Was u ooit in Pompeï of Herculaneum, de Romeinse steden waar het leven in het jaar 79 n.C. in een klap tot stilstand is gekomen? De Vesuvius, de nabijgelegen vulkaan, kwam in oktober dat jaar op een spectaculaire wijze tot uitbarsting en bedekte Pompeï met een vier meter dikke laag asregen terwijl het stadje Herculaneum onder een twintig meter laag modder en lava verdween. Hoewel alles wat leefde in één klap dood was, kreeg de manier waarop die gemeenschappen leefden juist het eeuwige leven. Wie nu de stadjes bezoekt, treedt het jaar 79 binnen. Overbrugt 1.950 jaar alsof het niks is.
Ik heb altijd een fascinatie gehad met tijd. Een fascinatie die begon toen ik in 1978 naar Nederland kwam en een klasgenote in Haarlem mij toevoegde: ‘Ah, je komt uit Tunesië. Jullie lopen toch vijftig jaar achter?’ Ze zocht bevestiging bij de docent en kreeg die. Dit legde een knoop in mijn hersenen. Hoe kan het dat ik daar in de klas in het nu was, terwijl ik voordat ik in het vliegtuig stapte vijftig jaar eerder leefde?
Herkenbaarheid en nabijheid doen de tijd krimpen.
Tijd is een politiek fenomeen. Maar tijd is ook fascinerend. Vooral als je afstapt van het idee dat het een gegeven is, niet meer dan een lijn waarop we historische gebeurtenissen plaatsen. Wie vandaag de dag door de Oud-Romeinse stadjes zou wandelen, zou verrast staan van de enorme herkenbaarheid. Alsof je door een mediterraan dorpje wandelt. Kleine straatjes, wat bakkertjes en eettentjes, een pleintje hier en daar en natuurlijk kleurrijke huizen. Wie preciezer kijkt, ziet ook de ingenieuze technieken die gebruikt werden van architectuur tot timmerwerk, van manieren van voedsel conserveren tot loodgieten. Deze herkenbaarheid en nabijheid doen de tijd krimpen.
Het wordt even anders wanneer de bezoeker oog in oog staat met de skeletten in de boothuizen van Herculaneum. Deze skeletten, zo’n driehonderd, creëren juist afstand. De meeste bezoekers hebben de neiging om even weg te kijken. Waar de bebouwde omgeving nabijheid doen voelen, wijzen de skeletten ons op een gebeurtenis die lang achter ons ligt. Ze creëren lineaire tijd tussen nu en toen. Zij, daar op de bodem van de boothuisjes, waren de slachtoffers van de vulkaanuitbarsting in het jaar 79.
Oer-Vlaardinger
Het deed mij denken aan een aantal archeologische projecten in Nederland in het begin van de 21ste eeuw. Bij opgravingen midden in steden als Vlaardingen, Oldenzaal of Eindhoven werden middeleeuwse skeletten gevonden die interessante vragen opriepen over de geschiedenis van deze steden. Zo werd er in 2002 in Vlaardingen vlak bij de Grote Kerk een middeleeuwse begraafplaats gevonden en konden er 41 skeletten worden opgegraven. De stadsarcheoloog had deze bijzondere vondst aangegrepen om een groter historisch project, ‘Graven in Vlaardingen’, op de kaart te zetten.
Wat konden deze skeletten ons vertellen over de geschiedenis van Vlaardingen? Een stad die in de elfde eeuw de grafelijk hoofdstad van Holland was en waar graaf Dirk III in 1018 de slag bij Vlaardingen glorieus won. De skeletten werden dan ook aangemerkt als ‘generatiegenoten van Dirk III’.
De vraag ontstond of deze mensen ook nakomelingen hebben onder de huidige Vlaardingers. Zou het met behulp van DNA mogelijk zijn die verwanten te vinden? Drieëndertig skeletten bleken voldoende tanden te hebben, wat goed nieuws was voor DNA-onderzoek. Want in het tandbeen blijft DNA het beste beschermd tegen afbraak. In het Forensisch Laboratorium in Leiden bleken de tanden van twee schedels voldoende DNA te bevatten voor verder onderzoek naar de Oer-Vlaardinger. Een zoektocht naar de genetische verwanten van deze elfde-eeuwse mannen.
‘Drop’, ‘Bot’ of ‘Brobbel’
Maar hoe overbrug je de tijd die tussen skeletten uit de elfde eeuw en mensen die nu rondlopen? Welke mensen moet je betrekken bij zo’n zoektocht? De stadsarcheoloog zocht niet alleen contact met de genetici van het forensisch laboratorium, maar werkte ook samen met de stadsarchivaris. Die heeft het zogeheten ‘Poorterboek’ in zijn archief. Dit zijn twee boekjes waarin de namen waren opgenomen van de gezinshoofden die in het jaar 1500 in Vlaardingen woonden en burgerschap hadden. Het idee was dat hedendaagse Vlaardingers met achternamen die in het Poorterboek voorkwam een grotere kans hebben aan de skeletten uit de elfde eeuw verwant te zijn. Er werd daarom een oproep gedaan aan mannelijke Vlaardingers met typisch Vlaardingse achternamen als ‘Drop’, ‘Bot’ of ‘Brobbel’ om DNA af te staan. Maar alleen als ze ook een genealogische stamboom konden overleggen die hen met de namen in het Poorterboek kon verbinden.
Uiteindelijk werden 87 mannen toegelaten en uitgenodigd om op het stadsarchief DNA te komen afstaan. Een 88stedeelnemer, een bewoner van Rotterdam en iemand met interesse in genealogie, kwam er per toeval achter dat dit onderzoek plaatsvond en heeft zich behoorlijk in moeten spannen om deel te mogen nemen.
DNA produceert nabijheid
De zoektocht naar de Oer-Vlaardinger kwam tot een spectaculaire ontknoping op 6 juli 2007. Op het podium in de Grote Kerk stond de schedel van de Oer-Vlaardinger in een vitrinekast als een relikwie dat de lineaire tijd markeert. Geneticus Peter de Knijff was aanwezig om uit te leggen hoe het DNA-onderzoek was uitgevoerd. Bij de vergelijking tussen het DNA dat uit de tanden werd gehaald en het DNA van de achtentachtig deelnemers is alleen gekeken naar het Y-chromosoom, het mannelijk sekse chromosoom dat van vader op zoon wordt doorgegeven. Omdat dit chromosoom niet gevoelig is voor mutaties en onveranderd wordt doorgegeven, wordt het vaak ingezet om mannelijk nageslacht aan te wijzen. Zo heeft Y-chromosomaal onderzoek in 2000 uitgewezen dat de Amerikaanse president Thomas Jefferson inderdaad kinderen heeft gekregen met de tot slaafgemaakte Sally Hemings.
In de Grote Kerk vroeg de burgemeester aan de moderne Oer-Vlaardinger om naar voren te komen en de resultaten van de DNA-match in ontvangst te nemen. De heer Zuiderent, deelnemer nummer 88, bleek op basis van DNA-onderzoek de moderne Oer-Vlaardinger te zijn. Zijn DNA-profiel bleek precies te matchen met dat van de schedel in de kast. Het DNA overbrugde zo de historische afstand door een idee van verwantschap.
We moeten ervoor waken ons onder invloed van bijvoorbeeld nationalistische sentimenten andere tijden toe te eigenen, zie de simplificaties en toe-eigening die het Kremlin zich nu veroorlooft.
Terwijl het aanzicht van beenderen en botten bij opgravingen de blikken doet afwenden en het verleden op afstand houdt, produceert DNA nabijheid. Zodra DNA in het spel is, ontstaat nieuwsgierigheid naar verwantschap en daarmee interesse in de geschiedenis. Dat heeft iets moois, maar er zit een adder onder het gras. Wie in Pompeï verder kijkt dan het vermeend bekende mediterrane stadje ziet een cultuur die ondanks de overeenkomsten oneindig complex is en voor ons deels onbegrijpelijk zal blijven. Hetzelfde geldt voor onze verbindingen via DNA. We moeten ervoor waken ons onder invloed van bijvoorbeeld nationalistische sentimenten andere tijden toe te eigenen en daarbij de complexiteit en eigenheid ervan over het hoofd te zien, zie de simplificaties en toe-eigening die het Kremlin zich nu veroorlooft. Andere tijden zijn niet louter een reflectiescherm van de onze.
Dit is de twaalfde aflevering van een serie waarin wetenschapsantropoloog Amade M’charek onderzoekt hoe genetica de wereld verandert.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.