Liever luisteren dan lezen? Bij Blendle hebben ze het verhaal ingesproken.

Van de week ging op de sociale media een vermakelijk twistgesprek rond uit het verslag van een video-overleg van Kamerleden. Hoofdpersonen: voormalig onderwijzer Paul van Meenen en Peter Kwint, liefhebber van vechtsport en hardcore punk.

Van Meenen (D66): ‘Hé Kwint, houd jij je er eens effe buiten. Ik ben met de voorzitter in de clinch.’

Kwint (SP): ‘Kan iemand die man zijn microfoon uitzetten? Echt, ik was het nota bene met je eens! Ik heb geen behoefte aan behandeling…’

De voorzitter: ‘Misschien moet je even je hand voor de camera weg houden, want je ziet eruit alsof je echt iedereen op zijn gezicht wil slaan.’

Kwint (SP): ‘Dat ligt niet aan de camera! Dat ligt aan mijn collega’s! (De heer Kwint komt met zijn dochter in beeld).

Geen wonder dat de passage kwistig werd gedeeld via Twitter, want zo kwam het Kamerwerk voor ons gewone burgers opeens prettig dichtbij: gelukkig zijn ze daar ook aan het prutsen met videoconferenties vanuit huis, zitten ze grappen te maken en willen ze elkaar muten terwijl de kindjes door het beeld lopen.

een minder opbeurende werkelijkheid

Maar achter de vrolijke scene ging een minder opbeurende werkelijkheid schuil, want op het moment dat het presidium van de Tweede Kamer half maart bekend maakte dat vanwege de coronacrisis de fysieke vergaderingen tot een minimum zouden worden beperkt – alleen ‘strikt noodzakelijke debatten’ konden vanwege de gezondheidsmaatregelen nog worden gevoerd – zette de Kamer zichzelf feitelijk grotendeels buitenspel.

Toen het presidium van de Tweede Kamer half maart bekend maakte dat de fysieke vergaderingen tot een minimum zouden worden beperkt, zette de Kamer zichzelf feitelijk grotendeels buitenspel.

De brief van het presidium werd gepresenteerd onder de kop: ‘Coronavirus: nieuwe maatregelen, parlementaire proces gaat door’, maar feitelijk werd die dag vrijwel het gehele parlementaire proces stilgelegd. En het wonderlijkste is nog: de Tweede Kamer laat het zelf gebeuren. De beperkende maatregelen werden ook vastgesteld in het presidium na overleg met de fractievoorzitters: een gremium dat staatsrechtelijk niet bestaat, en waarvan de verslagen niet openbaar worden gemaakt. Alleen informeel kan de Kamer via de fractievoorzitters en de individuele leden van het presidium vernemen wat er eigenlijk besproken is.

Tot zover de transparantie.

vrij spel

Voor het kabinet en de coalitiepartijen scheelt het een boel gedoe: allerlei wetsvoorstellen worden weliswaar vertraagd, maar bewindslieden mogen zelf een lijstje naar de Kamer sturen van spoedeisende wetsvoorstellen die echt doorgang moeten vinden, verder kunnen ze – vrijwel ongehinderd door lastige debatten – hun gang gaan. En doordat sinds half maart iedere fractie niet meer dan twee Kamerleden mag afvaardigen naar de Stemmingen in de plenaire zaal, is de fractiediscipline nog nooit zo groot geweest: dwarsliggers in de fracties hebben nauwelijks meer gelegenheid zich te laten gelden.

Begin april in De Telegraaf beklaagde Kamervoorzitter Khadija Arib zich erover dat het kabinet wel heel veel zogenaamd spoedeisende wetsvoorstellen door het parlement wil jassen. Kort daarna, op 9 april, werden de beperkende maatregelen iets verruimd, na overleg van het presidium met de fractievoorzitters: zo zijn er sindsdien twee kleinere zalen geschikt gemaakt voor wetgevings- en notaoverleggen op maandag en dinsdag.

Maar veel verschil maakt het niet, verder moeten de Kamerleden het doen met video-overleg, schriftelijke vragen en spaarzame debatten.

blote tanden tonen

Daar komt nog bij dat ook de aandacht van de journalistiek de afgelopen weken geheel in beslag wordt genomen door de coronaperikelen, zodat kwesties die onder normale omstandigheden tot groot rumoer in de Kamer en de pers zouden hebben geleid, vrijwel ongemerkt passeren.

Kwesties die onder normale omstandigheden tot groot rumoer in de Kamer en de pers zouden hebben geleid, passeren vrijwel ongemerkt.

Meest treffende voorbeeld: de Kamerbrief van 24 maart waarin minister Bijleveld van Defensie bekende dat de burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Hawija wel degelijk waren opgenomen in de Amerikaanse rapportages, terwijl ze dat eerder in de Kamer nog stellig had ontkend. Gewoonlijk was de minister na zo’n bekentenis urenlang in de Kamer op de grill gelegd, nu passeerde de brief op een achternamiddag, gevolgd door een handvol stukjes in de krant.

Hetzelfde geldt voor de schriftelijke vragen die de D66-Kamerleden Monica den Boer, Joost Sneller en Maarten Groothuizen aan minister Grapperhaus stelden over de gebrekkige staatsrechtelijke legitimatie van de noodmaatregelen die het kabinet vanwege de coronacrisis heeft afgekondigd: een fundamentele kwestie voor parlement en journalistiek, zou je zeggen. Aandacht in de media: nul.

Nu de coronamaatregelen voorzichtig effect lijken te sorteren en het kabinet zich voorbereidt op de ‘anderhalve meter-samenleving’, en ook aan de burgers vraagt daarover mee te denken, is het hoog tijd dat de Kamer weer zijn tanden laat zien.