Dit verhaal is met dank aan Blendle ook te beluisteren.

Debbie Helaha, Diversiteitstrainer en voorzitter van COC Leiden

‘Ik was een keer bij een training over seksuele diversiteit en genderdiversiteit waar iemand zei dat-ie het allemaal best vond, zulke diversiteit, maar: “Ik vind al die dragshows op prime time-tv niets, daar wil ik mijn kinderen niet aan blootstellen.” Dan wil ik weten waar dat door komt. Want zo’n opmerking betekent: je mag er wel zijn, maar eigenlijk wil ik je niet zien. Er is bij tolereren altijd sprake van een oordeel. Wat ik wil bereiken met mijn werk, is dat mensen voorbijgaan aan die oordelen. Misschien was die persoon bang dat zijn kinderen “ook zo” worden. Maar hoe ga je daar dan mee om? Ik ben een vrouw van kleur, ik ben lesbisch, ik behoor tot de vijftigplussers in dit land. Allemaal elementen waarop ook ik afgewezen kan worden. En niemand wil afgewezen worden. Het begint eigenlijk met een open gesprek erover te voeren, waarin je samen reflecteert. Waar staan we eigenlijk? Hoe bewust zijn we ons van onze eigen vooroordelen, eigen privileges, eigen blinde vlekken? Want pas daarna kun je er iets mee doen.

Niemand is zonder vooroordelen. Ook niet als je zelf uit een gemarginaliseerde groep komt. “Maar jij ziet er helemaal niet lesbisch uit,” hoorde ik veel nadat ik nog niet zo lang uit de kast was. Ik merkte dat ik dacht: “Wat leuk dat iemand dit tegen me zegt.” Maar al was het misschien bedoeld als een compliment, dat was het niet. Dat is wat “jezelf tolereren” met je doet: onbewust aan een soort norm willen blijven voldoen.’

Gert-Jan Veerman, Lector ‘Samen Divers’ (Christelijke Hogeschool Ede)

‘Op scholen komen allerlei opvattingen over diversiteit en tolerantie aan bod. Bijvoorbeeld in een klassengesprek. Meestal eindigt dat, zo vertelde een leerkracht mij laatst, met de conclusie “dat we elkaar moeten tolereren”. Die uitkomst geeft hem een soort onvoldaanheid, een gevoel van irritatie. Ook de leerlingen blijven met de vraag zitten: stopt het dan hier?

Het dominante idee over de betekenis van tolerantie is: “Het accepteren van waar je niet van houdt”. Daarbij overlappen “accepteren” en “tolereren” elkaar dus. Het nadeel hiervan is dat bij dat “accepteren waar je niet van houdt” het gevoel kan ontstaan dat je je eigen opvattingen moet opgeven. Een ander nadeel: als je besluit om iets te accepteren, kan dat tot onverschilligheid leiden.

‘Je in die spanning begeven, dat is het gebied van tolerantie. Oefenen in nieuwsgierigheid en het niet meteen willen oplossen.’

Maar er is ook een benadering van tolerantie waarbij je juist níét accepteert waar je niet van houdt, terwijl je je er wel sterk in verdiept. In deze benadering, van filosoof Hans Oberdiek, gaat het om de spanning tussen verdragen en accepteren. En om het accepteren dat die spanning er is. Een directrice vertelde me dat ze na een vakantie stoeltjes van leerlingen hadden gewisseld. Een leerling uit Oekraïne zat nu naast een leerling uit Rusland. ’s Middags kwam een van de ouders – het maakt niet eens uit van welk kind – naar haar toe: “Mijn kind mag niet naast dat andere kind zitten!” De directrice hield niet van de opvatting van die ouder, maar ze kon zich wel verdiepen in wat die ouder drijft. Zonder onverschillig te zeggen: “Zo doen we dat gewoon, met die stoeltjes.” En zonder de waarden van haar school op te geven, dat kinderen met verschillende opvattingen en opvoedingen met elkaar moeten leren omgaan. Je in die spanning begeven, dat is het gebied van tolerantie. Het klaslokaal is bij uitstek een plek waar je kunt oefenen om het in die spanning uit te houden. Oefenen in nieuwsgierigheid en het niet meteen willen oplossen. Want elke groep heeft hiermee te maken – of het nou gaat om etnische diversiteit of om botsende perspectieven over de stikstofsituatie. Het beoefenen van tolerantie zal er altijd zijn.’

Merel van Dongen, Profvoetballer (Atlético Madrid, Oranjeleeuwinnen)

‘Er zijn zoveel verschillende mensen en verschillende meningen – je kunt het niet altijd met elkaar eens zijn. Wanneer je non-stop direct een grens stelt en zegt “dat tolereer ik niet”, dan krijg je ruzie. In Nederland zijn we vrij tolerant vanwege de drang om compromissen te sluiten. Maar ik vind ook dat we wel heel veel discussiëren. In Spanje, waar ik woon, is er minder discussie dan in Nederland over waarom vrouwenvoetbal ook leuk is. Ook al vind je het níét leuk, het is er gewoon. In Nederland zien voetbalfans het als iets om lekker over te discussiëren.

Ik vind het knap als je durft te staan voor waar je echt om geeft – iets wat je niet tolereert, of juist wel – op het moment dat dit mogelijk consequenties heeft. Tijdens het WK mannenvoetbal in Qatar ging het veel om tolerantie en acceptatie. Toen het Duitse team een statement maakte tegen het verbod op de OneLove-aanvoerdersband en vervolgens verloor, werd er wel heel gemakkelijk gesuggereerd dat dat protest ze de wedstrijd had gekost. Maar de essentie van een goed statement is dat het belangrijker is dan het resultaat van een voetbalwedstrijd of je persoonlijke carrière. Zoveel mensen draaien persoonlijke verliezen in hun gevecht om getolereerd te worden.

Het gevecht waarvan ik denk dat daar als eerste iets aan moet gebeuren, is het gevecht tegen homofobie. Door dat op te lossen, kun je mensen een heel fijn leven geven. Dat ik lesbisch ben, vinden bepaalde mensen niet oké. Aan hen vraag ik: tolereer mij dan maar, op zijn minst, als je me niet kunt accepteren.’

Floris Vermeulen, Universitair hoofddocent politicologie (UvA)

‘In hoeverre geef je mensen de ruimte om te zijn wie ze zijn, en wanneer botst dat? Ik zie dat het Amsterdamse stadsbestuur daar enorm mee worstelt. Amsterdam wordt steeds diverser, vooral als je kijkt naar religie: de bevolking wordt meer seculier én meer religieus. Er heeft een enorme ontkerkelijking plaatsgevonden en de gemeenteraad is de afgelopen decennia gedomineerd door progressieve seculiere partijen. Tegelijkertijd heeft nu de helft van de bevolking een migratieachtergrond. Een groot deel van hen is religieus, vaak ook sterk religieus, en daarmee ook conservatief. Met name de meest religieuze Turkse en Marokkaanse Amsterdammers hebben veel te maken met segregatie en ongelijkheid op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en op de woningmarkt. Als je het hebt over de vraag hoe tolerant je moet je zijn, moet je beseffen dat allerlei aspecten een rol spelen.

Je kunt over tolerantie en religieuze diversiteit nadenken vanuit academische theorieën, maar als stadsbestuurder is het heel ingewikkeld om daarmee om te gaan. Door druk van populistische, rechtse partijen zijn ook progressieve, seculiere partijen gedwongen om een standpunt in te nemen. Ze zijn daardoor minder tolerant richting religieuze gemeenschappen. Het gevolg is dat die gemeenschappen – zowel islamitische als christelijke als joodse – zich verder isoleren. Het wantrouwen naar de overheid en de rest van de samenleving is enorm gegroeid. Religie is natuurlijk per definitie een normen-en-waardenkwestie die diep doordringt tot de identiteit van personen. Dat maakt het een heel gevoelig, emotioneel onderwerp. De mogelijkheid bestaat dat een gesprek over religieus onderwijs, gender of seksuele geaardheid snel uit de hand loopt.

‘Wees in elk geval zo tolerant om in gesprek te blijven over die spanningen, met zoveel mogelijk delen van de samenleving.’

We weten uit onderzoek dat het niet werkt als je als bestuurder mensen iets opdringt. Maar je kunt de religieuze diversiteit ook niet negeren. Normen en waarden hebben impact op hoe mensen met elkaar omgaan. Dat levert spanningen op. Dus je moet als bestuurder mensen meenemen in die discussie. Je moet heel erg oppassen dat je mensen niet op een stigmatiserende manier wegzet als “het probleem”. Dus ik zou zeggen: wees in elk geval zo tolerant om in gesprek te blijven over die spanningen, met zoveel mogelijk delen van de samenleving; met name de mensen die qua normen en waarden ver afstaan van het gemiddelde. Dat kan alleen werken als er wederzijds vertrouwen is. We zitten in een fase met meer verwijdering dan toenadering, dus dat zal nog even duren. Een groot deel van de bevolking is er klaar mee om hier op een rustige manier mee om te gaan, die eist snel resultaat. Maar zo werkt dat niet.’

Pauline Wiersema, Kunstenaar en socioloog

‘Tolerantie hangt aan elkaar van de paradoxen. Het komt met machtsverhoudingen die best wel scheef zijn: een meerderheid besluit ideeën van een minderheid, die tegen die van de meerderheid ingaan of als negatief worden ervaren, te tolereren. Je kunt als individu een streep trekken: “voor mij ligt de grens hier.” Maar tolerantie is iets wat je samen beoefent, wat constant in beweging is tussen afwijzing en acceptatie.

Die grenzen zullen altijd verschuiven. Maar ik denk dat we bepaalde kernwaarden moeten beschermen. Wat mij betreft is het recht om jezelf te zijn zolang je anderen niet schaadt zo’n kernwaarde. Neem de kwestie of iemand als David Icke in Nederland zijn antisemitische ideeën mag verkondigen. Daarvan zeg ik: nee. Je kunt niet doen alsof onze democratie zomaar alle klappen kan opvangen, alsof we bewapend zijn tegen iedere vorm van Jodenhaat of racisme. Want dat is niet zo. De democratie wordt ernstig bedreigd, dat moeten we onder ogen zien.

Met mijn kunst probeer ik dit soort fundamentele onderwerpen toegankelijker te maken, zodat het eenvoudiger is erover te praten. Zo maakte ik een installatie over etnisch profileren door de politie, waarbij agenten en mensen die profilering meegemaakt hebben in gesprek gingen. Dat kunst een beetje kan verwarren, helpt.’

Lees ookDe complottheorieën van Icke en Baudet zijn eeuwenoud antisemitisme in een nieuw jasje1 november 2022
Jip van den Toorn, Cartoonist

‘Bij veel vraagstukken over tolerantie gaat het over of iets wel of niet mag. Zoals bij De Wereld Draait Door en tijdens de #MeToo-golf. Of je erop afgerekend moet worden als je bijvoorbeeld een hand op een bil legt of iemand toxic behandelt. Het zou niet om afrekenen moeten gaan, maar om de vraag waarom je dit überhaupt doet. Blijkbaar zitten er allerlei systemen in onze maatschappij waarbij we grenzen overgaan. Maar in plaats van over die systemen zelf, gaat het over de grens en de straf. Als je een kleuter opvoedt, wil je ook niet dat-ie een kind niet slaat omdat-ie anders gestraft wordt – je wil dat-ie dat kind niet wil slaan.

‘Regelmatig krijg ik mails van mensen die negatief reageren op een cartoon. Daar ga ik dan mee in gesprek.’

Als je ervan uitgaat dat ieders intenties goed zijn, en dat je elkaar wilt voeden met ideeën of met scherpe vragen, dan denk ik dat je best scherp mag zijn in een discussie – of in een cartoon. Maar ik denk dat die intenties heel vaak niet meer vertrouwd worden. Bevolkingsgroepen die heel lang slecht behandeld zijn of niet werden gezien, hebben eindelijk mogelijkheden om terug te praten. Daar schieten veel anderen van in een kramp, juist omdat ze dingen goed willen doen. Zeker de oudere generatie, boomer-mannen, die voor het eerst in hun leven op allerlei dingen worden aangesproken: “Ik bedoel het toch goed, waarom word ik gezien als een racist of seksist?” Ik denk dat woede daarover eerder uit ongemak komt dan uit slechte wil. Maar dat betekent niet dat je dat als excuus moet gebruiken. Dat wil ik met mijn tekeningen laten zien: hoe gek en dubbel dat is.

Regelmatig krijg ik mails van mensen die negatief reageren op een cartoon. Daar ga ik dan mee in gesprek. Ik ga er niet vanuit dat ik in die e-mailconversatie die ander ga veranderen, en ook niet dat ik verander; al leer ik er ook van. Ik ben vooral benieuwd hoe die persoon kijkt.’