in de jaren vijftig niet openhartig gesproken kon worden (seks, familieperikelen, geldzaken, opvoeding) zijn geleidelijk gedomesticeerd. Het waren familie-onderwerpen en het werden sociaal-maatschappelijke thema’s waarover een volwassen gesprek mogelijk werd.

Om zijn stelling te ondersteunen dat discretie nog steeds waardevol kan zijn schrijft Venmans een interessante geschiedenis van de discretie en indiscretie. Hoeveel waarheid wilde men bij de oude Grieken? Hoeveel nieuwsgierigheid in de christelijke middeleeuwen? De Grieken waren niet zo erg nieuwsgierig, zelfs oppervlakkig in de goede betekenis van het woord volgens Nietzsche.

Men stelde zich de vraag of de naakte waarheid wel voor een bevrijding zou zorgen. Hoeveel waarheid kon men aan? De natuur houdt ervan zich te verbergen, zei Heraclitus. De Griek deed niet eens zoveel moeite erachter te komen wat ze verborg.

Wat bij Descartes transparantie heette, wordt bij Rousseau authenticiteit.

Wel hadden de Grieken de ‘parrèsia’, het vrijmoedige spreken van de waarheid, desnoods met gevaar voor de spreker. De indiscrete Diogenes was de ultieme parrèsiast. In de Middeleeuwen was nieuwsgierigheid indiscreet, een ondeugd, teruggaand tot Adam en Eva die niet van de boom der kennis van goed en kwaad mochten eten. Het was niet de bedoeling om achter het geheim van Gods schepping te komen. Er moest dom geloofd worden.

Libido sapiendi

In de zeventiende eeuw ontstaat de libido sapiendi, de pure wil tot weten. Die maakt zich indiscreet los van de christelijke voorschriften en begint een eigen leven te leiden, onder meer in de wetenschap, maar ook in de levenskunst. Ook al geloofde Descartes in God, hij dacht niet vaak aan hem als hij droomde van het nieuwe, rationele, transparante, indiscrete denken: de wereld moest doorzichtig en inzichtelijk worden via de wetenschappelijke methode van de ‘heldere en onderscheiden ideeën.’

In dezelfde tijd als Descartes leefde Baltasar Gracián, de jezuïet die het nooit over God had in zijn vermaarde Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid. Gracián had het niet over wetenschap, hij had het over de beste manier van leven. Hij schreef ook El Discreto, een lofzang op de discretie, in het Nederlands vertaald als De levenskunstenaar omdat discretie bij Gracián geen terughoudendheid betekende, maar praktische wijsheid. Het gaat over ‘de ideale mens’, een aristocraat van de geest, ‘die altijd hoffelijk moet zijn, praktisch ingesteld, opmerkzaam, vlot in de omgang, oordeelkundig, ernstig en waardig; hij moet goede smaak hebben, een sterk geheugen en veel geduld.’ Je zou hem een discrete persoonlijkheid kunnen noemen.

Gracián zelf beantwoordde daar niet helemaal aan. Venmans noemt hem ‘een wegbereider van het pragmatische moderne subject dat zich op een listige manier door de wereld manoeuvreert.’ In de scherpzinnige aforismen van zijn Handorakel gaat het Gracián vooral om het doorzien van mensen zodat hij zich boven hen kon verheffen en controle kon uitoefenen.

Aan dit ‘niet direct sympathieke personage’ besteedt Venmans toch een apart hoofdstuk. Hij heeft een ambivalente verhouding tot Gracián. Hij heeft niet veel aan hem voor het uitdiepen van het begrip discretie. Dat vertaalt hij zelf vooral met ‘terughoudendheid’, terwijl discretie bij Gracián neerkomt op sluwheid en listigheid, zoals hijzelf schrijft. De discretie was tactiek in de levenskunst van Gracián.

Sharing is caring

Het zit Venmans in de geschiedenis van de terughoudendheid niet mee: de moderne tijd, die zo ongeveer met Descartes in de zeventiende eeuw begint, wordt gekenmerkt door een en al indiscretie. De wetenschappelijke indiscretie en transparantie van Descartes worden in de achttiende eeuw gevolgd door de absolute openhartigheid en indiscretie van Jean-Jacques Rousseau in zijn Bekentenissen.

Geen enkele terughoudendheid meer bij Rousseau over wat wel of niet te vertellen: ‘Ik heb mijzelf laten zien zoals ik was, laag en verachtelijk als ik dat geweest ben, goed, edelmoedig en verheven wanneer dat het geval was.’ Wat bij Descartes transparantie heette, wordt bij Rousseau authenticiteit.

Met een onderbreking in de negentiende eeuw, toen men alles wilde verbergen, heeft de indiscretie doorgezet tot in onze tijd. Daarin is het verlangen naar ‘transparantie’ alomtegenwoordig, op een vanzelfsprekende manier. In de satirische toekomstroman De cirkel van Dave Eggers loopt de hoofdpersoon Mae in het Google-achtige bedrijf waar ze werkt met een camera om haar nek om alles te filmen en ‘te delen’ wat ze doet en ziet. Dat doet ze onder de motto’s ‘all what happens must be known’ en ‘sharing is caring.’ Van buiten is Mae een en al opgewektheid, maar ‘in her skull, all was chaos.’

Discretie noemt Venmans een existentiële houding. Het is een manier van in de wereld staan, gekenmerkt door ‘een soepele, pragmatische wendbaarheid.’

Venmans vreest deze hedendaagse transparantiedwang, maar heeft natuurlijk geen bezwaar tegen transparantie als onderdeel van de democratie. In zijn pleidooi voor discretie gaat het Venmans om het creëren van een tegenwicht voor transparantie, extraversie, Facebook en openhartigheid. Er moet ook ruimte zijn voor privacy, distantie, introversie, geheimen, uitstel, tact, zwijgen en terughoudendheid.

Discretie noemt Venmans een existentiële houding. Het is een manier van in de wereld staan, gekenmerkt door, schrijft hij, ‘een soepele, pragmatische wendbaarheid.’ Deze flexibele formulering is met tactische bedoelingen gekozen want discretie wordt normaal geassocieerd met vormelijkheid, onbuigzaamheid, angsthazigheid en verborgenheid. Het is een conservatief woord, ook al zijn het allesbehalve conservatieve geesten die de inhoud van het woord ook nu zinnig vinden.

Lees ookLiteraire Kroniek: Wolkenkrabbers? Fallische competitie, zegt deze stadssocioloog22 januari 2019

Zoals de socioloog Richard Sennett die zich stoort aan de ‘tirannie van de intimiteit’, de morele dwang om met privézaken in de openbaarheid te treden. En David Bowie die op zijn laatste album Blackstar bezwerend zingt ‘I Can’t Give Everything Away.’ Misschien moest Venmans juist met een essay over het onverwachte woord ‘discretie’ de aandacht vestigen op het te veel aan indiscretie. Waar niets mis mee is wanneer er literatuur van wordt gemaakt, zoals door Manon Uphoff.

Discretie. Essay over een vergeten deugd door Peter Venmans is uitgegeven door Atlas Contact.