‘De ontwikkelingen gaan zó snel. Ik moest mijn boek voortdurend blijven updaten,’ zegt Jessica den Outer (26). De eerste plek ter wereld waar de natuur rechten kreeg, was het mijnstadje Tamaqua Borough in de VS, in 2006. Sinds in 2017 de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland eigen rechtspersoonlijkheid kreeg, zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling gekomen. Wereldwijd hebben inmiddels ruim veertig landen rechten voor de natuur vastgelegd in wetten en regelgeving en zijn er ten minste 409 burgerinitiatieven, blijkt uit onderzoek.

‘Het recht ontwikkelt zich en gaat mee met de tijd,’ zegt Den Outer. Net zoals vrouwen en tot slaaf gemaakten ooit nieuwe groepen waren die rechten kregen, is het nu volgens haar hoog tijd voor een juridische emancipatie van de natuur. Als schepen en bedrijven wél rechtspersoonlijkheid kunnen bezitten, terwijl dit in feite door de mens verzonnen ficties zijn, waarom zou dat dan niet gelden voor een rivier, met al het leven dat zij in stand houdt en voedt, vraagt ze in haar net verschenen, toegankelijk geschreven boek Rechten voor de natuur.

Naast de ontwikkelingen in Nederland bespreekt ze daarin een Californische gletsjervallei en voorbeelden in Nieuw-Zeeland, India, Bangladesh, Colombia, Ecuador en Spanje, het eerste Europese land dat een natuurgebied rechten toekende.

Een burgerbeweging verzamelde er 639.826 handtekeningen, wat in oktober 2022 leidde tot het wettelijk vastleggen van rechtspersoonlijkheid voor de zwaar vervuilde zoutwaterlagune Mar Menor (Kleine Zee). Den Outer verwacht snel meer Europese voorbeelden. ‘Ook in Zwitserland en Frankrijk zijn initiatieven en in Zweden waren oefenrechtbanken voor toepassing van rechten voor het Vättermeer. In Engeland wordt gewerkt aan rechtspersoonlijkheid voor een aantal rivieren en krijgt de Ouse waarschijnlijk als eerste rivier rechten.’

Jessica den Outer

Jessica den Outer (1996) is milieujurist en werkt als zelfstandig deskundige rechten voor de natuur. Ze studeerde in 2018 af op dit onderwerp en is sinds 2019 erkend als expert Rechten voor de Natuur door het Harmony with Nature-programma van de Verenigde Naties. Met mede-expert Laura Burgers schreef ze eerder het Compendium Rights of Nature: Casestudies from Six Continents (Ambassade van de Noordzee, 2021). Hiervan zijn Nederlandse en Duitse vertalingen verschenen.

 Hoe verklaar je de snelle opkomst van rechten voor de natuur wereldwijd?

‘Die past binnen een bredere beweging van toegenomen klimaatbewustzijn en besef van hoeveel biodiversiteit we verliezen en hoe slecht het ervoor staat met de aarde. Dat confronteert ons ermee dat we het allemaal heel anders moeten gaan aanpakken. Rechten voor de natuur zijn niet dé silver bullet, want we hebben ook ecocidewetgeving nodig en verandering in alle sectoren, zoals een economie die binnen ecologische grenzen blijft. Maar het wordt steeds duidelijker dat als we de natuur wérkelijk willen beschermen, ze eigen rechten moet krijgen. Zo kreeg de Mar Menor rechtspersoonlijkheid na een ecologische ramp waarbij tonnen dode zeedieren aanspoelden op het strand.

De ecologische crisis laat zien dat we toe moeten naar een rechtssysteem dat de aarde centraal stelt. Ons huidige rechtssysteem is antropocentrisch: het neemt de mens en menselijke belangen als uitgangspunt en is gebaseerd op een verouderd wereldbeeld waarin de mens de heerser is over de rest van de natuur. Steeds meer mensen hebben een ecocentrisch wereldbeeld: zij zien de mens als onderdeel van de natuur. Dat is echt iets van de laatste jaren.’

De natuur rechten geven vraagt om een andere manier van denken. Wat verandert er dan?

‘Heel praktisch: als je bijvoorbeeld kijkt naar vergunningen rondom lozingen, wordt wel vaak gezegd dat zachte waarden, zoals natuur en biodiversiteit, in acht moeten worden genomen. Maar dat is natuurlijk niet zo sterk. En in de praktijk krijgen de economische en maatschappelijke belangen toch altijd weer de overhand. Als je de natuur zelf een juridische status geeft, met eigen rechten, is dat een totaal ander uitgangspunt. Dan stel je de belangen van de natuur veel centraler en kun je er niet zo makkelijk meer omheen.’

‘We zien de natuur nu als rechteloos, als een verzameling objecten die we kunnen gebruiken en uitputten voor ons eigen gewin en als iets dat eigendom kan zijn. Dat we ons stukken land met bomen die er al duizenden jaren staan kunnen toe-eigenen vind ik een bizar idee, al helemaal als we daarbij de belangen van de natuur zelf niet ook meenemen. Als je de natuur rechten geeft, erken je dat de natuur zelf ook bestaansrecht heeft. Het is een manier om de natuur een stem te geven in het recht, zodat die kan meepraten.

In Nederland hebben we waterschappen en daarin worden allerlei verschillende belangen gewaarborgd, maar we vergeten bijna waar het écht om gaat: het water. Als een vertegenwoordiger de belangen van het water zelf verwoordt, word je uitgedaagd om het perspectief van water steeds mee te wegen, naast de belangen van bedrijven, boeren en drinkwaterbedrijven.

Ik vind rechten voor de natuur mooi, omdat die op inheemse wereldbeelden zijn gebaseerd. Die kun je niet allemaal over één kam scheren, maar de relatie van inheemse volkeren met de natuur draait over het algemeen om reciprociteit en om respect. Over rechten voor de natuur zeggen zij in eerste instantie vaak: dat kennen we niet. Zij vinden het toekennen van rechten heel westers en eigenlijk ook antropocentrisch.’

Is het toekennen van rechten aan natuur inderdaad niet juist weer vanuit de mens gedacht?

‘Ik zie het als een brug tussen inheemse wereldbeelden en het westerse rechtssysteem. Voor de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika en de Maori in Nieuw-Zeeland is het een manier om hun cultuur en opvattingen over natuur ook in het recht op te nemen. En voor westerse mensen zijn rechten en rechtspersoonlijkheid iets normaals, want gemeenten, waterschappen of bv’s hebben ook rechten, dus waarom de natuur niet? Met rechten voor de natuur kun je twee wereldbeelden in de wet verenigen.

Mijn boek heet Rechten vóór de Natuur, omdat ik de titel ook bedoel als een oproep. Maar het gaat er niet om dat wij de natuur rechten toékennen, maar eerder dat we die érkennen. In het Engels is het Rights of Nature, dus van de natuur. Ik gebruik ‘voor’ en ‘van’ allebei. Erkennen dat de natuur rechten heeft, gaat over het erkennen van de intrinsieke waarde van natuur. We kennen een boom nu waarde toe, omdat we er meubels van kunnen maken, of omdat we de boom mooi vinden, of van historisch belang is. Maar dat zijn allemaal menselijke waarden, terwijl de natuur waarde van zichzélf heeft, los van wat ze voor mensen betekent, of omdat ze belangrijk is voor ons voortbestaan. Vanuit het idee van intrinsieke waarde kun je beredeneren dat de natuur een onafhankelijk bestaansrecht heeft. Vastleggen dat een natuurgebied zichzelf bezit, wat gebeurt als het een rechtspersoon is, is een manier om dit te bevestigen. Dan is er nog steeds een rol voor de mens, als vertegenwoordiger, maar vanuit een heel andere invalshoek.’

‘Het is onzin om te zeggen dat natuurlijke objecten niet het recht kunnen hebben om voor zichzelf verhaal te halen omdat ze niet kunnen spreken.’

 Hoe kun je als vertegenwoordiger spreken namens een bos of rivier?

‘Jurist Christopher D. Stone schreef in zijn boek Should Trees have Standing uit 1972 dat het onzin is om te zeggen dat natuurlijke objecten zoals beken en bossen niet het recht kunnen hebben om voor zichzelf verhaal te halen, omdat ze niet kunnen spreken. Want bedrijven kunnen dat ook niet, schrijft hij, net zomin als staten, landgoederen, zuigelingen, mensen met een verstandelijke beperking, gemeenten of universiteiten. Advocaten spreken daarom voor hen, zoals ze dat ook doen voor gewone burgers met juridische problemen. Volgens Stone is het helemaal niet zo moeilijk om je in te leven in wat de natuur nodig heeft, want dat doen we in al die gevallen die hij noemt ook.

Voor het vertegenwoordigen van een natuurlijke entiteit of gebied bestaan verschillende vormen. In Spanje spreekt een drietal commissies met burgers, wetenschappers en overheidsvertegenwoordigers voor de Mar Menor. En in Nieuw-Zeeland is een vertegenwoordigingsorgaan opgericht met Maori’s en mensen van de overheid. Je ziet daar dat het lang niet altijd tot rechtszaken hoeft te leiden, of dat allerlei dingen niet meer kunnen. Het gaat om het luisteren naar de stem van de rivier en haar belangen ook meenemen.’

Wat is er de afgelopen jaren veranderd in het denken over rechten voor de natuur in Nederland?

‘Veel. Zelf richt ik me op het recht, maar er zijn veel meer initiatieven om dat andere wereldbeeld en de stem van de natuur te laten horen, of een plek aan tafel te geven. Denk aan Patagonia, het bedrijf voor outdoorkleding. Zij hebben moeder natuur als CEO aangesteld. En in het zogeheten zoöp-model laten organisaties een Spreker voor de Levenden aan de bestuurstafel meepraten namens het niet-menselijk leven. De Ambassade van de Noordzee wil de stem van de Noordzee laten horen. Dat gaat vooral over politieke vertegenwoordiging en is geïnspireerd door filosoof Bruno Latour en het Parlement van de Dingen waarin ook niet-menselijke entiteiten een stem hebben. Samen met de Maas Cleanup zet ik me in voor rechten voor de Maas, zoals het recht om vrij te stromen, vrij van verontreiniging. We hebben onze petitie Maas in de Wet een jaar geleden aangeboden aan de Tweede Kamer, maar die is nog steeds niet behandeld.

Steeds meer universiteiten en hogescholen besteden aandacht aan rechten voor de natuur. Ik heb samengewerkt met de Wageningen Universiteit en de Haagse Hogeschool. Ik heb het zelf in mijn opleiding gemist, maar kan het nu wel aan andere studenten overbrengen. En met IVN Natuureducatie heb ik een traineeship opgezet om rechten voor de Maas te onderzoeken.

Als jurist word je nogal traditioneel opgeleid, maar we moeten verder denken dan we geleerd hebben en ook nadenken over hoe we de wereld kunnen veranderen. Traditionele milieujuristen noemen rechten voor de natuur steeds meer in academische stukken. Kees Bastmeijer, hoogleraar natuurbeschermingsrecht, noemde rechten voor de natuur tijdens zijn afscheidscollege aan de Universiteit van Tilburg als interessante nieuwe ontwikkeling.’

Leeft het onderwerp ook bij waterschappen, Rijkswaterstaat, gemeenten of provincies?

‘Ja, steeds meer. Zo wijdde Rijkswaterstaat een themanummer van hun tijdschrift Lichtkogel aan rechten voor de natuur. Ik heb er laatst ook een workshop gegeven. Waterschap De Dommel in Brabant doet onderzoek naar vertegenwoordiging voor de stem van de Dommel. De Friese gemeente Noardeast-Fryslân heeft zich al in 2019 uitgesproken voor rechten voor de Waddenzee. Een gemeente in Zeeland wil aan de slag met rechten voor de Schelde, hoorde ik. En in Utrecht en Bunnik werken mensen aan rechten voor Amelisweerd.’

‘Uiteindelijk hebben mens en natuur dezelfde belangen, als je er goed over nadenkt, want het is één ecosysteem.’

Wat zouden rechten voor de natuur in Nederland toevoegen aan de huidige milieuwetten?

‘Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Waddenzee is dat een Natura 2000-gebied met Werelderfgoedstatus. Je zou dus denken dat die heel goed beschermd is. Maar de praktijk laat zien dat dit niet goed werkt, want de Waddenzee wordt bedreigd door gas- en zoutwinning, scheepvaart, visserij, toerisme en militaire activiteiten. Een ander voorbeeld, dat me erg aan het hart gaat en laat zien wat er misgaat, is dat chemiebedrijf Chemelot een vergunning heeft om jaarlijks 14.040 kilo microplastics – polymeren – in een zijtak van de Maas te lozen.

In de milieuwetgeving zou het voorzorgsprincipe moeten gelden. Dat stelt dat je bepaalde dingen niet mag doen, totdat er wetenschappelijke zekerheid is over de gevolgen. Naar mijn idee wordt dat principe in dit geval niet gehanteerd. Niet alleen zijn zeven miljoen mensen afhankelijk van het drinkwater van de Maas, de microplastics stromen ook naar zee en komen in de magen van vissen terecht, waarmee ze in de voedselketen belanden. Zo komen ze weer bij ons terug. Uiteindelijk hebben mens en natuur dezelfde belangen, als je er goed over nadenkt, want het is één ecosysteem.

Vertegenwoordigers van een natuurgebied kunnen erop toezien dat doelen die al in de wet staan ook echt worden uitgevoerd. Ecuador heeft in 2008 als eerste land ter wereld rechten voor de natuur in de grondwet opgenomen. Advocaten hebben die daar ook gebruikt om bijvoorbeeld aan te kaarten dat er geen milieueffectrapportage is uitgevoerd, of dat bepaalde natuurbeschermingswetten niet worden nageleefd. Het kan dus ook een middel zijn om bestaande milieuwetgeving te laten naleven.’

Wat zou er voor de Waddenzee veranderen als die rechten kreeg?

‘Een vertegenwoordiger kan er dan voor zorgen dat de belangen van de Waddenzee vanaf het eerste moment worden meegenomen in de besluitvorming. Hoe dit er precies uitziet, moet verder worden uitgewerkt. Tineke Lambooy, hoogleraar Corporate Law aan Nyenrode, jurist Jan van de Venis van het Lab Toekomstige Generaties en hoogleraar Ondernemingsrecht Christiaan Stokkermans hebben de mogelijkheid van een Natuurschap Waddenzee onderzocht. Dan krijgt de Waddenzee zelf ook een plek aan tafel door middel van vertegenwoordigers. Dat idee komt terug in een wetenschappelijk rapport voor de Waddenacademie dat zegt dat rechten voor de Waddenzee juridisch gezien mogelijk zijn in Nederland.

In de Kamerbrief waarmee minister voor Natuur en Stikstof Christianne van der Wal hierop reageerde, werd gesteld dat rechten voor de natuur voornamelijk symbolisch zouden zijn en niets zouden toevoegen aan de bescherming van de Waddenzee. Ook waren rechten voor de natuur volgens Van der Wal meer iets voor landen met een inheemse gemeenschap. Maar uit het voorbeeld van Spanje blijkt al dat het niet alleen gaat om landen met inheemse volkeren. En het bestaat ook al op meerdere plekken in de VS, dus dat argument was niet terecht. Op LinkedIn schreef iemand dat we ons misschien meer moeten openstellen voor inheemse wereldbeelden en daar juist wél naar moeten luisteren. Want waarom zouden we die meteen afschrijven? Misschien kunnen we er iets van leren.

Dat rechten voor de natuur voornamelijk symbolisch zouden zijn, klopt ook niet. Daarover heeft jurist Laura Burgers een goed opiniestuk geschreven in de Volkskrant. Daarin noemde ze als voorbeeld een rechtszaak tegen illegale mijnen die moesten sluiten in het regenwoud van Ecuador. Daar hebben burgers die opkwamen voor de natuur 64 rechtszaken gewonnen. De mijnbouwbedrijven voeren de lobby tegen rechten voor de natuur op, omdat ze dit zien als een bedreiging. Die bedrijven zetten nu de beste en duurste advocaten in om te kijken hoe ze dit onderuit kunnen halen. Rechten voor de natuur hebben dus wel effect in de praktijk, al zijn ze niet overal even effectief.

In het Commissiedebat over de Waddenzee in januari hebben de Partij voor de Dieren, SP, GroenLinks, D66 en PvdA aangegeven dat ze dit verder willen onderzoeken. D66 heeft begin maart bekendgemaakt dat Kamerlid Tjeerd de Groot gaat werken aan een initiatiefwetsvoorstel voor een eigen rechtspersoonlijkheid voor de Waddenzee. Rechten voor de natuur worden vaak in het hokje van GroenLinks of de Partij voor de Dieren geplaatst, maar voor mij is het iets dat politiek overstijgt, want natuur gaat ons allemaal aan.’

‘In Amerika heeft zelfs wilde rijst rechten. Sommige eikenbomen in Amelisweerd zijn meer dan tweehonderd jaar oud, veel ouder dan de politici die er nu over beslissen. Natuurlijk hebben zij ook een eigen bestaansrecht.’

Is er eigenlijk wel echte natuur in Nederland?

‘Dan gaat het over de vraag: wat is dan natuur? In Ecuador kreeg Pacha Mama – Moeder Aarde – rechten, in Nieuw-Zeeland ging het om specifieke natuurgebieden en in Amerika heeft zelfs wilde rijst rechten. De Waddenzee is een van Europa’s meest unieke natuurgebieden en is heel belangrijk voor trekvogels. We hebben de Veluwe en de Oostvaardersplassen. Het is misschien man made, maar heeft wel grote ecologische waarde en er zijn bijzondere soorten. Er is hier geen oernatuur meer, dat klopt. We hebben het laatste oerbos eind negentiende eeuw gekapt. Maar sommige eikenbomen in Amelisweerd zijn meer dan tweehonderd jaar oud. Ze zijn veel ouder dan de politici die er nu over beslissen. Natuurlijk hebben zij ook een eigen bestaansrecht.’

Wat zie je als bruikbare modellen voor Nederland?

‘In 2021 hebben in Noord-Ierland twee district councils rechten voor de natuur als leidend principe aangenomen. Het gaat dan om basisrechten, zoals het recht om te bestaan, te floreren en ecologische processen in stand te houden. In workshops met de lokale bevolking hebben ze onderzocht welke impact het zou hebben en wat het zou betekenen voor hun beleid en ze hebben een Charter opgesteld. Dit kan een goed voorbeeld zijn voor Nederlandse gemeenten en provincies die willen onderzoeken hoe een ander uitgangspunt hun beleid kan veranderen.

Nederland hoeft het wiel niet zelf uit te vinden. In veel landen zie je dat rechten voor de natuur een aanvulling kan zijn op bestaande wetgeving. Het is overal anders geregeld. Zo staat het in Oeganda in de nationale milieuwet. In Nederland kan het worden opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, in bestaande milieuwetgeving, of in de nieuwe Omgevingswet, of de Grondwet.’

Dat laatste is je toekomstdroom, schrijf je. Waarom vind je dat rechten voor de natuur in de Grondwet horen?

‘De Grondwet is het fundament van onze democratie en rechtstaat. Het is de afspiegeling van onze normen en waarden en omvat de basisregels van onze samenleving. In artikel 21 staat: “De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.” Dat is dus helemaal vanuit de mens gedacht en gebaseerd op een gedateerd wereldbeeld.

In Duitsland, Colombia en Zweden zijn initiatieven om rechten van de natuur in de grondwet op te nemen. In mijn boek spreek ik me hiervoor uit en ik wil me ervoor inzetten. Maar ik denk wel dat dit toekomstmuziek is, omdat het aanpassen van de grondwet heel moeilijk is. Een andere mogelijkheid is de erkenning dat we de natuur moeten beschermen omwille van zichzelf in de Grondwet opnemen. In de Wet Natuurbescherming staat al wel dat de natuur intrinsieke waarde heeft. Maar dat is slechts een constatering, zonder aanwijsbare gevolgen.’

Je eindigt je boek met een oproep. Wat kunnen mensen bijvoorbeeld doen?

‘Ik wilde de lezers handelingsperspectief geven en laten zien welke burgerinitiatieven er al zijn. Zo werkt de Stichting “Bos dat van Zichzelf is” aan het vrijkopen van een bos in Doorn om dat eigen rechten te kunnen geven. Kunst kan ook een grote rol spelen. Als onderdeel van een kunstproject sprak ik afgelopen najaar tijdens een proefrechtszaak als advocaat namens de bomen in het Amstelpark.

Burgers kunnen een petitie voor een gebied beginnen, of namens een natuurgebied inspreken in de gemeenteraad. Publicist Wim Eikelboom heeft in 2021 op een creatieve manier gesproken namens de IJssel tijdens een gemeenteraadsvergadering in Zwolle over woningbouwplannen langs de rivier. Hij is geen jurist, maar wilde iets doen met dit gedachtengoed. Zijn toespraak maakte veel indruk. Mensen hadden er nooit eerder over nagedacht wat de rivier zélf zou kunnen denken.’

Jessica den Outer, Rechten voor de Natuur, Lemniscaat, 200 p., voorwoord Jan Terlouw. Boekpresentatie dinsdag 21 maart, 20.00 u., Planetarium Artis, Amsterdam.