Vandaag, 2 augustus, verloopt de termijn van een half jaar waarbinnen het INF-verdrag van zijn ondergang gered had kunnen worden, nadat de Verenigde Staten op 2 februari jongstleden officieel al hadden laten weten er de stekker uit te trekken.
Het INF-verdrag verbiedt (of verbood) de opstelling van zogenaamde middellangeafstandsraketten (met een bereik tussen 500 en 5.500 kilometer) en werd aan het eind van de Koude Oorlog tussen regeringsleiders Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov gesloten.
De gangbare, en niet onwaarschijnlijke, lezing van de gang van zaken is dat de Amerikanen de Russen verwijten al enige jaren dit verdrag te schenden. Helemaal zeker is die Russische schending niet. Uiteindelijk hebben zij het bestaan van de raket in kwestie niet ontkend, maar de schending wel. Bovendien beschuldigt Moskou op zijn beurt de VS van het schenden van het verdrag door het ontplooien van een raketafweersysteem in Roemenië en Polen. Die installatie zou in een handomdraai ook offensieve kruisraketten kunnen afvuren.
Een paar kanttekeningen
Hoe dan ook, wie iets dieper in de kwestie duikt, komt tot de conclusie dat het jammer en treurig is dat een van de pijlers die Europa ruim dertig jaar zekerheid en veiligheid bood nu wegvalt. Je kunt lang over de schuldvraag twisten en tegenmaatregelen overwegen, maar in alle eerlijkheid kun je ook wel zeggen dat er sprake was van veroudering.
Zee- en luchtwapens vallen buiten het verdrag en zijn inmiddels door technologische ontwikkelingen net zo bedreigend als op land gestationeerde wapens.
Een paar kanttekeningen bij het verdrag, waaruit wel blijkt dat het verouderd is.
Het verdrag is bindend voor de twee supermachten van de jaren 80, maar voor andere landen (zoals China, India, Iran, Israël of Noord-Korea) niet. Deze landen hebben tot nu toe geen tekenen gegeven dat onredelijk te vinden. Integendeel, de nieuwkomers breiden hun arsenalen maar al te graag uit. Als het een beetje tegenzit zullen Zuid-Korea, Taiwan, of dichterbij Saoedi-Arabië en Turkije volgen.
Daarnaast geldt het INF-verdrag voor landsystemen. Zee- en luchtwapens vallen er buiten en zijn inmiddels door technologische ontwikkelingen net zo bedreigend als op land gestationeerde wapens.
Het verdrag mag dan een ondergrens trekken bij 500 kilometer, de raketten die daar net onder zitten zijn in opmars en – afhankelijk van de plaats waar ze staan opgesteld – ook bedreigend. Zo houden korte afstandsraketten vanuit het Russische Kaliningrad Warschau en Berlijn at risk en kan de Navo zo het omgekeerde doen vanuit Polen.
Zo zijn er nog wel vijftig INF-kanttekeningen te maken, zoals het feit dat al in 2007 de VS en Rusland samen(!) een ontwerpresolutie in de Verenigde Naties indienden die multilateralisering van het verdrag voorstelde. Dat voorstel redde het overigens niet. Maar ik laat het hierbij.
Krokodillentranen
Het teloorgaan van het verdrag heeft voor ons West-Europeanen nadelen, want geen raketdreiging betekende een grote zorg minder. De pleidooien van Europese politici om de status quo te redden zijn begrijpelijk maar kortzichtig: de wereld is veranderd, de techniek verder ontwikkeld en wapenbeheersing oude stijl garandeert geen stabiliteit meer.
Ik geef drie redenen waarom. In de Verenigde Staten dromen hardliners van middellangeafstandssystemen op het Oceanische eiland Guam, om snel af te kunnen rekenen met raketlanceerbases op het Chinese vasteland die Amerikaanse steunpunten in de westelijke Pacific bedreigen. En het is niet onzinnig om enig begrip te hebben voor het feit dat Rusland het moeilijk kan verteren dat China niet, en Rusland wel gebonden is aan het INF-verbod.
De inwoners van Warschau, Berlijn en Kopenhagen mogen zich ook even druk maken – misschien wel meer dan dat – over de wél toegestane Russische raketten die op hen gericht staan.
Een tweede reden: lanceerplatforms, aantallen en ladingen (nucleair of conventioneel, lucht, zee of grond) doen er nu minder toe dan in de Koude Oorlog. Over een jaar of tien kan elke plek op aarde op elke manier supersnel en ongehinderd aangevallen worden.
Als derde: we maken ons erg druk over ‘schendingen ’ en ‘tegenmaatregelen’. Maar de inwoners van Warschau, Berlijn en Kopenhagen mogen zich ook even druk maken – misschien wel meer dan dat – over de wél toegestane Russische raketten die met een ultrakorte waarschuwingstijd vanuit Kaliningrad op hen gericht staan. Omgekeerd hoor je zelden of nooit iets over Navo-artillerie die buiten het INF-verdrag valt en Kaliningrad in een oogwenk kan verzengen.
Op 2 oktober 2018 ‘vergiste’ Kay Baily Hutchison, de Amerikaanse gezante bij de Navo zich door te zeggen dat we snel korte metten zouden moeten maken (’take out’) met de verdachte systemen in die Russische enclave. De ophef onder deskundigen was nogal groot. Was het vergissing of een ongelukkige verspreking? Aanvankelijk werd getwijfeld aan het verstand van de onervaren Hutchinson, maar recente uitlatingen in het Congress van de nieuwe minister van Defensie Mark Esper en zijn generaals ondersteunen Hutchisons ‘vergissing’.
Wat onder experts wel bekend is, maar onder het grote publiek niet, was dat de VS experimenteert met de PrSM (precision strike missile) artillerieraket, die met een bereik van 499 kilometer net onder het INF-limiet valt, en dat een veel langere versie in de pijplijn zit zodra INF-verdrag begraven is. 3 augustus dus.
Dit alles vraagt om een INF-verdrag 2.0 waarbij tenminste China inbegrepen wordt en de oude, verkokerde categorieën van te beteugelen wapensystemen worden losgelaten.
Ondertussen zullen op 2 augustus krokodillentranen worden geplengd om het oude INF-Verdrag, dat ons Europeanen dertig jaar een veilig gevoel gaf.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.