Praten met Ruud van Beusekom (64) betekent regelmatig onderbroken worden. ‘Wacht, even kijken,’ zegt hij dan, terwijl hij een verrekijker aan zijn ogen zet. De lenzen bewegen richting een zwermpje vogels dat boven de Eempolder, ten oosten van Blaricum, dwarrelt. Met het blote oog zijn het slechts puntjes op een grijsblauw canvas. ‘Jaha, kemphanen!’, zegt Van Beusekom. Zijn stem stijgt een octaaf.

Een jaar of zeventig geleden was het waarnemen van kemphanen geen reden tot enthousiasme. Toen waren er jaarlijks duizenden broedparen en honderdduizenden doortrekkende exemplaren aanwezig in Nederland, vertelt Van Beusekom. Nu niet meer. Gedurende zijn werkzame leven – bijna veertig jaar als autodidactisch ecoloog voor de provincie Noord-Holland en daarna bij Vogelbescherming Nederland – heeft hij de kemphaan zien verdwijnen.

Anno 2024 zijn er jaarlijks nog enkele broedpaartjes en een paar duizend doortrekkende kemphanen in Nederland te bewonderen. Een afname van 99 procent in minder dan een eeuw.

Kemphanen zijn vogels die jaarlijks duizenden kilometers afleggen om vruchtbare broedgebieden te bereiken, vertelt Van Beusekom. Migrerende dieren dus, en daar gaat het wereldwijd beroerd mee. Uit een recent rapport van de Verenigde Naties, State of the World’s Migratory Species Report, blijkt dat ruim veertig procent van de onderzochte migrerende diersoorten bedreigd wordt. Twintig procent dreigt zelfs uit te sterven. De hoofdoorzaken: overexploitatie en gebiedsvernietiging door de mens.

Van Beusekom kent het rapport, vertelt hij, terwijl hij zijn auto over een smal weggetje door de Eempolder stuurt. De focus ligt vaak op gnoes of walvissen als het om migrerende dieren gaat, zegt hij. Die heeft Nederland niet. Maar wel tientallen soorten en tientallen miljoenen trekvogels.

VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT

Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer.

Oost-Atlantische route

Van Beusekom gaat stapvoets rijden. ‘Hier zit een veldleeuwerik’, zegt hij, terwijl hij door de voorruit wijst. ‘En daar een kwikstaartje! Kijk, dat mannetje is aan het baltsen. Zie je dat? Met z’n staartje.’ Het staartje van de vogel wipt ritmisch op en neer. ‘Ik denk dat er straks zomaar een paring kan volgen.’ Dan vliegt de vrouwtjeskwikstaart weg, het mannetje volgt een paar tellen later. Wordt vast vervolgd.

De reden dat Nederland belangrijk is voor trekvogels, vertelt Van Beusekom, is dat het op een cruciaal punt van de Oost-Atlantische trekroute ligt. ‘Heel veel trekvogels vliegen elke lente vanuit West-Afrika en de Sahel naar Europa. Een flink deel gaat dan door naar Scandinavië, of zelfs naar Canada, Groenland, Spitsbergen of Siberië.’ Voor die vogels is Nederland een pleisterplaats, een plek waar ze aansterken.

‘Veel vogels en insecten betekent dat wij goed met de natuur omgaan. Maar als er vogels verdwijnen, dan is er iets aan de hand.’

Dat geldt bijvoorbeeld voor de rosse grutto, legt hij uit. ‘Die overwintert in Mauritanië en trekt eind april in één ruk door naar Nederland, naar de Waddenzee. Daar zitten ze een paar weken om op te vetten en trekken dan door naar Noord-Siberië om te broeden.’ Voor andere vogels, zoals de reguliere níet-rosse grutto, is Nederland de eindbestemming. Grutto’s overwinteren onder meer in West-Afrika, in de lente vliegen ze massaal naar Nederland en Noord-Europa om jongen groot te brengen. Daarna migreren al die vogels weer naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. Wederom via of vanuit Nederland.

Wat trekvogels zo gevoelig maakt, vertelt Van Beusekom, is dat ze afhankelijk zijn van de omstandigheden in álle landen waar ze (door)heen trekken. ‘Als het in de Sahel of West-Afrika droog is, dan merken we dat hier’, zegt hij. ‘Ze gaan er naartoe en door de droogte overleven ze de winter of de terugtocht niet. Of ze komen in slechte conditie aan in Nederland.’

En als Siberië de eindbestemming is, zijn trekvogels afhankelijk van insectenpieken. Die vinden door klimaatverandering steeds eerder in het seizoen plaats. ‘Daar ontstaat een mismatch’, zegt hij. Trekvogels, zoals de kanoet, komen dan aan in Siberië om te broeden, terwijl de meeste insecten alweer op hun retour zijn – of in elk geval niet meer op hun hoogtepunt. Minder eten voor de kuikens dus. ‘Dan worden er steeds minder jonkies groot en dat betekent dat de populatie afneemt.’

weidevogels

Ook in pleisterplaats of eindbestemming Nederland hebben trekvogels het moeilijk, zegt Van Beusekom, en dan vooral migrerende weidevogels. Dat wordt bevestigd door recent onderzoek van het CBS en Sovon Vogelonderzoek Nederland: het aantal weidevogels op het Hollandse boerenland is sinds 1990 met 45 procent afgenomen. Sovon trok vorig jaar een soortgelijke conclusie in haar Vogelbalans 2023: ‘De vier ‘klassieke’ weidevogels nemen al decennialang sterk in aantal af. In 2022 bereikten grutto, scholekster, kievit en tureluur zelfs hun laagste stand sinds de start van de telreeksen, begin jaren zestig.’ Hoe dat kan? ‘De achteruitgang hangt vooral samen met schaalvergroting en intensivering in de landbouw’, schrijft Sovon.

Van Beusekom parkeert zijn auto naast de weg. De Eempolder bestaat in feite uit twee delen, zegt hij, en dat is hier duidelijk zichtbaar. Enerzijds weilanden die worden gebruikt voor de intensieve melkveehouderij. Het waterpeil wordt kunstmatig laag gehouden en de velden gegierd. Het zijn monotone groene vlaktes die doorgaans bestaan uit één grassoort: Engels raaigras. ‘Dat is een heel agressieve soort die snel opkomt en veel eiwitten bevat.’

Anderzijds natuurreservaat de Eempolder, eigendom van Natuurmonumenten. Een oneffen gebied waar allerlei soorten grassen en kruiden door elkaar groeien. Het waterpeil staat hoog en de grond is drassig. ‘Zo kunnen vogels makkelijk met hun snavels voedsel zoeken in de grond en het gras groeit langzamer. Dat heeft als voordeel dat allerlei grassen en kruiden beter kunnen concurreren met Engels raaigras.’ Die verscheidenheid aan planten trekt leven aan: wormen, insecten, geleedpotigen, kleine zoogdieren en vogels. De graslanden worden wel gemaaid – ‘anders verandert het in bos’ – maar pas laat in het seizoen, als alle jonge vogeltjes zijn uitgevlogen.

Sovon vat het als volgt samen: ‘Vochtige, kruidenrijke graslanden hebben plaatsgemaakt voor ontwaterde en geëgaliseerde raaigrasvelden waar steeds vaker en eerder in het jaar wordt gemaaid.’ Gunstig voor de melkveehouderij omdat het de melkproductie bevordert, ongunstig voor migrerende weidevogels, omdat er op weilanden steeds minder voedsel en schuilplaatsen voor kuikens zijn.

Van het hoge noorden tot aan pleisterplaats Nederland: op de hele migratieroute van trekvogels komen ze meer man made-obstakels tegen. De kemphaan, vertelt Van Beusekom, mijdt Nederland om die reden. Die vliegt nu via andere landen naar Siberië en Afrika. Grutto’s daarentegen zijn honkvast en keren jaarlijks terug naar hun broedplaats, zegt hij. ‘Nergens broeden zoveel grutto’s als in Nederland. Als Nederland het niet goed doet, dan kan het betekenen dat de grutto verdwijnt.’

Verschralende biodiversiteit

Toch, wie vanuit het autoraam naar buiten tuurt, ziet vogels genoeg. Ook op de melkproductieweilanden. ‘Ik noem ze altijd de nieuwe weidevogels’, zegt Van Beusekom. ‘Dat zijn vogels als ganzen, ook echte trekvogels.’ Hij wijst naar een veld. ‘Deze brandganzen trekken naar Noord-Siberië. Die hebben juist profijt van het eitwitrijke grasland, net zoals knobbelzwanen. Die vinden al dat malse gras lekker.’

‘De biodiversiteit verarmt echt. Er zijn steeds minder soorten planten, steeds minder vlinders, steeds minder insecten. De bodemfauna is enorm aan het afnemen.’

Ook het aantal trekvogels dat graag in bomen bivakkeert, stijgt. Zoals de zwartkop. Die profiteert van de ‘verparking en verbossing’ van Nederland. Maar schijn bedriegt, want de natuur wordt op veel plekken laagwaardiger, zegt Van Beusekom. Soorten die daarvan houden, floreren. ‘Je hebt altijd soorten die profiteren van ontwikkelingen, maar dat is de minderheid.’

Het gevolg ervan: eenheidsworst. ‘De verschillen tussen vogelbevolkingen binnen Nederland was vroeger groter. We hadden woeste gronden in Oost-Nederland, veengebieden in het westen, allemaal met een eigen vogelbevolking die sterk verschilde. Nu wordt het één pot nat’, zegt hij. ‘De biodiversiteit verarmt echt. Er zijn steeds minder soorten planten, steeds minder vlinders, steeds minder insecten. De bodemfauna is enorm aan het afnemen.’ En trekvogels zoals de kemphaan of grutto, die zijn van al die factoren afhankelijk. ‘Ze zijn de kanarie in de kolenmijn.’

rijke natuur

Volgend jaar zwaait Van Beusekom af bij Vogelbescherming. Dan gaat hij met pensioen. Of hij hoopvol is over de toekomst van trekvogels en weidevogels in Nederland? ‘Ik heb een

sprankje hoop, ja. Hoopvol ben ik niet als het gaat om de toekomst van vogels in het landbouwgebied. Maar op een gegeven moment denk ik dat mensen inzien dat we een fijner land zijn mét rijke natuur. Met vogels die ons inspireren. Veel vogels en insecten betekent dat wij goed met de natuur omgaan. Maar als er vogels verdwijnen, dan is er iets aan de hand.’