Afgelopen juni werd in Hongarije een wet ingevoerd die verbiedt om lhbti+-content te promoten aan jongeren onder de 18 jaar in mediaproducties, advertenties en op scholen. Een grove mensenrechtenschending naar Russisch model, maar zeker niet de eerste stap achteruit voor de Centraal-Europese EU-lidstaat.

In de elf jaar dat de nationalistische Fidesz-partij aan de macht is, hebben Hongaren hun democratie en rechtsstaat beetje bij beetje zien afbrokkelen. Zo is negentig procent van de media in handen van de regering, is de grondwet aangepast zonder inspraak van de oppositie en werd de Central European University uit het land verdreven. Ook adoptierechten voor lhbti+-koppels, erkenning van transgender en intersekse personen en een inclusieve interpretatie van het begrip ‘ouders’ zijn onder het bewind van Viktor Orbán wettelijk onmogelijk gemaakt.

Hongarije is — zoals de meeste landen van het voormalig Oostblok — een overwegend conservatief land, maar dat is niet de drijvende kracht achter deze wetgeving. Het inperken van de rechten van de lhbti+-gemeenschap is eerder bedoeld als bliksemafleider, stelt Ferenc Laczó, historicus aan de Universiteit van Maastricht. Hij doet regelmatig onderzoek naar de verhoudingen tussen West- en Oost-Europa. ‘De parlementsverkiezingen naderen en Orbán is bang voor de oppositiepartijen die samen op 50 procent staan in de peilingen. Hij moest iets verzinnen om ze uit elkaar te drijven.’

Tien jaar lang carte blanche

Het oorspronkelijke wetsvoorstel werd vijf jaar eerder geïnitieerd door de oppositie – een coalitie van links, liberaal en ultrarechts dat als één front opereert tegen het autoritaire Fidesz, maar ging toen alleen over de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik. De regering voegde vervolgens behendig het lhbti+-element eraan toe, ‘wetende dat de links-liberalen niet meer zouden instemmen, maar de ultrarechtse Jobbik-partij wel’, zegt Laczó. ‘Lhbti+-rechten zijn een machtsspel voor Orbán. Hij is cynisch, manipulatief en creëert broodjeaapverhalen die zijn positie versterken.’

‘Er was helemaal geen bekend “probleem” met lhbti+-content in de media en op scholen, deze actie kwam uit het niets.’

Dávid Vig, advocaat en voorzitter van Amnesty International Hongarije, beaamt dat: ‘Er was helemaal geen bekend “probleem” met lhbti+-content in de media en op scholen, deze actie kwam uit het niets.’

Volgens Vig wil Orbán ook in Brussel de aandacht verleggen ‘om te voorkomen dat er gepraat wordt over de afbrokkelende rechtsstaat, massacorruptie en de onvrijheden van academici. Dus creëert hij een andere mensenrechtenschending die veel symbolischer is, en dus veel interessanter voor West-Europa.’ Dat had Orbán goed ingeschat, de leiders van 17 EU-lidstaten – met name ten westen van Hongarije – ondertekenden een scherpe veroordeling van de wet.

Veel te laat, vindt Ferenc Laczó: ‘Orbán heeft tien jaar lang min of meer carte blanche gekregen, ook al stapelden de schandalen zich op. Zelfs toen hij geen enkele vluchteling wilde opnemen tijdens de vluchtelingencrisis, een hapklare overtreding van een fundamentele Europese waarde, bleef het bij wat kritiek die Orbán thuis makkelijk wist weg te wuiven.’

Waarom is de toon nu dan veel scherper? Laczó denkt dat de EU zich geen afvallige lidstaat kan permitteren vanwege de liberale en internationaal georiënteerde koers van Joe Biden. Eerder was dat minder urgent, Trump was immers een in zichzelf gekeerde ideologische bondgenoot van Orbán (die zichzelf overigens openlijk ‘illiberaal’ noemt).

Ook Krisztina Lajosi-Moore, universitair docent Europese Studies aan de UvA, vindt dat Orbán te lang is getolereerd. Dat juist Rutte nu zo hoog van de toren blaast toen hij zei dat Hongarije niks te zoeken heeft in de Europese Unie heeft volgens haar te maken met twee dingen. ‘Enerzijds heeft deze wet iets losgemaakt in het Nederlandse nationale zelfbeeld dat sterk verbonden is aan openheid, tolerantie, vrijheid en acceptatie van de lhbti+-gemeenschap. Voorgaande schandalen raakten die gevoelige snaar niet of niet genoeg’, zegt Lajosi-Moore.

Anderzijds veronderstelt ze dat het een opportuun moment voor Rutte was: ‘De formatie is in volle gang en een uitspraak als deze is simpelweg goed voor de Nederlandse bühne.’ Geen gekke gedachte, de klare taal van Rutte valt namelijk prima te lezen als slotstuk van de collectieve verontwaardiging en woede bij veel Nederlanders. Als zelfs voetbalfans – niet per se de eerste groep waaraan je denkt bij queeractivisten – zich uitspreken voor lhbti+-rechten, hoeft de premier hun boodschap alleen maar te papegaaien.

In de Hongaarse, door de staat gecontroleerde media was geen lof voor Ruttes gebalde vuisten. Integendeel, hij werd met de grond gelijk gemaakt door de minister van Justitie Judit Varga. Op Facebook schreef ze dat Hongaren ‘nooit voor Rutte en andere kolonisators zullen knielen’. Zelfs de uitschakeling van Oranje op het EK werd aangegrepen, want volgens de stafchef van Orbán lieten de Tsjechen de Nederlanders in Boedapest zien ‘wie er nou echt op de knieën moet’.

Volgens Lajosi-Moore is het uniek dat er in de Hongaarse media een tegenreactie te horen was, omdat kritiek vanuit West-Europa doorgaans wordt genegeerd. Wel is er sprake van een bredere anti-EU-mediacampagne. ‘Ik lees het elke dag in de kranten: zo zou de EU pro-pedofilie zijn, Amsterdam vol no go-zones zitten, moorden migranten erop los in West-Europa en wilde een jonge Rutte in zijn tijd bij de JOVD een wetsvoorstel indienen dat seks met dieren legaal maakt.’

Nederland spant de kroon in deze angstschets en neemt de vorm aan van een soort Sodom en Gomorra. ‘In de jaren nul stond Nederland in Hongarije juist bekend als land van barmhartigheid en ontwikkelingswerk. Dat beeld bestaat niet meer,’ concludeert de docent. En dat terwijl Nederland juist in die tijd vooropliep wat betreft lhbti+-rechten. ‘Het zegt veel over de shift die Hongarije nu doormaakt, het land werd destijds niet geregeerd door middel van angst en dwang.’ In tien jaar is het beeld van het westen helemaal gekanteld.

Europese toekomst

Tot de verkiezingswinst van Fidesz in 2010 was Hongarije een van de beste jongetjes van de post-communistische klas wat Europeanisering betreft. Volgens Laczó was het geloof in een Europese toekomst mainstream. ‘In die zin is het verrassend dat we nu het probleemkind van de Unie zijn.’

Deze positie – Hongarije als het zwarte schaap van Europa – probeert Orbán uit te melken. De Hongaarse soevereiniteit zou volgens hem constant onder druk staan van buitenaf. Zijn het niet de migranten, dan wel de ngo’s, George Soros, de lhbti+’ers of de liberale EU die Hongarije kapot willen maken. ‘Hongaren hebben een sterk gevoel dat ze “er alleen voor staan”. We zitten in het hart van Europa, hebben zeven buurlanden, maar horen er net niet helemaal bij,’ licht Laczó toe.

De strenge taal van Rutte, hoe solidair ook bedoeld, werkt juist averechts.

De mythe is dat Hongaren hun oorsprong vinden in Centraal-Azië en het Hongaars is niet verwant aan Indo-Europese talen, maar juist aan Turkse en Finoegrische talen uit Siberië.

‘Orbán flirt openlijk met Rusland en China en laat veel investeringen toe. Deze “oosterse opening”, zoals het programma heet, wordt door Fidesz losjes gepresenteerd als een alternatief voor de EU.’ Al is het ook een economisch initiatief, Hongarije loopt niet voor niets voorop in de vaccinatiecampagne: ze hebben vooral relatief goedkope Chinese en Russische coronavaccins ingeslagen, in tegenstelling tot West-Europese landen.

Tot nu toe blijft het echter bij flirten, en blijft het land liever lid van de EU. Hongarije is namelijk een grote netto-ontvanger van EU-subsidies.

Naast publieke statements lijkt de subsidiekraan dichtdraaien het enige pressiemiddel dat Brussel in handen heeft. Mechanismen om Hongarije uit de EU te zetten bestaan niet. Een lidstaat kan alleen zelf besluiten eruit te stappen. Dat is precies waar de Nederlandse (en West-Europese) aanpak vastloopt. Provocaties als die van Rutte worden door Orbán gebruikt om zijn nationalistische achterban op te jutten, subsidies intrekken raakt ook de Hongaarse bevolking en een vrijwillige Hongaarse EU-exit zal de positie van mensen uit de lhbti+-groep al helemaal niet ten goede komen. De strenge taal van Rutte, hoe solidair ook bedoeld, werkt daardoor juist averechts.

Leegloop

Dat er wel iets moet gebeuren, staat vast. De internationale media-aandacht neemt geleidelijk weer af. Tegelijkertijd worden er sinds de invoering van de anti-lhbti+-wet meer hate crimes gemeld en kan de wet zelf nog erger uitpakken dan gedacht. ‘De wet is multi-interpretabel,’ zegt Borbála Forrai, woordvoerder van de Hongaarse lhbti+-organisatie Háttér. ‘Het biedt geen duidelijke definitie van “blootstelling aan homoseksualiteit”. De Boedapest Pride-mars is aanstaande, zijn we dan al in overtreding als we regenboogvlaggen opspelden terwijl er jongeren meelopen? Niemand die het precies weet, en dat arbitraire karakter van de wet is alleen voordelig voor Orbán.’

Volgens Dávid Vig bestaat de angst onder regenboogfamilies dat de Sociale Dienst dit instrument zal inzetten om hun kinderen van ze af te nemen. Tot op heden is dat niet gebeurd, maar het doel van de wet is wel bereikt: de lhbti+-groep houdt zich gedeisd uit angst. Op de dag dat deze wet in het parlement werd besproken, vroeg ik aan een stuk of tien vrienden uit de lhbti+-gemeenschap hoe het met hen ging. De helft zei hun koffers te pakken.’

Zo’n leegloop is geen ongegronde aanname. ‘We zagen het al gebeuren toen de rechten van transgender personen werden ingeperkt,’ zegt Vig. ‘Een aantal sleutelfiguren uit de transbeweging zijn toen naar het buitenland vertrokken.’

Iemand die dat niet zou doen is Mária Takács, bestuurslid van de lesbische vereniging Labrisz uit Boedapest. Ze is al ruim twintig jaar activist en filmmaker en kreeg als een van de eersten te maken met de wet – die toen nog niet eens was ingevoerd. ‘Afgelopen herfst publiceerde Labrisz een sprookjesboekje voor kinderen, waar ook een homostel in verwerkt is. De overheid eiste dat er een 18+ sticker op het kinderboekje moest, bijna alsof het sigaretten zijn.’ Omdat de wet nog niet was ingevoerd, konden ze dit nog niet afdwingen. Een rechtse politicus sprak schande en haalde het boekje publiekelijk door de shredder. Door de ophef is het boekje 27.000 keer verkocht, veel meer dan waar vooraf op werd gehoopt.

Er zijn meer vormen van protest in Hongarije, zien Borbála Forrai en Dávid Vig. Beiden geven aan hoe groot de steun is die ze ontvangen vanuit Hongarije. ‘Een pro-lhbti+-demonstratie waar tienduizend mensen aan meelopen, een petitie tegen de wet die ruim 130.000 keer is ondertekend, er zijn echt genoeg mensen die durven op te staan’, zegt Forrai.

Mária Takács is voorlopig niet van plan haar werk te stoppen, ook al maakt ze lhbti+-gerelateerde films en wordt ze als ‘propagandist’ bestempeld. ‘Zolang ik mijn camera heb, zal ik films blijven maken om te laten zien dat lhbti’ers niet alleen of abnormaal zijn.’

‘De oppositie maakt bij de verkiezingen in 2022 een wezenlijke kans,’ denkt Ferenc Laczó. ‘Maar zelfs als Orbán verdwijnt, zal het decennia duren voordat zijn politieke en economische infrastructuur wordt weggewerkt. De schade die hij heeft aangericht is te groot.’

Europa kan schreeuwen, maar de échte verandering kan alleen plaatsvinden vanuit Hongarije zelf.