Het gesprek met Fretz vindt plaats in Almere-Haven, waar hij op zijn tiende vanuit Dordrecht naartoe verhuisde. Hier zat hij op Openbare Scholengemeenschap De Meergronden (destijds 1.700 leerlingen, nu ongeveer 1.300). Een echte jaren-zeventigschool, gestart door een paar ‘boomer hippies’. Iedereen zou er dezelfde kansen krijgen, mede dankzij de heterogene brugklassen: de eerste twee jaar zitten leerlingen van alle niveaus samen in de klas. Je Cito-score deed er niet toe, op De Meergronden kon je met een schone lei beginnen. Misschien kon je wél naar het vwo, of juist niet. Laat het maar zien.

‘Ik was zo’n typisch ondergeadviseerd kind,’ vertelt Fretz. ‘Ik had een prima Cito-toets gemaakt, mijn basisschool wilde dat ik een zogeheten i-test zou maken; misschien moest ik wel naar het i-vbo, voor speciale begeleiding. Alle antwoorden had ik goed.’

Hij vertelt het zonder wrok. Zijn vader was er destijds behoorlijk kwaad over en ging op school verhaal halen. Schoorvoetend werd het een mavo/havo-advies, maar Fretz deed fluitend het vwo.

Even voor de helderheid: Johan Fretz en ondergetekende zaten samen op de middelbare school.

kansengelijkheid

Dat we bij het jaren-zeventigcomplex hebben afgesproken is niet alleen vanwege de gezellige trip down memory lane, De Meergronden belichaamt het thema waar Fretz zich veel mee bezighoudt: kansengelijkheid. In zijn wekelijkse columns voor Het Parool fileert Fretz erop los, altijd scherpzinnig, feitelijk en met humor. Het publiek dat hij met zijn theatervoorstellingen (Fretz deed de toneelschool) niet wist te bereiken, weet hem nu massaal te vinden. Met ruim 29.000 Instagramvolgers en een bereik van soms wel 200.000 columnlezers is hij niet meer weg te denken uit het publieke debat.

Op Instagram ageert hij zo’n beetje tegen elk geluid uit de VVD-hoek. Onlangs was het nog de HJ Schoo-lezing van minister Yeşilgöz, waarin ze het heeft over ‘wokisme’ en hoe dat de rechtsstaat zou ondermijnen. Fretz op Twitter: ‘Als je reactief wilt zijn, doe het dan in ieder geval met gevoel voor taal’. Op Instagram trakteert hij zijn publiek op een ‘wokakiserings partitute’, waarin hij aan de haal gaat met mogelijke vervoegingen van het woord woke. (‘Ik woke, jij wokakiekiet.’)

Columns schrijven deed Fretz al op de middelbare school. ‘Soms werd ik dan op het matje geroepen, dan was ik volgens conrector Greet Snoodijk, de meest verschrikkelijke vrouw op aarde, weer te ver gegaan.’

Waar ging zo’n column dan over?

‘We moesten bijvoorbeeld een essay schrijven voor Nederlands en daarvoor een bepaald stappenplan volgen. Dat hadden wij allebei niet gedaan. Mijn docent had me toen een 9 gegeven en jouw docent gaf jou een 4, gewoon omdat je je niet aan de regels had gehouden. En toen heb ik die docent he-le-maal afgefikt. “Wat een ambtenaar!” Die man zat een week thuis, ik ben bijna geschorst.’

Was je voor je gevoel toen iemand anders dan nu?

‘Ik denk dat je als puber juist héél erg jezelf bent, heel unapologetic. Al gaat de puberteit natuurlijk gepaard met heel veel angst en schaamte; ik was ook nog eens heel dik…’

Waarom was je eigenlijk zo dik? 100 kilo, woog je.

‘Ik had niet zo’n florissante jeugd, waar ik al veel over geschreven en verteld heb, dus daar kom je vast wel uit. Eten was troost. En ik had er ook aanleg voor.’

Slasher

Die ‘niet florissante jeugd’ begint in Dordrecht. Zijn moeder is Virginia Brown uit Paramaribo, vader is Hagenees Jan Fretz. Johan is hun enige zoon, veel geld is er niet. Samengevat: Fretz’ ouders worstelen niet alleen om rond te komen, maar ook met psychische problemen en alcoholisme. Maar er is wel veel liefde, en aandacht voor boeken, kunst, film. In 2018 zou Fretz er de bestseller Onder de Paramariboom over schrijven. De filmrechten zijn verkocht en Fretz is bijna klaar met het scenario.

‘Dat hele gebrek aan ideologische strijd tussen de VVD en de PvdA, die zogeheten Derde Weg, dat heeft echt de downfall van de sociaaldemocratie ingeluid.’

Fretz is een slasher, iemand die van alles tegelijk doet. Hij is niet alleen schrijver en columnist, hij sprak ook het luisterboek in van Obama, komt binnenkort met zijn eigen ‘podcastshowtje’ en hij wordt ook nog eens als creative director bij een productiehuis, waar hij makers gaat ondersteunen met de ontwikkeling van hun idee. Voor de documentaire What’s Left was Fretz óók producent, samen met Anne van der Ven van Frenkie Media. Met Juul Op den Kamp (King of my Castle, Beeldmacht) deed hij de regie. Ruim anderhalf jaar hebben ze aan de film gewerkt. Hun belangrijkste vraag: hoe kon de linkse reus van vroeger, de PvdA, zo instorten? Aan het woord komen Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom. Het resultaat is onderhoudend, swingend, grappig en ontluisterend – komen we zo op.

Johan Fretz. Foto: Wesley Verhoeve
Neoliberale leugenaar

Inmiddels zijn we op het schoolplein, blij verrast dat de grote, rode magneet er nog staat waar we vroeger altijd hingen. Er staan wat plukjes leerlingen buiten – er wordt opvallend minder gerookt dan toen.

Waarom wilden jullie deze film maken?

‘Met een column over politiek kan ik 200.000 relatief jonge lezers bereiken. En dan niet op een “jojo, ga stemmen”-manier. Zo dóm, dat infantiliseren, maar op tv is het vaak dat. Of het is heel highbrow, daartussenin zit niks. Dan moet ik dat zelf maken. Ik kan nog wel vijf kabinetten Rutte zeggen dat hij een neoliberale leugenaar is, maar ik wilde verdieping. In aanloop naar de verkiezingen van 2021 ging het veel over de sociale en economische kloof, en ondanks al dat gelul werd links kleiner dan ooit. (GroenLinks, PvdA en SP behaalden samen 25 zetels, AK.) Je wil toch weten: hoe heeft het zover kunnen komen?’

De film begint met een voice-over, waarin Fretz als een soort Lester Burnham (Kevin Spacey in American Beauty) de huidige stand van zaken schetst. Aantal daklozen in tien jaar tijd verdubbeld, grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog, de zorg is uitgekleed, de planeet staat op instorten, institutioneel racisme bij de Belastingdienst, enzovoort, enzovoort.

Zoekend naar het antwoord op de vraag waar het mis ging, komen jullie al snel uit bij Wim Kok. In 1995 geeft hij zijn befaamde Den Uyl-lezing waarin hij het heeft over het ‘afschudden van de ideologische veren’. Daar is de neergang begonnen?

‘Lang heb ik een enorme nostalgie gehad naar Paars, maar later ging ik inzien dat de ellende daar is begonnen, ja. Dat hele gebrek aan ideologische strijd tussen de VVD en de PvdA, die zogeheten Derde Weg, dat heeft echt de downfall van de sociaaldemocratie ingeluid.’

Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom zijn mannen waarop jij hebt gestemd. Jij confronteert Samsom onder andere met het falen van de Participatiewet en hij zit een beetje te lachen.

‘Het ontbreekt hem zó aan zelfkritiek. Ik kom ook met die hele opsomming van hoe we er nu voorstaan en vraag of hij ergens spijt van heeft. “Nee.” Dat vond ik schokkend.’

Vroeger was je fan van Wouter Bos. Wat hoopte je van hem te horen?

‘In 2006 stond de PvdA op zestig zetels in de peilingen, met GroenLinks en de SP was er een virtuele meerderheid voor een links kabinet. Waarom heeft hij toen in vredesnaam niet gezegd dat hij daarvoor in was?’

Je kreeg niet echt een antwoord op die vraag.

‘Ik vond het veelzeggend dat hij zei: “goh ja, hmm. Ik ben altijd voor een zo progressief mogelijk kabinet geweest.” Daar klinkt niet echt links vuur in door, hè? Maar het blijft moeilijk grip op hem te krijgen. Aan de ene kant is het een Shelljongen die heel erg gelooft in de Derde Weg, maar tijdens de bankencrisis van 2008 nationaliseert hij als minister van Financiën de banken en zegt hij dat het neoliberalisme te ver is doorgeslagen. En dan verlaat hij de politiek!’

Job Cohen praat als enige zonder meel in de mond.

‘Met hem kon ik er echt induiken, zonder dat het ook nog een soort schaakspel is. Hij heeft niets meer te verliezen. Wat fijn ook was: hij legitimeert het verhaal dat wij willen vertellen. Dat is toch prettig, een autoriteit die zegt: ik zie dit ook.’

De term ‘neoliberalisme’ is nu al een paar keer gevallen. Wat betekent dat volgens jou?

‘Het neoliberalisme zegt: de overheid is er niet om jou te faciliteren, wij bemoeien ons er niet mee, laten iedereen vrij. Maar de overheid grijpt wel degelijk in. Belastingvoordelen gaan naar grote bedrijven of mensen die vermogend zijn, de rechten van arbeiders worden uitgekleed en de publieke voorzieningen worden geprivatiseerd. Dit alles met het idee: als je het aan de markt overlaat krijgt iedereen het beste wat hem toekomt. Dat is niet zo, veel mensen komen erdoor in de verdrukking.’

Misschien ben ik naïef, maar ik heb het idee dat neoliberaal beleid met de beste bedoelingen gemaakt is. Jij ziet het als iets kwaadaardigs?

‘Het is absoluut het kwaad. We hebben het veertig jaar geprobeerd, met ongebreidelde marktwerking en trickle-down economics, maar de ongelijkheid is enorm toegenomen. Het liberale idee van kunnen zijn wie je bent en kunnen bereiken wat je wilt is op zich heel mooi. Mark Rutte zegt daarom ook graag: “Ik ben geen neoliberaal, ik ben een liberaal.” Nee! Als je moedwillig obstakels opwerpt waardoor mensen zich minder makkelijk kunnen ontplooien, is dat een valse voorstelling van zaken.’

Links is goed, rechts is slecht?

‘Ik denk dat links het beste antwoord heeft op de huidige problemen, ja.’

In 2012 schreef je het boek Fretz 2025, waarin het personage Johan Fretz zich kandidaat stelt voor het premierschap van 2025. In een bijbehorende video zeg je: ‘De plek van de onbegrensde mogelijkheden is niet dat van de stars and stripes, (…) die plek is hier.’

‘Als je de overkant van de kloof hebt gehaald, en “succes” hebt, ben je geneigd dat aan jezelf toe te schrijven. Totdat ik me ging realiseren: A, ik ben echt de uitzondering op de regel, en B, mijn ouders hebben allebei wel gestudeerd én ze hebben voor me gestreden na dat lage schooladvies. Deze school was ook een haast socialistisch bolwerk; iedereen moest kunnen meekomen.’

Jij hebt de overkant van de kloof zéker gehaald. Je hebt een jaren dertig koophuis in Haarlem en je zoon gaat naar de antroposofische crèche, je pasgeboren dochter straks ook.

‘Daar kan ik me heel ongemakkelijk bij voelen. Al die progressieve hoge middeninkomen-mensen met hun biologische bakfiets van duurzaam hout: oh my god. Het is een heel fijne crèche, maar James is een van de weinigen die niet wit is. Ik heb liever dat hij straks naar een gemengde school gaat, zodat hij niet als de exotische uitzondering wordt gezien. Die scholen, gemengd qua zowel kleur als klasse, staan wat minder goed aangeschreven, maar ik voel me prettiger als mijn kinderen niet in een elitaire bubbel opgroeien.’

Maar kom op, Haarrrrrlem…

‘Ik heb nu meer het gevoel heb dat ik weer in Nederland woon, weg uit de Amsterdamse bubbel waar wel iedereen GroenLinks stemt, maar: they don’t know shit wat betreft armoede, niets te vreten hebben en wat diversiteit is.’

Onderweg hiernaartoe vertelde je dat je nog steeds bang bent ooit weer arm te zijn.

‘Veel mensen met zo’n achtergrond hebben dat. Nu alle prijzen zo stijgen, voel ik toch even paniek. Rationeel weet ik dat ik me daarover geen zorgen meer hoef te maken.’

Je bent inmiddels tien jaar columnist. Begonnen bij de Volkskrant, nu alweer jaren voor Het Parool. Eind september verschijnt je bundel Met vriendelijke groet. Hoe is het om je oude werk terug te lezen?

‘Ik schrik soms wel van mezelf. Het n-woord, veel seksisme. Sarah Palin omschrijf ik bijvoorbeeld als een hysterische heks zonder bezemsteel. Nee Johan, nee!’ (Lacht)

Je bent online heel actief. Hoeveel tijd ben je wel niet kwijt aan sociale media?

‘Valt op zich wel mee, hoor.’

Valt mee? Je post meerdere keren per dag op zowel Twitter als Instagram, mensen reageren daarop, jij reageert daar weer op met uitgebreide betogen, enzovoort.

‘Daar is mijn vriendin op zich wel streng in, hoor. Die zegt na een paar reacties “en nu is het klaar”.’

Hoe zie jij je rol als ‘opiniemaker’?

‘Dat vind ik een elitair kutwoord. Het gaat om de waarde van waaruit je vertrekt. Met een bepaalde blik reageer ik op de actualiteit en met zinnen, ritme, stilisme giet ik dat in een vorm. Daarom ga ik ook bijna niet in talkshows zitten om het nog eens over mijn column te hebben. Dan ben ik gewoon iemand die praat, dan is het niks.’

Bang dat hun kind zou ‘afglijden’

Even een rondje door de school. Op een muur de spreuk: ‘Education is the most powerful weapon which you can use to change the world.’ Nelson Mandela. Al gauw worden we aangesproken door een leraar (met wenkbrauwpiercing) die Fretz herkent. De heterogene brugklas bestaat niet meer, zegt hij. ‘We moeten concurreren met havo/vwo-scholen, dus tja.’

Fretz herinnert zich de open dagen van De Meergronden. ‘Waarop je aan ouders mocht vertellen hoe leuk het hier was. De aandacht voor kunst en cultuur vonden ze allemaal top, maar vanwege die heterogene brugklas waren ze bang dat hun kind zou “afglijden” naar een lager niveau.’ Korte zucht. ‘Dat is precies waar we het net over hadden: wat betekent het dan dat je GroenLinks stemt, als je liever in je eigen bubbel blijft?’

Ik heb onlangs een basisschool voor mijn zoon uitgezocht in Zaandam, gewoon de buurtschool. Maar niemand van onze ‘yuppenvrienden’ kiest voor die school, want ‘te volks’, en dan ga ik toch even twijfelen of ik de juiste keus maak. Ik snap dat het lastig kan zijn volgens je linkse principes te leven.

‘Ik heb nu baat bij de hypotheekrenteaftrek, maar ik zal altijd op een partij stemmen die het wil afschaffen. Het is nu gewoon een subsidie op vermogensgroei, weg ermee. Ik zou later ook nooit een huis kopen voor mijn kinderen.’

Want? Dat vind je niet eerlijk?

‘Nee, dat vind ik niet eerlijk.’

Velen zien Marjolein Moorman, nu wethouder in Amsterdam, als redder van de PvdA.

‘Zij is wel een van de stemmen die, heel intrinsiek gedreven, weer teruggaat naar de kernwaarden: gelijke verdeling van kennis, macht en inkomen. Maar je moet haar niet zien als de volgende “verlosser”. Politiek moet sowieso minder om de persoon gaan, we moeten het collectiever gaan ownen.’

Lees ookMarjolein Moorman: ‘Een leraar is net zo goed een strijder voor de samenleving als een militair’25 januari 2022
Wonen! Werken! Winkelen!

Rondom de school is het rustig, om niet te zeggen: uitgestorven. Het was en is niet de meest inspirerende omgeving en toch: ‘Mijn jaren hier zijn vormend geweest voor mijn makerschap. Op school was cultuur en maatschappij het zwaartepunt; hoe kijk jij naar de wereld? En bij de gemeente was er altijd wel een potje geld, als mijn vrienden en ik iets wilden maken.’

Het motto van de stad was jarenlang: het kán in Almere. Daar deden we smalend over, maar het was wel zo.

‘Zeker. Almere is bij uitstek de plek van de maakbaarheid, opgebouwd vanuit dat linkse jaren zeventig, utopische denken. Dat zie je ook aan de woonhofjes met hun community-achtige vibe. De slogan is nu geloof ik “wonen, werken, winkelen”.’ Dat klinkt toch meer als een dreigement. Wonen! Werken! Winkelen! En verder je bek houden!’ (Weer die schaterlach).

‘What’s Left’ is 22 september op tv, om 22.25 uur op NPO2.