Leo Kouwenhoven is opgelucht. Twee jaar lang zat de natuurkundige ‘gevangen in procedures’. Terwijl er allerlei verhalen rondgingen, moest hij zijn mond houden. Maar nu is er een uitspraak van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke integriteit (LOWI) en kan hij eindelijk iets vertellen. ‘Er was sprake van verwijtbare fouten, maar geen schending van de wetenschappelijke integriteit, zegt het LOWI. En daar kan ik me in vinden.’
Maandag 17 februari 2020 hoorde ik het eerst over de kwestie rond zijn postdoc Hao Zhang. Ik sprak Leo Kouwenhoven in café Labs, een koffietent in de universiteitswijk van Delft. Al sinds 2012 volg ik de Delftse kwantumwetenschapper, die bezig is met een missie: het bouwen van een kwantumcomputer. Zoals altijd vroeg ik hoe het ging en ik verwachtte dat hij ging zeggen: ‘Goed.’
Maar dit keer liet hij me het schermpje van zijn telefoon zien. Hij had net een berichtje uit China gekregen van zijn oude postdoc Hao Zhang. Ik kon niet goed lezen wat er stond. ‘Ik maak me zorgen om hem,’ zei Kouwenhoven ernstig.
Tegelijkertijd aan en uit
Het verhaal van Hao Zhang begint in het voorjaar van 2017. De jonge postdoc – een introverte harde werker – toont Kouwenhoven een horizontaal lijntje op precies de juiste hoogte. Kouwenhoven is dan sinds een paar maanden lid van het ‘Quantum Dream Team’ van Microsoft, een internationale groep topwetenschappers die Microsoft heeft aangetrokken om in de toekomst een kwantumcomputer te bouwen. Zoals computers gemaakt zijn van bits, schakelaartjes die aan of uit staan, zo werken kwantumcomputers met qubits, die luisteren naar de wetten van de kwantummechanica en tegelijkertijd aan en uit kunnen staan.
De Microsoftqubit moet de doorbraak zijn die de transistor was voor gewone computers. Om zo’n qubit te maken, moeten meerdere materialen samengevoegd worden op een kleine chip. Verschillende materialen hebben verschillende eigenschappen, en bij een beetje afkoeling of opwarming breken en scheuren verbindingen. Laat staan als er ook nog een flink magnetisch veld bijkomt en alles afkoelt tot een temperatuur van 273 graden onder nul.
Er zijn maar weinig groepen die de expertise hebben om zoiets tot een goed einde te brengen. Bovenaan de lijst staat de groep van Kouwenhoven, die al heeft laten zien dit soort dingen te kunnen, samen met de groep van Erik Bakkers van de TU Eindhoven, die de benodigde langwerpige kristallen laat groeien, met de dikte van een duizendste van een mensenhaar, in een speciaal laboratorium in Eindhoven.
De wetenschappelijke podcast Atlas van NTR gaat vandaag over ditzelfde onderwerp.
Spookstroompje
In 2012 lukte het twee promovendi van Kouwenhoven, Kun Zuo en Vincent Mourik, om de verschillende materialen samen op een chip te krijgen. De jonge wetenschappers wisten de nanochip in een koelkast te monteren, af te koelen tot 273 graden onder nul, en in een sterk magnetisch veld te zetten, en dat allemaal zonder dat er iets kapotging. Een technisch kunststukje waar Zwitserse horlogemakers ontzag voor zouden hebben, en meteen ook de voorwaarde om een nieuw, nooit eerder waargenomen verschijnsel waar te nemen.
In 1937 voorspelde de Italiaanse natuurkundige Ettore Majorana het bestaan van spookdeeltjes, deeltjes zonder magnetische eigenschappen, zonder massa en zonder lading. Onder begeleiding van de postdoc Sergey Frolov zagen Zuo en Mourik dat er – zoals voorspeld – een stroompje door hun draadje ging terwijl er helemaal geen spanning was. Een spookstroompje dat de theoretici voorspeld hadden als er Majoranadeeltjes aanwezig waren. Dit was state of the art nanotechnologie waarmee een theoretische voorspelling van een mysterieus Italiaans genie getoetst werd. Ingrediënten waar natuurkunde-glossy’s zoals Nature en Science van smullen.
‘Signatures of Majorana Fermions found in hybrid Superconductor-Semiconductor Nanowire Devices’ was de titel van het voorpagina-artikel van het tijdschrift Science. Een paar kenmerken van Majoranadeeltjes waren waargenomen.
‘Nieuw deeltje ontdekt in Delfts lab’ werd dat in de niet-wetenschappelijke pers. Er verschenen juichende verhalen in de Volkskrant en NRC Handelsblad. Kouwenhoven zat aan tafel bij Pauw en Witteman en mocht op audiëntie komen bij Mark Rutte.
Het was een mooie start van de carrière van Zuo en Mourik. Maar critici wezen erop dat het experiment geen doorslaggevend bewijs van Majoranadeeltjes bevatte (iets wat door de auteurs ook niet werd geclaimd). Zo was het stroompje dat ze gemeten hadden twintig keer zwakker dan op basis van de theorie verwacht mocht worden. Een stroompje met de exact voorspelde grootte zou een sterker bewijs zijn van een Majoranadeeltje.
De piekjes die Zhang liet zien, waren niet alleen mooi groot. Ze hadden ook nog exact de voorspelde afmetingen.
Sergey Frolov had eerder al een aanstelling gekregen bij de universiteit van Pittsburg, Pennsylvania, waar hij als universitair hoofddocent op zoek ging naar een beter bewijs. Mourik en Zuo zetten hun werk voort in Delft. Bijna drie jaar lang zwoegden ze iedere dag, met weinig succes. Geen sterker signaal. Niks. Ook Frolov had in Pittsburgh weinig succes.
Zuo en Mourik promoveerden. Zuo vertrok als postdoc naar Japan en Mourik ging als postdoc in Australië aan de slag. En toen waren daar de resultaten van Zhang.
‘Er waren verbeteringen in de materialen die we gebruikten,’ zegt Kouwenhoven, ‘de stroompjes waren veel sterker. Het zag er allemaal veel beter uit. Echt een belangrijke stap.’ De piekjes die Zhang liet zien, waren niet alleen mooi groot. Ze hadden ook nog exact de voorspelde afmetingen.
Als legosteentjes
Maar Kouwenhoven had in de zomer van 2017 iets anders aan zijn hoofd. 25 september 2017 wilde Microsoft-CEO Satya Nadella een doorbraak presenteren op de jaarlijkse Ignite conferentie, een bijeenkomst bedoeld voor de investeerders en het personeel van Microsoft. Nadella wil op de Ignite de revolutionaire Microsoft-qubit tonen, die de qubits waarmee IBM en Google al kleine kwantumcomputers bouwen, in de schaduw zou moeten zetten.
‘Bij Microsoft zeggen ze niet: jammer dat het niet gaat lukken. Ze zeggen: wat heb je nodig om het toch wel te laten lukken,’ zegt Kouwenhoven. Er verschenen vrachtwagens bij de TU Delft, met een bouwpakket van metalen cilinders, platen en buizen. De onderdelen kwamen uit Turku, Finland, en het duurde weken om de machines in elkaar te zetten. Werklieden hakten muren weg om de machines een plaats te kunnen geven. Het waren aan elkaar gekoppelde metalen cilinders die leken op een ruimtestation. Met deze ‘molecular beam epitaxy’-machines was het mogelijk om materialen atoom voor atoom in elkaar te zetten. Als legosteentjes. Om zo hele zuivere materialen te kunnen maken.
Maar de machines haperden, en de AIO’s en postdocs moesten proberen om de Microsoftdeadline te halen met oude materialen. Ze bouwden aan de ‘nul-versie’ van de toekomstige Microsoftqubit: een nanodraad die in tweeën gedeeld was, waarin vier Majoranadeeltjes zouden moeten opduiken, de zogeheten V0-qubit.
De promovendi en postdocs werkten in kleine teams, op zijn Microsofts, met sprints en scrums, periodes van tot in de kleine uurtjes doorwerken, afgewisseld met momenten van overleg. Twee teams in Delft en twee in Kopenhagen, waar op de universiteit ook een Microsoftlab ingericht was. Als een van de teams succes zou hebben, zou dat een mooi PR-moment opleveren op de Ignite conferentie.
Topsport
Ik bezocht eens zo’n scrum. Kouwenhoven zat op zijn blauwe zitbal voor zijn stabureau. De postdocs, promovendi en studenten zaten op stoelen. Jonge mannen en jonge vrouwen toonden meetresultaten op een beeldscherm. Beelden van ruis. ‘It kind of worked,’ zei een promovendus. ‘I don’t know, I am not sure,’ zei een andere, ‘ik zie het niet, ik weet niet hoe we deze data moeten interpreteren.’
De onderzoeker die de leiding had, keek naar de grond. ‘Ik denk dat het handiger is om helemaal opnieuw te beginnen,’ zei hij. Maar Kouwenhoven wilde niet opgeven. ‘Misschien is er een structuur. Ik zie vier stipjes,’ zei hij, ‘kunnen we de device niet weer een beetje opwarmen en weer afkoelen. Kijken of de ruis dan weggaat.’
De promovendi waren duidelijk moe, en zwegen veel.
‘Mijn manier van wetenschap bedrijven is te vergelijken met topsport,’ zegt Kouwenhoven nu. ‘Als deze moeilijke experimenten draaien, dan moet je daar alles voor opzij zetten. Je kan het je niet veroorloven iets te missen, dus je moet er bovenop blijven zitten. Doorzettingsvermogen is een belangrijke eigenschap voor succes, ook in de wetenschap.’
‘Als je een academische carrière ambieert, heb je weinig tijd om een paar belangrijke artikelen te verzamelen.’
Er is maar weinig ruimte aan de top. Kouwenhoven: ‘Iedereen weet dat als je een academische carrière ambieert, je weinig tijd hebt om een paar belangrijke artikelen te verzamelen. Als je gepromoveerd bent, krijg je twee jaar een postdocpositie en dan nog twee jaar en dan moet je plaats maken voor iemand anders.’
De druk voor jonge ambitieuze onderzoekers om in de korte tijd die ze hebben te slagen, is groot. Ironisch genoeg is het scoren van een artikel in een toptijdschrift niet altijd moeilijker dan in een lager aangeschreven vaktijdschrift. Het is een publiek geheim dat artikelen in Nature of Science niet altijd even rigoureus zijn. Ze zijn kort en bondig en er is weinig ruimte voor nuance. ‘Maar iedereen ziet ook de voordelen van Nature en Science,’ zegt Kouwenhoven, ‘zij zijn in staat om de brug te slaan tussen de wetenschap en de pers.’
Impact
‘De uitgevers van Nature en Science dringen aan op kleurrijke resultaten,’ zegt Anton Akhmerov, universitair hoofddocent aan de TU Delft en een voorvechter van open wetenschap, ‘maar tegelijkertijd hebben ze geen interesse in details en systematische inspectie.’
Zelf zijn de tijdschriftredacties daar overigens open over. Het gaat niet alleen om goede wetenschap, het gaat ook om impact: hoe interessant is het voor mensen buiten het vakgebied zelf?
Kouwenhovens oude postdoc Hao Zhang had de instelling om het te maken in de wetenschap. Hij zette alles opzij en hij leverde ook de mooie plaatjes, de plaatjes waar de redacteuren van Nature en Science blij van zouden worden. Extra bewijs voor de Majoranadeeltjes!
Het artikel dat Zhang schreef samen met Kouwenhoven (en nog twintig andere medeauteurs), werd snel geaccepteerd. En dat was goed nieuws voor Zhang, de eerste auteur. Een artikel in Science of Nature is een paspoort om toegelaten te worden tot een wetenschappelijke loopbaan, in het geval van Zhang het liefst bij een prestigieuze Amerikaanse universiteit. Dat laatste lukte niet, maar Zhang werd wel universitair hoofddocent aan de Tsinghua universiteit in Beijing.
Lichtpuntje
Hoewel ik regelmatig rondliep op het lab van Kouwenhoven, was het werk van Zhang volledig langs me heengegaan. Ook ik las het in de krant. Als ik Kouwenhoven sprak, hadden we het alleen maar over de toekomst, over die magische qubit, die met hulp van de grote machines gemaakt zou moeten kunnen worden. De Finse machines waarvan altijd wel een onderdeel niet werkte. Dat moest dan weer teruggestuurd worden naar Finland, waarna de machines weer maanden stil stonden.
Het artikel in Nature van Zhang was een lichtpuntje in een tijd dat ‘echt alles wat tegen kon zitten, tegenzat,’ aldus Kouwenhoven. Het artikel werd door de PR-mensen van Nature met veel tamtam aangekondigd en er verschenen stukken in de Volkskrant en NRC.
Het Nature-artikel werd ook opgemerkt door Kouwenhovens oude postdoc Sergey Frolov. De studenten van Frolov waren in Pittsburgh al jaren met exact dezelfde nanodraden aan het werk. Zonder succes. Dit artikel van Hao Zhang leek te mooi om waar te zijn.
‘Maar,’ nuanceert Kouwenhoven, ‘de nanodraden waren misschien hetzelfde, de fabricage van de devices was anders.’
Cherry picking
In het najaar van 2019 zagen Frolov en Kouwenhoven elkaar bij een conferentie. Het weerzien was vriendelijk. Ze praatten bij. Frolov zei ook dat hij graag de ruwe data van Zhang wilde zien. Kouwenhoven mailde daarop naar Zhang, die al in China werkte, of hij de data naar Frolov wilde mailen. En dat deed Zhang. Frolov stuurde deze data vervolgens door naar Mourik, die de data onderzocht en zag dat er geselecteerd was. Van tientallen devices waren de beste gebruikt, van deze beste devices waren alleen de beste data getoond, en zelfs in deze data was nog geknipt. Het was een schoolvoorbeeld van biased data selection, oftewel cherry picking, iets wat veel voorkomt in de wetenschap. Daarnaast was er ook nog knip-en-plakwerk verricht.
‘Zhang was veel te ver gegaan bij het opschonen van de data.’
14 januari 2020 kregen de principal investigators Chris Palmström, Erik Bakkers, Sankar da Sarma en Leo Kouwenhoven – de senior wetenschappelijke medeauteurs van het artikel – een mail van Sergey Frolov. Bijgesloten was een PowerPointpresentatie met zo’n tien problemen.
Kouwenhoven schrok. ‘Zhang was veel te ver gegaan bij het opschonen van de data,’ zegt hij, ‘soms was dat in essentiële figuren in een artikel.’ Je kunt niet zomaar datapunten weglaten en stukken uit grafieken wegknippen.
Kouwenhoven confronteerde Zhang met de feiten. Zhang gaf toe dat hij dat gedaan had om ‘esthetische redenen’, hij dacht dat ‘het mocht’. Hij wilde de plaatjes ‘gewoon’ mooier maken.
Kouwenhoven was verbaasd over zijn naïviteit. ‘Maar ik heb sindsdien nog wel duizend keer met hem gesproken, en ik geloofde écht niet dat er kwade opzet in het spel was. Ook was ik het niet met alles eens wat Frolov en Mourik schreven,’ zegt Kouwenhoven. Over het cherry-picking-argument denkt hij bijvoorbeeld principieel anders dan Frolov en Mourik: ‘We deden onderzoek naar positieve outliers, en daarop gingen we inzoomen. Dat hadden we kritischer moeten doen. Dat is dus een verwijtbare confirmation bias.’
Moment of truth
Op 8 februari 2020 mailde Kouwenhoven terug naar Mourik en Frolov. Hij meldde het eens te zijn met een paar punten, en de rest nog te willen onderzoeken. Dit mailtje, dat ik heb gezien, was vriendelijk en zakelijk.
Maar te laat, vonden Frolov en Mourik, die niet aan dit artikel mee willen werken. Van een van de betrokken postdocs hoorde ik dat ze verbaasd waren dat Kouwenhoven het opnam voor iemand die in hun ogen duidelijk niet integer had gehandeld.
Dit was een moment of truth. Zoals ook de Amerikaanse wetenschapper Frances Arnold meemaakte. In 2019 won ze de Nobelprijs voor Scheikunde. In januari 2020 ontdekte ze dat een van haar postdocs fraude had gepleegd. Ze trok het artikel terug uit Science en tweette: It is painful to admit, but important to do so. I apologize to all. I was a bit busy when this was submitted, and did not do my job well.
Arnold ontsloeg de postdoc, een jonge vrouw. De wetenschappelijke gemeenschap prees haar om haar eerlijkheid en nu is Arnold lid van het wetenschappelijke team van adviseurs van Joe Biden.
‘Iemand “voor de bus gooien” doe je niet zomaar,’ zegt Kouwenhoven, ‘daar hoort een onafhankelijk onderzoek bij.’’
Maar Kouwenhoven wilde niet zo snel oordelen. Voor hem was het niet onmiddellijk duidelijk of hier sprake was van fraude. Het leek eerder naïviteit en onervarenheid.
‘Iemand “voor de bus gooien” doe je niet zomaar,’ zegt Kouwenhoven, ‘daar hoort een onafhankelijk onderzoek bij.’’
Kouwenhoven verwijt Mourik en Frolov dat ze niet wilden communiceren over de inhoud. ‘Het ging hier niet meer om het zuiveren of het verbeteren van de wetenschap,’ zegt hij.
Zhang was in paniek geraakt en in een depressie terechtgekomen. Zo erg dat Kouwenhoven bang zegt te zijn geweest dat de jonge onderzoeker zichzelf iets aan zou doen. Hij liet Zhang een tekst op zijn whiteboard schrijven: ‘Scientific Integrity Starts Now’ om hem er iedere dag aan te herinneren dat hij alle data moest verzamelen en zo open mogelijk moest zijn over wat hij gedaan had. De hele waarheid moest nu op tafel. Kouwenhoven zocht ook contact met Frolov en Mourik om de kwestie met hen te bespreken. ‘Mourik zei dit over te laten aan Frolov,’ zegt Kouwenhoven, ’maar die wilde me ook niet meer te woord staan.’
Altijd wat te vinden
Op 19 februari kwam er weer een nieuwe wending. Kouwenhoven vroeg een Microsoft-collega om ook naar de data te kijken, voor een extra analyse. Dat gebeurde. En deze expert vond nog een nieuwe fout, die een effect had op de gemeten resultaten. De experimentele setup uit 2017 werd opnieuw opgebouwd en Kouwenhoven en een paar promovendi berekenden hoe de echte resultaten daardoor waren aangetast. Dit was een afwijking van ongeveer tien procent. Een afwijking die te groot was om de claims die in het Nature-artikel waren gedaan te blijven onderbouwen. Zhang begon daarover naar Chinese wetenschappers te mailen, dat ‘ze zelf een fout hadden gevonden’ in hun eigen onderzoek en alles recht gingen zetten.
Frolov stuurde toen een mail met in de cc alle Chinese wetenschappers, en iedereen die er verder toe deed in het vakgebied.
Frolov en Mourik vroegen inmiddels ook alle ruwe data op van de andere artikelen waar Zhang aan had meegewerkt. Kouwenhoven gaf die niet zomaar meer: ‘In dergelijke data is altijd wel wat te vinden. Studenten gaan achter de knoppen zitten. Ze maken fouten. En dat hoort ook. Bovendien was er een integriteitsonderzoek en alle data ooit gemeten voor dit artikel waren nu onderdeel van deze procedure.’
Bedrijfsmonopolie op ideeën
Op 29 april 2020 verscheen in Nature een ‘Editorial Expression of Concern’. Een waarschuwing aan andere wetenschappers dat dit artikel mogelijk onbetrouwbaar was. Naar aanleiding hiervan startte er een onderzoek van het Centrum voor Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de TU Delft ‘om na te gaan of bij het onderzoek, de data-analyse en het schrijven van het artikel is gehandeld volgens de geldende richtlijnen.’
Op 10 mei verscheen in de Volkskrant een eerste artikel waarin werd gemeld dat de onderzoekers zelf aan de bel hadden getrokken bij Nature. ‘Kouwenhovens teamleden ontdekten onregelmatigheden toen ze de oorspronkelijke data opnieuw analyseerden in een interne discussie, schrijft de hoogleraar nanofysica in een reactie per e-mail.’ Dat alles in gang was gezet door Frolov en Mourik werd niet vermeld.
Kouwenhoven besloot er ook een wetenschappelijke les van te maken. Als het artikel uit Nature teruggetrokken zou worden, zouden de data weer ‘vrij’ komen. En de gecorrigeerde data zouden samen met andere data de basis kunnen vormen voor weer een nieuw artikel, met een andere toon en een andere boodschap, in een specialistischer tijdschrift. ‘We hebben alle data opnieuw geanalyseerd en kwamen tot de conclusie dat terugtrekken en opnieuw opschrijven de beste manier was om helderheid te verschaffen over wat wel en wat niet klopte.’
Op 27 januari 2021 verscheen op ArXiv, een platform waarop natuurkundigen hun onderzoek delen, een herschreven artikel van Zhang en Kouwenhoven. De nieuwe conclusie was dat het nooit mogelijk zou zijn om Majoranadeeltjes onomstotelijk aan te tonen in nanodraden zoals Zhang en Frolov gebruiken. Dat er ingewikkelder experimenten nodig waren, met materialen die in de peperdure apparaten gemaakt zouden moeten worden.
Dit artikel viel niet goed bij Frolov. Niet alleen de materialen waren volgens hem het probleem, maar ook de dataselectie. Op twitter plaatste hij een reeks tweets. En daarbij de plaatjes die hij eerder deelde met wetenschappers, waarin geplakt en geknipt was.
Kouwenhoven nu: ‘Ik vind het jammer dat hij zijn kritiek op Twitter plaatste en niet een wetenschappelijk artikel schreef, met een onderbouwing.’
Kouwenhoven kon zelf al die tijd niet reageren, omdat de zaak sinds mei 2020 onderzocht werd.
Frolovs tweets trokken ook de aandacht van journalisten. ‘Hoe jonge onderzoekers het fundament wegsloegen onder de quantumdroom van een Delftse hoogleraar’, was 23 februari 2021 de kop op de voorpagina van de Volkskrant.
Kouwenhoven kon zelf al die tijd niet reageren, omdat de zaak sinds mei 2020 onderzocht werd door het CWI. Mourik en Frolov wilden niet optreden als aanklagers omdat ze een werkrelatie hadden gehad met Kouwenhoven. Ze mochten wel een betrokken partij blijven, iets wat later weer teruggedraaid werd. Een besluit dat door de ombudsman van de TU Delft werd afgekeurd. Daarna voelden ze zich vrij om met journalisten te praten. Kouwenhoven was beklaagde en moest zijn mond houden.
‘De Volkskrant stuurde me een appje met het artikel, en dat ze het binnen twee uur gingen publiceren “omdat we vrezen dat het anders wegloopt via andere media.” En ze wisten dat ik niet mocht reageren,’ zegt Kouwenhoven. De Volkskrant meldt in een reactie dat een week eerder ook al contact is gezocht met Kouwenhoven.
De suggestie die in de media werd gewekt, is dat Kouwenhoven onder grote druk stond van Microsoft. Het terugtrekken van een artikel zou niet goed vallen bij de aandeelhouders.
Ontegenzeggelijk zorgde Microsoft voor druk en deadlines, zoals die van de Microsoft Ignite. Maar het onderzoek van Zhang was al begonnen voordat Kouwenhoven in dienst trad van Microsoft. In de zomer van 2017 lag alle focus op de Microsoftqubit, zoals ik toen ook heb gezien. De resultaten van Zhang werden binnen Microsoft ook niet als doorbraak gezien. Toch verandert de wetenschap als een groot bedrijf zich ermee gaat bemoeien.
‘Grote bedrijfsinvesteringen domineren nu het wetenschappelijke landschap, en dat is niet prettig,’ zegt universitair hoofddocent aan de TU Delft Anton Akhmerov. ‘Grote bedrijven kunnen veel bereiken, maar het gevaar bestaat dat ze een monopolie krijgen op de ideeën. En op de materialen. Als iemand bijvoorbeeld met deze devices wil werken, moet hij aan geldschieters uitleggen hoe hij denkt te concurreren met Microsoft. Is het een haalbare strategie of zal Microsoft ze overtreffen met betere apparaten en betere materialen? Deze uphill competitie kan demotiverend zijn.’
Maar tot nu toe deelde Microsoft nog alles. De draden die Frolov gebruikte, kwamen uit het lab van Erik Bakkers in Eindhoven dat deels werd gesponsord door Microsoft.
‘Mislukte methodologie’
Op 16 februari tweette Frolov dat een grote subsidieaanvraag voor zijn onderzoek getorpedeerd was door een referee, die het had over een ‘mislukte methodologie’ om naar Majoranadeeltjes te zoeken. ‘Een illustratie van hoe fishy science wantrouwen zaait en het werk van alle betrokkenen vergiftigt,’ schrijft Frolov.
Op 8 maart 2021 verscheen in Nature de definitieve retraction note van het artikel van Zhang. Op dezelfde dag was er ook een rapport van onafhankelijke wetenschappers, die door het CWI gevraagd waren om de resultaten te beoordelen. De onafhankelijke experts hadden de ruwe data bekeken en die vergeleken met het Nature-artikel. Ook spraken ze met Zhang. Hun conclusie was dezelfde als die van Kouwenhoven: dat Zhang geen fraude had gepleegd. Wel merkten de experts op dat de methodes die in het lab van Kouwenhoven werden gebruikt − ‘heel veel devices doormeten, op zoek naar de goede’ − een confirmation bias in de hand werkten. Confirmation bias is de neiging om informatie te zoeken die eerdere overtuigingen bevestigt. Sommige wetenschappers zien dit als een groot probleem.
‘Tunnelvisie is soms de enige manier,’ zegt Kouwenhoven, ‘zo’n Majoranasysteem met nieuwe materialen en niet eerder geteste nanofabricage is heel complex.’
‘Maar tunnelvisie is soms de enige manier,’ zegt Kouwenhoven, ‘zo’n Majoranasysteem met nieuwe materialen en niet eerder geteste nanofabricage is heel complex. Er gebeurt van alles wat we niet begrijpen. Om dan toch iets te doen, ga je aan alle knoppen draaien en focussen op iets wat overeenkomt met een theoretische voorspelling. Je moet een leidraad hebben om in de wanorde een patroon te vinden. Als je dat patroon dan vindt, ga je inzoomen en tests uitvoeren.’
Akhmerov: ‘Het probleem met mission driven onderzoek is dat het erg moeilijk is om te beoordelen of iets werkt voordat het werkt. Dus je belooft iets te laten werken, maar misschien werkt het niet. Of misschien zie je iets over het hoofd dat zeker zal werken en veel beter zal zijn, maar je negeert het gewoon omdat het niet in de missie past. Ik denk dat dit ook geldt voor kwantumcomputers en Majorana’s. Het is veelbelovend. Je kunt alleen geen garanties geven.’
Ook bij Microsoft waren na een artikel in Wired de alarmbellen gaan rinkelen. Kouwenhoven gaf een uitleg over wat er precies aan de hand was.
Microsoft kwam uiteindelijk ook tot de conclusie dat de academisch-industriële samenwerking met universiteiten te riskant was. ‘Ik was in Delft de drijvende kracht daarvan,’ zegt Kouwenhoven. ‘Microsoft is afgestapt van dit model. Mijn rol werd overbodig.’
In maart 2022 maakte Microsoft het vertrek van Leo Kouwenhoven bekend, samen met een persbericht waarin stond dat Microsoft nu écht bewijs had voor Majoranadeeltjes. In een blog claimden ze een nieuwe belangrijke stap te hebben gezet. De data willen ze nog niet openbaar maken.
Op eigen houtje
Inmiddels is er dus eindelijk ook een beoordeling van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI), dat beoordeelt of de klachtenprocedure van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de TU Delft goed heeft gefunctioneerd. De conclusie is dat er sprake is geweest van verwijtbare fouten, maar niet van schending van de wetenschappelijke integriteit.
Maar Kouwenhovens wetenschappelijke reputatie is wel beschadigd. Vooral door de lange tijd die de beoordeling van het LOWI in beslag heeft genomen: honderd weken. Al die tijd kon hij niet reageren op alle berichten en tweets.
Dit had ook gevolgen voor de meer dan vijftig medeauteurs. ‘Naast kritisch kijken naar het werk van deze ene jongen vind ik het belangrijk om ook het werk van de anderen zorgvuldig te her-beoordelen. Dit zijn bijna allemaal jonge onderzoekers, die hard hebben gewerkt en belangrijke bijdragen hebben geleverd. Bijna alles staat nog als een huis en dat mogen ze weten. We analyseren nu dertien artikelen uit die periode. Dat moet komende zomer afgerond zijn.’
Inmiddels is er een tweede integriteitsonderzoek gestart naar aanleiding van een ander artikel uit 2017 waarbij Zhang betrokken was. Op 19 april 2022 verscheen in Nature een retraction note, waarmee dat artikel uit het tijdschrift werd verwijderd.
Zhang had – zonder dat de andere onderzoekers het doorhadden – ook hier datapunten weggehaald uit verschillende figuren, en hij verklaarde ook hier dat hij ‘dacht dat het mocht’. Dat het geoorloofd was om de data om esthetische redenen aan te passen.
Zhang is nu universitair hoofddocent aan de Tsinghua universiteit in Beijing. Leo Kouwenhoven bezint zich op de toekomst en denkt erover een boek te schrijven.
Met dank aan het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten.
Wijzigingen:
De zin ‘De Volkskrant meldt in een reactie dat een week eerder ook al contact is gezocht met Kouwenhoven.’ is later toegevoegd.
De zin ‘Dat alles in gang was gezet door Frolov en Mourik vermeldde de Volkskrant niet.’ is aangepast naar ‘Dat alles in gang was gezet door Frolov en Mourik werd niet vermeld.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.