Fictie
Kort verhaal uit het strafkamp in Belarus: Martin

In Belarus worden de gevangen horendol van de vogels die in alle vrijheid over het strafkamp trekken. Hadden ze maar een geweer om er een paar uit de lucht te schieten, verzuchten ze. Het is onduidelijk of ze het vertrek van de vogels naar het zuiden willen verhinderen, of dat ze wat variatie in het rantsoen willen brengen.


Fotografie Ramil Nasibulin / BELTA HANDOUT

3 min

Nieuwe celgenoten werden doorgaans met argusogen bekeken – je wist niet wat voor vlees je in de kuip had. Maar deze toerist, die begin november arriveerde, leek rustig: hij kwam binnen, groette eerbiedig en vertelde dat hij alles volgens het boekje deed en zijn voorraden graag zou delen. Vervolgens liep hij naar de britsen die aan de muur vastzaten, sjorde aan de metalen beugels en begon rare handbewegingen te maken, net of hij een onzichtbaar touw erdoorheen stak en vastknoopte. Daarna boog hij voorover, als naar een kleiner iemand, aaide de lucht, schudde met zijn vinger en zei streng:

– Zo, zitten blijven en braaf zijn, hè, denk erom! Oe-oe-oe!!!!

De buurman informeerde diplomatiek: – Wat doe je, gast? Ben je kierewiet?

De nieuwe begon te stralen, alsof hij naar aandacht had gesnakt:

– Kierewiet? Nee hoor! Gak, gak! Dit is de laatst overgebleven gans! Mijn eigen Martin, een mooie witte!

De auteur van dit verhaal, de Belarussische advocaat en schrijver Maxim Znak (zie foto) werd in 2020 gearresteerd voor zijn rol in de democratische beweging van Belarus en zat meer dan vijf jaar vast. Achter de tralies schreef hij de verhalenbundel Zekameron, die vervolgens de gevangenis uit werd gesmokkeld. Momenteel werkt hij aan een nieuw boek, Kolonisten, waaruit dit verhaal ‘Martin’ afkomstig is.

Het kamp stond op het kruispunt van vogelmigraties. Zowel in het voorjaar als in de herfst werden de gevangenen horendol van de vogels die in alle vrijheid heen en weer trokken. Die achterlijke beesten staken de lucht boven de zone soms een paar keer achter elkaar over. In het wilde weg, bij wijze van een oefening, of gewoon om hen te stangen. Wanneer de ganzen boven het kamp vlogen, weerklonk er zo’n schor geluid, klaaglijk haast, alsof je ze hoorde kreunen.

‘Hadden we maar een geweer!’ – werd dan links en rechts geroepen, en het was onduidelijk of dat was om het vertrek van de vogels naar zuidelijke oorden te verhinderen dan wel om wat variatie in het rantsoen te krijgen. Niet zelden klonk er: ‘Zijn die van jou nou gevlogen, daarnet?’ – wijzend naar de passerende zwerm, onder gelach van de omstanders. De grap verveelde nooit, hoe vaak die ook werd gemaakt. ‘De ganzen zijn gevlogen’ was een zegswijze. Daarmee duidden ze iemand die niet van meet af aan gek was maar geleidelijk ontspoorde, – van een normaal mens veranderde in een psychopaat of nog erger. De oorzaak lag voor de hand – zijn ganzen waren gevlogen. Hij was een prima kerel tot hij de ganzen liet ontsnappen.

De buurman besloot een praatje met de nieuwe te maken:

– Ach zo! Martin! Dat is Zweeds, toch? Zoals Martin de gans uit het sprookje? Of zoals Aston Martin? Een Brit? Waarom nou Martin?

– Tja, zo heet ie gewoon… Hoe kom jij aan je naam dan? – dit klonk onmiskenbaar als ‘loop naar de pomp’, en de buurman droop af.

Martin woonde nu bij hen, als derde. Maakten de bewakers hun het leven zuur, was het eten beroerd, raakten de peuken op of sloeg domweg de weemoed toe, dan kreeg Martin op zijn donder. De nieuweling zwaaide met zijn vuist, schold en haalde uit naar de denkbeeldige ganzennek. Hij maakte het overigens snel weer goed. Keer op keer. Hij moest Martin koste wat kost bij zich zien te houden. Martin was immers de laatste van de zwerm, en hijzelf hoefde nog maar twee maanden te zitten. Ze waren op elkaar aangewezen.

Toen de grote dag aanbrak en de afscheidsthee al was gedronken, wachtte de nieuwe op het geknars van de remmen en beende duchtig de hut uit.

– Hé! – bedacht zijn aangeslagen buurman die gedoemd was menig reisgenoot te zien komen en gaan. – En Martin dan? Je bent nog zo zuinig op hem geweest!

De bijna-vrijgekomen man draaide zich bij de deur om en glimlachte, maar zei niets terug.

…De ijzeren deur viel dicht. In de cel heerste nu een galmende, drukkende stilte. De gevangene streek voorzichtig over het kale metaal van de brits:

– Nou dan, Martin… – zei hij zacht. – We moesten elkaar maar wat beter leren kennen. Braaf zijn, hè. Denk erom…

Dat klonk vals, meer klaaglijk dan schertsend. Maar hij ging door: – Wij zitten hier goed, hè, Martin? Wat hebben we daar nou te zoeken? Het is een jungle vol gespuis, je moet nog meer liegen en bedriegen dan hier… En ben je te goeder trouw, dan beland je weer hier, of erger… Plus je moet daar zelf voor de kost en het onderdak zorgen… mij niet gezien Martin, we kunnen maar beter… – en dan zweeg hij.

Hij voelde ineens dat de hut volkomen leeg was, dat er niemand meer was. Juist op dat moment dreunde de roestige poort dat het gebouw met betonnen cellen van de woonwijken en de vrijheid scheidde. Een trieste dreun, als een zware vleugelslag van een gans die uit de zone wegvloog.

Op zaterdag 5 september 2026 zal rond Znaks werk een audiovisuele performance plaatsvinden in De Balie in Amsterdam, voorafgaand aan de Freedom Lecture van Nobelprijswinnaar Ales Bialiatski, een samenwerking met Pen Nederland. Dit evenement is de opmaat voor A Percussion Piece, een participatieve performance ontwikkeld door Amsterdamse kunstenaar Maxim Tyminko en geproduceerd door de stichting antiwarcoalition.art. Deze zal plaatsvinden op de NDSM werf in Amsterdam op 19 september 2026. Hiervoor kan iedereen zich aanmelden als deelnemer, dat kan hier.

Het verhaal ‘Martin’ maakt deel uit van Maxim Znaks aankomende boek Kolonisten, dat in 2027 verschijnt bij Suhrkamp, Berlijn. Dit is de eerste keer dat dit verhaal in het Nederlands wordt gepubliceerd. Credit: ‘Martin’, © Maksim Znak / Suhrkamp Verlag, Berlijn, 2027. Nederlandse vertaling © Nina Targan Mouravi, 2027

Gerelateerd