‘Het is dat Den Haag geen dierentuin heeft zeker, nemen ze ons maar…’ Het is een veelzeggende quote uit een onderzoek van Marieke Breed en Fenna van Marle naar de aandacht die aandachtswijken krijgen. Vaak tegen het zere been van de bewoners.
In dit geval de bewoners van de Haagse wijk Moerwijk: de armste wijk van het land en daarom ook geframed als een van de minst gezonde wijken.
Het hoeft niet te verwonderen dat de wijk op het vizier staat van beleidsmakers en onderzoekers. Woon je in Moerwijk, waar het gemiddelde bruto jaarinkomen 18.200 euro is, dan is de kans groot dat je niet dezelfde leeftijd behaalt als inwoners van rijke wijken als het Wassenaarse Duinauwe of het Rotterdamse Hillegersberg. Mensen laag op de sociaaleconomische ladder sterven immers ruim vier jaar (mannen 5,8; vrouwen 4,3 jaar) eerder en hebben gedurende ruim vijftien jaar een minder goede gezondheid dan diegenen die bovenaan de ladder staan.
Op de tekentafel
Dat de verschillen in gezondheid groot zijn, is niets nieuws onder de zon. En ondanks in het verleden uitgesproken ambities en bijbehorende uitrol van beleidsplannen, blijven deze verschillen in de praktijk hardnekkig overeind staan.
Volgens de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving is de focus van het beleid daar debet aan. Die is te sterk gericht op leefstijl, en dus minder op de omstandigheden waarin bewoners als die van Moerwijk leven: woningen van lage kwaliteit, onderwijsachterstanden, onveiligheid, werkloosheid en bijhorende armoede. Gericht op de (on)gezondheid van het individu in plaats van op de onderliggende maatschappelijke factoren.
Het wemelt in Moerwijk van de professionals die gezondheid als het hoogste goed zien en preventie als laaghangend fruit.
Het wemelt in Moerwijk dan ook van de professionals die gezondheid als het hoogste goed zien en preventie als laaghangend fruit: minder roken, meer bewegen en gezonder eten. Bij veel bewoners roept dat de vraag op van wie hun gezondheid is. Want vrijwel niemand van de onderzoekers komt zelf uit de stad, laat staan uit de wijk. De onderzoeksvragen en de plannen worden geformuleerd en gesmeed op de tekentafel. De Moerwijker komt pas in beeld bij het zoeken naar antwoorden.
Een kwestie van prioriteiten
De nadruk op het verkleinen van gezondheidsverschillen roept de vraag op: wie moet er meer gelijk worden aan wie? Het antwoord zal niet verbazen: mensen uit wijken als Moerwijk worden geacht om meer te worden zoals de groep mensen achter de tekentafel. Dit is problematisch, omdat de context waarin beide groepen leven totaal verschillend is. De wijk en omstandigheden waarin je leeft doen ertoe. Normen en waarden rond gezond gedrag die in de wereld van beleidsmakers logisch klinken, zijn dat niet per se voor inwoners van een wijk als Moerwijk.
Ahlam Benali, bewoner van Moerwijk en medeauteur van dit stuk, herinnert zich dat toen ze nog op de basisschool zat, er regelmatig gastdocenten langskwamen om te vertellen dat fruit gezond is. ‘Ik voelde als kind dat ik in een hokje werd geplaatst. Wij wisten echt wel dat fruit gezond is, dat werd dagelijks door onze ouders verteld. Daar hadden wij echt geen gastlessen voor nodig.’
Het raakte haar diep dat men er zonder voorkennis van uitging dat mensen uit een arme wijk per definitie ongezond zouden zijn. ‘Natuurlijk zal er een relatie zijn tussen die twee, maar het is evengoed een kwestie van prioriteiten. Ik denk dat het vooral belangrijk is om mentaal gezond te zijn. Als dat niet goed zit, volgen er al snel minder gezonde of verstandige keuzes. Dan is het niet zozeer een kwestie van niet willen, maar eerder van niet kunnen. De vraag is dus wat bewoners helpt in hun mentale gezondheid: waar worden ze vrolijk van en waar zit de energie? Als dat niet gebeurt, is het effect dat van een auto op de autobrug: er wordt wel gas geven, maar vooruitgang is er niet. ’
Allergisch voor onderzoekers
‘Veel bewoners zijn ondertussen allergisch geworden voor alle onderzoekers in de wijk. En de focus is altijd dezelfde: bewegen, sport en gezondheid. Maar als puntje bij paaltje komt, zijn er systeembelemmeringen of is er geen geld. Het voelt telkens alsof we tegen een bureaucratische muur aanlopen. En dan is het wachten tot het volgende onderzoek of project zich aandient.’
Leven met het gevoel dat hoogopgeleiden je de les komen lezen draagt nergens aan bij.
Uiteindelijk voelt het alsof de professional het allemaal beter weet en over de enige echte waarheid beschikt. Terwijl de bewoners worden neergezet als een hulpeloze ongezonde groep. Leven met het gevoel dat hoogopgeleiden je de les komen lezen, aldus Benali, draagt nergens aan bij. ‘Alsof we geen ouders, vrienden of buren van elkaar zijn, maar enkel dragers van een probleem. Alsof de mens niet wordt gezien.’
Dat zorgt voor een voelbare tegenstelling tussen professional en bewoner: de ene denkt te weten welke verandering nodig is, de andere dient die verandering te ondergaan. Goede bedoeling ontaarden zo regelmatig tot vernederende praktijken, ‘broccolipaternalisme’: voor groep zeven staan zwaaien met een broccoli, maar er niet bij stilstaan dat de kinderen in kwestie geen ontbijt hebben gehad.
Helemaal omdraaien
Als beleidsmakers en onderzoekers successen willen boeken in achterstandswijken, zal er ruim baan gemaakt moeten worden voor de bewoners. De beginvraag moet zijn: wat denkt u zelf nodig te hebben? Het verhelpen van schulden of het schimmelvrij maken van woningen is dan misschien belangrijker dan gezonde voeding. En misschien is een volwaardige dagbesteding de eerste stap richting meer bewegen. Het is dan niet zozeer het ongezonde gedrag zelf dat aangepakt wordt, maar de omstandigheden die bijdragen aan die ongezondheid. Een individu-ontstijgende benadering, waarbij ook maatschappelijke factoren worden meegewogen. Al is het maar om de wijkbewoners het gevoel te geven geen dieren in een dierentuin te zijn, dat is al winst.
De laatste jaren zijn er gelukkig steeds meer initiatieven en kennisinstituten die de participatie van bewoners voorop stellen, zoals verschillend participatieve onderzoeken, ‘Gezond en Gelukkig Den Haag’ (GGDH), en ‘het sociaal contract Moerwijk’. In GGDH werken verschillende burgerinitiatieven samen met sociale én medische organisaties. Zo wordt er verbinding gelegd met de bewoners, hun individuele gezondheid én maatschappelijke factoren. Het bewijs dat het wél kan. Maar de praktijk zal nog even weerbarstig zijn, onder andere door de ervaringen en de geschiedenis van de wijkbewoners met de vele onderzoeken en interventies.
Maar het zou nóg radicaler kunnen: waarom het proces bijvoorbeeld niet gewoon helemaal omdraaien? Laat onderzoekers en bestuurders samen met bewoners plannen bedenken en uitschrijven, en laat hen deze plannen pitchen aan alle wijkbewoners. Want wie zou er beter weten wat er nodig is dan de mensen in Moerwijk zelf?
Ahlam Benali is een betrokken bewoner van Moerwijk.
Marieke Breed is antropoloog en onderzoeker, verbonden aan de Haagse Hogeschool in Den Haag.
Tim ’S Jongers is politicoloog en publicist. Per 1 september is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.