Dit stuk is dankzij Blendle ook te beluisteren.
Het is een wonderlijk gegeven: terwijl de drie linkse partijen – PvdA, GroenLinks en SP – samen in de peilingen op minder zetels staan dan de PvdA in haar eentje bij de verkiezingen van 2012, zijn ze alle drie vastbesloten te gaan regeren. Jesse Klaver kondigde die ambitie al aan tijdens een meet up in Eindhoven in 2016, toen hij nog gold als aanstormend talent: de drie linkse partijen zouden een pact moeten sluiten om samen het ‘motorblok’ van een nieuw kabinet te vormen.
Daar kwam bij de verkiezingen van 2017 weinig van terecht: de PvdA beleefde haar grootste nederlaag in de geschiedenis en besloot haar wonden te likken in de oppositie. Klaver nam deel aan de formatieonderhandelingen maar haakte te elfder ure af: volgens GroenLinks vanwege het beoogde asielbeleid dat door de ‘principiële ondergrens’ zou gaan en de onwil van vooral het CDA om GroenLinks tegemoet te komen, volgens de andere partijen omdat Klaver en kornuiten de verantwoordelijkheid uiteindelijk niet aandurfden.
En de SP kwam er al helemaal niet aan te pas.
In maart vorig jaar deden de linkse partijen opnieuw een poging om eendracht uit te stralen in de aanloop naar de verkiezingen, bij een oploop in een zaaltje in Amsterdam-Noord waar Jesse Klaver, Lilian Marijnissen en toenmalig PvdA-leider Lodewijk Asscher samen op het podium verschenen. Veel verder dan een gezamenlijke verklaring dat de verlaging van de winstbelasting voor grote bedrijven van tafel moest, kwam het niet.
links motorblok
Nu de verkiezingen nabij zijn, begint het er voor de drie linkse partijen om te spannen. Een ‘links motorblok’ van de drie partijen zit er in ieder geval niet in: eerder deze maand liet Lilian Marijnissen van de SP in de Volkskrant weten dat ze graag zou willen regeren met de PvdA en GroenLinks, maar dat ze ook prima kan samenwerken met andere partijen, zoals het CDA en de ChristenUnie.
De PvdA, die lering heeft getrokken uit de rampzalig afgelopen samenwerking met de VVD in het vorige kabinet, liet afgelopen jaar al weten alleen in een kabinet te zullen stappen met GroenLinks of de SP, om sterker te staan tegenover de rechtse partijen. Maar verder wil de partij niet gaan: de pogingen van Jesse Klaver om te komen tot een gezamenlijk links ‘stembusakkoord’ – een plan dat hij al in juni lanceerde – houden de sociaaldemocraten consequent af: eerst moet de kiezer zich maar uitspreken, vindt de top van de PvdA.
Wie voor de verkiezingen harde afspraken met gelijkgezinde partijen maakt over een aantal onderwerpen bij de formatie, geeft de andere punten eigenlijk al weg.
Bovendien menen de partijstrategen dat het ook om tactische redenen niet verstandig zou zijn zo’n akkoord te sluiten: wie voor de verkiezingen harde afspraken met gelijkgezinde partijen maakt over een aantal onderwerpen bij de formatie, geeft de andere punten eigenlijk al weg. Ook over het onderhandelingsteam bij de formatie zijn binnen de PvdA nog geen definitieve afspraken gemaakt. Het ligt voor de hand dat financieel specialist Henk Nijboer, nummer drie op de lijst, Lilianne Ploumen bij eventuele formatieonderhandelingen bijstaat, maar eerst wil de partij zich richten op de campagne.
De grootste gretigheid om te gaan regeren is bij GroenLinks te bespeuren: daar loopt Corinne Ellemeet, nummer twee op de lijst, zich al warm als secondant van Jesse Klaver aan de onderhandelingstafel, om ongelukken zoals de mislukte formatiegesprekken van 2017 te voorkomen.
Jesse Klaver is zelfs in het openbaar al bezig met formeren. Zo verklaarde hij deze week in een live gesprek op de website van het Algemeen Dagblad dat hij bij de formatie niet aan de rechtse partijen zal toegeven op het gebied van asiel: daarbij wil hij de andere linkse partijen ‘stevig vasthouden’, en ziet hij een belangrijke bondgenoot in Sigrid Kaag van D66, met wie hij een ‘honderd procent betere’ verstandhouding zegt te hebben dan met haar voorganger Alexander Pechtold.
keine experimente
De vraag is alleen: hoe reëel is het dat GroenLinks en PvdA – al dan niet met D66 – kunnen aanschuiven in een centrum-links kabinet? Volgens de laatste peilingen kunnen de regeringspartijen samen rekenen op meer zetels dan hun huidige zeteltal, zodat er een beste kans is dat de coalitie in de huidige samenstelling door kan gaan. Onlogisch zou dat niet zijn: getuige de onkwetsbare electorale positie van Mark Rutte – zelfs de toeslagenaffaire en het aftreden van het kabinet hebben hem in de peilingen niet geraakt – willen de Nederlanders in crisistijd keine Experimente.
Daar staat tegenover dat het maatschappelijk sentiment in Nederland het afgelopen jaar duidelijk naar links beweegt: de crisis heeft tot het breed gedeelde besef geleid dat een sterke overheid noodzakelijk is, dat de welvaart eerlijker moet worden gedeeld en dat het marktdenken zijn langste tijd heeft gehad. Ook het CDA en de VVD schuiven in dat opzicht behoedzaam naar links. Die ontwikkeling zou mogelijkheden kunnen bieden voor een centrum-linkse coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA.
In de Haagse wandelgangen wordt erover gespeculeerd dat Mark Rutte dat best eens een mooi avontuur zou kunnen vinden. Als hij erin zou slagen om – na zijn eerdere samenwerking met CDA, PVV, ChristenUnie, PvdA en D66 – ook nog een coalitie te smeden met GroenLinks, kan Rutte laten zien dat hij in staat is met vrijwel alle partijen te regeren. Zo’n centrum-links kabinet zou de kroon kunnen zijn op het werk van de wendbaarste premier die Nederland ooit heeft gehad.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.