Bosjes snoeien en migranten bashen
Toen bekend werd dat de verdachte van de moord op Hajar van Somalische afkomst is, was het een kwestie van tijd totdat er vingers richting alle migranten zouden wijzen. ‘Gooi dat tuig het land uit’, schreef Geert Wilders op X. Hetzelfde patroon voltrok zich een jaar geleden ook al, toen de 17-jarige Lisa uit Abcoude door een asielzoeker om het leven werd gebracht.
In reactie op de moord op Lisa, hoorde ik onlangs op televisie een advocate pleiten voor het verwijderen van de bosjes langs het fietspad waar de moordenaar van Lisa in de zomer van 2025 al een andere vrouw verkrachtte. Aan de tafel werd dan ook hevig geknikt. Een paar dagen later ging de plantsoenendienst het struikgewas met mechanische snoeischaren te lijf.
Dit laatste weet ik, omdat ik zelf vaak langs die plek fiets. Ook de plek waar de stoffelijke resten van Hajar werden aangetroffen, ken ik goed.
Natuurlijk zijn alle gevallen van femicide vreselijk, maar door de nabijheid van de vindplaatsen kropen deze twee moorden extra onder mijn huid. Klaarblijkelijk is dit extreme geweld tegen vrouwen mogelijk in de publieke ruimte waarin ook ik mij dagelijks begeef. Wat mij betreft besparen we dan ook kosten noch moeite om geweld tegen vrouwen te bestrijden. Maar dit heeft natuurlijk alleen maar zin als we ook bereid zijn om de juiste diagnose te stellen.
Persoonlijk lijkt het mij een waanidee om te veronderstellen dat we geweld tegen vrouwen kunnen indammen door het openbaar groen te verwijderen. Ja, ik begrijp dat vrouwen angstig zijn voor daklozen die beschutting zoeken in de bosjes langs het fietspad.
Maar zijn die bosjes het probleem? Of ligt het werkelijke probleem in de pijlsnelle groei van het aantal daklozen in de stad? Mede veroorzaakt door de wooncrisis, de sluiting van opvanglocaties en de stijging van de kosten voor levensonderhoud?
Dakloosheid bestrijd je niet door struiken te snoeien.
Op zoek naar oplossingen is het tevens goed om vast te stellen dat etniciteit geen voorspellende waarde heeft voor femicide. Witte Nederlanders maken zich even vaak schuldig aan vrouwenmoord als migranten. Dit zegt hoogleraar Veiligheid en interventies Marieke Liem van de Universiteit Leiden tegen Nieuwsuur. Liem leidt de Femicide Monitor, een project dat alle gevallen van vrouwenmoord in Nederland sinds 2014 in kaart brengt.
Hoewel de resultaten van het onderzoek pas in 2028 worden verwacht, heeft Liem inmiddels voldoende data verzameld om te kunnen stellen wat de belangrijkste voorspellende factoren voor femicide zijn: een verleden met justitie of in de ggz.
We wisten al dat de meeste vrouwen in Nederland worden vermoord door hun (ex-)partners. We wisten ook al dat aan vrijwel al deze moorden een patroon van dwingende controle voorafgaat. Nu we ook weten dat veel daders al in beeld zijn (geweest) bij hulpverleners, hebben we een handelingsperspectief.
Als we het aantal vrouwenmoorden daadwerkelijk willen verminderen, brengen we de ggz op orde. Geven we hulpverleners en de politie de mogelijkheid om desnoods achter de voordeur in te grijpen. Maken we serieus werk van het terugdringen van de dakloosheid. En maken we geld vrij voor meer onderzoek naar femicide.











