Dit verhaal is ook te beluisteren dankzij Blendle!

Als Kamerleden al na korte tijd het parlement verlaten, blijft er vaak een naar smaakje hangen: viel het Kamerwerk toch een beetje tegen, ondanks alle mooie beloften aan de kiezer? Lonkte er een beter betaalde baan, met minder stress? Helemaal ongemakkelijk wordt het als parlementariërs tussentijds de hielen lichten.

Deze kabinetsperiode nadert het aantal vertrekkers een nieuw record. In mei van dit jaar stond de teller al op 26, met nog bijna een jaar te gaan tot de verkiezingen – tot grote wrevel van Kamervoorzitter Khadija Arib. Zo legde ze dit voorjaar Isabelle Diks over de knie: het GroenLinks-Kamerlid dat eerst in opspraak raakte vanwege een riante wachtgeldregeling en het onterecht opstrijken van reiskostenvergoeding, en vervolgens schielijk vertrok om wethouder te worden in Groningen, want die ‘prachtige kans’ kon ze niet laten liggen.

Korte zittingsduur leidt tot gebrek aan kennis van de spelregels, gebrek aan ervaring
en een tanend collectief geheugen.

‘Je weet dat ik altijd kritisch ben over collega’s die hun kiezersmandaat niet volmaken,’ sprak Arib streng bij het afscheid van de GroenLinks-politica. ‘Dat geldt zéker in jouw geval, want je bent gekozen met voorkeursstemmen.’ Meer treffende voorbeelden van vaandelvlucht: de VVD’ers Foort van Oosten en Leendert de Lange die er tussenuit knepen om burgemeester te worden van respectievelijk Nissewaard en Wassenaar, hun fractiegenoot Pieter Duisenberg die voorzitter werd van de VSNU, D66’er Monica den Boer die al na tweeëneenhalf jaar vertrok om hoogleraar te worden aan de Nederlandse Defensie Academie.

Advertentie

Advertentie

Stuk voor stuk kregen ze – volkomen terecht – een uitbrander van Khadija Arib.

De hoge omloopsnelheid van Kamerleden werd al in 2009 als groeiend probleem gesignaleerd in het verslag van de ‘Parlementaire Zelfreflectie’: de korte zittingsduur leidt tot gebrek aan kennis van de parlementaire spelregels, gebrek aan ervaring, een tanend collectief geheugen, en dus per saldo tot afkalving van de kwaliteit van de volksvertegenwoordiging als controleur van de macht. Geen wonder dat Khadija Arib vroegtijdige vertrekkers ervan langs geeft.

het vertrek van frank futselaar

Soms zijn er Kamerleden die meer begrip verdienen voor hun keuze, zoals Frank Futselaar, de SP’er uit Zwolle die onlangs aankondigde de Kamer te zullen verlaten. In de eerste plaats heeft hij het fatsoen zijn termijn netjes vol te maken, voor hij weer bescheiden les gaat geven aan hogeschool Saxion. En in de tweede plaats klonk Futselaars verklaring een stuk overtuigender dan de verhalen over ‘prachtige kansen’ waar zijn eerder genoemde collega’s mee kwamen.

In een interview in De Stentor legde Futselaar uit hoe hij tot zijn keuze was gekomen, en waarom het Kamerwerk hem zwaarder was gevallen dan hij dacht toen hij er in 2017 aan begon. Als portefeuillehouder Onderwijs, Landbouw en Natuur verscheen hij zelden voor de camera (‘Frank Futselaar futselt niet zo graag met de media’, noteerde de verslaggever), maar oogstte hij binnen en buiten de fractie groeiende waardering met zijn tomeloze ijver en kennis van zaken. Toch besloot hij de handdoek aan het eind van zijn eerste periode in de ring te gooien. Een belangrijke reden: het systematische lekken door spindoctors en ministeries die structureel informatie achterhouden, waardoor Kamerleden steeds moeilijker hun werk kunnen doen.

‘Jij als journalist kunt soms sneller informatie binnen hengelen dan ik, het Kamerlid. Ongelofelijk.’

‘Er is een overmacht aan voorlichters die nadenken hoe kabinetsinformatie de media haalt,’ verklaarde Futselaar in De Stentor. ‘Dé afspraak is dat de Kamerleden als eerste stukken krijgen, of geïnformeerd worden over regeringszaken. Ik durf de stelling aan: het is tegenwoordig beleid om dat niet te doen, in dit kabinet. Jij als journalist kunt soms sneller informatie binnen hengelen dan ik, het Kamerlid. Ongelofelijk. Ik sprak met journalisten die stukken uit stikstofdossiers hadden die ik al had moeten hebben. Het klonk verbaasd: heb jij die niet dan?’

‘Het probleem voor mij is ook de enorme strijd die je soms moet voeren om informatie te krijgen waar je gewoon recht op hebt. Hetzelfde geldt voor journalisten en de Wet openbaarheid van bestuur, om dossiers op te vragen. Die ontzettend beperkt wordt. Al die zwartgelakte pagina’s. Dat is volgens mij gekoppeld aan de huidige kabinetscultuur: controle houden over de boodschap. Wie weet wat ze schrijven? De controledrang is erin geslopen.’

treurig en onheilspellend

Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen: des te meer reden om er als Kamerlid met extra ijver tegenaan te gaan, zoals Renske Leijten van de SP en Pieter Omtzigt van het CDA de afgelopen paar jaar hebben laten zien bij het blootleggen van de Toeslagenaffaire. Maar het is hoe dan ook een treurige en onheilspellende vaststelling: een gedreven en gewaardeerd Kamerlid dat de handdoek in de ring gooit omdat hij zijn taak als controleur van de macht steeds moeilijker kan uitvoeren.

De toenemende controledrang in de coalitiepartijen heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat deze regering het moet doen zonder meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer, en met de krampachtige neiging op ministeries om ieder risico op politieke schade uit te willen sluiten, zoals de Toeslagenaffaire en de eindeloze touwtrekkerij over de burgerdoden in Irak de afgelopen paar jaar lieten zien. De trieste conclusie: de Tweede Kamer heeft het nakijken.