Opnieuw relevant, want

Op 11 oktober is het internationale Coming Out Day. Op deze dag wordt extra aandacht besteed aan mensen die uit de kast willen komen. Sinds zijn coming-out koestert journalist Haroon Ali zijn anders-zijn als homoman, maar niet iedereen denkt er zo over.

‘Ik word er zo moe van om als anders te worden gezien, alleen omdat ik met mannen het bed deel,’ zei theaterregisseur Marcus Azzini onlangs tegen me in een interview. We hadden het over zijn voorstelling Small Town Boy, die tijdens Pride is te zien in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Dat woord, ‘anders’, bleef nog dagen door mijn hoofd spoken. We zijn toch ook anders, de uitzondering op de regel? Ik geniet er juist van om een outsider te zijn. Omdat ik homo ben, zijn alle verwachtingen over het verloop van mijn leven weggevallen: geen vrouw, geen kinderen, geen huisje, boompje, beestje. Niet alleen de heteronormatieve maatschappij plaatst­­ mij daarbuiten, ik doe het zelf ook.

Ik focus nu even op de homogemeenschap, waar ik zelf toe behoor en dus het meeste vanaf weet. Het is een gemeenschap van mannen die zeer divers is, dus ik wil niet al te veel generaliseren. Maar als je kijkt naar het spectrum van identiteit, zijn er een aantal kampen.

Je hebt mannen die hun identiteit niet willen laten definiëren door hun homoseksualiteit. Ja, ze zijn gay, maar ze willen het er niet te veel over hebben en meedoen met de rest. Je hebt mannen zoals ik, die vinden dat hun persoonlijkheid, interesses en levensstijl juist worden bepaald door hun geaardheid. Ze erkennen dat ze anders zijn en zoeken andere outsiders op. Daartussenin zitten bijvoorbeeld millennials die wegblijven van labels of juist een waaier aan (nieuwe) labels op zichzelf toepassen.

Schaamte

Als tiener was ik erg onzeker over mijn uiterlijk. Ik durfde niet op te vallen en was gewoon een aardige, zachtaardige jongen die weinig indruk maakte op school. Toen ik in de eerste klas van het vwo besefte dat ik op jongens val, schrok ik echter niet. Ik zag mijn ontluikende geaardheid als een verborgen superkracht, een alter ego waarmee ik me kon onderscheiden van mijn klasgenoten. Ik hield het wel verborgen op de middelbare school, toch huiverig voor de reacties, maar van binnen voelde ik me een ‘queen’.

Na mijn coming-out op mijn 21ste kon ik eindelijk toetreden tot het exclusieve genootschap waar ik al jaren over fantaseerde, met campy popmuziek, drag queens, ontblote torso’s en regenboogvlaggen. Ik voelde me uitverkoren – en nog steeds eigenlijk.

Ik besef dat maar weinig tieners zo over homoseksualiteit denken. De meesten schamen zich er eerst een tijd voor of lopen ervoor weg. Schaamte staat ook centraal in het zelfhulpboek The Velvet Rage van psycholoog Alan Downs (uit 2005), de Bijbel van zo ongeveer iedere hoogopgeleide homoman. Volgens Downs groeien gays op in een samenleving die hen aanleert dat homoseksuele gevoelens onacceptabel zijn en dat ze daardoor geen echte mannen zijn. ‘Jongens internaliseren al op jonge leeftijd die sterke gevoelens van schaamte en raken ervan overtuigd dat hen iets mankeert. Dat gemankeerde zelfbeeld voorkomt dat ze de normale, gezonde fases van adolescentie doorlopen.’

Toen ik uit de kast kwam, zei ik tegen mijn islamitische ouders: fijn als jullie me accepteren, maar ik heb die acceptatie niet nodig.

Ik ben nogal kritisch op het boek van Downs, omdat zijn schaamtetheorie nauwelijks wordt onderbouwd. Het is er volgens Downs gewoon, bij iedere homo. ‘Sommigen kunnen zich niet herinneren dat ze zich schaamden. Ze stormden uit de kast en keken nooit achterom’, schrijft hij. ‘En de meeste homo’s die uit de kast zijn voelen die schaamte ook niet meer. Maar wat ooit een gevoel was, is nu iets dieper en donkerder geworden: het geloof dat je de liefde niet waardig bent.’ Dat leidt volgens Downs tot rage, een opgekropte woede als brandstof voor destructief gedrag: promiscue seks, veel drank en drugs en een onverzadigbare sport- en prestatiedrang. Alles om die schaamte te compenseren.

Toch geldt dat niet voor iedere homo. Toen ik uit de kast kwam, zei ik tegen mijn islamitische ouders: fijn als jullie me accepteren, maar ik heb die acceptatie niet nodig. En hoewel ik zeker destructief gedrag zie in de homogemeenschap, is schaamte niet per se de achterliggende drijfveer.

Als ik naar mezelf kijk, geniet ik gewoon van recreatieve drugs en vrije seks. Dat doe ik niet omdat ik iets wil compenseren of verbloemen, maar omdat het een fijne uitlaatklep is. Daarnaast heb ik al zeven jaar een gelukkige, solide relatie, dus het een sluit het ander niet uit. En bovendien: promiscue seks en overmatig drugsgebruik zijn ook een probleem onder grootstedelijke hetero’s – hoe verklaar je dát? 

Militant

Ik heb hier verhitte discussies over met vriend en documentairemaker Nicolaas Veul. Zijn nieuwste film Pisnicht: The Movie gaat over de psychologische impact van homograppen. Veul is opgegroeid met meer schaamte over zijn seksualiteit dan ik en ziet daarom ook meer open wonden in de homogemeenschap.

‘Het is logisch dat jij je afzet tegen de massa,’ zegt hij tegen me in een café. ‘Veel gays gingen je voor. Kijk naar de Rode Flikkers (de homotak van de voormalige Pacifistisch-Socialistische Partij, red.), die hadden ook overal schijt aan. Maar het blijft een tegenreactie op de meerderheid die jou typeert als anders. Jij hebt ook shit op je bordje gekregen waarmee je moet dealen. Je kunt twisten over wat dat met jou doet.’

‘Homograppen trekken een scheidingslijn: wij lachen hierom en jij staat daarbuiten. Zo worden homo’s ontmenselijkt en dat heeft grote consequenties.’

Veul maakte Pisnicht nadat Youp van ’t Hek het scheldwoord gebruikte in een column. ‘Veel mensen denken: Nicolaas kan niet tegen een grapje. Er is niks mis met één grap, maar al die grappen bouwen samen aan een sociaal construct waarin gays worden gezien als sissy’s met slappe handjes. Homograppen trekken een scheidingslijn: wij lachen hierom en jij staat daarbuiten. Zo worden homo’s ontmenselijkt en dat heeft grote consequenties.

Het maakt dat ze vaak alleen staan, waardoor homo’s veel vaker kampen met eenzaamheid, depressiviteit en suïcidale gedachten. Dat baart mij zorgen, omdat ik weet hoe kwetsbaar je je kunt voelen. Ook de psychiaters die ik sprak voor deze film zeggen dat we als maatschappij sensitiever moeten zijn naar mensen die worden bestempeld als anders.’

Veul is ook een Velvet Rage-aanhanger. ‘Als tiener moet je je al afvragen wie je bent. En dan moet je je ook nog zien te verhouden tot een wereld die jouw identiteit ziet als eng, of vies. Het is moeilijk om daar op zo’n kwetsbare leeftijd mee in het reine te komen.’

Volgens Veul gaat dat voorbij de schaamte waar Downs op hamert. ‘Een puber kan schaamte voelen, maar ook in zijn harnas duiken, of juist militant worden. Feit blijft dat je ontwikkeling op pauze stond totdat je uit de kast kwam.’ Daar heeft hij wel een punt. Ik zette mijn familie altijd op de eerste plek en sloeg na mijn coming-out de andere kant uit – my way or the highway. Als dertiger ben ik wel iets milder, maar ik blijf een militante homo.

Gave

Misschien klamp ik daarom zo vast aan het mooie in onze gemeenschap, net als de ‘Gay Men of Wisdom’ (een Amerikaanse zelfhulpgroep) doen in een YouTube-filmpje. ‘Ik zie ons als de hoeders van kunst en cultuur’, zegt één oudere man in een lederen uniform. ‘We koesteren schoonheid en dat uit zich in alle aspecten van onze levens.’

Een ander focust op de hechte broederband: ‘Gays zijn veerkrachtig, als je kijkt hoe we als een gemeenschap uit de aidscrisis zijn gekomen.’ Eén van hen ziet homoseksualiteit zelfs als een ‘gave’, omdat homo’s ‘masculien-feminiene intelligentie’ hebben en beide krachten durven te uiten in een samenleving die wordt gedomineerd door ‘toxic masculinity’.

Zelfverzekerde hetero’s bezoeken steeds vaker onze feesten, zoals Milkshake Festival, omdat de sfeer open minded is en ze genieten van alle aandacht.

Die gave bracht unieke literatuur, kunst en muziek voort, van Alan Ginsbergs Howl tot George Michaels Outside. In sommige opzichten zijn we ook vrijer en verder dan de massa. Hoe vaak hoor ik niet van heteromannen én -vrouwen dat zij ook wel eens een sekssauna zouden willen bezoeken? En dankzij ons leren heteromannen langzaam hun dogma’s over masculiniteit los te laten. Ik zie dat ze veel stijlmiddelen overnemen uit de homocultuur: ze harsen hun lichaamshaar, dragen tanktops die hun spieren accentueren, hebben ineens een oorbel en verven hun haar platinablond. Leuk, al zou het nog fijner zijn als ze ook aan hun innerlijk gaan werken en zich wat kwetsbaarder durven opstellen.

 

De ironie is dat vooral onzekere, onwetende heteromannen een hekel hebben aan homo’s, omdat ze te bedreigend zijn voor hun fragiele ego. Zelfverzekerde hetero’s bezoeken juist steeds vaker onze feesten, zoals Milkshake Festival, omdat de sfeer open minded is, en ze genieten van alle aandacht die ze daar krijgen. Hoe moet ik me daar als relnicht tot verhouden? Blijf ik zwelgen in mijn anders-zijn en me afzetten tegen de burgerlijkheid in Straight World?

‘Waarom moet je bewijzen dat je een stoere kerel bent?’, zegt Nicolaas Veul. ‘Ik kan ook zeggen: Youp, rot op. De kunst is om bruggen te slaan, voor de nieuwe generatie gays die opgroeit met gevoel dat ze niks waard zijn.’

Degelijk

Als ik denk aan bruggen slaan, zie ik degelijke vinexhomo’s voor me, die samen een rijtjeshuis kopen, opdraven bij de buurtbarbecue, maar niks gewaagds durven te delen om hun heterovrienden niet af te schrikken. Prima als je daar gelukkig van wordt, maar is dat vooruitgang voor de homogemeenschap; conformeren, in plaats van de norm te dagen?

Lees ook‘De tendens in Nederland is: je mag het wel zijn, maar je moet het niet te veel laten zien.’18 april 2018

Tegelijkertijd heb ik geen zin in een samenleving waarin lhbti’ers de godganse dag staan te gillen: ‘I’m here, I’m queer, get used to it!’. Toch is het inherent aan homoseksualiteit dat je er altijd buiten zal vallen, dus hoe ga je daarmee om? Het antwoord is dat er niet één juist antwoord is. Die aanpak verschilt per persoon en situatie.

‘Gays zullen altijd in de minderheid blijven en zich moeten zien te verhouden tot de meerderheid’, zegt Veul. ‘Maar die giftige cirkel van actie en tegenreactie moet wel worden doorbroken. En dat kan alleen als gays worden gezien als broers en zussen, als mensen van vlees en bloed.’

Maar wat is daarvoor nodig? Moeten we assimileren in Straight World en onze bijzondere cultuur vergeten? Veul: ‘Ik denk niet dat we hoeven te kiezen. Ik geloof in bruggen slaan met hetero’s en haal tegelijkertijd veel kracht uit de homocultuur. De pijn in onze gemeenschap brengt de mooiste muziek voort­. Maar als we die pijn niet zouden hebben, konden we misschien nummers maken over andere dingen.’

Alle foto’s bij dit artikel maken deel uit van de expositie Remember the Past, Create the future, een initiatief van Pride Photo Award.

Pisnicht: The Movie van Nicolaas Veul werd op donderdag 1 augustus uitgezonden bij de VPRO op NPO3, en is nog steeds online te zien.