‘Als je goed naar dit filmpje kijkt, zie je dat lijk gewoon bewegen.’

‘Drones van de Oekraïense politie filmden nota bene zelf de stad en je ziet welgeteld één uitgebrande auto.’

‘Je praat een westers narratief na. Oekraïne wordt geregeerd door neonazi’s en Poetin komt het land bevrijden.’

Een greep uit de berichten die ik ontvang zodra ik in een column of op mijn sociale media iets over de oorlog in Oekraïne schrijf.

Ik kijk nergens meer van op; sinds de coronacrisis ben ik gewend geraakt aan volstrekt normale mensen die me absurde boodschappen sturen. Zorgelijk is het wel, en vermoeiend. In eerste instantie ga ik nooit uit van kwade wil; vaak gaat het om jongeren die zich geen raad weten in het overweldigende web van nieuwsberichten waarin ze leven. Hun telefoonscherm is een bodemloze put waarin ze zonder handvatten hun weg naar de realiteit moeten vinden. Een realiteit die vroeger nog redelijk overzichtelijk was, begrensd door informatie die van tastbare mensen uit de eigen, afgebakende omgeving kwam, plus een krant en het journaal.

Anno 2022 is die uitgebreid tot een duizelingwekkend heelal vol brokstukken nieuws van onbekende afzenders. Geduldig antwoord ik. ‘Dit filmpje is afkomstig van een post-sovjet-propagandakanaal.’ ‘Deze journalist deelt bronnen van een antisemitische website.’ Soms staan mensen ervoor open, vaker worden ze boos op me en volgen er grimmige discussies. Ik vat het niet persoonlijk op. Ze worden boos en gefrustreerd omdat ik het moeilijk voor ze maak. Nog moeilijker. Wie kunnen ze nog vertrouwen? Wat gebeurt er allemaal in de wereld en welke gevolgen heeft dat voor ze?

Een misvatting die ik om mij heen zie, is het idee dat desinformatie is bedoeld om van mensen daders te maken.

Nepnieuws en desinformatie zijn altijd belangrijke oorlogswapens geweest, effectieve middelen om de vijand te ontmenselijken en de strijd te legitimeren. Propagandacampagnes waren er specifiek op gericht van aangewezen bevolkingsgroepen de ‘ander’ te maken; een onbetrouwbaar, vies en levensgevaarlijk wezen waarmee identificatie niet meer mogelijk was, tot een punt dat de genadeloze vernietiging van mannen, vrouwen en kinderen als een onvermijdelijke ingreep werd gezien. Het ‘eigene’ moest worden beschermd tegen de ‘ander’ – precies zoals we nu zien rond de oorlog in Oekraïne, die door veel Russen als een bevrijdingsdaad wordt gezien.

De aandacht gaat vaak naar het effect van desinformatie op de rechtstreeks betrokken partijen, maar de geschiedenis wijst uit dat ook hier de rol van toeschouwers ontzettend belangrijk is. Raul Hilberg, die het monumentale werk De vernietiging van de Europese Joden schreef, identificeerde in zijn analyse van de Jodenvervolging drie categorieën betrokkenen: daders, slachtoffers en omstanders.

Een misvatting die ik om mij heen zie, is het idee dat desinformatie is bedoeld om van mensen daders te maken; in dit geval om Russische burgers en soldaten te overtuigen van het Oekraïense vijandbeeld. Maar desinformatie is een even effectief instrument om omstanders onschadelijk te maken. Als je ze maar lang genoeg met nepnieuws, verzonnen scenario’s en halve waarheden bombardeert, denken die uiteindelijk, moe en gedesoriënteerd: laat maar, ze zoeken het zelf maar uit. Daarom blijf ik antwoorden.