Bij thuiswedstrijden van zijn club Minnesota United FC ziet Collin Martin (24) ze steevast hangen, de regenboogvlaggen in het publiek. Voor de enige openlijk homoseksuele voetballer in de Major League Soccer (MLS) vormen de uitingen ter bevordering van LHBTI-acceptatie een welkome verschijning. Ook op vijandig terrein, in de over het land verspreide, veelal progressieve speelsteden, ziet hij altijd wel een plukje supporters dat het kleurrijke doek heeft meegebracht. ‘Van de fans heb ik nog de meeste steun gekregen,’ zegt Martin op de ochtend na een bekerwedstrijd. ‘Vooral in ons stadion hangt een sfeer waarin iedereen zich thuis kan voelen.’

Ruim een jaar geleden besloot de voetballer uit de staat Maryland zijn seksuele geaardheid wereldkundig te maken. De spannendste momenten zaten er toen al op, zegt Martin: familieleden, vrienden, zelfs teamgenoten en coaches waren al een tijdje op de hoogte. De positieve reacties waarmee het nieuws in zijn omgeving werd ontvangen, hadden hem aangemoedigd om de volgende stap te nemen. ‘Ik heb uitsluitend vriendelijkheid en acceptatie ontvangen van iedereen binnen de MLS en dat maakt mijn beslissing alleen maar makkelijker,’ berichtte hij op social media, voorafgaand aan de jaarlijkse Pride Night van Minnesota United, een avond waarop de club aandacht vraagt voor inclusiviteit van LHBTI’ers.

https://www.instagram.com/p/BknN928gWC5/

Voetbal voor iedereen

Bij zijn vorige club, DC United, leefde Martin naar eigen zeggen een dubbelleven. In zijn tienerjaren hoorde hij bij de jeugdteams waar hij speelde homofoob taalgebruik van spelers en coaches en ervoer hij de toxic kleedkamercultuur met grappen en opmerkingen waardoor hij zich een buitenstaander voelde. Of het komt door zijn aanwezigheid, of de aard van zijn club, durft Martin niet te zeggen, maar als prof, en zeker sinds zijn coming out, heeft hij ze niet meer gehoord.

De MLS noemt hij een voorloper op het gebied van LHBTI-acceptatie. ‘Niet alleen in de Verenigde Staten, maar wereldwijd.’

Onder de noemer van de vorig jaar begonnen campagne Soccer for All wijzen de grote sterren van de competitie (Wayne Rooney, Bastian Schweinsteiger, Zlatan Ibrahimovic en Carlos Vela) toeschouwers in videoboodschappen op het belang van inclusiviteit. In mei en juni organiseerden alle 24 clubs thema-avonden rondom wedstrijden om diversiteit in de voetbalsport aan te moedigen. In het gros van de speelsteden werd gekozen voor een Pride Night, zoals die in Minnesota.

In Orlando liet de lokale MLS-club een vak met 49 stoeltjes in regenboogkleuren installeren ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de schietpartij in nachtclub Pulse.

Voetballers speelden met rugnummers in regenboogkleuren, hoekvlaggen of doelnetten waren aangepast. Wie goed keek, zag dat Zlatan Ibrahimovic (Los Angeles Galaxy) zijn spectaculaire omhaal tegen New England Revolution in een regenboogdoel kegelde.

Vrijwel overal omarmden fans het initiatief, of deden supportersgroepen er met zogenoemde tifo-acties een schepje bovenop. In Columbus, Ohio, ontvouwden toeschouwers banieren, geïnspireerd door het in Amerika populaire tv-programma RuPaul’s Drag Race. Bij LAFC, de tweede club van Los Angeles, hesen supporters een immense beeltenis van Freddy Mercury de hoogte in. We will rock you, viel te lezen voor een zee van in regenboogkleuren uitgedoste voetbalfans. Een permanent symbool is te vinden in Orlando, waar de lokale MLS-club een vak met 49 stoeltjes in regenboogkleuren liet installeren ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de schietpartij in nachtclub Pulse, op 12 juni 2016.

lhbti

Athlete Ally

Voor Martin was met name de steun van zijn heteroseksuele teamgenoten cruciaal bij zijn besluit om uit de kast te komen. ‘Die steun wordt niet alleen uitgesproken, maar ook onderbouwd door donaties aan organisaties die diversiteit in de sport promoten. Ik had daardoor het gevoel dat ik met trots kon zeggen dat ik homoseksueel ben. In een andere competitie had ik dit misschien niet gedaan.’

In New York werkte MLS-club NYCFC bij het opzetten van de Pride Night samen met Athlete Ally, een organisatie die een einde wil maken aan homo- en transfobie in de sport. In de afgelopen jaren sloten talloze atleten uit verschillende sporten zich als ambassadeur aan bij de belangengroep. Veel van hen komen uit de voetbalwereld. Zo is Megan Rapinoe, heldin van wereldkampioen Amerika, bij de organisatie aangesloten. Ook Martin sloot zich aan, net zoals veel van zijn heteroseksuele collega’s.

Dat ook niet-LHBTI’ers zich uitspreken is belangrijk, zegt Hudson Taylor, oprichter van Athlete Ally. ‘Er is nog nooit een burgerrechtenbeweging voor minderheden geweest die succesvol was zonder de steun van de meerderheid. De obstakels die LHBTI-jongeren ervaren om deel te nemen aan sport worden grotendeels opgeworpen door heteroseksuele mensen. Het is aan ons om die weg te nemen.’

Een bolwerk van homofobie

Als een van de beste worstelaars van het land verkeerde Taylor tijdens zijn studiejaren in een spagaat: als theaterstudent aan de universiteit van Maryland had hij veel homoseksuele vrienden, maar in de kleedkamer van zijn worstelteam bevond hij zich in een bolwerk van homofobie. Taylor: ‘De cultuur die heerste weerhield homoseksuele jongeren ervan om aan sport deel te nemen. Ik was daar onderdeel van en vond dat ik wat moest doen.’

‘Veel sporters zeggen in de media de juiste dingen, maar het is de vraag of zij zich daar ook naar gedragen.’

Om solidariteit te tonen, worstelde Taylor zijn partijen voortaan met een LHBTI-sticker op zijn hoofddeksel. Het kwam hem op kritiek te staan, maar die sneeuwde onder door de tweeduizend brieven die hij in van LHBTI-jongeren en -atleten ontving. Ze waren door hem geïnspireerd, of vroegen om advies. ‘Dat veranderde mijn leven,’ zegt Taylor. Wat als zijn bereik groter zou zijn, dacht de Amerikaan. Het idee voor Athlete Ally was geboren.

Medewerkers en ambassadeurs van de organisatie gaan langs universiteiten, sportclubs en bonden om voorlichting te geven over het creëren van een inclusief sportklimaat. Er is in de afgelopen jaren vooruitgang geboekt, zegt Taylor, onder meer verwijzend naar de behandeling van Martin, maar: ‘Het kan altijd beter. Veel sporters zeggen in de media de juiste dingen,’ ziet hij, ‘maar het is de vraag of zij zich daar ook naar gedragen.’

De ontwikkelingen in de MLS noemt hij ‘positieve indicatoren’, zij het aan geografische trends onderhevig. ‘In de progressieve delen van het land zie je de meeste steun.’ Een enkeling boycot de Pride Nights in de voetbalcompetitie, weet Taylor, maar de reacties die hij kreeg na de avond bij NYCFC waren overwegend positief.

‘Als je hier aan een typische mannelijke atleet denkt, denk je aan een American footballspeler. De relatie tussen mannelijkheid en voetbal is hier anders dan bijvoorbeeld in Europa.’

In educatie van clubs, coaches en jonge spelers ziet hij de sleutel naar een sportcultuur waarin spelers als Martin voor hun homoseksualiteit uit kunnen komen, of nog beter, waarin geaardheid er niet meer toe doet en voetballers louter op hun kwaliteiten worden beoordeeld. Dat de sport- en voetbalwereld vaak nog een bastion van LHBTI-discriminatie is, ligt volgens Taylor aan de connectie tussen homofobie en seksisme. ‘Het komt voort uit concepten van mannelijkheid en vrouwelijkheid die zijn aangeleerd.’

Dat de voetballer in Amerika, waar de sport relatief jong is, niet symbool staat voor het stereotype van de mannelijke atleet, verklaart volgens Taylor het verschil tussen de relatief progressieve aard van de MLS en de hardnekkige homofobie die in traditionele voetballanden woekert. ‘Als je hier aan een typische mannelijke atleet denkt, denk je aan een American footballspeler. De relatie tussen mannelijkheid en voetbal is hier anders dan in Europa.’ Bovendien, zo bewees het afgelopen WK in Frankrijk wederom, is de sport in de Verenigde Staten door vrouwen op de kaart gezet.

Kicksen uit de wilgen

Dat het voetbal in Europa conservatiever is dan in de Verenigde Staten, merkte Robbie Rogers in 2013 toen hij een tijdje bij de Engelse Premier League-club Leeds United speelde. Toen hij daarna (als eerste Amerikaanse voetballer) uit de kast kwam, besloot hij wegens negatieve reacties te stoppen met de sport.

Terug in Amerika werd Rogers aangespoord een comeback te maken. De achttienvoudig international plukte zijn kicksen uit de wilgen, werd landskampioen met LA Galaxy en groeide uit tot een rolmodel, onder meer voor een jonge Collin Martin. ‘Dat hij vóór mij uit de kast kwam, maakte mijn beslissing er veel makkelijker op.’

Bemoedigend maar (vooralsnog) spaarzaam zijn de signalen uit het Europese voetbal. In mei van dit jaar verscheen de Franse voetballer Antoine Griezmann op de cover van het LHBTI-blad TETU. ‘Als een homoseksuele voetballer uit de kast wil komen, heeft hij misschien niet alle spelers van de Franse ploeg aan zijn zijde, maar mij wel,’ sprak de aanvaller in het bijgaande interview. In Denemarken reageerde Viktor Fischer eerder dit jaar op homofobe spreekkoren aan zijn adres: ‘Het woord homo mag niet als belediging worden gebruikt, zeker niet in 2019.’ Bram van Polen, aanvoerder van FC Zwolle, zei het twee jaar geleden ‘leuk’ te vinden als een homoseksuele voetballer zich bij zijn club zou melden.

Twitter

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

Achter de schermen

In Nederland wordt achter de schermen, minder zichtbaar dan in de MLS, gewerkt aan het bevorderen van LHBTI-acceptatie en -inclusiviteit. In 2012 stelde de KNVB, onder meer in samenwerking met de John Blankenstein Foundation, het NOC*NSF en de Alliantie Gelijkspelen en op voorspraak van bondsvoorzitter Michael van Praag een actieplan met elf speerpunten op. Zo werd het thema ‘LHBTI-acceptatie’ opgenomen in het opleidingsmateriaal, werden richtlijnen voor verbaal geweld aangepast en zouden betaald-voetbalorganisaties (BVO’s) en amateurclubs met regelmaat worden voorgelicht door de John Blankenstein Foundation, een stichting voor LHBTI-acceptatie in de topsport.

Dat de aandachtspunten nog altijd actueel zijn, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Mulier Instituut: bijna de helft van de voetbalverenigingen in Nederland gaf aan dat homofobie voorkwam bij hun club, dat is bijna vier keer zo vaak als bij overige sportverenigingen.

‘Negen van de tien voetballers kennen wel iemand uit zijn omgeving die homoseksueel is. De volgende vraag is hoe je er als team mee om moet gaan als het een medespeler betreft.’

Geregeld maakt Karin Blankenstein, voorzitter van de John Blankenstein Foundation en zus van de openlijk homoseksuele scheidsrechter, wijlen John Blankenstein, een ronde langs de BVO’s van Nederland. De stichting geeft voorlichting aan coaches, begeleiders en jeugdspelers. ‘Het begint simpel, door te vragen of men weet wat LHBTI is,’ zegt Blankenstein. ‘Uiteindelijk blijkt negen van de tien voetballers wel iemand uit zijn omgeving te kennen die homoseksueel is. De volgende vraag is hoe je er als team mee om moet gaan als het een medespeler betreft.’

De coming out van een homoseksuele profvoetballer – hij bestaat, weet Blankenstein, ook in Nederland – zou helpen, maar heeft voor de stichting geen prioriteit. Verandering begint in een eerder stadium, zegt Blankenstein. Het ideale scenario? ‘Dat er een aantal homoseksuele voetballers in jeugdelftallen rondlopen die instromen in het profvoetbal. Grote talenten. Dan hoef je er op het volgende podium eigenlijk nooit actief mee naar buiten te komen, en kun je worden beoordeeld op je kwaliteiten.’

lhbti

Regenboogband

In het stadion zijn steunbetuigingen aan het adres van de LHBTI-gemeenschap tot op heden schaars en subtiel. Op initiatief van de John Blankenstein Foundation, en in samenwerking met onder meer spelersvakbond VVCS, dragen aanvoerders van eredivisieclubs en clubs uit de Keuken Kampioen Divisie, tweede en derde divisie op de nationale coming-outdag in oktober jaarlijks een band in de regenboogkleuren. Een enkele speler draagt regenboogveters, sommige coaches dragen op eigen verzoek een speldje. Bekend is de KNVB-boot die in 2013 meevoer bij de Amsterdamse Canal Parade. Vooral oud-voetballers namen deel. Ook tijdens de Parade van aankomende zaterdag zal er een voetbalboot meevaren, maakte de organisatie vorige week bekend.

Of een Pride Night naar Amerikaans voorbeeld bij voetbalwedstrijden in Nederland zou kunnen plaatsvinden? ‘Daarvoor is het misschien nog te vroeg,’ zegt Blankenstein. ‘Hoe zichtbaarder, hoe beter, wat mij betreft, maar dan krijg je weer te maken met groepen supporters die dat helemaal niks, of overdreven vinden. Over de hele wereld staat Nederland bekend als een progressief en tolerant land. Tot de voordeur, ja, daarna valt het van onze schouders. Onder spelers en coaches hebben we de laatste jaren voor mijn gevoel veel progressie geboekt. Nu de supporters nog.’

De Roze Règâhs

Maron Pots, sinds jaar en dag fanatiek supporter van ADO Den Haag, is positief gestemd. ‘Ik zie een thema-avond zoals je die in Amerika hebt over een jaar of vier ook hier wel gebeuren.’ Sinds 2016 is Pots lid van de Roze Règâhs, de enige LHBTI-supportersvereniging in het betaald voetbal van Nederland. Bij voetbalreizen naar Duitsland viel het hem en zijn vrienden op dat LHBTI-groepen in het buurland al een tijd bestonden. In samenspraak met ADO, COC Nederland en de gemeente Den Haag werden de Règâhs in 2013 opgericht. De start was moeizaam, zegt Pots. ‘We wilden de regenboogvlag aan een hek hangen, maar die werd meteen naar beneden getrokken.’

Gesprekken met de club en de harde kern leverde langzaam terreinwinst op. Inmiddels hangt er een Règâhs-sjaal in het supportershome van ADO, en bij een enkele wedstrijd wordt de regenboogvlag meegenomen. ‘Het duurde even voordat we dat weer durfden.’

Pots hoopt dat zijn supportersvereniging navolging zal krijgen bij andere eredivisieclubs. Een eerste stap is vorig jaar gezet: bij een symposium werd de Stichting Roze Voetbal Fanclubs (RVFC) opgericht, in navolging van het internationale Queer Football Fanclubs (QFF). Geïnteresseerden die vragen hebben over potentiële struikelblokken, kunnen terecht bij Pots en zijn supportersvrienden.

‘Ik zal geen naam noemen, maar dit seizoen stond een bekende Hagenees naar de scheidsrechter te schreeuwen: “Kankerhomo, je kan niet fluiten!” Dat hebben we aangekaart bij de club, maar er werd niks mee gedaan.’

Bij ADO zitten de Règâhs verspreid door het Cars Jeans (voorheen Kyocera) stadion, al bevinden de meeste leden zich in vak Q. ‘Als we allemaal bij elkaar zitten, zouden we een mikpunt kunnen worden.’ De aanwezigheid van de supportersgroep heeft het homofobe taalgebruik in het stadion doen afnemen, maar niet doen verstommen. ‘Je hoort het zelfs op de eretribune,’ zegt Pots. ‘Ik zal geen naam noemen, maar dit seizoen stond een bekende Hagenees naar de scheidsrechter te schreeuwen: “Kankerhomo, je kan niet fluiten!” Dat hebben we aangekaart bij de club, maar er werd niks mee gedaan.’

Op papier kan men bij ADO ingrijpen, zegt Pots. ‘De club heeft een geavanceerd geluidssysteem waarmee spreekkoren getraceerd kunnen worden. Als iemand daar uitgefilterd wordt, kan er in principe een stadionverbod volgen.’

Voor het bestrijden van discriminerende, kwetsende spreekkoren stelde de KNVB een ‘richtlijn verbaal geweld’ op, waarin staat dat de verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de clubs zelf ligt. In het seizoen 2018-19 hebben BVO’s volgens de bond geen aanleiding gezien om wedstrijden stil te leggen vanwege homofobe uitingen door supporters. ‘Ik weet dat er voetballers zijn die homo- of biseksueel zijn,’ zegt Blankenstein. ‘Of denk eens aan iemand met twee vaders of twee moeders. Als die spelers zouden worden uitgescholden, zou het een mooi gebaar zijn als een club zegt: dit laten we niet meer toe, we stappen van het veld.’

Een doorn in het oog

Maar ook in de Verenigde Staten is de situatie niet perfect. De afgelopen jaren worstelden sommige clubs met een spreekkoor dat overwaaide uit Latijns-Amerika. Vaak klonk het bij uittrappen van de doelman: ‘Puto!’ De term is de MLS een doorn in het oog. Bij LAFC was het homofobe scheldwoord vorig jaar bij de eerste wedstrijd van de nieuw opgerichte club te horen, terwijl supporters van Los Angeles Galaxy het uitgerekend op Pride Night aanhaalden.

‘Dit is nog steeds een uitdaging,’ zegt Hudson Taylor van Athlete Ally. ‘Volgens sommigen is de betekenis van het woord aan interpretatie onderhevig – de Mexicaanse bond wil het bijvoorbeeld niet als een homofoob erkennen – maar feit is dat het kwetsend is voor LHBTI-groepen.’ Om het probleem aan te pakken, zetten clubs als LAFC extra stewards in. Wie het woord gebruikt, kan uit het stadion worden verwijderd. Of en hoeveel supporters daadwerkelijk zijn weggestuurd, is onbekend.

Bij het bestrijden van homofobie moet de leiding van een club het goede voorbeeld geven, gelooft Taylor. ‘Met een homofobe eigenaar, coach of aanvoerder ontstaat er automatisch een cultuur van buitensluiting.’ Goede intenties zijn volgens Taylor niet altijd genoeg. ‘We moeten de woorden horen: homoseksuele voetballers zijn welkom bij ons.’

Wie die boodschap uitspreekt, is van belang. Bij de Pride Night van NYCFC zat Taylor samen in een skybox met Pep Guardiola, coach van Manchester City, de Engelse landskampioen waarmee de New Yorkers een eigenaar delen. ‘Het zou een enorme impact hebben als iemand van zijn kaliber wat zou zeggen,’ zegt Taylor, die pleit voor een proactieve aanpak. ‘Ik denk dat er veel coaches zijn die het prima vinden om met homoseksuele spelers te werken, maar dat wordt nog te weinig uitgesproken. Als er iemand uit de kast komt, zullen ze het ongetwijfeld zeggen, maar dat moet andersom. We moeten van reactief naar proactief. Alleen op die manier neem je barrières weg.’